Kort Nieuws #192

In de familie

Foto: Patty Kloosterman (BB-Facebook). Aziatische leeuw Asha (2018-2023).

Hoe gaat het bij de Aziatische leeuwen? Een paar maanden geleden ontving Blijdorp het jonge mannetje Wishu uit Planckendael. Hij is inmiddels voorgesteld aan leeuwin Reena, maar de verzorgers merken aan Wishu’s gedrag dat hij best nog wel onrustig en onervaren is. Daarom wordt Reena’s dominante moeder (en Wishu’s beoogde partner) Lalana nog even apart gehouden. Helaas zal Reena’s zus Asha het niet meer meemaken: zij is eind oktober ingeslapen. De laatste maanden ging haar gezondheid snel achteruit, net als eerder dit jaar bij Mette gebeurde. Helaas verwacht Blijdorp dat dit op een gegeven moment ook met Reena zal gebeuren, maar tot die tijd mag ze gezellig optrekken met haar soortgenoten.

Welkom!

Foto: Luciënne de Gier (BB-Facebook). Casarca’s.

Nieuw in Diergaarde Blijdorp: de casarca (Tadorna ferruginea). Deze roestkleurige eendachtige komt van nature voor in het Middellandse Zeegebied, het Midden-Oosten en subtropisch Azië, maar is via ontsnapte huisdieren ook verspreid naar West-Europa en Noord-Amerika. ’s Zomers strijken vanuit Duitsland en Zwitserland nu tot wel 2.000 casarca’s neer in de Randmeren om daar te ruien. Een klein groepje is nu te zien in de Gierenrots-volière.

Uitzwaaien (deel 1)

Foto: Cor de Gier (BB-Facebook). Mantsjoerijse kraanvogel.

Helaas zijn elders in Blijdorp een paar soorten uit het bestand verdwenen. Te beginnen in de Grote Vliegkooi: de drie Indische nimmerzatten hebben afscheid genomen van de Maasstad voor een mooie toekomst elders. De Diergaarde voegde deze ooievaarsachtigen in 2012 toe aan de collectie en af en toe werd er wel gebaltst, maar van eieren is het nooit gekomen. Deze Zuid-Aziatische vogel is in Europa alleen nog te zien in Niendorf, Labenne en Zlín, maar gelukkig gaat het vrij goed in het wild. De directe aanleiding voor het transport is de geplande sloop van de Grote Vliegkooi. Dat is ook de aanleiding voor het vertrek van acht kwakken. De resterende mannetjes en vrouwtjes in Rotterdam worden gescheiden gehouden en zullen spoedig volgen. Ook is de vrijgezelle Mantsjoerijse kraanvogel vertrokken naar Frankfurt. Hij verbleef in het openluchtdeel van het Aziatisch Moeras, zijn hoekje staat nu leeg.

Uitzwaaien (deel 2)

Foto: Lucienne de Gier (BB-Facebook). Arrauschildpad.

Ook leegstand in het Aziëhuis, in de Maleise Bosrand. Helaas waren daar in een paar maanden tijd drie sterfgevallen bij de Belangers toepaja’s te betreuren. Het is niet zeker of Rotterdam de groep nieuw leven in gaat blazen: er werd af en toe wel gefokt, maar de dieren kampten nog wel eens met stress in hun vrij kale verblijf en hebben heel wat ontsnappingspogingen ondernomen. Hun bordje is inmiddels weggehaald. Een uitgaand transport in het Zuid-Amerikaanse themagebied zet tevens een punt achter het verhaal van de arrauschildpad in Diergaarde Blijdorp. De drie vrouwtjes zijn vertrokken naar het Franse Biotropica. Hopelijk kunnen zij ook een mannetje vinden, want er wordt vrijwel nooit gekweekt met deze kritiek bedreigde koudbloedigen in Europa en de populatie krimpt in rap tempo. Het vertrek van de arrauschildpadden hangt samen met de sluiting van vlinderkoepel Amazonica en het uitfaseren van de Zuid-Amerikaanse collectie.

Alweer raak!

Foto: Patty Kloosterman (BB-Facebook). De jonge Balabac-kantjil.

Yes! Een bijzondere geboorte in het Natuurbehoudscentrum van het Oceanium: begin december zag een Balabac-kantjil (of dwerghert) daar het levenslicht. Dit kleine hoefdier komt enkel voor op enkele eilandjes in het zuidwesten van de Filipijnen. De soort wordt bedreigd door onder andere de vernietiging van hun leefgebied. Ook in dierentuinen is het een zeldzame verschijning, Blijdorp is de enige dierentuin in Nederland waar je ze kan zien. Eerder dit jaar stond de teller in Rotterdam kortstondig op één mannetje en vijf vrouwtjes, waarmee het park eigenhandig de helft van alle Balabac-kantjils in Europa telde. Na een transport naar Berlijn en twee sterfgevallen is daar nu alleen het fokpaartje van over. Nouja, en hun spruit dus.

Meer Filipijns succes

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook). Visaya-wrattenzwijnen (archieffoto).

Ook de Visaya-wrattenzwijnen voelen zich helemaal thuis in de Maasstad! Achter de schermen ontfermt het fokvrouwtje zich weer over een drietal biggetjes: twee jongetjes en één meisje. Naar verwachting mag het jonge gezin rondom de jaarwisseling voor het eerst buitenspelen. Helaas zullen ze geen kennis meer maken met hun vader: hij is laatst ingeslapen in verband met artrose. Door grootschalige ontbossing is het Visaya-wrattenzwijn teruggedrongen tot enkele restantjes bos op de eilanden Panay en Negros. Ze zijn zo zeldzaam geworden dat de eerste foto van een wild Visaya-wrattenzwijn pas in 2012 werd gemaakt! Blijdorp nam begin jaren ’00 het voortouw bij het opzetten van een reservepopulatie in Westerse dierentuinen.

Dwaalgast

Foto: Diergaarde Blijdorp (blijdorp.nl)

Ietwat onverwachts heeft Diergaarde Blijdorp twee nieuwe inwoners. Medio oktober troffen vissers voor de kust van Zuid-Beveland opeens een Kemps zeeschildpad aan in hun netten. Het jonge vrouwtje heeft een flinke tocht achter de rug: deze soort leeft normaliter in en rondom de Golf van Mexico. Vermoedelijk is ze meegevoerd door de Noord-Atlantische Drift, de constante zeestroom die West-Europa relatief warm houdt voor onze hoge breedtegraat. Vorige week spoelde een tweede Kemps zeeschildpad aan op het strand van Zoutelande. Beide dieren maken het naar omstandigheden goed. Diergaarde Blijdorp functioneert als landelijk opvang- en revalidatiecentrum voor zeeschildpadden. Het is de bedoeling dat ‘Boeier’ en ‘Bløf’ volgend jaar weer uitgezet worden in de buurt van Florida. Mogelijk zullen ze tijdelijk in het Mangrove-bassin te zien zijn voor bezoekers. Twee volwassen zeeschildpadden zijn permanent te zien vanuit de Haaientunnel.

Lockdown

Foto: Lucienne de Gier (BB-Facebook). Witkopgier.

Helaas weer een tegenvaller voor onze gevederde vrienden: de ophok- en afschermplicht is sinds november weer van kracht in heel Nederland. In juli werd officieel een punt gezet achter de langste griepepidemie onder vogels ooit in Europa, maar waarschijnlijk hebben we te vroeg gejuicht. De schuldige, het influenzavirus H5N1, gaat voornamelijk rond bij pluimvee en watervogels, maar er is geen fundamenteel verschil tussen vogelgriep en mensengriep. H5N1 is zeer gevaarlijk wanneer het overspringt op mensen en daarom wordt de zekere voor het onzekere genomen. Doorloopvolières gaan tot nader order weer op slot. Alleen de Okapi-Volière wordt risicovrij geacht en is geopend nu de witwangfluiteenden achter de schermen geplaatst zijn.

Inhaalslag

Dit is het laatste nieuwsbericht dat in 2023 zal verschijnen op het Blijdorper Bende Blog. Fijne feestdagen toegewenst, lieve lezers! Zodat iedereen up-to-date het nieuwe jaar ingaat, is deze nieuwskatern extra lang en delen we nog wat nieuwtjes die we eerder over het hoofd zagen. Daarbij delen we ook wat informatie uit de meest recente uitgave van het Vriendennieuws, die normaliter pas over een paar maanden openbaar zouden worden. Graag vragen we van jullie een kleine wederdienst: overweeg om in 2023 lid te worden, schenk een geliefde een lidmaatschap als cadeau of doe een kleine donatie aan Blijdorp. Dankjewel!

Mhorr-Shuffle

Foto: Cor de Gier (BB-Facebook). De nieuwe Mhorr-man.

Een drukte van belang bij de Mhorr-gazelles. Sinds de dood van bok Jengo in 2020 moeten de dames het zonder een aanvoerder stellen. Dat wil nog wel eens voor frictie en gekibbel zorgen. Daarom is Blijdorp al een paar jaar naarstig op zoek naar een nieuw mannetje, wat qua papierwerk een flinke kluif bleek met alle transportrestricties die de revue blijven passeren. Deze zomer heeft de dierentuin daarom noodgedwongen een volgroeide zoon van een van de vrouwtjes teruggehaald. Hij heeft vrij resoluut de vrede hersteld, maar inteelt is natuurlijk niet wenselijk. Inmiddels is hij daarom op doorreis gegaan naar Wenen en hebben de dames eindelijk kennisgemaakt met fokman Theo uit Planckendael. Eind goed, al goed!

Cadeautjes

Foto: Patty Kloosterman (BB-Facebook). Vuursalamanders.

Ken je die mop van Blijdorp die niet probeert te fokken met de vuursalamanders? In april zagen opnieuw 14 ‘ongelukjes’ het levenslicht achter de schermen. Diergaarde Blijdorp biedt aan Stichting RAVON een omgebouwde container aan waar zij deze amfibieën mogen ‘opslaan’. Het idee is dat Stichting RAVON de fok voor rekening neemt en dat de jonge salamanders in Blijdorp op geslacht gescheiden worden. Maar ja, een fout zit in een klein hoekje… Een deel van de jongen is nu te zien in het Natuurbehoudscentrum. Dat geldt ook voor de Maleise wandelende bladeren, waarbij dit jaar maar liefst 150 eieren uitgekomen zijn. Over eieren gesproken: dit jaar hebben de Egyptische landschildpadden hun best weer gedaan, maar uit angst voor woningnood zijn de eieren uiteindelijk vernietigd. Blijdorp coördineert het Europese populatiemanagement programma voor deze kritiek bedreigde reptielen. Na het versturen van drie mannetjes naar Apenheul en de ontvangst van één mannetje uit Neurenberg staat de teller in Rotterdam nu op negen dieren.

In memoriam

Foto: Cor de Gier (BB-Facebook). Bongo-vrouwtje Kaylah.

Helaas meldt Vriendennieuws 2023-4 ook een paar sterfgevallen. Te beginnen bij de oostelijke bongo’s: daar is het oude vrouwtje Kaylah na een kort ziekbed geëuthanaseerd. Bij sectie bleek ze last te hebben van meerdere ouderdomskwaaltjes. Jammer, want de introductie van de nieuwe bongovrouw Cheza verliep eindelijk goed. Ook bij de Noord-Afrikaanse struisvogels staat een dame minder. Een van de vrouwtjes kampte van jongs af aan al met klachten aan één poot, waarschijnlijk een probleem met de botgroei. In augustus constateerde de dierenarts dat er geen uitzicht was op een waardig bestaan. Op de Savanne stappen nu nog één mannetje en één vrouwtje. Bijzonder droevig is ook de dood van twee Raggi’s paradijsvogels achter de schermen. In 2016 ontving Blijdorp een viertal uit de San Diego Zoo. De nog jonge en schuchtere vogels verbleven sindsdien achter de schermen, in de hoop dat ze daar tot voortplanting zouden overgaan. Er zijn wel eens onbevruchte eieren gevonden, maar daar zal het dus ook bij blijven. Eén mannetje is nu nog over van het oorspronkelijke groepje, het staat niet vast wat er met hem zal gebeuren. Zeer recent zijn ook een vrouwelijke baardaap en een mannelijk bosrendier overleden, beide flink op leeftijd en versleten.

Eindstand

Foto: Marja Suurs (BB-Facebook). Koningspinguïns (archieffoto).

Tijdens het broedseizoen is het best lastig om bij te houden welke vogels er nou allemaal op het nest zitten. Daarom blikt Blijdorper Bende in december altijd kort terug op het reilen en zeilen van enkele grote volières. De Noordzee-vogels bij Bass Rock beleefden een goed seizoen, met de geboorte van één papegaaiduiker, twee zeekoeten en drie drieteenmeeuwen. Even verderop in het Oceanium, bij Falklands, blijft de opbrengst steken op drie koningspinguïns. De jonge ezelspinguïn leek op te knappen nadat hij van zijn nalatige ouders overgeheveld werd naar een pleegkoppel, maar heeft het uiteindelijk toch niet gered.

Foto: Céline Alders (BB-Facebook). Rüppells gieren (archieffoto).

Een heel ander verhaal bij de Gierenrots. Dit jaar beleefde Blijdorp een record met maar liefst tien jonge Rüppells gieren in de broedmachine, wat ermee te maken had dat ook de eieren uit Avifauna naar Rotterdam gebracht werden. Om deze bijzondere generatie van liefdevolle ouders te voorzien, is een groot deel van deze kuikens weer op doorreis gegaan naar Avifauna, Beekse Bergen en DierenPark Amersfoort. Een soortgelijke ‘eiercarrousel’ resulteerde in de geboorte van drie witkopgieren (twee naar Avifauna, eentje overleden in Blijdorp) en een witruggier. Wat de huisgenoten betreft: er is één maraboe uitgevlogen, de kapgieren, secretarisvogels en zwarte wouwen sloegen een jaartje over.

Pril geluk?

Foto: Jolanda Veldhoen (BB-Facebook)

De Blijdorp-Paradox: de Rotterdamse Diergaarde beleeft soms fenomenale successen met erg kieskeurige en uitdagende dieren, maar worstelt met de ‘ABC’-soorten. Zo ook de stokstaartjes, waar een nieuw hoofdstuk wordt toegevoegd aan een érg lange soap. Een geheugensteuntje: nadat de Zuid-Afrikaanse roofdiertjes oorspronkelijk naar de Krokodillenrivier verhuisden, werden er nooit meer jongen gezien. Vermoedelijk werden zij wel degelijk geboren af en toe, maar werden zij doodgebeten door jaloerse groepsgenoten. Het opdelen van de groep na de opening van het verblijf bij het Weverkopje in 2015 mocht niet baten. Vergrijzing was het gevolg en in 2020 stierf de kolonie definitief uit. Al snel arriveerde een nieuw koppeltje en begon Blijdorp met een schone lij. Dat resulteerde begin 2021 in een drieling en even leken de strubbelingen verleden tijd, totdat die zomer de nestkamer instortte en vrouwlief kwam te overlijden… Tja, hoe geef je dan een doorstart aan de groep, als de hele sociale dynamiek bij deze soort draait om alfakoppels en familiedynastiën? Blijdorp heeft nu zijn hoop gevestigd op een nieuw fokvrouwtje. Het klikt al snel met pa stokstaart, maar het kroost uit ’21 moest er inderdaad niets van weten. Eén zoon heeft inmiddels vrede gesloten, maar de twee andere kleintjes blijven voorlopig achter de schermen. Hopelijk brengt 2024 ook voor de stokstaartjes wat broodnodige rust en voorspoed.

Foto: Jolanda Berkelmans (BB-Facebook)

Blijdorp faseert gorilla’s uit: de wetenschap achter een lastige keuze

Foto: Jolanda Berkelmans (BB-Facebook). Gorilla Bokito (M, 1996-2023)

Op woensdag 8 november kondigde Diergaarde Blijdorp aan dat het park op termijn afscheid gaat nemen van de westelijke laaglandgorilla’s. “Deze beslissing komt voort uit Blijdorps aangescherpte missie en visie op het gebied van soortbehoud en natuurherstel. Om deze doelstellingen waar te maken moeten er soms lastige keuzes worden gemaakt, waar dit er een van is.” Online leidde dit meteen tot een stormloop aan verdrietige en negatieve reacties. ‘Gorilla’s horen bij Rotterdam’, klonk het veelal. Blijdorper Bende onderzocht het proces dat geleid heeft tot dit besluit.

Kritiek bedreigd

Een vliegensvlugge profielschets. Er bestaan vier verschillende gorillavarianten, met ieder een eigen verspreidingsgebied binnen het Congowoud van Centraal-Afrika. Deze staan alle vier onder druk, maar wel op verschillende manieren. Zo resteren van de berggorilla, uit het Virunggagebergte, slechts 1.000 individuen, maar leven deze in strikt beschermde reservaten. Op papier gaat het met de grauergorilla beter, met een totale populatie van 3.600, maar dat cijfer verhult de sterke mate van habitatversnippering en een relatief gebrek aan bescherming. De meest schrijnende casus is misschien wel de Cross Rivergorilla, uit het Nigeriaans-Kameroense grensgebied. Daarvan resteren slechts enkele honderden dieren.

Ondersoort numero vier is de westelijke laaglandgorilla. Met uitzondering van één oud vrouwtje in Zoo Antwerpen behoren alle gorilla’s in Europese dierentuinen tot deze variant. In het wild leven naar schatting zo’n 316.000 exemplaren, waarmee het verreweg de meest talrijke ondersoort is. Ook heeft de westelijke laaglandgorilla het grootste verspreidingsgebied van allemaal, dat ook nog eens gesitueerd is in een relatief intact deel van het Congowoud. Wel staat óók de westelijke laaglandgorilla als ‘kritiek bedreigd’ op de Rode Lijst, omdat de populatie vrij constant blijft krimpen en deze dieren zich langzaam voortplanten.

Natuurbehoud

Dat is, in een notendop, de stand van zaken met de westelijke laaglandgorilla: niet dramatisch, maar extra bescherming is wel wenselijk. Welke rol kunnen dierentuinen hierbij spelen? Behalve geld inzamelen en publiek bewustzijn stimuleren, is het herintroduceren van dieren in hun natuurlijke leefgebied de meest concrete manier waarop dierentuinen aan soortbehoud kunnen doen.

Foto: Patrick Kruizinga (BB-Facebook). Aybo (2014-) en Thabo (2015-).

Herintroducties kunnen verschillende doelstellingen hebben. In hele drastische situaties draait het puur om nummers spekken: een populatie van vijftig individuen maakt op termijn meer kans dan een populatie van tien individuen. Momenteel leven er ongeveer 450 westelijke laaglandgorilla’s in Europese dierentuinen, vergeleken met 316.000 individuen in het wild. Als álle gorilla’s uit gevangenschap morgen uitgezet zouden worden verspreid door het Congowoud, zou de impact hiervan dan ook verwaarloosbaar klein zijn.

Meestal vinden herintroducties dan ook met een specifieker doel plaats. Denk aan het herstellen van de gorillapopulatie op plekken die voorheen kampten met stroperij, of het verbinden van voorheen geïsoleerde groepjes. Ook kunnen herintroducties (uit gevangenschap) en translocaties (uit andere natuurgebieden) helpen met het waarborgen van genetische diversiteit.

Casus Batéké

Gorilla’s zijn vanwege hun complexe gedrag en sociale behoeftes bijzonder lastig om te herintroduceren in het wild. Zelfs verhuizingen tussen dierentuinen kunnen al zoveel stress teweeg brengen dat individuen permanent afwijkend gedrag ontwikkelen.

Toch speelt in het Batéké-plateau van Gabon en Congo-Brazzaville al sinds 1996 een herintroductieproject voor de westelijke laaglandgorilla. De drijfveer achter in het Batéké-project is de Aspinall Foundation, een organisatie die nauw verbonden is met de Britse dierentuinen Port Lympne en Howletts. De mensapen waren enkele decennia eerder verdwenen uit het gebied door stroperij, maar sindsdien was er een beschermd gebied opgericht en waren de omstandigheden weer beter geworden.

Foto: Amos Courage (Aspinall Foundation). Transport van Europese gorilla’s naar Gabon in 2003.

Bij herintroducties worden dieren nooit zomaar in het diepe gegooid. In plaats daarvan mogen de gorilla’s geleidelijk kennismaken met hun nieuwe omgeving en ontvangen ze nog enige tijd extra verzorging. Hoe dit er precies uitziet, wordt bepaald op basis van de groepssamenstelling. Een veelvoorkomende methode is het maken van boswandelingen samen met verzorgers, waarna de dieren vaak na enige tijd zelf besluiten dat ze ’s avonds niet meer teruggaan met de mensen. Deze ‘soft release‘ procedure neemt gemiddeld zo’n 15 maanden in beslag. Ook is er aan de Gabonese kant van de grens een riviereiland waar gorilla’s in een gemonitorde omgeving kunnen wennen aan het woud.

Bij het Batéké-project wordt veelal gebruik gemaakt van jonge gorilla’s die in het wild geboren zijn, maar via de stroperij op de illegale huisdierenmarkt beland zijn. Ook is een handjevol gorilla’s uit Europese dierentuinen uitgezet (voor het eerst in 1999, meest recent in 2021). Bij de 51 gorilla’s die tussen 1996 en 2006 uitgezet werden, stierf slechts één individu binnen zijn eerste jaar in het wild. Vermoedelijk was hij ’s nachts uit een boom gevallen en verdronken. Jaarlijkse sterfte- en geboortecijfers van de geherintroduceerde populatie komen overeen met die van natuurlijke gorillagemeenschappen, laten de schrijvers van hetzelfde rapport weten.

Foto: Aspinall Foundation. Gorilla Djongo in 2019, zes jaar nadat hij samen met zijn vader Djala uitgezet werd.

Sindsdien zijn nog eens twintig gorilla’s uitgezet. De meest ambitieuze herintroductie vond in 2014 plaats. Toen verhuisde voor het eerst een volledige familiegroep van Europa naar Gabon. Aan het hoofd van de familie stond zilverrug Djala, die in 1984 zelf het slachtoffer was geworden van stropers en sindsdien in Port Lympne Wild Animal Park vertoefde. Onderdeel van de groep waren ook vijf vrouwtjes (allemaal in Europa geboren, waarvan eentje door mensen grootgebracht was) en hun vijf jongen. Hoewel Djala vermoedelijk nog steeds in leven is, werd een groot deel van de groep al snel het slachtoffer van een aanval door een andere gorilla.

Keerzijde

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook)

Het Batéké-project wordt door de meeste wetenschappers en natuurbeschermers als succesvol gezien. Toch resteren er ook nog uitdagingen. Zo zijn de geherintroduceerde gorilla’s meestal niet bang voor mensen, wat nog wel eens resulteert in jongvolwassen mannetjes die lokale dorpen betreden of agressie vertonen naar bezoekers van het reservaat. Oudere dieren lopen meer risico’s bij herintroductie dan jongvolwassenen. Ook stelt de IUCN (de organisatie die de Rode Lijst bijhoudt) dat het herintroduceren van dierentuingorilla’s minder wenselijk is dan het uitzetten van gorilla’s uit lokale opvangcentra en het overplaatsen van wilde gorilla’s uit onveilige leefgebieden.

Het Europese populatiemanagement programma (EEP) voor de westelijke laaglandgorilla kán dus concreet bijdragen aan natuurherstel. De Europese dierentuinpopulatie is stabiel en genetisch gezond, dus dit kan de komende decennia ook voortgezet worden. Tegelijkertijd gaat het daarbij tot op heden om vrij specifieke voorbeelden en slechts een handjevol geherintroduceerde individuen. Om te stellen dat de westelijke laaglandgorilla in zijn voortbestaan echt afhankelijk is van dierentuinen, is overdreven. Zelfs de EAZA (Europese vereniging van dierentuinen) stelt openlijk dat educatie, niet soortbehoud, het primaire doel van het huisvesten van gorilla’s in gevangenschap is.

Foto: Jim Louwerens (BB-Facebook). Het Mensapengebouw maakt onderdeel uit van de monumentale Rivièrahal.

Als één ding overduidelijk naar voren komt uit het Masterplan 2050, is het dat educatie alleen niet langer voldoende rechtvaardiging is voor toekomstige investeringen. Nieuwe ontwikkelingen in Blijdorp moeten concreet gekoppeld zijn aan natuurherstel. En er zijn zeker investeringen gemoeid met de gorilla’s. Hun binnenverblijf stamt uit 1940: het is te klein, te monotoon en biedt te weinig privacy. Een verbouwing kan niet lang meer op zich laten wachten – al is het maar omdat de verf van de muren afbladert en de meeste balken in het Rivièrahal-complex volledig afgeschreven zijn. Gedurende zo’n verbouwing zou een alternatief heenkomen voor de gorilla’s gezocht moet worden. Omdat de Rivièrahal een rijksmonument is, is een hoger niveau van dierenwelzijn hier eigenlijk niet haalbaar. Dat is ook de reden dat Blijdorp de afgelopen jaren speelde met sfeerimpressies van een compleet nieuw gorillaverblijf. Een miljoenenproject. En wanneer je het hebt over je eco-impact maximaliseren, kunnen die miljoenen wellicht beter gebruikt worden voor andere zaken. In essentie is dit de knoop waarmee de Diergaarde in hun maag zat. Een knoop die afgelopen woensdag definitief werd doorgehakt.

Timing

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook). Bokito’s kinderen Ajabu (M, 2022-) en Ayba (V, 2010-).

Dat brengt ons tot afgelopen woensdag: waarom trekt Blijdorp er nú de stekker uit? Waarom wacht het park niet tot de restauratie van de Rivièrahal daadwerkelijk nadert?

Dat lijkt voort te komen uit de toch al chaotische situatie in de gorillagroep. Met de onverwachtse dood van zilverrug Bokito dit voorjaar is de fok in Rotterdam stilgevallen. Wat resteert zijn de twee volwassen vrouwtjes Aya en Tamani en diens kinderen. Met uitzondering van de in 2022 geboren Ajabu zijn die kinderen allemaal al wat ouder. Zo schreef Blijdorper Bende al in 2018 (ietwat voorbarig) dat Ayba op het punt stond om uit te vliegen.

De realiteit is dat het EEP van de gorilla’s een erg complexe schuifpuzzel is. Het samenstellen van nieuwe groepen brengt altijd risico’s met zich mee, dus verhuizingen worden eerst nauwkeurig uitgedacht. De genen van Aya zijn al rijkelijk vertegenwoordigd in Europa, dus het vinden van een onverwante partners voor haar nageslacht is een hele uitdaging. Mannetjes zijn ook altijd lastig te plaatsen, want eenmaal volgroeid dulden zij elkaars aanwezigheid niet. Er is een tekort aan dierentuinen die de benodigde faciliteiten hebben voor zulke bachelorgroepen. Kortom: als de fokcoördinator een potentieel heenkomen vindt voor de Rotterdamse pubers, moet er snel geschakeld worden.

Foto: Nel Hoekstra (BB-Facebook). Tamani (V, 1993) en Thabo (M, 2015-).

Blijdorper Bende vermoedt dat dat de doorslaggevende factor was achter het besluit om nú de gorillagroep op de schop te doen. In plaats van tijdelijk een nieuw evenwicht proberen te creëren in de Rivièrahal, nu de pleister van de wond trekken en de gorilla’s een stabiele toekomst elders gunnen. Recent kwam voor Aybo een plekje vrij in Zoo Arcachon Basin en afgelopen woensdag is hij vertrokken. Tamani kan waarschijnlijk samen met haar jongen Tonka en Thabo verhuizen naar een Italiaanse dierentuin. Voor Aya, Ayba en Ajabu wordt nog gezocht naar een geschikt heenkomen. Blijdorp vermeldt erbij dat het nog wel enkele jaren kan duren voordat deze uittocht voltooid is.

Op hun website schrijft Blijdorp: “Als alle gorilla’s verhuisd zijn en er nog niet wordt verbouwd, kan het verblijf mogelijk als tijdelijke opvanglocatie worden gebruikt. Het besluit over de gorillagroep is afgestemd met de coördinator van het populatiemanagement programma.” Hiermee doelt het park mogelijk op het huisvesten van een jongvolwassen mannetjes. Zoals eerder al aangestipt werd, is er veel behoefte hiernaar binnen het populatiemanagement programma. Momenteel zijn er voor iedere vijf vrouwtjes ongeveer vier mannetjes in Europa. Die disbalans heeft te maken met de oude ‘importgeneratie‘, die voornamelijk uit vrouwelijke gorilla’s bestond. De komende jaren zal die ratio steeds verder naar één op één verschuiven.

Blijdorper Bende is een onafhankelijke organisatie. Meningen en uitspraken op deze website vertegenwoordigen niet noodzakelijk de standpunten van Diergaarde Blijdorp.

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook)

Masterplan 2050: tien soorten, acht gebieden, één doel

In het bijzijn van medewerkers, onderzoekers en zakenpartners heeft Diergaarde Blijdorp vandaag het Masterplan 2050 officieel gepresenteerd. Al enkele jaren is het park achter de schermen bezig met een fundamentele hervorming: van dierentuin met natuurbehoudsagenda naar natuurbeschermingsorganisatie met een levende have. Het nieuwe motto: Beleven, Beschermen, Blijdorp!

Daad bij woord

In 2020 presenteerde de Diergaarde nog vol trots het ‘Masterplan 2030‘, een routekaart vol peperdure ingrepen en met ambitieuze doelstellingen. Weinig mensen zal het verbazen dat dit vlekkenplan de tand des tijds – te weten de pandemie, een financiële crisis en enkele bouwtechnische tegenvallers – niet heeft weten te doorstaan. De afgelopen jaren wist Blijdorp amper zijn hoofd boven water te houden en heeft het park zijn prioriteiten flink tegen het licht moeten houden.

“Je kan zeggen dat we experts zijn in soortbehoud, maar waartoe leidt dat? We willen toe naar een hoger doel: natuurherstel. Dat is de transitie waar we nu voor staan. En dat betekent dat onze échte impact buiten het park ligt”, aldus directeur Erik Zevenbergen. Hoewel er nog geen kant-en-klare plattegronden en bouwplannen liggen, schetst Zevenbergen het beeld van een drastisch andere Diergaarde. Een nauwkeurig samengesteld lijstje van bedreigde dier- en plantensoorten staat centraal, de rest van het park wordt eromheen gecreëerd.

De TIEN van Blijdorp

Zevenbergen: “Niemand heeft iets aan een beloftevol verhaal, dat vaag en ver weg is. Het Masterplan 2030 moest scherper. Nou, daar zijn tien doelsoorten uit naar voren gekomen en ik denk dat dat de crux van het Masterplan 2050 is.” De komende tien soorten spelen de komende decennia de hoofdrol in Diergaarde Blijdorp:

– Aziatische olifant (Elephas maximus)
– Dwergnijlpaard (Choeropsis liberiensis)
– Rode panda (Ailurus fulgens)
– Rüppells gier (Gyps rueppellii)
– Kroeskoppelikaan (Pelecanus crispus)
– Antilliaanse leguaan (Iguana delicatissima)
– Annam-waterschildpad (Mauremys annamensis)
– Vleten (Dipturus spp. batis & intermedius)
– Doktersvissen (Acanthuridae spec.)
– Rwanda warmwaterlelie (Nymphaea thermarum)

Zevenbergen vertelt: “Er is een lijst van 42.000 bedreigde soorten wereldwijd, maar daar kiezen we er tien van. Daarmee hebben we al de expertise en daarvan denken wij dat we ze van de Rode Lijst áf kunnen helpen.” In zijn beleidsplan spreekt Blijdorp de ambitieuze wens uit dat geen van deze soorten anno 2050 meer als bedreigd in hun voortbestaan gezien worden.

Hoe dat bereikt gaat worden, verschilt per soort. Zo is Blijdorp reeds de wereldwijde populatiemanagement coördinator van de rode panda en de voornaamste partner van het Red Panda Network, zowel qua expertise als qua geld. Voor de doktersvissen zet Blijdorp vooral in op hun eigen project RoffaReefs, wat een veilige kraamkamer voor jonge vissen creëert. Een terugkerende term is ‘Blijdorp Hub’: een permanente, fysieke aanwezigheid van de Diergaarde in onder andere Nepal en Bonaire.

Natuur Dichtbij

Concreet: hoe ziet Diergaarde Blijdorp anno 2050 eruit? Dat is immers waar de meeste mensen vooral nieuwsgierig naar zijn. De TIEN van Blijdorp gaan leidend zijn in alle toekomstige verbouwingen. Daadwerkelijke plattegronden, sfeerimpressies soortenlijstjes en streefdata zijn allemaal nog niet bekend. Neem het onderstaande dus met een korreltje zout.

Foto: Patty Kloosterman (BB-Facebook). Kroeskoppelikaan.

De continentale indeling, die in de jaren ’90 en ’00 geleidelijk ontwikkeld is, gaat minder strikt gehandhaafd worden. In plaats daarvan wordt Blijdorp opgedeeld in acht thematische werelden. Sommigen vertegenwoordigen bepaalde geografische regio’s, sommigen niet. Neem ‘Natuur Dichtbij’: in feite is dit een kleine facelift voor het bestaande Europa-gebied. De kroeskoppelikaan wordt officieel aangewezen als één van de tien impactsoorten van Blijdorp. Nog vóór 2030 wil de dierentuin de pelikaan herintroduceren in Nederland. Ook gaat de Diergaarde bezoekers aanmoedigen om hun tuinen biodivers in te richten en sluit het park nieuwe partnerschappen met Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten.

Wel lijkt het erop dat Australië (lees: de wallaby’s) definitief zal worden opgeslokt door dit nieuwe gebied. Van oudsher spelen Westerse dierentuinen geen grote rol bij natuurbescherming in deze regio.

African Plains, Asian Corridors & Himalayan Peaks

Foto: Annemieke de Wit (BB-Facebook). Rüppells gier.

Daar staat tegenover dat natuurbehoudsprojecten in Afrika wél veelal afhankelijk zijn van Europese ondersteuning. De huidige Savanne-biotoop wordt dan ook grotendeels gehandhaafd, maar dan als ‘African Plains’. Liefhebbers van de giraffen en zebra’s kunnen dus opgelucht ademhalen. De Rüppells gier wordt de officiële impactsoort van dit gebied, met op korte termijn de aftrap van nieuwe genetische en ethologische onderzoeken. Naar verwachting zal een nieuw perk voor de zwarte neushoorns onderdeel gaan uitmaken hiervan. Details laten nog op zich wachten.

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook). Aziatische olifanten.

Ook voor een andere publieksfavoriet is ruimte in het Blijdorp van 2050: de Aziatische olifant. De Diergaarde hoopt op zeer korte termijn het perk uit te breiden van deze impactsoort (zie HIER) en dit megaverblijf wordt het kloppende hart van het nieuwe themagebied ‘Asian Corridors’. Dit is een knipoog naar de ‘oliducten’ die waarschijnlijk onderdeel gaan uitmaken van het nieuwe olifantenperk, maar ook naar de tien faunapassages die Blijdorp anno 2050 gerealiseerd wil hebben in Zuid- en Zuidoost-Azië. Ook faciliteert Blijdorp voortaan debatten over mens-dier conflicten, met als doel de maatschappelijke acceptatie van de wolf in Nederland te verhogen.

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook). Rode panda.

Het Himalaya-gebied met de rode panda’s (impactsoort numero vier), voortaan ‘Himalaya Peaks’ geheten, wordt ook min of meer toekomstbestendig geacht in z’n huidige vorm. Binnen vijf jaar hoopt Blijdorp als mondiale populatiecoördinator bij te dragen aan de herintroductie van twintig rode panda’s in het wild. Ook wil Blijdorp de komende vijf jaar één miljoen bomen planten in het Ilam-district van Nepal.

Last Resort, Duurzame Noordzee & Caribbean Seas

Foto: Stichting ReHerp. Annam-waterschildpad.

De resterende vier themawerelden vertegenwoordigen drastischere koerswijzigingen. Grofweg op de plek van de Maleise Bosrand en Chinese Tuin verschijnt ‘Last Resort’. De geografische indeling hier wordt minder strikt gehandhaafd. In plaats daarvan ligt de nadruk op het tonen van dieren en planten die voor hun voortbestaan sterk afhankelijk zijn van dierentuinen. Denk aan de reeds aanwezige Visaya-wrattenzwijnen en Prins-Alfredherten, die beide als kritiek bedreigd op de Rode Lijst staan. In die zin wordt Last Resort voorgesteld als complementair aan het reeds bestaande Natuurbehoudscentrum in het Oceanium, maar dan voor groter wild.

Foto: Mark Large (dailymail.co.uk). Rwandese warmwaterlelie.

Ook hier is het nog even wachten op bouwtekeningen, maar de verwachting is dat zowel het Longhouse als het Aziëhuis na dertig jaar dienst hun pensioen naderen. De Annam-waterschildpad en Rwandese warmwaterlelie, momenteel achter de schermen, worden genoemd als impactsoorten. Als ecologisch doel noemt Blijdorp de realisatie van drie gloednieuwe back-up populaties voor ernstig bedreigde soorten.

Foto: Eelko Tuurenhout (BB-Facebook). Antilliaanse leguaan.

Even naar de andere kant van de dierentuin: ook het Oceanium zal een kleine transformatie ondergaan. Blijdorp wil meer nadruk leggen op de Noordzee en de Caraïben. Dat houdt vooral een intensivering van de bestaande iniatieven in (impactsoorten: vleet, Antilliaanse leguaan, doktersvis). Er staat nog niks vast, maar mogelijk houdt dit in dat er meer Noordzee-bewoners geplaatst zullen worden in het grote bassin van de Haaientunnel en dat het Great Barrier Reef (weer) wordt omgeschakeld naar een Caraïbisch koraalrif.

Foto: Sebastiaan de Bruyn (BB-Facebook). Doktersvissen.

Tot de ecologische doelen op korte termijn behoren: het oprichten van een fok- en opvangcentrum in het Caraïbisch gebied; het opstellen van een ‘vruchtbaarheidskalender’ voor Caraïbische vissers; deelname aan verschillende Noordzee-werkgroepen; en het aanmoedigen van diervriendelijke windmolenparken.

African Jungle

Het meest spraakmakende nieuwtje hebben we natuurlijk voor het laatste bewaard. Het gerucht deed al even de ronde, maar nu is het definitief: Diergaarde Blijdorp neemt definitief afscheid van zijn Noord-Amerikaanse en Zuid-Amerikaanse inwoners. Daaronder vallen onder meer de ijsberen, vicuña’s en vlinders. Het is niet bekend wat er gaat gebeuren met de ara- en ibisvolières die momenteel gebouwd worden. Geleidelijk zal de Oceanium-zijde van de dierentuin getransformeerd worden tot ‘African Jungle’. Hiermee speelt Blijdorp in op de verwachte ‘groeipijn’ in Centraal- en West-Afrika de komende decennia. Deze straatarme en veelal onrustige regio gaat een immense groei in bevolking en levensstandaarden tegemoet. Duurzame ontwikkeling is dan ook iets wat Blijdorp zoveel mogelijk wil aanmoedigen en faciliteren, juist in dit vroege stadium.

Foto: Patty Kloosterman (BB-Facebook). Dwergnijlpaard.

Concreet laat Blijdorp weten dat de African Jungle waarschijnlijk de vorm van een imposante tropenhal zal aannemen, niet geheel ongelijk aan Burgers Bush. Als potentiële inwoners noemt Blijdorp de witkruinmangabeys, bongo’s, pantserkrokodillen, karmijnrode bijeneters en okapi’s. Voor de dwergnijlpaarden (impactsoort) is ook een prominent plekje weggelegd. Mogelijk dat ook de westelijke laaglandgorilla’s uiteindelijk meegenomen worden. Er wordt gebruikgemaakt van virtual reality om de bezoeker kennis te laten maken met de schadelijke keerzijde van consumptiehonger. Blijdorp wil hier tevens een podium bieden aan bedrijven met het duurzaamheidscertificaat van B Corp.

Eindbalans

Bij het Masterplan 2050 hoort ook een gloednieuwe website en app voor Diergaarde Blijdorp. Daar is het volledige plan terug te vinden.

Foto: Jim Louwerens (BB-Facebook). Veel inwoners, waaronder de ijsberen, zullen in 2050 niet meer te zien zijn in Blijdorp.

Wie tussen de lijntjes van het Masterplan 2050 leest, zal het opvallen dat Blijdorp écht kritisch gereflecteerd heeft op wat het park nou realistisch kan betekenen op het gebied van natuurbehoud. Door afscheid te nemen van het merendeel van de Arctische, Amerikaanse, Australische en Pacifische collectie ziet de Diergaarde onder ogen dat deze landen steeds beter in staat zijn om hun eigen ecologische beleid te voeren. Ook besluit Blijdorp zeer bewust om de (extensieve) samenwerking met sommige organisaties op te zeggen, ten gunste van intensivering van andere dossiers.

Wel zal het menig bioloog pijnigen dat enkele vergeten ecosystemen in crisis links blíjven liggen. Denk aan het steeds drogere Noord-Afrika, Midden-Oosten en Centraal-Azië. Ook het uiterst diverse Madagaskar is een opmerkelijke afwezige op het lijstje. Tevens gaat er vooral aandacht uit naar (grote) zoogdieren en vogels. Dat, terwijl de nood in regel hoger is bij reptielen, amfibieën, vissen, ongewervelden, planten en schimmels. Tegelijkertijd is het niet ongebruikelijk om ‘aaibare’ iconen te gebruiken als boegbeeld voor de rest van het milieu. Hoe het Masterplan 2050 uiteindelijk uitpakt, zal ‘m grotendeels zitten in de nuances van de implementatie ervan.

Diergaarde Blijdorp heeft de afgelopen 166 jaar vele gezichten gehad. Daarbij is de nadruk steeds meer gaan liggen op dierenwelzijn en natuurbehoud. Het Masterplan 2050 voegt een nieuwe gedaante toe aan dat lijstje, die deze gestage trend in vele aspecten belichaamt. Optimistisch gaan we de toekomst tegemoet.

African Plains
« van 8 »

Rust zacht, lieve Irma: olifanten-oma (53) overlijdt in Diergaarde Blijdorp

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook)

De vlag hangt halfstok in Rotterdam. Rondom Taman Indah, een uithoekje van Diergaarde Blijdorp waar het normaal bruist van het leven, hangt een sombere sfeer. Een van de oudste en geliefdste inwoners van de dierentuin heeft in de late uurtjes van 24 september vredig haar laatste adem uitgeblazen. Aziatische olifant Irma is niet meer. Blijdorper Bende blikt terug op de 53 jaar waarin zij onze tuin bekroonde.

Blauw bloed

Foto: Erik Siemonis (BB-Facebook). Irma (voor) met haar moeder.

Irma’s ouders, mannetje Chieng Mai en vrouwtje Buag Hah, werden in 1962 op zeer jonge leeftijd door het Thaise koningshuis geschonken aan de Deense monarchie. In 1970 kwam hun eerste kind ter wereld, een dochter. Zoals zo’n koningsbaby vanzelfsprekend toebehoort, werd ze Irma gedoopt: vernoemd naar een supermarktketen in Kopenhagen…

Het waren andere tijden wat betreft dierenwelzijn. In 1975 werd Irma van haar moeder gescheiden om te verhuizen naar Diergaarde Blijdorp. Bij aankomst in Rotterdam kreeg ze een plekje in de Dikhuidenvleugel van de Rivièrahal. Hier sloot ze zich aan bij een onnatuurlijk lappendeken: Sonny, Aida en Menika, drie wildgevangen koeien zonder enige verwantschap. Erg liefdevol werd Irma niet ontvangen, al ontstond tussen Sonny en Irma al snel wederzijds respect en vertrouwen. ’s Nachts werden ze op een rij gezet in de stal, één poot urenlang vastgeketend aan een pilaar. Het moet een ongelofelijk zware periode geweest zijn.

Zo gebrekkig als de huisvesting was, zo ambitieus was Blijdorp. De Diergaarde was toentertijd uniek in het opzicht dat ze zich ook waagden aan een mannelijke olifant. Veel andere dierentuinen vonden het veel te riskant om zo’n vijf ton zware, wispelturige spierbundel te huisvesten. Ramon, zo heette de kolos uit Hannover.

De Rotterdamse verzorgers droomden van iets waar nog geen enkele Nederlandse ZOO in geslaagd was, maar de Denen en Duitsers al wel: jonge dikhuidjes. Zo zou Blijdorp onafhankelijk worden van de schimmige Zuidoost-Aziatische import.

Het had heel wat voeten in de aarde om Irma en Ramon vredig bij elkaar te plaatsen. Eigenlijk was Irma zelfs op haar oude dag nog erg onrustig in het bijzijn van bullen. Wat niet hielp is dat Ramon bij vlagen worstelde met zijn gezondheid. Toch accepteerde Irma Ramon uiteindelijk en vanaf dat moment waren de verzorgers innig aan het duimen.

Twee stappen vooruit, één achteruit

Foto: Nationaal Archief. Irma met haar dochter Bernhardine.

Op 16 juni 1984 gebeurde het. Onrustig geschuifel, een zachte plof en vervolgens een heleboel consternatie. Nog voordat Irma met haar slurf naar achteren kon reiken, zat een heel team verzorgers eromheen. Blijdorp had haar langverwachte prinses gekregen, met een matchende naam: Bernhardine, naar de vader van Beatrix.

Dagenlang hield de stormloop van Rotterdammers aan, maar echt lang heeft het prille geluk niet mogen duren. ‘Dina’ ontwikkelde al snel een reputatie als onhandelbaar en verdween in ’85-’86 daarom tijdelijk naar Krefeld, waar men haar gedrag hardhandig probeerde te corrigeren. Achteraf gezien was dat een verschrikkelijke keuze: het duurde jaren voordat Bernhardine weer gezonde relaties kon opbouwen met anderen, met zowel olifanten als verzorgers. Op gedragscorrecties van andere olifanten reageerde ze nog slechter dan voorheen. Ook haar relatie met Irma was nooit echt hetzelfde hierna.

Terug naar Irma: in ’88 nam ze ene Douanita onder haar hoede. Zij was een wildgevangen olifantje uit Vietnam met Tsjechoslowakije als eindbestemming, ernstig vermagerd na maanden op zee en bovendien zonder het benodigde papierwerk. In 1990 volgde de geboorte van Yasmin. In tegenstelling tot Irma’s eerste bevalling waren er ditmaal geen verzorgers aanwezig in de kraamstal op het moment suprême.

Zachtaardige matriarch

Taman Indah werd in 1994 in gebruik genomen en luidde een nieuw tijdperk op het gebied van dierenwelzijn in. Niet alleen hadden de dieren hier veel meer bewegingsruimte en was het verblijf natuurlijker ingericht, maar ook aan het nodeloos separeren van de dieren ’s nachts kwam een einde. Dat gold ook voor Irma’s derde bevalling in 1995: de kleine Indira werd direct omringd door ‘hulptantes’ Sonny en Bernhardine. Dierentuinen over de hele wereld deden inspiratie op in de Maasstad.

Dat wil niet zeggen dat het alleen maar rozengeur en maneschijn voor Irma. In ’96 vertrok Bernhardine (alweer), in ’97 overleed Sonny en in ’98 stierf Indira. Veel toeverlaten van Irma vielen dus binnen korte tijd weg, wat samenviel met de komst van allerlei onverwante vrouwtjes uit andere parken. Er brak een leiderschapsstrijd uit, die er behoorlijk fel aan toeging. Pas in 1999 vertrokken de ‘dissidenten’ naar Engeland en was Irma’s positie als matriarch veiliggesteld.

Irma’s leiderschap was nooit erg strikt. Op momenten dat het nodig was, stond ze haar mannetje – zo blikken de verzorgers nog altijd terug op hoe resoluut Irma de kudde naar het buitenverblijf leidde na het afscheid van Sonny’s lichaam. Echter, net als Sonny, krabbelde ze soms terug als er ruzie uitbrak. Écht dominant kon je haar niet noemen.

Vlak voor de eeuwwisseling keerde Bernhardine weer terug naar Rotterdam, op de hielen gevolgd door Irma’s bevalling van Bangka in 2000. In de jaren die volgden, begonnen ook Bernhardine, Yasmin en Douanita zich te ontplooien tot moeders. In 2004 beviel Irma voor de vijfde keer en wel van haar enige zoon, Sibu. Op het eerste gezicht klinkt dit perfect: een big happy family.

Toch lag Bernhardine nog altijd lastig in de groep en die family begon met al dat geboortenieuws wel érg big te worden. Daarom werd in 2006 de knoop doorgehakt: Bernhardine werd definitief gescheiden van Irma en vertrok naar het Ierse Dublin. Zusje Yasmin, met wie ze een hechte band had, ging haar daar vergezellen. Dat had Irma haar welverdiende rust moeten geven. In tegendeel: toen ging het pas écht goed mis.

Horrorbevalling

Foto: Diergaarde Blijdorp. Irma’s operatie vond plaats terwijl ze bij bewustzijn was.

In december 2007 luidden weeën het einde van Irma’s zesde zwangerschap in. Maar in plaats van het gebruikelijke patroon van toenemende frequentie en intensiteit, doofden de weeën na verloop van tijd uit… Begin januari 2008 oordeelde de dierenarts dat het jong in de baarmoeder gestorven was en grof gezegd werkte Irma’s lichaam niet mee.

Meer dan een jaar lang heeft Irma zo rondgelopen, ogenschijnlijk zonder er echt last van te hebben. De dierenarts hield haar gezondheid nauwlettend in de gaten en op de echo’s was zichtbaar dat het dode kalf in een soort mummie aan het veranderen was. Het was een uiterst precair evenwicht.

Foto: Carla Dekkers (BB-Facebook)

Dat evenwicht werd uiteindelijk medio 2009 verstoord door de bevalling van Douanita. Irma was vrij letterlijk aan het meepuffen en een piek in hormonen zorgde voor een nieuwe golf weeën. Het kalf moest er nú uit, maar zelfstandig lukte het Irma niet. Haar opvoeding was wellicht traumatisch en onethisch, maar al dat hands-on contact had ervoor gezorgd dat Irma op haar gemak was rond mensen. Dat heeft haar leven uiteindelijk gered.

Foto: Carla Dekkers (BB-Facebook). Irma, de ochtend na haar operatie.

Een hele ploeg dierenartsen, verzorgers en zelfs directeur Damen hebben uiteindelijk meer dan 24 uur lang geploeterd om het jong in delen te verwijderen uit Irma’s baarmoeder. Ze moest bij bewustzijn blijven, dus enkele verzorgers stelden haar tijdens de hele ingreep gerust door haar slurf vast te houden en haar lekkernijen toe te stoppen. De spanning was om te snijden. Het mag een wonder heten dat Irma relatief snel weer de oude was. Haar dagen als moeder lagen echter definitief in het verleden.

Met pensioen

Nog twee keer zou het leiderschap van Irma beproefd worden. Na het vertrek van Bernhardine merkte Douanita op dat haar pleegmoeder niet langer vergezeld werd door een dominante, hardhandige dochter. In 2012 begon die ruzie uit de hand gelopen, het schaadde duidelijk het welzijn van Irma. Er zat niets anders op: Douanita vertrok, samen met haar nog jonge dochter Tonya.

De oudste dochter van Douanita, Trong Nhi, bleef hoogzwanger achter in de Maasstad. Achteraf gezien was dat wellicht ook niet de beste keuze, want de appel viel niet ver van de boom. In 2019 dreigde de groep zichzelf wederom aan flarden te scheuren. Daarna is een nieuw heenkomen gevonden voor Trong Nhi en haar dochter Nhi Linh in Washington DC. Dat concludeerde het lange transitieproces: van ratjetoe in de Dikhuidenvleugel naar natuurgetrouwe familiegroep in Taman Indah.

Irma heeft een bewogen leven geleid. De littekens van haar vroege jaren zijn nooit helemaal weggetrokken: menig middag stond ze haar hoofd heen en weer te slingeren, weaven heet dat. Het is de enige beweging die ze kon maken toen ze ’s nachts opgesloten werd vroeger. Tegelijkertijd was het slotstuk van haar leven erg vredig: geen stress over bullen of concurrenten meer, slechts ruim de tijd om te zorgen voor haar kleinkinderen. Met Radjik, Bangka’s zoontje uit 2021, kon ze het altijd erg goed vinden. In 2022 werd Bangka’s dochter Faya voor het eerst moeder en bewees Irma dat ze ook de perfecte overgrootmoeder is. Als één woord Irma omschrijft, is het wel ‘zachtaardig’: ondanks alle beproevingen is ze tot op haar sterfdag een zorgzaam en liefdevol individu gebleven. Bewonderenswaardig.

Buiten zicht

Aan Irma’s bloedlijn is nog lang geen einde gekomen. In Dublin Zoo komt de ‘rebelse’ Bernhardine goed tot haar recht als opperolifant. Samen met Yasmin staat ze aan het hoofd van een indrukwekkende dynastie, met in totaal negen kinderen en drie kleinkinderen. De jongvolwassen mannetjes zijn inmiddels tot in Amerika en Australië uitgevlogen. Irma’s zoon Sibu is in recente jaren twee keer vader geworden. Een zus van Irma, Schottzie, is ook nog in leven. Zij woont in de VS.

En hoe zit het met pleegdochter Douanita? In 2017 is ‘Donna’ doorverhuisd van Tsjechië naar Oostenrijk. In totaal heeft ze nu zes kinderen voortgebracht, al kwam haar eerste kalf dood ter wereld en is ze Tonya (2009-2013) verloren aan een bacteriële infectie. Haar oudste dochter, Trong Nhi, woont nu in Amerkika met diens dochter Nhi Linh. Douanita had nog een ander kleinkind, maar die is helaas niet zo oud geworden.

Irma had trouwens ook nog tien halfbroertjes en -zusjes van haar vaderskant. Deze lijnen zijn allemaal doodlopend, met uitzondering van de nazaten van halfbroer Chang (1981-2020). Hij heeft maar liefst negentien(!) kinderen op naam, waaronder leidkoe Sithami Hi Way (Chester Zoo) en fokbul Po Chin (Pairi Daiza). Deze kant van de stamboom is inmiddels wijd en zijd uitgewaaierd.

Verder

Met het overlijden van Irma komt niet alleen maar een einde aan een tijdperk in Blijdorp. Voor haar nabestaanden is het een groot verlies. Haar kleinkinderen hebben rustig afscheid mogen nemen van haar lichaam. Bangka werd de afgelopen jaren al steeds belangrijker in de kudde en zij neemt het stokje nu definitief over. Ze is gemakkelijk te herkennen aan haar ‘oorflapjes’ die naar achteren hangen. Qua karakter doet de vredelievende Bangka wel een beetje denken aan Irma. Ze wordt bijgestaan door haar jongvolwassen dochter Faya en ontfermt zich nog altijd over haar zoontje Radjik en Faya’s spruit Maxi.

Foto: Ria van der Graaf (BB-Facebook). Aziatische olifant Irma (1970-2023)

Blijdorp sluit na 10 jaar vlinderkoepel Amazonica: “ongelukkige ontwerpkeuzes”

Foto: Jop Kempkes (BB-Beheer)

Vlinderkoepel Amazonica in Diergaarde Blijdorp wordt op 1 september gesloten voor bezoekers. Parkdirecteur Zevenbergen geeft in het Vriendennieuws aan dat er ernstige zorgen zijn over de structurele integriteit van de houten dakconstructie. De komende maanden zal uit een grondige inspectie van het pand moeten blijken of een renovatie nog mogelijk is. De dierentuin vreest echter dat er niets anders op zit dan de iconische kas tegen de vlakte gooien en is al bezig met het uitplaatsen van de inwoners.

Amazonica werd in 2013 geopend ter gelegenheid van het vijftigjarige jubileum van de Vrienden van Blijdorp. Het geschenk heeft de vereniging ruim één miljoen euro gekost en was de bekroning van het verder relatief bescheiden Zuid-Amerikaanse themagebied. Ten tijde van de opening gooide Amazonica hoge ogen als de grootste tropenkoepel in de Benelux met een state-of-the-art klimaatsysteem. Het samenspel van de weelderige planten, het brede scala aan vlindersoorten en de Latijns-Amerikaanse sferen maakte van Amazonica al snel een Rotterdamse publieksfavoriet.

Fragiel

Foto: @AgainErick (Wikimedia Commons). Amazonica in aanbouw (2013).

Achter de schermen groeide Amazonica echter al snel uit tot een zorgenkindje. Natuurlijk waren er ‘kinderziektes’, zoals onbetrouwbare filters en stikhete temperaturen tijdens de zomer, maar het dak veranderde al snel in een structureel pijnpunt. Het dak, speciaal ontworpen om de broeierige kas te scheiden van de kille buitenlucht, bleek veel minder stevig dan gehoopt. Al na anderhalf jaar scheurden drie van de luchtkussens tijdens een winterstorm. Van een echte doorbraak was geen sprake, omdat het slechts één van de folielagen betrof. Wel schoot het energieverbruik van de koepel rap omhoog en zorgde het klapperende folie voor behoorlijk wat geluidsoverlast.

Voor de herstelwerkzaamheden verscheen begin 2015 een extra dienstpad langs de noordgevel van de koepel, afgesnoept van de weide van de vicuña’s. De lekkages bleven echter maar opduiken. Aanvankelijk werd met de vinger gewezen naar nieuwsgierige meeuwen en kraaien, maar ook een extra net bovenop de koepel bood geen soelaas. Eens in de zoveel tijd vond er onderhoud plaats, maar soms leek het wel alsof de volgende dag alweer een ander zeil gescheurd was.

Foto: Jop Kempkes (BB-Beheer). Dakschade na storm Corrie (2022).

Het uitzonderlijke stormseizoen van 2022 spande de kroon. Tijdens storm Corrie vond voor het eerst een échte dakdoorbraak plaats, waarbij beide lagen van een luchtkussen aan flarden gescheurd werden. Om te voorkomen dat er vlinders zouden ontsnappen, werd de wond in allerijl afgeplakt met een blauw zeil. Dat ergere schade achterwege bleef tijdens Dudley, Eunice en Franklin mag een klein wonder heten, gaf Blijdorp later zelf toe.

Het incident maakte duidelijk dat pappen en nathouden niet langer volstond. Helaas blijkt het vrijwel onmogelijk om het fragiele plastic te vervangen door een steviger materiaal, want daar is het houten geraamte van de koepel niet op berekend. Ook zijn er zorgen over wat acht jaar aan continue vochtopbouw heeft gedaan met het hout. In het Vriendennieuws verklaart directeur Zevenbergen: “Destijds is gekozen voor een vrij nieuwe en innovatieve dakconstructie. Daar zat dus een bepaald risico aan vast en helaas moeten we nu constateren dat het toen geen gelukkige keuze is geweest.” Het doel van de sluiting is om nog één uitgebreide inspectie uit te voeren, opdat de relatief recente miljoeneninvestering hopelijk toch nog gered kan worden.

Hoe nu verder?

Foto: Sabine Buchholz (BB-Facebook). Kleine passiebloemvlinder.

Diergaarde Blijdorp heeft zich de afgelopen maanden stilletjes voorbereid op een heuse marathon aan transporten. Dat is onvermijdelijk, want intern is niet genoeg capaciteit om álle inwoners van Amazonica tijdens een verbouwing op te vangen. De situatie biedt Blijdorp echter ook de kans om kritisch te reflecteren op de huidige samenstelling van de koepel. Amazonica neemt maar liefst een kwart hectare in beslag, maar draagt momenteel niet concreet bij aan natuurbehoud. Neem de vlinders, waarvoor Blijdorp grotendeels afhankelijk is van de periodieke ímport van cocons uit Costa Rica. Met de naderende werkzaamheden in gedachten werd die aanvoer een tijdje terug al stilgelegd. Naar verwachting zullen de vlinders dan ook volledig uit de collectie verdwijnen.

Hoewel alle inwoners van het Amazonegebied worstelen met het verlies van leefgebied, verkeren veel inwoners van Amazonica simpelweg niet in accuut gevaar. De Peruaanse wandelende takken en witgevlekte zoetwaterroggen staan weliswaar op de Rode Lijst, maar fokken gemakkelijk in gevangenschap, dus hun ‘backup-populatie’ is gezond. Eigenlijk zijn alleen de arrau- en prachtaardschildpadden écht van conservatiebelang, maar juist bij deze dieren blijft voortplantingssucces al een decennium uit in Rotterdam, met weinig zicht op vooruitgang. Mogelijk dat ze in een ander verblijf beter tot hun recht komen.

Foto: Greet van den Bergh (BB-Facebook). Arrauschildpad.

Met de sluiting van Amazonica heerst opeens onzekerheid over de toekomst van een aanzienlijk deel van Blijdorp. Grenzend aan Amazonica vind je immers ook de verlaten en bouwvallige tribune van de voormalige vogelshow. Er wordt al geruime tijd gespeculeerd over de toekomst van de naburige verblijven van de bizons, ijsberen en poedoes. Op een steenworp afstand is Blijdorp momenteel bezig met het renoveren van de volières van de ara’s en ibissen, waarbij expliciet wordt gekozen voor een flexibel ontwerp. Naar verwachting presenteert Diergaarde Blijdorp dit najaar een bijgestelde versie van het Masterplan 2030 – mogelijk wordt dan meer duidelijk.

Foto: Jim Louwerens (BB-Facebook). Amazonica in 2014.