Ontslag & Promotie

Een gehavende gelada bij het Roofdieren-Gebouw houdt de gemoederen bezig. Een gescheurde lip, een bloederige hand, een pijnlijk been: wat is er gaande bij de grasetende apen uit Ethiopië? Een beetje achtergrond: Blijdorp huisvest twee aparte geladagroepen. Aan één kant van het Roofdieren-Gebouw woont een harem, aan de andere kant leeft een mannengroep. Toen het nieuwe verblijf in 2018 geopend werd, was Hagos de alfaman bij de vrouwtjes en was Salto een prominent lid van de vrijgezellen. Van nature zijn dit soort groepjes echter dynamisch en in 2019 wisselden Hagos en Salto van rol. Salto viel echter nooit echt in de smaak bij de dames en nageslacht blijft tot op heden uit. Daarom krijgt de jonge Jaba nu de kans om zich te bewijzen en moet Salto genoegen nemen met de heren. Het gevolg is dat Hagos en Salto nu concurreren om het leiderschap van de mannengroep en Hagos delft daarbij het onderspit. Vermoedelijk stabiliseert de rangorde binnenkort weer en tot die tijd houdt de dierenarts een oogje in het zeil.
Beschuit met korstmos

De kudde bosrendieren is een lid rijker met de geboorte van een vrouwtje. Rendieren zijn een icoon van het hoge noorden, maar door klimaatverandering en concurrentie met tamme rendieren gaat het hen niet voor de wind de laatste jaren. Zo’n 250 jaar geleden werd het bosrendier uitgeroeid in Zweden en een paar decennia later was deze soort ook in Finland verdwenen. Een populatie in het Russische Karelië wist echter te overleven en stak uiteindelijk zelfstandig weer de grens over. In de jaren ’80 zijn natuurbeschermers en dierentuinen begonnen met het herintroduceren van bosrendieren in andere delen van Finland, waardoor hun populatie daar inmiddels weer rond de 2.000 schommelt. Ook in Zweden, waarvandaan ook het Europese fokprogramma wordt gecoördineerd, wordt nagedacht over een herintroductie. Oh ja, als we het toch over hoefdieren hebben: bij de bizons is een tweede kalfje geboren. De tussenstand in de Maleise Bosrand is vijf Indische antilopen en één banteng.
Beschuit met krill

Ook geboortenieuws bij de ambassadeurs van de Sub-Antarctische eilanden: het broedseizoen van de ezelspinguïns is begonnen. Blijdorp is, vergeleken andere Europese dierentuinen, een heuse pinguïnfabriek. De Rotterdamse ezelskolonie is sinds hun begin in 2009 meer dan verdubbeld in grootte. Gecombineerd met de immer succesvolle koningspinguïns resulteert dat soms in gekibbel en daarom bekostigden de Vrienden van Blijdorp in 2019 een kleine uitbreiding van het verblijf, bij de meest rechterruit. Met een beetje geluk kan je zien hoe ze stiekem de kiezelsteentjes uit elkaars nesten stelen, of zie je zelfs een ei. Gun de dieren wel hun rust en laat je kinderen dus niet tegen de ruit hangen.
Pampa-Pluizenbollen

Nog meer vogelnieuws: de Darwins nandoes hebben jongen! Bij deze soort leggen de vrouwtjes hun eieren in één groot nest, waarna de vader de zorg voor de kleintjes op zich neemt. De kuikens mogen nog niet het grote perk op, maar soms laten ze zich even zien op het ‘straatje’ bij de stal. De twee moeders staan wel gewoon bij de vicuña’s. Vorig jaar gingen de nandoes ook al over tot voortplanting, maar toen bleef het succes beperkt tot vijf jongen die met de hand grootgebracht zijn. Inmiddels zijn zij al uitgevlogen, uh, -gelopen, naar andere parken.
Bananenrivier

In het stroompje bij de klipdassen zijn wat waterbananen (Typhonodorum lindleyanum) aangeplant. De Botanische Afdeling had deze soort ingeslagen voor de Eilandhoppen-uitbreiding van het Oceanium, maar gezien dat project geannuleerd is, werd er nog gezocht naar een mooi plekje. Thematisch gezien werkt deze locatie wel minder goed dan hun oorspronkelijke bestemming, gezien de waterbanaan uitsluitend voorkomt op de Oost-Afrikaanse eilanden (Zanzibar, Madagaskar, de Comoren en Mauritius) en niet op het vasteland. Wat hun naam betreft: ‘water’ duidt op hun voorliefde voor moerassen en ‘banaan’ op de sterke gelijkenis qua bladvorm. Het zijn echter geen echte bananen, maar aronskelken die slechts taaie zaden produceren.
Nulrichtingsverkeer

Een groot deel van de Dikhuidenvleugel van de Rivièrahal lijkt permanent op slot te gaan. Het binnenverblijf van de zwarte neushoorns staat nu aangegeven als dienstruimte. Dit bezoekersverbod gold voorheen ‘slechts’ wanneer de zwarte neushoorns ook daadwerkelijk op stal stonden. De aanwezigheid van mensen levert deze krachtpatsers te veel stress op. Bijgevolg zijn het Mensapengebouw en de stal van het dwergnijlpaard nu doodlopend.
Cadeautje

In het Natuurbehoudscentrum zijn vier jonge vuursalamanders te zien. De vuursalamander is een Oer-Nederlandse soort, maar in de loop van de afgelopen decennia is de vuursalamander volledig uitgeroeid hier. De schuldige: een schimmelziekte, Bsal, die Limburg vermoedelijk door menselijke activiteit heeft bereikt. Stichting RAVON heeft de laatste inheemse vuursalamanders gevangen en fokt nu met hen, zodat ze hopelijk ooit weer kunnen terugkeren naar het wild. Tot het zover is, dient Blijdorp als ‘opslaglocatie’ voor de salamanders. Oorspronkelijk was het niet de bedoeling dat ook gefokt zou worden in de Diergaarde, maar ”life finds a way” kennelijk.
Naar de haaien

En dat is niet het enige nieuws uit het Oceanium. Het bestand in het tweede Noordzee-aquarium is flink gewijzigd. Er zitten geen kongeralen meer, maar de wrakbaarzen hebben nu wel gezelschap van onder andere de kleinoogroggen, die voorheen bij de steuren zaten. Verder is de jonge zwartsnuithaai uit 2020 niet langer aanwezig in het ondiepe mangrovebassin. Wel is de dwergkaaiman weer te zien, nadat hij eerder achter de schermen zat.
Komen en gaan

De eerste uitgave van het Vriendennieuws van 2021 is laatst openbaar gemaakt op de website van de Vrienden van Blijdorp. Het verenigingsblad meldt dat Maleise tapir Pooh drachtig is. De bevalling wordt eind dit jaar verwacht. Verder is het een drukte van belang in het grote Kelpwoud-bassin in het Oceanium. De zwelhaai, die in 2008 als ei naar Rotterdam kwam, is jammer genoeg uitgevlogen naar Wenen. Daar kan dit dier mogelijk gekoppeld worden; Wenen is nu een van de slechts vier Europese aquaria met deze soort. Na zijn vertrek zijn een mannelijke luipaardhaai en een vrouwelijke stierkophaai gearriveerd uit Stuttgart. Meer transportnieuws is afkomstig uit de Maleise Bosrand, waar eind vorig jaar drie Visaya-wrattenzwijnen uitgezwaaid zijn. Het mutatieoverzicht van het laatste kwartaal van 2020 vermeldt verder de dood van twee pelikanen en een maraboe, alsmede het vertrek van twee vrouwelijke mangabeys, een maraboe, vier jonge koeneusroggen en koedoevrouwtje Bobo (hier geboren in 2018). Wil je het Vriendennieuws kunnen lezen zodra het gepubliceerd wordt? Word dan lid van de vereniging Vrienden van Blijdorp!

Foto: Patty Kloosterman (BB-Facebook). Maleise tapir Pooh.








Het is de dag waar iedere trouwe fan van de Diergaarde jaarlijks naartoe leeft: de Nieuwjaarslezing van de Vrienden van Blijdorp. Met bijna 1,6 miljoen bezoekers was 2019 een boven verwachting goed jaar, maar alle tekenen wijzen erop dat de opening van het nieuwe decennium nóg spectaculairder wordt. Zodra voorzitter Marcel Kreuger met een grote lach op het podium verscheen, verstomde het geroezemoes uit de twee lezingzalen van het Oceanium, die ondanks het ongure weer propvol Vrienden zaten, direct. Vervolgens was directeur Erik Zevenbergen aan het woord: ”We richten ons vizier op de toekomst en staan aan de vooravond van het Masterplan 2030”.




Te beginnen met de lopende projecten. Nadat in 2018 al een mooi doorloopverblijf voor ringstaartmaki’s uit de grond werd gestampt, zijn de verwachtingen hoog gespannen voor de rest van het project Eilandhoppen. Wel zullen we nog even geduld moeten hebben, want het zou heel goed kunnen dat de werkzaamheden flink wat tijd in beslag gaan nemen. In grote lijnen blijft de opzet van deze nieuwe aanbouw van het Oceanium ongewijzigd, maar aan de nieuwe plattegronden en conceptafbeeldingen is te zien dat de exacte invulling beetje bij beetje duidelijk wordt. Wanneer je het makiverblijf, een nabootsing van de dorre zuidkust van Madagaskar, verruilt voor de tropische sferen van de kas waan je je in een regenwoud. Op diverse plekken in de hal, die ruim zes meter hoog wordt, maak je kennis met de excentrieke eilandbewoners. In het oog zal gelijk het verblijf voor de boky-boky’s springen, een immer actieve mangoestensoort. Ook worden er verblijven ingericht voor Madagaskarleguanen, de felrood gekleurde Madagaskarwevervogels en de uiterst zeldzame ploegschaarschildpadden. Daarnaast is het de bedoeling dat het flora-aspect van de natuur hier nadrukkelijk naar voren komt, met onder andere de waterbanaan als bijzondere verschijning.
Via het ‘Komodo Ranger Station’, een educatieve tussenruimte, kom je in de rest van de nieuwe kas. In deze ruimte ga je op expeditie langs de Komodovaranen en Galapagosreuzenschildpadden, beide reusachtige reptielensoorten, van elkaar visueel gescheiden door een flinke hoeveelheid beplanting. In het segment van de Komodovaranen loopt het pad langs de muur van de ruimte, met de varanen in de binnenbocht. Vergelijkbaar met de Krokodillenrivier kijk je hier van bovenaf het verblijf in, dat ongeveer één of twee meter lager dan het pad ligt. De opzet van het verblijf is in vele opzichten eigenlijk het beste van twee werelden, vergeleken met de huidige verblijven in het Aziëhuis en de Rivièrahal. In tegenstelling tot het Aziëhuis wordt er uitgegaan van een doorgaans gescheiden bestaan van het mannetje en vrouwtje, met alleen contact tussen de dieren wanneer het vrouwtje vruchtbaar is. Tevens wordt het verblijf ingericht zodat er weer lekker gegraven kan worden zoals dit het geval was in de Rivièrahal, met een gronddiepte variërend van 50 tot 75 centimeter. Ook komt er weer een waterpartij voor de dieren om in de zwemmen, een van de grote verbeteringen in het Aziëhuis. Daarnaast wordt het verblijf uitgerust met sproei-installaties en UV-lampen.
Via een educatief hutje kom je bij de reuzenschildpadden. Dit gedeelte is het minst nauwkeurig uitgewerkt van de drie zones. Wel is het goed duidelijk geworden dat er veel wordt ingegaan op de geologie van de archipel, gevormd door water en vuur. Er komt een stuk met zeewater, omgeven door gestolde lava en meer van dit soort rotsblokken liggen verspreid door het perk. Leuk voor het publiek, maar ook nuttig voor de dieren: in gevangenschap kampen schildpadden vaak met pootproblemen omdat ze te weinig bewegen en het is bewezen dat enig reliëf goed is voor de ontwikkeling van dat soort spieren. Het pad loopt dwars door het perk heen met halverwege een brug waar de schildpadden onderdoor kunnen.
Aan de andere kant van de Diergaarde, bij de Oude Ingang, sleept zich al jaren een bouwproject voort: de aanpassingen aan het Flamingo-Strand. Door een nieuwe wet mogen vogels niet meer geleewiekt worden: de permanente ingreep waardoor vogels niet meer kunnen vliegen. Grootschalig kortwieken van de flamingo’s is niet haalbaar, dus is het onvermijdelijk dat er een volière moet worden gemaakt over het bestaande flamingoverblijf. Meteen stuitte dit plan echter op veel weerstand vanwege de strenge regels die gelden voor dit stukje Diergaarde, met oog op Van Ravesteyns monumentale ontwerpen. Maar, er zit schot in de zaak! Inmiddels heeft Blijdorp een architect in arm genomen die zich specialiseert in dit soort zaken en er is nu een ontwerp dat hopelijk zonder veel ophef uitgevoerd kan worden. Het wordt een ronde volière, waar de bezoeker naar binnen kan en vanaf een vlonder de dieren kan bewonderen. Er wordt gestreefd om de nieuwe volière dit najaar op te leveren.
Bij de Nieuwjaarslezing werd echter niet alleen gekeken naar wat voor plannen dit jaar verwezenlijkt kunnen worden. Erik Zevenbergen ging ook in op de financiële situatie van het park. De exploitatie van de dierentuin is voldoende om de bedrijfsvoering mee rond te krijgen, maar het budget staat weinig toe op het gebied van grote bouwprojecten. Daarom wil de Diergaarde zich wenden tot externe partijen, zoals de directeur ook al liet weten bij zijn
In de nieuwe toekomstplannen wordt gekeken naar het combineren van de vijf rijksmonumenten die nog gerestaureerd moeten worden (Rivièrahal, Takinrots, Grote Vijver, Bongostal en Bosrendierenstal) met vooruitstrevend dierenwelzijn. Een mooi voorbeeld hiervan zijn de plannen voor de Takinrots. Het is een vrij simpel concept: de rots wordt in ere hersteld en gaat onderdak bieden aan de rode panda’s en kuifhertjes. Het Europese fokprogramma’s van beide soorten staat onder beheer van de Diergaarde en daarom vindt Blijdorp het belangrijk om toonaangevend te zijn met de huisvesting van deze dieren. Er wordt gekeken naar de mogelijkheden om de flinke lap grond achter de rots ook op te nemen in het verblijf.
Eveneens vrij eenvoudig zijn de plannen die gemaakt zijn voor de Victoria Serre, het deel van de Rivièrahal dat het dringendst toe is aan onderhoud. Blijdorp dient zich hier te houden aan de bestaande paden en architectuur. Het is de bedoeling dat de Tropenvleugel, net als nu, onderdak gaat bieden aan zeldzame tropische vogels. Er gaat veel aandacht besteed worden aan voorlichting en fokprogramma’s, het wordt wel omschreven als ‘ontmoetingsplek’ voor mens en dier. De bouwwerkzaamheden zullen zich dus hoofdzakelijk focussen op puur restaureren.
De Grote Vijver wordt omschreven als ‘blank canvas’. De diverse geschiedenis van het complex betekent dat er best veel mogelijk is met de restauratie. Er zijn hele uiteenlopende ideeën over het gebruik van het hoofdeiland en de kleinere omringende eilanden. Ook wordt er gekeken naar de toekomst van tijgers in Blijdorp: de huisvestingseisen voor deze katachtigen is sterk veranderd sinds de oplevering van de Tijgerkreek en het wordt steeds moeilijker om hieraan te voldoen. Mogelijk wordt het verblijf omgebouwd tot perken voor andere soorten, zo werden er tapirs en nevelpanters genoemd als mogelijkheden. In andere versies wordt het gebruikt als horecapunt en in weer andere versies wordt het eiland in de Grote Vijver een terras en worden de omringende eilandjes gebruikt als waterspeeltuin. Kortom: de toekomst van de Grote Vijver staat geenszins vast.
Écht spraakmakend wordt het overigens pas bij de dromen die Blijdorp heeft voor het olifantenverblijf. Taman Indah was eens het toonbeeld van dierenwelzijn en de Diergaarde wil dat het dat weer wordt. Het buitenverblijf moet groeien: het bongoverblijf, het kamelenverblijf en het gehele Aziatisch Moeras worden allemaal opgenomen in het verblijf. Het resultaat is een reusachtig perk, dat de olifanten toestaat om op natuurlijke wijze ‘rond te trekken’. De Vleermuizengrot krijgt een nieuwe bestemming als binnenverblijf voor de mannelijke olifant (of mogelijk meerdere bullen, de nieuwe afmetingen zouden dat toestaan). De oude ‘papegaaienlaan’ zou ook kunnen terugkeren in de vorm van het ‘olifantenduct’ dat al vaker besproken is in het verleden. De bongostal kan, vergelijkbaar met de Toko Tjitjak, worden omgetoverd tot een horecapunt met uitzicht op het olifantenverblijf. Hoewel het misschien klinkt alsof deze plannen gepaard gaan met het verdwijnen met veel diersoorten, valt dit best mee nu het Aziatische Moeras steeds meer leegloopt. Er wordt nog gekeken naar mogelijkheden om ook andere dieren met de olifanten samen te laten leven.
Al dit toekomstdromen werd afgesloten met de opening van de Vriendenbazaar. Een aantal van de vrijwilligers lieten een zeil met daarop een foto van de oude Vriendenwinkel zakken en onthulden zo het nieuwe gebouw, dat thematisch aansluit op de rest van het Keuzeplein en de poort naar het Azië-gedeelte. Het nieuwe pand is een hele verbetering: in plaats van in weer en wind buiten te staan en onder een afdakje naar wat knuffeldieren te kijken, kan je nu naar binnen en daar rustig rondkijken. Dit maakt het hopelijk niet alleen wat aantrekkelijker om er iets te kopen, maar betekent ook dat de vrijwilligers er beter kunnen vertellen wat de Vrienden van Blijdorp allemaal betekenen voor de Diergaarde. Hopelijk wordt het goed zaken doen: des te sneller kunnen alle mooie plannen die hierboven genoemd zijn werkelijkheid worden.




