Noord-Amerika!

Columbus bereikte in 1492 een ‘Nieuwe Wereld’: een land dat al lang bewoond was door mensen, maar dat sindsdien iedere verbinding met Europa verloren was. In zijn voetsporen traden drastische veranderingen die voor eeuwig hun stempel op Amerika hebben gedrukt. Van de wolkenkrabbers langs de Atlantische kust tot de wereldsteden in Californië: Noord-Amerika is tegenwoordig niet meer weg te denken als het centrum van de Westerse cultuur. Inherent verbonden aan die cultuur is het idee dat de natuur waardevol is, maar toch verkeren de mensheid en Moeder Natuur hier tot op de dag in een staat van continu conflict.

Dit themagebied in Diergaarde Blijdorp begon als een simplistische bizonweide, met als doel de wandeltocht van de ‘oude’ zijde naar het Oceanium aan te kleden. Dit perk vormt tegenwoordig het hart van de Prairie-biotoop. Sinds 2008 wordt deze vergezeld door zijn noordelijkere evenbeeld, dankzij een miljoenengift van de vereniging Vrienden van Blijdorp. De Arctica-biotoop (niet te verwarren met Antarctica, Grieks voor ‘anti-noord’) is nog enige tijd onderhevig geweest aan verdere werkzaamheden en de afgelopen jaren is er ook gewerkt aan het verder aankleden van de Prairie.

De omnipotente omnivoor

Foto: Patty Kloosterman (BB-Facebook)

Van origine wordt het oosten van de Verenigde Staten gedomineerd door loofbossen, laaggebergtes en beekjes. Toen de eerste ontdekkingsreizigers deze gebieden verkenden, stuitten ze op een bijzonder dier: de ahrah-koon-em, zoals de lokale bevolking hem noemde. ”Hij die wrijft, boent en krabt met zijn handen”. Het is het gedrag waaraan de wasbeer zijn Nederlandse naam dankt, al is ‘wassen’ een slechte benaming. De wasbeer heeft de gevoeligste pootjes van het dierenrijk: maar liefst twee-derde van het hersencentrum dat zintuigelijke waarnemingen verwerkt, is gewijd aan tast. In het wild besteden wasberen veel tijd rondom rivieren. Als zij daar voorwerpen aftasten, lijkt het dus alsof het dier zijn eten wast. Niet zozeer een hygiënische activiteit dus, maar hun manier om hun omgeving waar te nemen.

Foto: Luciënne de Gier (BB-Facebook)

Normaliter staat de uitbreiding van menselijke nederzettingen lijnrecht tegenover de belangen van de natuur, maar niet altijd. De wasbeer is heer en meester in stedelijke gebieden door zijn vermogen om te klimmen, zwemmen en zich door kleine openingen te wurmen. Met hun klauwen kunnen ze moeiteloos vuilnisbakken en ramen openen. Ze eten wat de pot schaft, de wasbeer is een echte omnivoor. Niemand weet precies hoeveel wasberen tegenwoordig schuilgaan in steden zoals New York en Chicago, maar het is duidelijk dat de wasbeer een echte pionierssoort is.

Dat gegeven is echter een serieus probleem overzees: sinds de vroege twintigste eeuw zijn er immer uitdijende invasieve populaties te vinden in Duitsland en de Kaukasus. Het oorspronkelijke handjevol werd geïntroduceerd voor de jacht, maar tegenwoordig gaat de natuur van onze oosterburen gebukt onder ruimschoots een miljoen invasieve wasberen. Ook Japan worstelt sinds de jaren ’80 met de soort, die inmiddels tot iedere uithoek van de Aziatische archipel is doorgedrongen. De oorzaak daar was een mateloos succesvolle kinderserie waarin een wasbeer de hoofdrol speelde, wat leidde tot gigantische import voor de huisdierenhandel. Nederland heeft tot op heden geen permanente wasbeerpopulatie, maar het aantal waarnemingen stijgt. Dit komt enerzijds door de extreme groei van de Duitse populaties en anderzijds doordat ook hier mensen foutief denken dat het geschikte huisdieren zijn. Stichting AAP heeft zijn handen vol aan de opvang van deze kleine roofdiertjes en het grootste deel van de Blijdorpgroep is dan ook afkomstig uit dit centrum.

Foto: Jw V Brenk (BB-Facebook)

Van taiga tot pool

Foto: Patrick van Bakkum (BB-Facebook)

Canada is een van de grootste landen ter wereld, maar op de steden in het zuiden na is het land vrijwel leeg. Wie richting de poolcirkel trekt, komt steeds extremere omstandigheden tegen. De loofbossen maken plaatsen voor uitgebreide naaldwouden, taiga’s geheten, totdat de temperatuur zó laag is dat de bodem permanent bevroren is. Permafrost wordt dat genoemd, en de biotoop die hierbij hoort is de toendra: een open landschap waar alleen nog (korst)mossen groeien. Dit is een van de meest ongure gebieden op de planeet en levensvormen die hier voorkomen, moeten van goede huize komen.

Foto: Maxime Stok (BB-Facebook)

De poolvos staat halverwege de voedselketen: terwijl ze leven van kleine knaagdieren, vogels, karkassen en bessen, moet de poolvos zelf oppassen voor beren, veelvraten en andere hondachtigen. Poolvossen zijn zeer compact gebouwd om warmteverlies te beperken en brengen hun jongen groot in de luwte van hun complexe holenstelsels, die vaak van generatie op generatie worden doorgegeven en keer op keer worden uitgebreid. Hoewel ze in regel solitair zijn, worden in het paarseizoen monogame koppels gevormd en in bijzonder overvloedige jaren kunnen heuse roedels ontstaan. In schaarse tijden leggen ze ondergrondse voedselvoorraden aan.

Foto: Maxime Stok (BB-Facebook)

Hun jachtvermogen is bijzonder goed: een poolvos kan knaagdieren horen bewegen op meer dan 10 centimeter diep in de sneeuw. Voor bovengrondse prooidieren vallen ze weg tegen de besneeuwde toendra dankzij hun witte vacht. Naarmate de dagen ‘s zomers langer worden, ondergaat de poolvos een metamorfose. Tezamen met zijn leefomgeving verruilt de poolvos een groot deel van zijn pluizige, witte vacht voor een dunner en donkerder zomerkleed. Zo blijft de poolvos ook ‘s zomers een geduchte vleeseter.

De volgende soort langs de route leeft in een warmere regio. Nou ja, warmer: van oktober tot juni is het Kamtsjatka-schiereiland van Noordoost-Rusland alsnog bedekt met een dik pak sneeuw. Desalniettemin heeft de nabijheid van de zee een matigende werking op de temperatuur, waardoor dit gebied vooral gekenmerkt wordt door taiga’s. Dit is het optrekje van de Stellers zeearend: een reusachtige adelaarssoort met een spanwijdte van 2,5 meter en een voorliefde voor vis. Deze grijpen ze al vliegend met hun gevaarlijke klauwen, vlak langs ondiepe wateren scherend. Hun prooi, die soms even zwaar is als de roofvogel zelf, wordt vaak nog levend gevoerd aan hun kuikens. Zij kruipen meestal ‘s zomers uit het ei, vlak voor de grote migratie van zalmen stroomopwaarts. De zeearenden zijn ook nog eens vrij intelligent: ze kunnen vertrouwensbanden opbouwen met individuele vissers en bij gebrek aan vis kunnen ze in volle vlucht kleinere vogels overmeesteren. Helaas kunnen ze problemen zoals houtkap, winning van fossiele brandstoffen en overbevissing niet het hoofd bieden en lopen hun aantallen in het wild gestaag terug.

Foto: Fanny den Outer (BB-Facebook)

Het hoge, hoge noorden

Drie meter groot, 500 kilo schoon aan de haak, de bijtkracht van twee leeuwen, even snel als Usain Bolt: de ijsbeer is hét imponerende icoon van het hoge noorden. In Blijdorp wordt de soort vertegenwoordigd door mannetje Wolodja. Na het overlijden van Olinka (moeder van Vicks, Sizzel en Todz) in 2021 leeft hij alleen, net als zijn wilde soortgenoten.

Foto: Jim Louwerens (BB-Facebook)

De ijsbeer is een evolutionair pareltje. Tegenwoordig omvat de natuurlijke habitat van de ijsbeer een groot deel van de kustregio van de Noordelijke IJszee, maar de bakermat van deze soort ligt in Noordoost-Azië. Nog geen miljoen jaar geleden raakte daar een populatie bruine beren gescheiden van de buitenwereld door de oprukkende gletsjers van de ijstijd. In een evolutionaire oogwenk ondergingen deze beren radicale veranderingen. Even terzijde: ijsberen verschillen genetisch gezien dus niet veel van bruine beren en tot op heden kunnen de twee kruisen. Sommige bruine beren, zoals die in het zuiden van Alaska, zijn nauwer verwant aan de ijsbeer dan aan andere ondersoorten van de bruine beer.

Foto: Rob van Eijk (BB-Facebook)

Afijn: evolutionaire aanpassingen. Het meest opvallende verschil tussen de ijsbeer en hun bruine voorouders is hun vachtkleur. Gezien ijsberen jagen door zeehonden op te wachten bij wakken, is het onwaarschijnlijk dat het hoofddoel van hun witte bondje camouflage is. De haren van de ijsbeer zijn in feite hol: ze houden dus niet alleen lucht vast tússen de haren, maar hebben ook een inwendig isolerend luchtkussen. Verder: schijn bedriegt, want de haren zijn helemaal niet wit, maar doorzichtig! Dat witte uiterlijk ontstaat slechts door de weerspiegeling van licht op die luchtholtes, een bijproduct van deze dubbele isolatie. Het licht dat niet gereflecteerd wordt, valt op de huid van de ijsbeer. Die is zwart en neemt straling dus goed op. De pels van de ijsbeer is dus ronduit briljant!

Foto: Lia de Groot (BB-Facebook)

Zijn grote poten, tot wel 30 centimeter breed, stellen de ijsbeer in staat om zijn gewicht te spreiden en zonder problemen over dun ijs of verse sneeuw te lopen. Om niet uit te glijden op het ijs, is het belangrijk dat de voetzolen van de ijsbeer kaal zijn. Daardoor ligt de kans op onderkoeling continu op de loer. In de benen van ijsberen liggen de aanvoerende slagaders (met warm bloed) echter direct tegen de afvoerende aders (met koud bloed) aan. Het koele bloed dat weggaat van de voetzolen wordt daardoor weer een beetje opgewarmd, terwijl het bloed in de slagaders (richting de poten) een deel van zijn warmte kwijtraakt. Het resultaat van dit opmerkelijk efficiënte ‘tegenstroomprincipe’ is dat het warmteverlies van het ijsberenlijf minimaal is.

Wie ijsbeer zegt, zegt klimaatverandering. Sinds 1979 wordt iedere dag de omvang van het zee-ijs op de noordpool gemeten. Hieronder staat de bijbehorende grafiek, waarbij het meest blauwe lijntje het kalenderjaar 1980 voorstelt en het meest gele lijntje 2020. Je hoeft geen statisticus te zijn om de neerwaartse trend in deze periode te herkennen. De rode stippellijn stelt 2012 voor, het jaar waarin het zee-ijs in de zomer zijn kleinste omvang ooit bereikte. Toen slankte het ijs af tot slechts 3.500.000 vierkante kilometer, vergeleken met 7.500.000+ vierkante kilometer in 1980… Er zijn ook andere variabelen waarmee de gezondheid van het poolijs wordt gemonitord, zoals het totale volume van het ijs (waarbij ook de dikte wordt meegenomen) en de jaarlijkse bevries-smelt-balans. Ook deze data schetsen een zorgwekkend beeld.

Foto: Tiny Rog (BB-Facebook)

Klimaatverandering is een vicieuze cirkel. Een groot blok ijs heeft een relatief klein contactoppervlak met de lucht en warmt dus niet zo snel op. Naarmate ijs dunner wordt, neemt het relatieve contactoppervlak met de lucht echter toe en warmt het ijs steeds sneller op. Daarnaast reflecteert ijs bijzonder veel zonnestraling – daarom is ijs wit – en zo houdt de noordpool zichzelf extra koel. De hoeveelheid weerkaatste straling neemt echter af doordat de ijskappen kleiner worden, waardoor deze natuurlijke airco minder krachtig wordt. Ook zit er veel methaangas opgeslagen in de Siberische en Canadese permafrost, dat door het ontdooien van de permafrost langzaam vrijkomt en zo bijdraagt aan het broeikaseffect. Het ijs rondom de noordpool smelt sneller dan het ijs van Antartica, mede doordat de zuidpool koel wordt gehouden door het omliggende water.

Er zijn lichtpuntjes. De taiga van Scandinavië en Rusland vormt het grootste aaneengesloten bos ter wereld en houdt ongelofelijk veel koolstofdioxide vast. Verder is Nationaal Park Noordoost-Groenland het grootste beschermde landreservaat ter wereld en gelden op de rest van het eiland strenge milieuregels omtrent mijnbouw en gaswinning. Ook de eilandengroepen Spitsbergen en Nova Zembla worden voor meer dan de helft beschermd. Dat, en de beschikbare cijfers suggereren dat het aantal ijsberen sinds de jaren ’70 stabiel is gebleven. Vóór die tijd werd nog volop gejaagd op de soort. Echter, biologen hadden verwacht dat hun beschermde status zou resulteren in een toename van de ijsberenstand. Zulk herstel blijft al een halve eeuw uit.

Het onzichtbare ‘plafond’ waar de ijsbeer momenteel last van heeft, wordt veroorzaakt door klimaatverandering. De aanwezigheid van zee-ijs en sneeuw staat immers in direct verband met hun vermogen om te jagen, partners te vinden en holen te graven. Nu ijsberen noodgedwongen langere afstanden van ijsschots tot ijsschots overbruggen, raken ze ook sneller uitgeput: onderzoek in de dierentuin van Oregon heeft uitgewezen dat zwemmen bijzonder veel energie kost voor deze dieren. Daarnaast heeft de afnemende sneeuwval geleid tot een noordwaartse migratie van bruine beren, die vaak prooien van ijsberen weten te stelen en hun jongen doden. Het is slechts een kwestie van tijd tot deze stagnatie omslaat in een actieve populatieafname.

Foto: Jean-Luc Sleijpen (BB-Facebook)

De Prairie: tussen hoop en wanhoop

Foto: Jim Louwerens (BB-Facebook)

De ijsbeer is een van de moderne ambassadeurs van de biodiviersiteitscrisis; het verhaal van de bizon is veel ouder. Het is wrang dat deze dieren, tegenwoordig een geliefd symbool voor het Amerikaanse binnenland, tot het randje van de afgrond zijn geduwd door de mensheid. Tientallen miljoenen bizons graasden eens in Noord-Amerika en zo gaven ze de weidse prairies vrijwel eigenhandig vorm. De jacht door de inheemse stammen was seizoensgebonden en vond niet grootschalig plaats. De komst van de Europeanen en hun paarden zette de soort al onder druk, maar het echte omslagpunt vond pas enkele eeuwen later plaats…

De overheid van de nog jonge Verenigde Staten zag de indianen als minderwaardig en gezien zij afhankelijk waren van de bizonkuddes om in hun levensonderhoud te voorzien, werd het uitroeien van de bizon officieus beleid vanaf 1830. Verder werd de bizon door kolonisten, die spoorwegen en boerderijen probeerden te realiseren op de Great Plains, gezien als een plaag die voor economische schade zorgde. Er vond enige handel plaats in de lichaamsdelen van bizons, maar het overgrote deel van de afgeschoten dieren werd eenvoudig achtergelaten om te verrotten. De jacht vond plaats op een groteske schaal: op internetarchieven zijn nog altijd weerzinwekkende foto’s te vinden van ogenschijnlijk eindeloze stapels bizonschedels, bestemd om tot kunstmest vermalen te worden. Tussen 1830 en 1880 was de bizonpopulatie geïmplodeerd tot enkele honderden dieren.

Door het harde werk van onder meer William Hornaday en Theodore Roosevelt wist de bizon, tegen alle verwachtingen in, weer enigszins op te krabbelen. Heden ten dage zijn er zo’n 40.000 bizons in Canada en de VS, teruggedrongen tot verschillende overheidsreservaten en lappen grond in particulier bezit. Na het verdwijnen van de bizon veranderde de ecologische dynamiek op de prairies drastisch, met het verdwijnen van inheemse plantensoorten tot gevolg. Dit leidde weer tot hevige bodemslijtage. Tijdens de Dust Bowl in de jaren 1930 dwongen grote stofwolken vele boeren te verhuizen naar andere delen van het land. Moge de bizon als waarschuwing dienen: óók mensen hebben uiteindelijk te lijden onder natuurvernietiging.

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook)

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook)

De zwartstaartprairiehond is een knaagdier dat zowel in het wild als in gevangenschap nog in groten getale voorkomt. De grootste kolonie die ooit werd gedocumenteerd was gelegen in Texas en telde maar liefst 400 miljoen individuen, verdeeld over een gebied groter dan Nederland! Dan worden de vele gasten van hun gangenstelsels, zoals konijnenuiltjes en swiftvosjes, nog niet eens meegerekend. Uit onderzoek is gebleken dat ruim 40% van alle dieren op de prairie in enige mate afhankelijk is van het prairiehondje. De bizon en de prairiehond verkeren zelfs in een bijzondere symbiose, waarbij beide soorten de groei van elkaars favoriete grastypes stimuleren.

Foto: Esther Audier (BB-Facebook)

Prairiehondkolonies zijn onder te verdelen in kleinere harems. Doorgaans wijst iedere harem een lid aan dat op de uitkijk staat voor potentiële ervaren. Als een prairiehondje vermoedt dat hun spotter zit te suffen, testen ze soms de oplettendheid van anderen door een jump-yip wave te beginnen: één dier piept en springt en zijn haremgenoten doen hun best om het zo snel mogelijk na te doen. Hoe sneller de respons, hoe langer de rest bovengronds durft te blijven! Het is een van de weinige soorten die een soort van grammaticale structuur heeft in zijn communicatie: hun ‘geblaf’ bevat informatie over wat voor roofdier er is, hoe groot het is en hoe snel het nadert. Ook lijkt het erop dat ze in staat zijn om sterke onderlinge banden te vormen, want prairiehondjes zijn alerter wanneer ze met nauwe familie zijn dan wanneer ze zich te midden van vreemdelingen begeven. Binnen hun soort weten ze vriend en vijand van elkaar te onderscheiden met hun typische begroetingskusjes.

Noord-Amerika is al met al een continent vol uitersten. Ook al is het nog zo beperkt vertegenwoordigd in Rotterdam, het werelddeel herbergt een schat aan flora en fauna. Zo ook voor de tropische regio’s van de Nieuwe Wereld: van de regenwouden van Centraal-Amerika tot de moerassen van Uruguay. Vervolg je reis naar het land van de groene Amazone, de kille Andes en de drassige mangroves: ga op reis naar Zuid-Amerika!

Foto: @gerruisch (BB-Instagram)

WAAR?

2 gedachtes over “Noord-Amerika!

  1. Goedemorgen Blijdorp bende.

    Wat een werk moet dit geweest zijn.
    Het tijdstip van de mail op vrijdag is ook goed uitgekozen 🙂
    Vanochtend( zaterdag) met een bakkie koffie op mijn gemakkie deze, ontdek pagina gelezen en daar weer veel van opgestoken.
    .
    Ooit zei Barrie Stevens – doorgaan vooral doorgaan – want als de toekomstige generatie dit ook gaan lezen, beseffen ze misschien nog meer, dat Dierentuinen wel moeten blijven voor het bestaan en het fokken van bedreigde dieren.

    Maar vooral het schoonhouden en genieten en respect krijgen voor de natuur, zodat onze kinderen en kleinkinderen en achterkleinkinderen en volgende. ook kunnen genieten van een dagje Blijdorp.

    Ik ga zometen de linken opstarten.
    Dank je wel.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *