Afrikaanse Savanne!

Afrika is het meest ongerepte continent en is, niet onterecht, bekend geworden door zijn eindeloze grasvlakten: de savannes. Dit is de wereld van de spectaculaire hoefdiermigraties, het eeuwige gevecht om te overleven en de onmiskenbare Big Five. Elke klasse der landdieren heeft gepoogd om deze landmassa te koloniseren, op die manier deze diverse biotoop vormgevend die zonder twijfel tot de verbeelding spreekt van iedere natuurliefhebber. 

Nadat de oostelijke helft van de Diergaarde getransformeerd was tot een Aziatisch totaalplaatje, richtte Blijdorp aan het begin van dit millennium zijn aandacht op het gedeelte dat voorbestemd was om een stukje bush onder de rook van de Maasstad te worden. Nadat in 2008 een grote kas verrees, werd in 2009 het pareltje van de Savanne, het nieuwe optrekje van de giraffen, opgeleverd, gevolgd door verdere uitbreidingen in de jaren daarna. Zelfs aan horecagelegenheden, in de vorm van de Koedoekaam, ontbreekt het niet. Het resultaat is een afwisselend landschap waar veel ruimte is vrijgemaakt voor de grote, prominente zoogdieren, maar waar ook vogels en koudbloedigen vertegenwoordigd zijn. Dompel jezelf onder in dit land van groei en traditie, van leven en dood, waar biologen met een lach en een traan over spreken.

Dood doet leven: zonder gieren geen Afrika

Foto: Daniel Borsboom (BB-Facebook). Rüppells gier.

De welbekende circle of life zou betekenisloos zijn als de kringloop niet rond was. Dit is de taak van de aaseters, waarvoor helaas maar al te vaak het respect van de mensheid ontbreekt. Zo bleek wel in 2005, toen ruim 200 in het wild gevangen vogels in beslag werden genomen in Italië. Veertien hiervan kwamen in 2008 naar Blijdorp en vormden zo de aanleiding voor de bouw van de Gierenrots-volière, gefinancierd de Vrienden van Blijdorp. Tegenwoordig zijn er vier gierensoorten te vinden in deze grote doorloopvolière, die de entree van de biotoop vormt. Zo is er het kapgiertje: de kleinste van het stel, die vaak moet wachten totdat grotere gieren zijn uitgekeken op een karkas voordat hij aan de beurt komt. De witkopgier is met een spanwijdte van tot wel 230 centimeter een stuk groter en gemakkelijk te herkennen. De Rüppells gier en de witruggier lijken veel op elkaar en zijn allebei ‘typische’ gieren qua uiterlijk.

Gieren zijn misschien niet moeders mooiste, maar het zijn wel zeer interessante en markante dieren. Hun typerende kale kop zorgt er bijvoorbeeld voor dat er minder bloed blijft plakken wanneer ze karkassen kaalpikken, maar het helpt hen ook om af te koelen op warme dagen. Een ander trucje om koel te blijven op de gloeiend hete Savanne is ontlasten op hun eigen poten. Gieren zijn gebouwd voor een zwervend bestaan. Ze laten zich meevoeren op luchtstromen en kunnen zo, zonder hun vleugels te bewegen, tot wel 300 kilometer op een dag afleggen. De Rüppells gier kan het hoogst vliegen van alle diersoorten op aarde, en is door vliegtuigpiloten op wel elf kilometer hoogte gespot! Dankzij hun fantastische zichtvermogen kunnen ze vanaf dit soort grote hoogtes gemakkelijk zoeken naar kadavers. Wanneer ze een dood dier hebben gevonden, wachten ze vaak al cirkelend in de lucht totdat grote carnivoren zoals leeuwen en hyena’s de taaie huid van grote prooidieren hebben opengescheurd.

Foto: Annemieke de Wit (BB-Facebook). Rüppells gier bij de Vrije Vlucht Voorstellingen.

Ten tijde van de eerdergenoemde confiscatie in 2005 werden soorten als de kapgier aangeduid als least concern, ‘minste zorgen’, maar sindsdien heeft er een ongekende omslag plaatsgevonden. In twaalf jaar tijd zijn sommige gierensoorten met wel 97% afgenomen en de vier gierensoorten in Blijdorp zijn stuk voor stuk kritiek bedreigde diersoorten geworden. Er zijn meerdere oorzaken voor deze crisis. Door een algehele afname in de natuur is er minder leefgebied en minder voedsel beschikbaar. Gieren verongelukken van tijd tot tijd in hoogspanningsleidingen en zijn gewild voor de handel in traditionele medicijnen en delicatessen. Bijna twee-derde van de sterftegevallen in Afrika komt echter door vergiftiging. Dit kan komen door boeren die karkassen vergiftigen om roofdieren op afstand te houden, maar steeds vaker zijn jagers de schuldige. Gestroopte olifanten en neushoorns zijn een waar feestmaal voor gieren, die dan ook met groten getale rondvliegen boven de karkassen – een teken voor parkwachters dat er iets aan de hand is. Stropers vergiftigen daarom en masse kadavers om in het vervolg minder risico te lopen gepakt te worden: in juni 2019 stierven bijvoorbeeld 500 witruggieren, door een vergiftigd olifantenkarkas in Botswana en in februari 2020 overleden 1.000 kapgieren in Guinee-Bissau. Bescherming is moeilijk: hun zwervende bestaan maakt het creëren van gerichte reservaten vrijwel onmogelijk. Ook planten gieren zich relatief langzaam voort, wat het herstel van de populaties in de weg staat. Inmiddels zijn verschillende gierensoorten uit grote delen van hun verspreidingsgebied verdwenen en binnen tien jaar zouden ze uit heel Afrika verdwenen kunnen zijn, met alle gevolgen van dien.

Foto: Ria van der Graaf (BB-Facebook). Ma-raboe en de kinder-boes

De vier gierensoorten delen hun onderkomen in Blijdorp met nog een aantal Afrikaanse vogelsoorten. Zo is er de opmerkelijke maraboe: een Afrikaanse ooievaar met een kaal hoofd. Hun aanwezigheid wordt misschien wel een beetje overschaduwd door die van de gieren, maar een vogelliefhebber zal hen zeker weten te waarderen. Voorafgaand aan de creatie van de Gierenrots bewoonden ze dit plekje ook al, toen nog in een openluchtverblijf. Met de bouw van de volière verdween de noodzaak om ze te kortwieken en het bevalt ze ten zeerste! Voorheen ging de fok met maraboes erg moeizaam in dierentuinen, want eigenlijk is voortplanting onmogelijk als ze niet kunnen vliegen. Daarom werd in 2005 vanuit Blijdorp een fokprogramma opgezet dat alle maraboes in gevangenschap in kaart bracht. Sinds ze weer het vermogen om te vliegen hebben in Blijdorp, zijn er vrijwel jaarlijks jonge maraboes uit het ei gekropen. In 2014 had de Diergaarde een Europese primeur met het grootbrengen van twee maraboes in de buitenlucht, die in de jaren daarop werd gevolgd door nog veel meer donzige baby’s. Maraboes zijn, net als gieren, niet vies van kadavers, maar waden ook regelmatig door moerasgebieden en eten wat de pot schaft. Vaak kibbelen ze over de beste zitplaatjes op het grote rotsblok rechts in het verblijf, want een hogere zetel staat gelijk aan meer aanzien – en meer zon! Het lijkt misschien een rare keuze om zo’n stapel stenen midden op een Savanne te plaatsen, maar dit merkwaardige landschapselement zie je ook terug in het wild. In het verleden zijn daar grote plateaus van poreus gesteente geweest, die door weer en wind met de grond gelijk zijn gemaakt, op dit soort eilanden van het harde graniet na. Rondom deze zogenaamde ‘kopjes’ vinden kleine diersoorten vaak een heenkomen, aangetrokken door de beschutting en opgevangen regenwater, maar ook imposanter wild, waaronder leeuwen, gebruikt kopjes als uitkijkposten.

Er zijn ook wat minder opvallende niet-aaseters in de volière. Zo leeft er een groepje zwarte wouwen, dat naar hartenlust rondvliegt in de nok van de netconstructie en eigenlijk te druk is met plezier hebben om zich voort te planten. Ach, daar is de noodzaak ook niet zo groot. Voor de hamerkoppen geldt het tegenovergestelde: ieder jaar valt er nieuw leven te vieren. Ieder voorjaar gaan ze naarstig in de weer met nestmateriaal, met als resultaat een gigantisch vlechtwerk van takken op de balken van de overkapping van het bezoekerspad. Zulke nesten zijn sterk genoeg om een volwassene te dragen, terwijl de hamerkop zelf nog geen vijftig centimeter lang is. Evolutionair gezien zitten ze tussen de reigers en schoenbekooievaar in en hun dieet bestaat hoofdzakelijk uit vis en amfibieën. Vergeet ook niet de secretarisvogel, een voornamelijk grondbewonende jager die pas later bij het gezelschap werd gevoegd. Dankzij hun lange poten kan deze aparte verschijning over het lange savannegras heen kijken, waar ze jagen op allerlei kleine dieren. Ze beschikken over een wijd scala aan jachttechnieken, waaronder het doodtrappen van slangen, het uitvoeren van dodenvluchten met prooidieren en het opwachten van dieren die moeten vluchten voor brand.

Foto: Diergaarde Blijdorp (blijdorp.nl). Rüppells gieren en witruggieren

Samen sta je sterker

Foto: Patrick Kruizinga (BB-Facebook). Chapmans zebra.

Ze ‘iconisch’ noemen is een understatement: schuin tegenover de Gierenrots treffen we de zebra. Wellicht heb je je eens afgevraagd waarom we als mens wel de ‘saaie’ paarden hebben weten te temmen, maar niet hun gestreepte neven uit Afrika. Vergis je niet, het is vaak geprobeerd! Het korte antwoord is dat zebra’s er simpelweg geen zin in hadden. Als je stand moet houden tussen de ogenschijnlijk eindeloze gevaren van de bush, laat je je niet zo snel overmeesteren door mensen die graag op je rug willen zitten. De weinige zebra’s die wel eens (een soort van) getemd zijn door de mens, zijn ook nog eens een stuk minder sterk dan paarden. Nee, hun strepenpracht kunnen we slechts bewonderen van een afstandje.

Foto: Leo Brentjes (BB-Facebook). Chapmans zebra.

Biologen hebben zich lange tijd het hoofd gebroken over de gedachte achter hun organische streepjescode. Het zou fungeren als een soort uniek patroon waaraan de dieren elkaar kunnen herkennen of het zou het lastiger maken voor roofdieren om op individuele dieren te focussen. In nieuwe onderzoeken is er maar weinig steun voor deze ideeën, maar er is wel een andere interessante theorie opgedoken. Het blijkt dat muggen en steekvliegen gedesoriënteerd raken van de strepen en niet zo’n klein beetje ook. De exacte logica erachter staat nog ter discussie, maar waarschijnlijk nemen de slechte ogen van het insect de dieren waar als grijze objecten, maar van dichterbij worden de strepen opeens zichtbaar. Als een soort optische illusie zou het voor de naderende mug lijken alsof de (in werkelijkheid statische) strepen bewegen en het resultaat is dat de mug zijn landing totaal verkeerd timet. Zou ’s werelds meest herkenbare vachtpatroon Moeder Natuurs versie van Deet zijn…?

Foto: Astrid van Opstal (BB-Facebook). Zuid-Afrikaanse struisvogel.

De Chapmans zebra’s, vernoemd naar een ontdekkingsreiziger, hebben een ruim onderkomen in Blijdorp. Tegenover de Gierenrots is hun kraal te bezichtigen met aangrenzend daaraan hun monumentale stal. De andere kijkplekken liggen niet langs de gebruikelijke hoofdroute, maar net voorbij de Koedoekraam heb je kans om dravende en spelende zebra’s te zien – een geweldig gezicht. In het verblijf stappen tevens een paar welbekende loopvogels rond: de struisvogel. Vroeger concludeerde men op basis van hun dino-achtige poten en hun pluizige veren dat loopvogels primitieve soorten zijn, maar daar zijn wetenschappers sindsdien op teruggekomen. Het is waar dat de splitsing tussen de loopvogels en de rest een van de oudste tweedelingen in de vogelstamboom is, maar de voorouder van de struisvogel kon wel degelijk vliegen. Hun primitieve uiterlijk kan beter worden gezien als een aantal zeer gespecialiseerde aanpassingen aan hun levenswijze. Een andere fabel over de struisvogel is dat de dieren hun hoofd in het zand zouden steken als ze roofdieren tegenkomen. Dat struisvogels relatief dom zijn, is dan wel weer waar, maar je hebt ook geen intelligentie nodig als je het felle karakter van een struisvogel hebt.

Foto: Luciënne de Gier (BB-Facebook). Dwergmangoesten.

Bij een van zichtpunten bij de zebra’s, grenzend aan de Tijgerkreek, is nog een klein verblijfje gesitueerd: dat van de dwergmangoesten. Deze diertjes, vaak nog geen 25 centimeter lang, gedijen op de savannes die lopen van de Hoorn van Afrika tot Angola en Mozambique en zijn in het bijzonder gebonden aan de aanwezigheid van termietenheuvels. Niet alleen gaan ze graag achter dat soort kleine insecten aan voor hun kostje, het zijn ook hun favoriete plekken om te overnachten en om jongen te werpen. Net als bij bijvoorbeeld wolven en pinchéaapjes geldt bij dwergmangoesten dat normaliter alleen het dominante vrouwtje van de groep zich voortplant. De draagtijd bedraagt zo’n twee maanden: daarna wordt de zorg voor de kleintjes een gemeenschappelijke taak. In principe kunnen de dieren zich voortplanten na ongeveer één jaar, maar doorgaans verlaten mannetjes het ouderlijk nest pas na nog een paar jaar en vrouwtjes blijven in regel hun hele leven lang bij hun moeder.

Foto: Wilco Wesdijk (BB-Facebook). Chapmans zebra.

Op de grens van leven en dood

Foto: Danny Noorman (BB-Facebook). Witkruinmangabey.

Centraal gelegen op de Savanne, direct naast de zebra’s en schuin tegenover de Gierenrots, treffen we weer een rotskopje. Het dient als binnenverblijf voor zij die het schaduwrijke verblijf, overkapt met een netconstructie, bewonen: de witkruinmangabeys. Eigenlijk zijn ze een beetje een buitenbeentje op de Savanne, gezien ze eerder een bosbewonende soort zijn, maar dat betekent niet dat ze niet interessant zijn. Deze bedreigde diersoort is een zeldzaamheid in Europese dierentuinen en in het wild is er ook maar weinig onderzoek naar ze gedaan. Veel kennis omtrent mangabeygedrag komt dan ook uit onderzoek in gevangenschap en Blijdorp draagt daar regelmatig aan bij. Tot 2009 waren er alleen mannelijke witkruinmangabeys aanwezig in Rotterdam, maar sindsdien is daar verandering in gekomen en vrijwel jaarlijks zijn er mangababy’s te zien. Het is dan ook een van de grootste groepen van deze soort in dierentuinen wereldwijd.

De mangabeys delen hun kopje met een andere diersoort: de serval. Het buitenverblijf van deze kleine katachtige is gesitueerd langs de oever van de grote rivier die de Savanne doorkruist. Hun vachtpatroon lijkt op dat van een luipaard, en de serval lijkt qua gedrag ook wel op een soort miniatuurpanter: het is een solitaire diersoort die maar weinig moet hebben van zijn soortgenoten buiten de paartijd. Ze jagen meestal op kleine diersoorten als muizen, vogels en hagedissen en sporadisch ook jonge antilopen – hun slaapritme passen ze meestal aan op dat van hun voornaamste prooidieren. Als ze een grote prooi vangen, verbergen ze deze ondergronds. Hun jachtmethode valt af te leiden uit hun lichaamsbouw. De serval heeft namelijk relatief gezien de langste poten van alle katachtigen, waarmee hij over het lange savannegras heen kan kijken. Als hij een prooi heeft gespot, wacht hij geduldig tot het perfecte moment: dan maakt hij een grote sprong en landt hij met een noodvaart met zijn voorpoten op zijn prooi. Hun springvermogen stelt hen zelfs in staat om overvliegende vogels neer te halen!

Foto: Jim Louwerens (Diergaarde Blijdorp voor het hele gezin een feest). Operatie in de dierenkliniek.

Tegenover het kopje van de mangabeys en servals vinden we een gebouw dat totaal niet past binnen de Afrikaanse stijl van dit stukje Diergaarde: dit is het Henri Martinhuis, opgeleverd in 1968 dankzij een bijdrage van de Vereniging Vrienden van Blijdorp en vernoemd naar de eerste directeur van de Rotterdamsche Diergaarde. Toen waren hier voornamelijk apen te bezichtigen, maar er was ook een stukje ingericht voor nachtdieren (waartoe o.a. een paartje aardvarkens behoorde, wederom een ‘donatie’ van de Vrienden). In 1981 zetten de Vrienden het pand weer in de lak en tegenwoordig is het gebouw in gebruik door de dierenarts. Een deel van de kliniek is voor het publiek te bezichtigen. Als we al die Vrienden-giften bij elkaar optellen en omrekenen naar hun huidige waarde is dat ruim twee ton aan Vriendengeld, waaruit maar weer eens blijkt dat Vrienden het verschil maken.

Foto: Marcel Sloover (BB-Facebook). Serval.

De Grote Vlakte

Foto: Patrick Kruizinga (BB-Facebook). Netgiraffen.

Na het kopje komen we bij een indrukwekkend uitzichtpunt van een van de grootste verblijven die de Diergaarde te bieden heeft: de Grote Vlakte, het optrekje van de netgiraffen en grote koedoes, dat wordt gescheiden van de zebravlakte door een grote rivier. Het biedt onderdak aan een imposante giraffenkudde, die bestaat uit dieren van allerlei generaties en leeftijden. Giraffen lijken wellicht een beetje onbeholpen. Als je vijf meter lang bent, is gracieus rennen immers een hele uitdaging. Toch zijn ze bijzonder goed aangepast aan hun leefomgeving. Hun lange nek is het gevolg van miljoenen jaren aan evolutionaire selectie op basis van neklengte: als je de hoogste blaadjes kan eten, heb je weinig concurrentie over voedsel. Hun vijftig centimeter lange tong, die uiterst flexibel is, helpt hen eveneens om ook de blaadjes van doornige bomen te eten. Roofdieren besteden meestal weinig aandacht aan de giganten, en niet alleen omdat ze een flinke prooi zijn om te vellen: een trap van een giraffe kan dodelijk zijn, zelfs voor de meest taaie predatoren. Giraffen hebben bijzonder sterke hart- en spijsverteringsspieren om bloedtransport naar het hoofd en herkauwing mogelijk te maken. In feite zijn giraffen alleen klunzig wanneer ze drinken uit een poel: hun nek is flexibel, maar om zulke buigingen te maken moeten ze hun voorpoten spreiden. Dat, en babygiraffen arriveren met een soort salto van flinke hoogte.

Het is een algemeen misverstand dat giraffen nog in grote hoeveelheden voorkomen in Afrika. De netgiraffe in het bijzonder heeft in recente decennia een gestage afname meegemaakt, en de circa 10.000 dieren die nu nog in het wild leven, zijn teruggedrongen tot Noordoost-Kenia en, in mindere mate, de aangrenzende delen van Somalië en Ethiopië. De netgiraffe is een van de vier giraffensoorten die in recente studies erkend worden (al staat die indeling nog ter discussie). De andere drie soorten kunnen weer onderverdeeld worden in verschillende ondersoorten, waarvan sommige best talrijk zijn, maar van sommige zijn er slechts enkele honderden over. Giraffenpopulaties zijn best gevoelig voor habitatdegradatie, maar ook stroperij speelt een rol. Vergeleken met 1985 zijn er 60.000 minder giraffen in totaal, een afname die sterk genoeg is om de giraffe een plek te geven op de Rode Lijst.

Foto: Karla Eijgelsheim (BB-Facebook). Grote koedoe.

De onderhuurders van de giraffen zijn de grote koedoes. Zoals de naam al weggeeft, is het een flink dier: eenmaal volgroeid hebben de mannetjes een schouderhoogte van 1,60 meter met een gigantisch paar hoorns, die wel een meter lang kunnen worden. Bij beide geslachten lopen over de lichtbruine romp dunne witte streepjes en over de rug een korte maan. Hun imposante uiterlijk is echter vooral bestemd voor onderling machtsvertoon: ze maken liever gebruik van hun snelheid dan van hun spierkracht wanneer ze kaken van hongerige roofdieren moeten ontlopen in het wild. De koedoe is een bekende verschijning in Rotterdam, die er al jaren zit en waarmee tot op de dag van vandaag regelmatig wordt gefokt. Vroeger werden ze gehouden op het perk waar tegenwoordig de bosrendieren vertoeven, maar in 2004 betrokken ze de stal waar ze nog altijd huizen.

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook). Gevlekte hyena’s.

Veel bezoekers kijken hoofdzakelijk naar de linkerkant van het vlonder, maar neem ook eens de tijd voor het andere perk. Hier woont namelijk een dier waarmee absoluut niet te spotten valt: de gevlekte hyena. Zoals één bioloog het eens omschreef: ”er wordt gezegd dat er zulke gevechten uitbreken tussen etende hyena’s en dat er zulk gekrijs, geschreeuw en gelach is dat een bijgelovig iemand zou denken dat de hel is losgebarsten”. Met kaken die sterk genoeg  zijn om botten te verbrijzelen en testosteronconcentraties zo hoog dat de vrouwelijke geslachtsdelen op die van een man lijken, zijn hyena’s echt dieren om te vrezen. Ze komen voortdurend in conflict met leeuwen en regelmatig stelen ze prooien van elkaar, wat soms resulteert in heuse bloedbaden bij beide kampen. Leeuwen zijn in theorie sterker, maar hyena’s kunnen met overweldigende aantallen toch de overhand krijgen. De rivaliteit is zelfs zo groot, dat een vijandige reactie op elkaars geur genetisch wordt doorgegeven aan het nageslacht. Net als wolven vertrouwen hyena’s niet zozeer op hun klauwen, maar op hun tanden tijdens de jacht, zijn ze slecht in klimmen en houden ze van graven, hijgen ze met hun tong naar buiten en specialiseren ze zich in lange achtervolgingen in plaats van hinderlagen. Je zou misschien concluderen dat ze dus familie zijn van hondachtigen, maar ze zijn in feite nauwer verwant aan katachtigen! Het is een voorbeeld van twee niet-verwante soorten die gelijksoortige veranderingen ondergaan, een verschijnsel dat convergente evolutie wordt genoemd.

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook). Netgiraffe en grote koedoe.

De Grote Vlakte komt met wat memorabele ontwerpkeuzes die ook het bespreken waard zijn. Zo is het ruime perk in principe in tweeën gedeeld door een rij rotsblokken: wist je dat deze precies op de plek liggen van een van de oorspronkelijke bezoekerspaden van de Diergaarde? Het idee erachter is dat de koedoes wel op bezoek kunnen gaan bij hun grotere buren, maar dat ze aan hun kant van het perk veilig zijn van de giraffen. Bij de daadwerkelijke eerste ontmoeting tussen de giraffen en koedoes bleek gelukkig dat ze het prima kunnen vinden samen – sterker nog, op een dag wist een jonge, nieuwsgierige langnek zijn weg te banen naar de koedoekant en zodra er één giraffe over de keienrij was, volgden er meer. Wilde dieren laten zich niet dwingen. De koedoes kunnen overigens alsnog apart gezet worden in de kraal die grenst aan hun monumentale stalgebouw. De giraffen hebben een apart binnenverblijf, dat ondanks zijn populaire bijnaam ‘De Ui’ niet ontworpen is als knol, maar als Afrikaanse veekraal. De indeling is zo dat de giraffen normaliter als groep binnen kunnen staan, maar desgewenst kunnen ze ook gemakkelijk gescheiden worden. Voor meer informatie over het slimme ontwerp van het Savannehuis, klik HIER. Aan de rand van de Grote Vlakte is daarnaast een replica van een baobab te vinden: gigantische bomen die helaas steeds zeldzamer worden in het echt. De binnenkant van de boom biedt inzicht in wat voor dieren er zoal dankbaar gebruik van maken van deze organische flatgebouwen en vanaf de bovenkant heb je een mooi panorama van de Diergaarde.

Foto: Diergaarde Blijdorp (blijdorp.nl)

Klein & Kunstig

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook). Grote textorwever.

Na De Ui komen we aan bij een splitsing op het vlonder. Zo meteen gaan we naar rechts, maar eerst nemen we een kijkje bij de andere optie! Het vlonder slingert geleidelijk terug naar de begaande grond, waar we een inkijkje krijgen in het bestaan van de grote textorwevers. Met een groep die ruim honderd leden telt en elk voorjaar groeit met tientallen jongen, is het altijd een drukte van belang hier! Aan de mannetjes is namelijk een belangrijke taak: zij zijn verantwoordelijk voor het weven van hangende nestjes. Instinctief verzamelen ze één voor één nauwkeurig uitgekozen grassprieten en takjes. De constructie begint door het creëren van een soort krans. Voor elke fase van de bouw wordt er gezocht naar verschillende soorten materiaal van verschillende groottes. Het eindresultaat kan wel driehonderd stengels tellen! De vrouwtjes houden zich meestal afzijdig tijdens de bouw, maar nemen het meeste werk van de broed voor hun rekening. Verschillende weversoorten hebben verschillende stijlen, zo zijn er soorten die specialiseren in het bouwen van gemeenschappelijke complexen, terwijl andere wevers juist veel strakkere, preciezere nestjes bouwen dan de textorwevers hier.

Foto: Rob van Eijk (BB-Facebook). Kaapse grondeekhoorn.

De wevers hebben overigens niet het rijk voor hen alleen. Zo is er de groenhelmtoerako te vinden, een significant groter dier. In het wild leven ze langs de Afrikaanse westkust, van Ivoorkust tot Kameroen. Toerako’s in het algemeen zijn bijzonder kleurrijk en mooi, maar de groenhelmtoerako, tamelijk zeldzaam in gevangenschap, kent een exceptionele pracht. Ze vervullen een belangrijke rol in de natuur vanwege hun luidruchtige alarmkreet, die andere dieren attendeert op de aanwezigheid van gevaar. Op de grond stappen geelkeelfrankolijnen rond, familie van de fazant. Het is een vogel die zich bijzonder goed weet aan te passen aan veranderingen in zijn leefgebied en die ook teruggezien wordt op akkervelden. Tot slot zijn er de Kaapse grondeekhoorns. Ze leven vaak in kleine familiegroepjes van enkele vrouwtjes en hun nageslacht. Hun pluizige staart gebruiken ze als parasol op hete dagen, maar ze hebben ook een ander nut! Wanneer een slang wordt gesignaleerd, proberen grondeekhoorns die vaak gezamenlijk te verjagen. Zijwaarts naderen ze de belager, terwijl ze hun lichaam afschermen met hun staart. Zo proberen ze de slang uit te lokken en te frustreren totdat hij afdruipt. Nu is het tijd om weer even terug te lopen naar die splitsing op het vlonder van zo-even.

Krokodillenrivier: tijdloze evolutie

Van buiten lijkt het een doorsnee kas, zoals je die wel vaker ziet in Zuid-Holland – maar vergis je niet! Zodra je de Krokodillenrivier binnentreedt, lijkt het wel alsof een stukje Afrikaans landschap met inwoners en al is opgetild en hier weer is neergelegd. Vanaf een vlonder krijg je een inkijkje in het bestaan van vele dieren die langs de oever vertoeven. De pantserkrokodillen, die het eerste verblijf rechts bewonen, zijn niet altijd even makkelijk te vinden. Zijn lengte van ruim drie meter maakt hem een intimiderend roofdier, dat zich graag schuilhoudt onder het wateroppervlak en zich zo nu en dan op het droge opwarmt. Kijk eens goed naar hun kaken, die zo’n zeventig tanden tellen: deze zijn vrij dun en lang – niet voor niets worden ze ook wel spitssnuitkrokodillen genoemd. Ze zijn vergelijkbaar met die van een gaviaal (al gaat die nog een stapje verder) en het dieet van deze twee krokodillensoorten lijkt dan ook op elkaar. Het kleine frontale oppervlak van de snuit stelt hen in staat om met minimale weerstand door het water te schieten en zo vissen met gemak te verorberen. Hoewel over het natuurlijke gedrag van deze bosbewoner niet veel bekend is, weten we wel dat ze erg oud kunnen worden, dankzij twee voormalige inwoners van dit verblijf. Dit was het paartje Hakuna en Matata, die al volgroeid waren toen ze in 1929 naar Rotterdam kwamen! Ze waren naar schatting rond de honderd jaar oud toen ze in 2014 en -15 hun laatste adem uitbliezen. Het huidige duo is afkomstig uit de oude dierentuin van Emmen.

Foto: Anneke Tuinder-van der Kooi (BB-Facebook). Spitssnuitkrokodil.

Foto: Jop Kempkes (BB-Facebook)

Tegenover de pantserkrokodillen treffen we een veel minder waterrijk verblijf. Dit is het onderkomen van de sporenschildpadden. Ze staan ook wel bekend als sulcata’s, een bijnaam die verwijst naar hun wetenschappelijke soortnaam die op zijn beurt weer verwijst naar de groeves op hun pantser. De sporenschildpad is, op de twee eilandbewonende reuzenschildpadden na, de grootste schildpaddensoort ter wereld. In het wild zijn ze te vinden langs de zuidgrens van de Sahara, waar ze indrukwekkende holen kunnen graven om te ontsnappen aan de verzengende hitte rond het middaguur. Omdat het hier eveneens vochtiger is, kan rondom deze holen een mini-oase met grassen en vetplanten opbloeien. Schildpadden in het algemeen hebben een reputatie als gepantserde grasmaaiers en wellicht is de sporenschildpad de ultieme belichaming daarvan: tijdens de paartijd, die samenvalt met onze herfstmaanden, gaat het er hard aan toe. De mannetjes gebruiken hun twee lange halsschildplaten als stootwapen in de strijd om het voortplantingsrecht, op een manier die doet denken aan het gewei van een hert of de tanden van een nijlpaard. Ze proberen die twee schildplaten te wrikken tussen het schild van hun opponent en de huid boven hun nek. In het wild is het niet ongehoord dat de schade van dit soort gevechten dusdanig ernstig is dat de dieren bezwijken aan hun verwondingen.

Foto: Rob van Eijk (BB-Facebook). Kaapse klipdassen.

Het verblijf van de buren sluit mooi aan op de rest van de Savanne, want ook hier keren de rotskopjes van graniet terug. De Kaapse klipdassen maken er dankbaar gebruik van: zoals hun naam weggeeft, zijn deze diertjes echte meesters van de rotsspleten. Op basis van hun uiterlijk zou je ze misschien aanzien voor een soort tropische marmotten, maar schijn bedriegt. De zusterclade van de klipdassen is die van de zeekoeien en olifanten, van alle dieren! Het mag duidelijk zijn dat er nogal wat jaartjes verstreken zijn sinds de splitsing, al kunnen wetenschappers nog altijd wat overeenkomsten in lichaamsbouw aanwijzen (het gebit en de voortplantingsorganen in het specifiek). De gemeenschappelijke voorouder van de klipdassen en olifanten leek waarschijnlijk nog het meest op een flinke klipdas en was op zijn beurt weer een verwant van de gemeenschappelijke voorouder van de Afroinsectiphilia, waar onder andere aardvarkens en spitsmuizen tot behoren.

Foto: Hugo Sluimer (BB-Facebook). Nijlkrokodil.

Tegenover de klipdassen treffen we het klapstuk van de Krokodillenrivier: de Nijlkrokodillen. Deze krokodil is misschien wel de bekendste soort van de gehele orde en is, in tegenstelling tot de twee andere Afrikaanse soorten, verspreid over het gehele continent. Ze zijn ook de grootste soort van het werelddeel en bereiken met gemak een lengte van vijf meter. Ze hebben ongelofelijk sterke kaken en kunnen prooidieren tot twee keer hun eigen lengte overmeesteren. Kleine prooidieren zijn zeker een belangrijke voedingsbron, maar grote hoefdieren vallen ook regelmatig ten prooi. Na een flinke maaltijd kan een Nijlkrokodil maanden zonder eten. In een zekere zin zijn ze roekeloos door hun positie bovenaan de voedselketen, wat zich uit in sterke agressie naar vrijwel alle dieren die hun territorium binnendringen.

Foto: Houthoff Zoo Design (Facebook). Boven de Nijlkrokodillen werken vergt wat extra maatregelen…

Grote delen van hun dag brengen Nijlkrokodillen stokstil door op de kade om op te warmen. Hun mond openen ze om oververhitting te voorkomen, maar het dient ook als teken van kracht aan hun soortgenoten. Ze lijken wellicht loom, maar in werkelijkheid zijn krokodillen zich altijd te allen tijde uiterst bewust van hun omgeving. Ze hebben sterk ontwikkelde zicht- en reukorganen en in troebel water kunnen ze alsnog beweging waarnemen met speciale sensoren. In het water kunnen ze snelheden tot wel 35 km/h bereiken en uit observaties is gebleken dat ze ook wel eens hinderlagen opzetten op het droge. Kortom: de verzorgers moeten voorzichtig te werk gaan bij deze dieren.

Foto: Cor de Gier (BB-Facebook). Driekleurglansspreeuw.

Rakelings boven de hoofden van deze joekels en de andere inwoners van de kas scheren een aantal vogelsoorten: de grijze bananeneter en de schitterende purper- en driekleurglansspreeuwen. Hun aanwezigheid lijkt haast wel symbolisch: tijd voor een lesje evolutie. Krokodillen zijn in de afgelopen 240 miljoen jaar weinig veranderd en mogen dus best als een succesverhaal van natuurlijke selectie gezien worden, maar hun meest nauwe familie heeft zich ontplooid tot een spektakel waar de planeet 160 miljoen jaar in de ban van zou zijn: Dinosauria, zo luidt de naam van de zusterclade van de krokodillen. De vondst van prachtige fossielen in Oost-Azië suggereert dat er al vrij vroeg dinosoorten verschenen die, voor doeleinden zoals de regulatie van lichaamswarmte en het flirten met de dames, veren hadden op grote delen van hun lichaam. Genetisch onderzoek heeft bovendien laten zien dat er maar weinig verschil zit tussen het DNA dat codeert voor reptielachtige schubben en het DNA dat veren voortbrengt. Om deze redenen kan met een vrij grote mate van zekerheid gezegd worden dat vogels de enige tak van de Dinosauria-familie vormen die het vurige einde van het Krijt doorstaan heeft. Hun vermogen om op energiezuinige manier grote afstanden af te leggen en hun van origine gedrongen bouw hebben daar mogelijk wat mee te maken. Als je het zo bekijkt, blijkt dus dat vogels eigenlijk diep ingenesteld in de stamboom van de reptielen zitten. Maar ja, het zal nog wel even duren voordat menigeen dat ook gevoelsmatig zal durven zeggen.

Foto: Jeffrey van Ringelenstijn (BB-Facebook)

Foto: Rob van Eijk (BB-Facebook). Woestijnsprinkhanen.

Het laatste stukje Krokodillenrivier maakt geen onderdeel uit van de grote hal, maar bestaat uit een kleine tussenruimte met een aantal dierverblijven. In het midden hebben de woestijnsprinkhanen een prominente plek. Eens in de zoveel tijd komt deze diersoort in het nieuws, doordat ze in het wild zulke grote zwermen vormen dat ze hectares aan gewassen in een mum van tijd kunnen kaalvreten. In Noordwest-Afrikaanse landen, die sowieso al geregeld met hongersnood te kampen hebben, vormen sprinkhanen een reëel gevaar. Zwermen ontstaan vaak na een periode van extreme droogte. Door de terugkeer van regen vindt er grootschalige voortplanting plaats, die het evenwicht verstoort waardoor er grote concurrentie om vegetatie ontstaat. Zo wordt de kans op fysiek contact tussen de sprinkhanen groter, wat voor een reeks hormonale reacties zorgt. Het gevolg is dat volwassen sprinkhanen geel worden in plaats van groen en dat ze feromonen afscheiden die groepsvorming stimuleren. De zwermen die zo ontstaan reizen vaak mee met de wind en kunnen vanuit de Sahara grote delen van de wereld bereiken. Het is een bijzonder gezicht, waar veel Europeanen zich maar weinig bij voor kunnen stellen: het zonlicht dat wordt tegengehouden door miljarden sprinkhanen, die het zicht van autochauffeurs in luttele seconden geheel ontnemen. Zulke groepen kunnen zich uitstrekken over tientallen kilometers. Op straat worden olievaten, autobanden en vuilniszakken in brand gestoken: het is geen oorlogstafereel, maar een wanhopige poging om de horde te verjagen.

Foto: Tiny Rog (BB-Facebook). Steppeslurfhondje.

Elders in de ruimte vinden we een relatief nieuwe inwoner van de Diergaarde, die snel uitgroeide tot een echte publiekslieveling: het steppeslurfhondje. Herinner je je nog hoe de gemeenschappelijke voorouder van klipdassen en olifanten verwant was aan de gemeenschappelijke voorouder van de Afroinsectiphilia? Slurfhondjes zijn een goed voorbeeld van deze laatste groep dieren. Dit kleine zoogdiertje leeft in de dichte kust- en bergwouden van Kenia en Tanzania en voedt zich met kleine insecten die ondergronds leven. Vrouwtje Gloria kwam in 2011 aan in Blijdorp, gevolgd door een Amerikaanse soortgenoot Gambit, waarmee Blijdorp de eerste Europese dierentuin werd om deze dieren te houden. De geboorte van Gijsje in 2013 was dan ook een Europees primeur! Sindsdien zijn er nog vele slurfjes ter wereld gekomen en zijn Rotterdamse nazaten in heel Europa te vinden. Momenteel zet Blijdorp zich in om ‘vers bloed’ uit Amerikaanse dierentuinen te halen, om een gezond Europees fokprogramma mee op te zetten. Overigens delen de slurfhondjes hun verblijf met een koppeltje sneeuwkaptapuiten: charmante en lawaaierige vogeltjes met een oranje buik die maar in zo’n twintig Europese dierentuinen worden gehouden. Ze leven vooral in Centraal-Afrikaanse landen zoals Togo en Gabon, maar ook in minder beboste regio’s zoaals Mauritanië, Ethiopië en Tanzania.

Foto: Josien de Vries (BB-Facebook). Soedanese schildhagedis.

De buren van de steppeslurfhondjes zijn de Soedanese schildhagedissen en de opmerkelijke pannenkoekschildpadden. Het eerstgenoemde reptiel voelt zich thuis in de zandrijke delen van Sub-Sahara Afrika, waar hij naar hartenlust graaft en zonnebaadt. Schildhagedissen danken hun naam aan hun vergrote schubben, die door de aanwezigheid van beenplaatjes extra stevig zijn. Opmerkelijk is dat er geen duidelijke overgang van de romp naar het hoofd is. Pannenkoekschildpadden danken hun naam aan hun zeer platte schild. Doordat hun pantser vrij flexibel is, kunnen ze zich opblazen met lucht en zich zo in geval van nood vastklemmen tussen rotsspleten. Zo zijn ze een stuk lastiger voor roofdieren om op te eten! Logisch dus dat ze vaak bij kopjes gevonden worden. In tegenstelling tot de Soedanese schildhagedis is het een erg zeldzame diersoort, die alleen te vinden is in delen van Kenia en Tanzania. Door habitatvernietiging en grootschalige wildvang voor de huisdierenhandel is het een kritiek bedreigde diersoort.

Foto: Studio Evenaar (studio-evenaar.nl). Pannekoekschildpad.

Onze lange safari op de Savanne komt nu tot een einde, maar onze expeditie gaat door! Eeuwenlang was het een mysterie waar de Nijl, leven schenkend aan vele beschavingen, vandaan kwam. De oude Egyptenaren brachten generaties achtereen offers aan de goden om hun magische levensader in stand te houden en zelfs Europese ontdekkingsreizigers waren geobsedeerd door het mysterie. De Britse officier John Hanning Speke bereikte in de negentiende eeuw als eerste Europeaan Lake Victoria: een meer ter grootte van Nederland en de bron van de Witte Nijl. Lake Victoria ligt te midden van eindeloze en ondoorkruisbare jungles. Treed in de voetsporen van de grote pioniers en laat jezelf verdwalen in het regenwoud: ga op ontdekkingsreis naar het Hart van Afrika.

Foto: Hendrik Eland (BB-Facebook)

WAAR?

 

7 gedachtes over “Afrikaanse Savanne!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *