Hart van Afrika!

Wie over de graslanden van oostelijk Afrika zwerft, moet leren omgaan met de allesverzengende zon en de perioden van extreme droogte. Hoe anders is dat in Midden-Afrika: betreed het échte zwarte woud, niet alleen gekenmerkt door de gitzwarte aarde, maar ook door het feit dat 99% van het daglicht de bosbodem niet bereikt. Het Congowoud, een van de laatste plekken ter wereld waar in legenden even veel waarheid schuilgaat als in onderzoek. Het is waar de levensaders van het continent, de Nijl en de Congorivier, ontspringen: het is het kloppende Hart van Afrika.

Het Hart van Afrika is een van de nieuwste biotopen van de Diergaarde, met de eerste ontwikkelingsfase die in 2014 werd afgesloten. Toch zijn de vele mystieke inwoners geen nieuwkomers voor Rotterdam: al sinds 1957 zijn de geheimzinnige okapi’s aanwezig in het park. Omstreeks de eeuwwisseling erfden de okapi’s de Tweeling-Gebouwen van hun grotere neven, de giraffen, en bekostigden de Vrienden van Blijdorp een simplistische biotoop, die het ‘Ituri-Woud’ werd gedoopt. Na een decennium dienst nam de bouwvalligheid van het in 1940 gerealiseerde rijksmonument echter problematische proporties aan en zodoende kreeg de Congobiotoop een nieuw heenkomen, ditmaal in het centrum van de Afrikaanse helft van Blijdorp. Door slim gebruik te maken van de al langer aanwezige kas, volière en stallen is dit tegenwoordig een toonaangevende totaalervaring voor mens en dier geworden – iets dat een icoon als de okapi natuurlijk toebehoort.

Diverse pluimage

Foto: @dreesenmiranda (BB-Instagram). Violette schildtoerako.

Het leven in het regenwoud is echter niet beperkt tot de bosbodem: van het struikgewas tot het bladerdek, het krioelt er van het leven. Vogels zijn hier een prachtig voorbeeld van: vele soorten hebben een zeer specifieke levenswijze ontwikkeld en de diversiteit is dan ook enorm. Tot de meest prominente gevederde inwoners van de Okapi-Volière behoren de toerako’s, waarvan in Blijdorp drie West-Afrikaanse soorten te zien zijn. Het zijn niet de meest gracieuze vliegeniers en als het even kan, rennen en springen ze door de vele takken van het bladerdek. Qua kleur valt de violette schildtoerako het meest op, met zijn glinsterende, blauw-paarse romp, rode kuif en kleurrijke gezicht. De groenhelmtoerako is ongetwijfeld een van de prachtigste inwoners van de Diergaarde met zijn kuif, groentinten en scherpe gezichtstekening. De grijze bananeneter houdt er een iets simpeler verenkleed op na, maar gezien deze vogel in slechts een tiental Europese dierentuinen gehouden wordt, blijft het bijzonder om deze dieren te kunnen zien. Toerako’s zijn best vocaal en zijn te herkennen aan hun herhaaldelijke, rollende woe-woe-woe. Het is een roep die bij veel dieren in dit gebied bekend is, omdat toerako’s bij naderende roofdieren zeer luidruchtig alarm slaan.

Foto: Carolina van Dijk (BB-Facebook). Bruine muisvogel.

Op je expeditie is de driekleurglansspreeuw, van de Oost-Afrikaanse savanne, wellicht de soort waarvan de kans het grootst is dat je hem tegen het lijft loopt. In grote groepen vliegen ze zowel binnen als buiten met regelmaat rond, totaal niet schuw voor de bezoekers. Hun broertjes, de purperglansspreeuwen, zijn iets minder nadrukkelijk aanwezig, maar hun veren schitteren ongekend in het daglicht: meer dan de moeite waard om naar op zoek te gaan. Bijna even talrijk als de driekleurglansspreeuwen zijn de immer sociale bruine muisvogels. Hun naam danken ze aan hun lange staart, die ze meeslepen terwijl ze door tuinen en akkers hupsen en in hekken klauteren. De geelkeelfrankolijn (of -sporenhoen) uit Oost-Afrika voelt zich ook thuis in cultuurgebieden. ’s Ochtends en ’s avonds scharrelen ze onbevreesd op het boerenland.

Foto: @kosmo_photography (BB-Instagram). Hop.

Over akkerbezoekers gesproken: in de Okapi-Volière is ook de Oer-Hollandse boerenzwaluw aanwezig. Zij ontvluchten onze voedselarme winters door in de herfst de Sahara over te steken. Dat geldt ook voor de kleurrijke Europese zomertortel. De zomertortel dreigt helaas uit te sterven door onder andere de intensivering van de landbouw. In Nederland zijn ze voornamelijk nog ten zuiden van de Maas te vinden en ook de zwaluw is al geruime tijd op de retour. Het ultieme schrikbeeld is de hop, die – ondanks hun aanwezigheid in vrijwel heel Afrika, Europa en Azië – in de jaren ’70 verdween uit ons polderlandschap. Mannetjes van deze oranjekleurige achterneefjes van de neushoornvogel kunnen hun kam overeind zetten om extra imponerend te lijken. Hun verdwijning uit Nederland is niet alleen zonde, maar ook onhandig: deze insecteneters voeren eikenprocessierupsen maar al te graag aan hun kuikens…

Foto: Cor de Gier (BB-Facebook). Sneeuwkaptapuit.

De hop broedt in holen, een kenmerk dat ze delen met de karmijnrode bijeneters, afkomstig van de savannes direct ten zuiden van de Sahel. Deze echte luchtacrobaten graven lange nesttunnels in hoge rivieroevers en jagen op vliegende insecten. Om dat gedrag te bevorderen, staan er een paar bijenkasten in het midden van de Okapi-Volière. Binnen in de kas is hun lage, korte, raspende riek altijd wel te horen. Nog geen tien Europese dierentuinen houden deze mooie soort. Een andere soort die aan het water gebonden is, is de marmertaling, een eendensoort. Meer dan de helft van het oorspronkelijke nestgebied van deze Midden-Oosterse moerasvogels is vernietigd in de vorige eeuw en ze staan als kwetsbaar op de Rode Lijst. Tot slot is er de sneeuwkaptapuit, een kleine oranje-grijze zangvogel. En zingen, dat doen zij gretig! Deze Centraal-Afrikanen hebben hun koosnaam ‘lawaaimaker’ hieraan te danken.

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook). Bijeneter.

Tussen legende en wetenschap: de okapi

Foto: Jim Louwerens (BB-Facebook)

Maar, al deze schatten der fauna moeten het afleggen tegen de echte sterren van het Hart van Afrika: de okapi. Zich schuilhoudend tussen de begroeiing, ongrijpbaar, verwierf deze ‘bosgiraffe’ grote faam in Europa. De eerste Europeaan die een glimp op wist te vangen van dit statige dier, was de Britse ontdekkingsreiziger Harry Johnson. Als koloniale gouverneur van Uganda ontdekte hij een Duitser die leden van de Wambutti-stam naar Europa probeerde te ontvoeren. Hij bevrijdde de mensen en, terwijl hij hen naar hun woonplaats begeleidde, raakte onderweg met hen bevriend. Ze vertelden hem over een dier dat ze o’api noemden. Hij was geïntrigeerd: zou dat de Congolese eenhoorn zijn, waarover zijn voorgangers hadden gespeculeerd? Als dank voor zijn hulp gaven de Wambutti hem twee hoofdbanden gemaakt van de vacht van het mysterieuze dier. Het zwart-witte bandenpatroon gaf hem de indruk dat het een zebra-achtige zou zijn, maar die theorie sneuvelde toen ze hem enkele sporen aanwezen. Later stuurde een Belgische commandant hem een complete vacht en een schedel, die hun weg vonden naar Londen. Daar kreeg het mysterieuze dier in 1901 de titel Okapia johnstoni. Toch bleef het lange tijd onduidelijk wat de okapi nou precies was en waar hij vandaan kwam – al weten we inmiddels dat de giraffe en de okapi 11 miljoen jaar geleden van een gemeenschappelijke voorouder afsplitsten.

Het is te begrijpen waarom de okapi menig onderzoeker wist te verwarren. Hun bouw doet denken aan die van een paard, met een glinsterende bruine vacht, die bij de achterpoten overgaat tot een zwart-wit streepjespatroon. Hun bruine kop met witte wangen is daarentegen onomstotelijk die van een giraffe: ze hebben een smalle snuit, twee grote oren, een behendige en lange tong en een paar hoornachtige uitsteeksels bovenop. Terecht gooide de eerste okapi om Europa aan te doen hoge ogen, na haar aankomst in 1919 in Antwerpen. Okapi’s zijn een solitaire diersoort: de vrouwtjes brengen het grootste deel van hun bestaan door op een vaste plek, terwijl de mannetjes van territorium naar territorium trekken. Van gecompliceerde communicatie is geen sprake, maar het produceren van infrasone geluiden stelt hen in staat om over lange afstanden te communiceren. Na een paring laat de bevalling 15 maanden op zich wachten, waarna het jong zich voor langere tijd op dezelfde plek schuilhoudt. Om geen aandacht te trekken van luipaarden, houdt de moeder meestal afstand. Het jong probeert zijn eigen geur te beperken door pas na een maand voor het eerst te poepen.

Foto: Josien de Vries (BB-Facebook).

Het is algemeen bekend dat de D.R. Congo een land is met diepgewortelde conflicten en mensenleed. Voor de natuur is het een vloek en een zegen: enerzijds heeft het buitenlandse bedrijven lange tijd op afstand gehouden, wat het Congowoud heeft behoed voor de systematische ontginning die Zuidoost-Azië en de Amazone hebben meegemaakt. Anderzijds heeft het de regio onderontwikkeld en wetteloos gemaakt, wat al helemaal destructief is nu de buitenwereld zich wél op het gebied stort. Onder de Congo ligt namelijk een ware schat: goud, diamanten, koper, tin, kobalt, coltan, magnesium en zelfs olie en uranium in overvloed. Meer dan ooit is er vraag naar deze ertsen, aangezien veel van deze stoffen onmisbaar zijn voor de productie van moderne technologische snufjes zoals smartphones. De milities die eens met elkaar vochten om leiderschap van een staat ter grootte van West-Europa, gebruiken nu hun wapens om lucratieve mijnen met geweld te veroveren. En de natuur moet het ontzien, zo werd duidelijk in 2012…

Kaart: IUCN Red List (iucnredlist.org). Geel: het verspreidingsgebied van de okapi, met daarin het Okapi-Wildpark (ster).

In het hart van het Ituriwoud, het bolwerk van de okapi, ligt het Okapi-Wildpark: een beschermd gebied dat eveneens een heenkomen biedt aan chimpansees, olifanten en andere bedreigde diersoorten. Het staat op de lijst van UNESCO Werelderfgoed en met een populatie van zo’n 5.000 individuen is het goed voor de helft van alle okapi’s wereldwijd. Het is prachtig voorbeeld van ‘geïntegreerd’ natuurbehoud, waar nauw wordt samengewerkt met de lokale bevolking. Het hoofdkwartier van het Okapi-Wildpark, gesitueerd in het stadje Epulu, bevindt zich helaas ook regelrecht in het conflictgebied, waar schermutselingen tussen het leger en militanten schering en inslag zijn. Parkwachters in het gebied sporen stropers en illegale gouddelvers dan ook met gevaar voor eigen leven op en raken regelmatig verzeild in vuurgevechten.

Foto: Jos Nijkamp (BB-Facebook)

In 2012 zocht een groepering, bekend om het begaan van oorlogsmisdaden, zelf de confrontatie op. Ze omcirkelden Epulu en bezetten het kortstondig: het hoofdkwartier van het Okapi Wild Park werd afgebrand, de inwonende okapi’s van het lokale fokstation werden gedood en meerdere burgers en medewerkers kwamen om het leven. Nadien is het centrum herbouwd, zoals de oorlog in Congo dat van zovelen heeft gevergd. Het fokstation keerde niet terug, maar meer dan ooit is men vastberaden om de okapi een toekomst te geven – zowel door te patrouilleren als door lokale nederzettingen bij te staan met onderwijs en beveiliging. Donaties, zoals de €20.000 van de Vrienden van Blijdorp, spelen daar een sleutelrol in.

Foto: Josien de Vries (BB-Facebook). Sinds de okapi’s naar de Okapi-Volière verhuisd zijn, zijn er alweer meerdere kalfjes geboren.

Dualiteit

Wanneer je de tropische sferen van de kas achter je laat, kom je door het pad over te steken aan bij de volgende exotische verschijning: het penseelzwijn. In tegenstelling tot de okapi komen deze varkens voor in een hele reeks landen, met een verspreidingsgebied dat loopt van de zuidgrens van het Congogebied tot aan het uiterste puntje van de regenwouden in de Guinee-regio. Wellicht is hun succes deels te danken aan hun brede appetijt: hun dieet reikt van knollen, wortels en vruchten tot eieren, insecten en aas. Ze zijn geliefd bij vele bezoekers vanwege hun sierlijke vacht: deze is roodoranje van kleur, met een witte tekening over de rug, witte tekeningen over het donkerdere gezicht en natuurlijk de typerende ‘penseeltjes’ aan de oren. Toch is het ook niet een en al zonneschijn voor deze sociale dieren, want ze behoren tot de meest bejaagde dieren van het regenwoud. De vraag naar hun vlees heeft op sommige locaties geresulteerd in een gestage populatieafname, iets wat verder in de hand wordt gewerkt door de oprukkende landbouw en conflicten met boeren.

Foto: Luciënne de Gier (BB-Facebook)

Het pad slingert verder en zo komen we uit bij de Lelievijver, een monumentale fontein die uit de beginjaren van de Diergaarde stamt. Vanaf hier kan je nog even gluren bij de zebra’s, vosmangoesten of de Grote Vijver, maar wij houden rechts aan. Achter de begroeiing kan je al een eveneens monumentale stal zien, die sinds 2014 in gebruik is door de laatste Congolees van onze expeditie: de bosbuffel. Deze roodbruine ondersoort van de wijdverspreide kafferbuffel is kleiner dan zijn evenbeelden van de savanne en leeft ook in kleinere kuddes. Ze hebben behoefte aan een gevarieerd bos: van drassig laagland maken ze gretig gebruik om aan insecten te ontsnappen in de modder, terwijl graslanden nodig zijn om voldoende eten te vinden. Ze zijn dan ook vrij honkvast als ze eenmaal een geschikt territorium hebben gevonden en ze zijn een kwetsbare diersoort als mensen zich in een gebied vestigen.

Lang verhaal kort: de inwoners van Hart van Afrika zijn een herinnering aan een wereld ver van hier, maar die nog altijd in direct contact staat met het Westen. De toenemende vraag naar zeldzame metalen vormt een directe bedreiging voor het bestaan van deze mysterieuze, maar bovenal fascinerende dieren. En toch is het een verhaal met een positieve boventoon: hoeveel bedreigde diersoorten hebben immers de eer om een beschermd gebied te krijgen dat speciaal voor hen gesticht is? De volgende diersoorten op onze route door de Diergaarde hebben het echter slechter te verduren. We nemen polshoogte bij een paar dikhuiden in het nauw, alsmede onze eigen neven: op naar de Westvleugel van de Rivièrahal!

Foto: Rob Doolaard (Diergaarde Blijdorp)

WAAR?

3 gedachtes over “Hart van Afrika!

Laat een antwoord achter aan Okapi’s in NL – Melodyk Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *