Knaloranje

Foto: Nel Hoekstra (BB-Facebook)

Terwijl heel Nederland vandaag juichend voor de buis zat vanwege het ongekende Olympische succes, treffen we vandaag in een enigszins vergeten hoekje van de dierentuin een ander soort oranje-fans aan. De groep fotografen die vandaag uitrukte naar Blijdorp was namelijk niet op gouden plakken uit, maar op mooie plaatjes van de pasgeboren François’ langoer.

De kleine spruit is geboren in de nacht van 7 op 8 februari. Blijdorp heeft nog niks laten weten over het jong, dus we weten het geslacht nog niet en wie het moederdier is, blijft ook nog even giswerk. Het jong gedraagt zich gelukkig normaal en levendig en doet het goed.

Onze ‘ster’ is vrij gemakkelijk te herkennen tussen zijn of haar volwassen metgezellen. Een volgroeide François’ langoer heeft namelijk een pikzwarte vacht met hoogstens een streepje wit van de mondhoeken tot aan de oren. De baby’s zijn echter feloranje, een opmerkelijke overlevingsstrategie. De meeste jongen dieren komen namelijk extra gecamoufleerd ter wereld: dit principe geldt van struisvogels tot aan tapirs.

Er zijn meerdere verklaringen voor de ginger-baby’s: sommige wetenschappers denken dat de ouders hun kroost zo gemakkelijk in de gaten kunnen houden en voorkomen dat het afdwaalt, anderen claimen dat de meeste lokale roofdieren kleurenblind zijn en dus geen onderscheid kunnen maken tussen de oranje kleintjes en de groene boombladeren, weer andere studies concluderen dat het andere groepsleden stimuleert om op te passen op het jong. Het kan natuurlijk ook een combinatie zijn van deze verklaringen.

Foto: Josien de Vries (BB-Facebook)

François’ langoeren zijn sociale dieren, die vaak voor langere tijd hechte groepen vormen waarin de dames samen voor de jongen zorgen. Jonge dieren verliezen na enkele maanden geleidelijk hun oranje kleur, maar worden tot wel twee jaar lang gezoogd. Omdat hun voedsel (hoofdzakelijk bladeren) moeilijk te verteren is, rusten ze ongeveer even lang als dat ze in de natuur zouden besteden aan het zoeken naar eten. Ze staan bekend als kieskeurige eters, die voornamelijk van een tiental plantensoorten leven, de meeste daarvan zijn ook nog eens erg zeldzaam. Mede daarom had slechts één dierentuin tevergeefs gedurfd zijn vingers aan de soort te branden (Duisburg, 1966-’67) voordat Blijdorp een poging waagde.

De oorsprong van de Blijdorp-groep ligt in een dierenruil met de dierentuin van Shanghai in 1992, waarbij (naast de langoeren) kuifhertjes, rode gorals, witlipherten, Sichuantakins, mandarijnslangen, oorfzanten, blauwschapen en Chinese goudkatten overkwamen uit China in ruil voor onder andere een groepje gorilla’s, mantelbavianen, Europese oehoe’s en kleine katten uit Rotterdam. Tegenwoordig herinneren alleen de langoeren en kuifherten ons aan die ruil: de meeste andere dieren zijn ofwel gestorven (zoals de gorals) ofwel verhuisd naar andere dierentuinen (zoals de takins).

Na de aankomst van de langoeren in Blijdorp hebben ze een aantal jaar in het Henri Martinhuis verbleven, waar bleek dat de Hollandse kost goed in de smaak viel. Daar vond ook de eerste geboorte plaats: die van Nanpi in ’97 (nog altijd aanwezig in de dierentuin!). In 2002 kregen ze een passender verblijf bij de Chinese Tuin, waar ze tot op de dag van vandaag wonen en al vele langoertjes zijn geboren. Ze hebben er alle gelegenheid om te klimmen en kunnen zelf bepalen of ze binnen of buiten willen zitten. Toegegeven, de plek wordt door de meeste dagjesbezoekers niet gevonden, maar of de François’ langoeren dat nou zo erg vinden…

Foto: Karin Seltenrijch (BB-Facebook). ”Wat een schatje.”

Diergaarde Blijdorp is de enige dierentuin in Nederland en één van een handjevol Europese tuinen met deze soort, met in totaal zo’n dertig individuen in alle EAZA-dierentuinen samen. Dat maakt het wel lastig om de genenpoel divers en de populatie gezond te houden. Daartoe hebben er meerdere uitwisselingen plaatsgevonden met Amerikaanse, Japanse en Chinese dierentuinen en er staan er nog meer gepland. Blijdorp hoopt nog altijd op de komst van een nieuwe Amerikaanse fokman. En het is belangrijk dat de populatie in gevangenschap stabiel blijft: in het wild zijn er nog maar zo’n 2.000 van over en dat aantal daalt rap. De wilde populatie dreigt te bezwijken onder houtkap en de vraag naar traditionele reumamedicijnen. Het zou toch zonde zijn als we deze mooie dieren zouden kwijtraken.

De onderstaande beelden zijn gemaakt door Blijdorper Bendelid Edwin den Hoedt, veel kijkplezier!

2 gedachtes over “Knaloranje

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *