Nachtelijke neushoornbevalling: R’dam verwelkomt baby

Vreugde in de Dikhuidenvleugel van de Rivièrahal: zwarte neushoorn Naima is, na een lange en zichtbaar vermoeiende bevalling, omstreeks half 11 ‘s avonds voor de tweede keer in haar leven moeder geworden. Al ruim een week had ze last van weeën en iedereen kon de bevalling op de voet volgen via de live webcams. Het jong lijkt energiek en kijkt al nieuwsgierig om zich heen vanuit zijn bedje met stro. In 1960 vestigde Diergaarde Blijdorp een Nederlands primeur met de geboorte van zwarte neushoorn Laura. Ook toen huisde deze soort in de Westvleugel van de Rivièrahal, maar dan op de plek waar nu de dwergnijlpaarden leven. De soort verdween enkele jaren na dit vroege succes uit het bestand van het park en keerde pas in 2013 terug, toen zij het voormalige olifantenterras betrokken. Een van de vele achterkleinkinderen van Laura, mannetje Vungu, zorgde samen met Naima in 2017 voor de tweede succesvolle geboorte van een zwarte neushoorn in de polder ooit, dochter Mara, en is ook de vader van dit jonkie. Mara is nog altijd te zien in Blijdorp.

-> Update 09-11-2020: Diergaarde Blijdorp heeft laten weten dat het om een mannetje gaat.

De zwarte neushoorn is een van de vijf bestaande neushoornsoorten en is daarmee ook een van de grootste landdieren ter wereld. Op de savannes van Oost-Afrika worden ze meestal op zichzelf gespot en mannelijke dieren schermutselen regelmatig, waarbij het er heftig aan toe gaat. Door hun slechte zichtvermogen kunnen ze onvoorspelbaar reageren als ze in hun territorium indringers ruiken of horen. Een bijzondere ontdekking uit recente tijden is dat zwarte neushoorns ’s nachts een andere houding aannemen: in het duister komen ze bij specifieke drinkplaatsen bijeen in grote groepen. Het exacte doel hiervan is onduidelijk, maar het is een gemoedelijk tafereel. Kalfjes spelen vrolijk met elkaar en de volwassenen begroeten elkaar door hun neuzen tegen elkaar te wrijven, aan elkaar te snuffelen en te brommen. Helaas gaat het niet goed met de zwarte neushoorn. Er bestaan tegenwoordig nog drie ondersoorten: de zuidwestelijke (gevoelig), de zuidoostelijke en de oostelijke (allebei kritiek bedreigd). Het is de oostelijke zwarte neushoorn, afkomstig uit Rwanda, Kenia en Noordoost-Tanzania, waarvoor in Europese dierentuinen een fokprogramma op touw is gezet, bestaande uit zo’n tachtigdieren. De populatiegrootte van de zwarte neushoorn is, ten opzichte van het dieptepunt in 1995, verdubbeld tot een kleine 5.000 heden ten dage. Helaas is dit nog altijd minder dan een tiende van wat er een halve eeuw geleden in het wild leefde en hun situatie blijft fragiel.

Afbeelding: Diergaarde Blijdorp (blijdorp.nl). Rechts in beeld ligt de kleine (22.35).

Foto: Diergaarde Blijdorp (blijdorp.nl). Het kleintje staat voor het eerst op, nog een beetje wankel (22.45).

Foto: Diergaarde Blijdorp (blijdorp.nl). Het jonkie laat zich voor het eerst goed zien (23.15).

Zie ze vliegen

Foto: Annemieke de Wit (BB-Facebook). Witruggier.

Wie langs Diergaarde Blijdorp rijdt, kan meestal al een klein voorproefje krijgen van de dierentuin: zij het Amazonica vanuit de trein, Taman Indah vanaf de Stadhoudersweg of de pelikanen vanaf de Van Aerssenlaan. Nu zijn enkele inwoners echter wel érg ver van huis te vinden: afgelopen woensdag werd een witruggier gevonden in Rotterdam-Overschie, gevolgd door een caracara in de buurt van Leidschenveen en nu zou ook een blauwgele ara waargenomen zijn buiten de grenzen van het park. Ontsnappingen van diverse pluimage, al met al. Alle drie de vogels zouden onder normale omstandigheden optreden bij de Vrije Vlucht Voorstellingen, die vanwege de COVID-19-maatregelen niet doorgaan. Toch is het belangrijk dat er regelmatig geoefend wordt en daarbij kan het dus wel eens fout gaan. Voor de dieren is het fantastisch: zelfs in de grootste volière kan het natuurlijk gedrag van sommige soorten immers niet volledig nagebootst worden.

Foto: Cor de Gier (BB-Facebook). Een blauwgele ara.

Neem bijvoorbeeld de gieren: deze aaseters kunnen onder gunstige omstandigheden tot wel 300 kilometer op een dag afleggen (da’s een enkeltje Blijdorp-Londen), terwijl ze hun vleugels bijna nooit hoeven te slaan. Dat komt doordat ze haarfijn kunnen aanvoelen hoe de windstromen staan. Van vele kilometers hoog in de lucht speuren ze het landschap af op de karkassen van overleden dieren, waar ze zich vervolgens tegoed aan doen. Voor een mens klinkt het niet als een smakelijk karwij, maar zo spelen gieren wel een zeer belangrijke rol bij het in de kiem smoren van ziekte-uitbraken. Wanneer gieren in een natuurreservaat boven een kadaver cirkelen, trekt dat echter al snel de aandacht van de parkwachters. Daarom worden gestroopte olifanten en ander groot wild tegenwoordig vaak vergiftigd: een fenomeen dat vele gierenlevens heeft geëist. In de afgelopen twaalf jaar zijn de gierenpopulaties van Afrika met meer dan 90% geslonken en daarom coördineert Diergaarde Blijdorp een Europees fokprogramma voor de Rüppells gier en stak het in 2019 tienduizend euro in onderzoek naar de witkopgier in Mozambique. Voortplanting gebeurt vooral in de Gierenrots-doorloopvolière, zo beamen twee jonge kapgieren en twee jonge Rüppells gieren dit jaar. Jongen die uitgevlogen zijn, maar nog even moeten wachten op een nieuw onderkomen, mogen vaak meedoen aan de vogelshow. Dit jaar fungeerde een koppeltje witruggieren bij de Vrije Vlucht Voorstellingen tevens als adoptiegezin voor een Rüppells-kuiken uit de broedmachine.

Om de ontsnapte gier maken de verzorgers zich niet zoveel zorgen: wanneer de honger over een paar dagen toeslaat, is de kans groot dat hij terugkeert naar Blijdorp. Voor grote aaseters valt er in de Randstad immers niet veel te beleven. Hetzelfde geldt voor de ara’s: zij gaan er wel vaker vandoor en snoepen dan van wat er zoal aan de lokale bomen groeit. Uiteindelijk wint de heimwee naar hun soortgenoten echter meestal. Of de caracara vrijwillig terugkeert, is een stuk minder zeker: Nico Roest laat aan het AD weten dat de Amerikaan zich in principe in leven zou kunnen houden door het kostje van buizerds af te pakken. ”In een ideaal scenario loopt hij ergens een schuurtje in en kan de deur daarna gesloten worden.” In 2016 ging deze caracara ook al eens op ontdekkingstocht: toen werd hij teruggevonden op een golfbaan net buiten Rotterdam-Schiebroek. Als je de vogel met rode poten en een zwart-wit verenpark ziet, kan je bellen met de Algemene Dienst op 010 4431 481. Voor alle genoemde vogels geldt dat ze zich niet echt bekommeren om mensen of honden, maar een kat in het nauw kan natuurlijk rare sprongen maken. Gun het dier daarom zijn ruimte en wacht op instructies van het personeel.

Foto: Harry Ros (BB-Facebook). De ontsnapte bergcaracara.

Olifanten-Stamoudste Blijdorp is een Sara: een halve eeuw Irma

Foto: Erik Siemonis (BB-Facebook). Irma (voor) in het ouderlijk nest, anno 1971.

Vijftig kaarsjes mogen er vandaag uitgeblazen worden in Diergaarde Blijdorp: olifant Irma viert vandaag dat ze alweer een halve eeuw aan levenservaring op naam heeft. Gisteren werd eveneens gevierd dat zij precies 45 jaar in Rotterdam woonde. De feestelijke aangelegenheid was voor de vereniging Vrienden van Blijdorp reden genoeg om Irma te ‘adopteren’. De trouwe achterban van het dierenpark, die het portret van Irma al sinds jaar en dag als insigne gebruikt, heeft namelijk een bijzondere band met haar. Het leek ons van Blijdorper Bende leuk om eens de stamboom van Irma onder de loep te nemen: vijf decennia aan veranderende inzichten in dierenwelzijn. Het verhaal van Irma begint in Denemarken: op 18 september 1970 vierde Kopenhagen de geboorte van een klein dikhuidje…

Irma’s ouders, mannetje Chieng Mai en vrouwtje Buag Hah, waren in 1962 op zeer jonge leeftijd door het Thaise koningshuis geschonken aan de Deense monarchie. Irma was het eerste jonkie voor het tweetal en in 1975 werd ze ‘gekocht’ (ja, het waren andere tijden…) door de vereniging Vrienden van Blijdorp voor 10.000 gulden. Bij aankomst in Rotterdam kreeg ze een plekje in de Dikhuidenvleugel van de Rivièrahal: iets wat op dat punt eigenlijk niet zo bijzonder was. In dat tijdperk waren de olifanten in Blijdorp, net als in de rest van Nederland, allemaal elders geboren en ter plekke samengevoegd tot een geforceerde groep. Dit, net als Irma’s vroege separatie van haar ouders, is natuurlijk ondenkbaar geworden tegenwoordig, nu we veel beter begrijpen welke sociale behoeftes deze reusachtige dieren hebben.

Toen Irma naar Blijdorp kwam, was ene Ramon al een paar jaartjes aanwezig. In ’71, nog geen één jaar oud, was hij overgekomen uit Hannover. Het was vrij zeldzaam dat dierentuinen toentertijd vrijwillig mannetjes op zich namen, omdat ze bekend stonden als onvoorspelbaar en agressief. Terwijl Irma en de andere vrouwtjes regelmatig ‘uitgelaten’ werden door de verzorgers, bracht Ramon zijn dagen afgezonderd van de rest door, op een afgezet deel van het terras. Toch was Ramon met een reden naar Blijdorp gekomen: de dierentuin wilde gaan fokken met de olifanten. In het kader daarvan besloot de Diergaarde tevens definitief te stoppen met het houden van Afrikaanse olifanten in 1974.

Foto: Nationaal Archief. Irma en Bernhardine. Klik HIER voor groot formaat.

Afijn: omdat zowel Ramon als Irma allebei nog erg jong waren, viel er lang niet zo veel te melden over de twee. In 1984 was de vreugde echter ongekend in de Maasstad toen Irma dochter Bernhardine, vernoemd naar de partner van Juliana der Nederlanden, ter wereld bracht. Het was niet alleen een Nederlands primeur, maar ook de eerste keer in een Westerse dierentuin dat een in gevangenschap geboren olifant zich voortplantte! In 1988 nam Irma eveneens een jonge en vermagerde verstekeling uit de haven onder haar hoede: Douanita, een uit Vietnam geïmporteerde olifant met Tsjecho-Slowakije als eindbestemming, maar zonder het juiste papierwerk. Twee jaar later volgde de geboorte van Irma’s dochter Yasmin en in 1994 werd de olifantenkudde ‘overgewandeld’ naar hun spiksplinternieuwe heenkomen in de prachtige tuin: Taman Indah. Het jaar erop vindt hier de eerste dierentuingeboorte in groepsverband plaats, toen Irma Indira op de wereld zette omringd door haar soortgenoten.

Het einde van het millennium was tumultueus. Begin 1997, twee jaar na het uitvliegen van Bernhardine, had de olifantengroep een recordomvang van twaalf vrouwtjes bereikt. In juni sloeg de bliksem echter in met het overlijden van Sonny: een olifant die al sinds 1940 in Blijdorp aanwezig was en door haar leeftijd als officieuze leidster van de groep diende. Ze had zich altijd opgeworpen als liefdevolle maar strenge oppas voor Irma’s kroost. Inmiddels was Irma niet alleen een oudgediende, maar ook de enige olifant die succesvolle bevallingen op naam had (drie nog wel!). Irma nam dan ook de rol van leider op zich. Toch trokken drie andere vrouwtjes, die omstreeks ’95 uit Rhenen waren komen aanwaaien, gezamenlijk op tegen haar: Tin Tin Htoo, Yu Yu Yin en Khaing Phyo Phyo. De spanning hield enige tijd aan, terwijl meer veranderingen in de groep plaatsvonden: zo overleed de jonge bul Ben tijdens een lichte narcose eind ’97 en verder verlieten in de loop van 1997 vier olifantenkoeien het park. Onverwachts overleed Ramon in ’98 aan een hersenbloeding en dat jaar stierf ook Irma’s jongste dochter, Indira, aan een herpesinfectie, terwijl de kudde weer werd uitgebreid door Khaing Phyo Phyo’s bevalling van Timber en Yu Yu Yins bevalling van Maxim. Lang zouden zij niet in de Havenstad blijven: in ’99 werd besloten om Tin Tin Htoo, Yu Yu Yin, Khaing Phyo Phyo en hun twee zoontjes naar Engeland te verhuizen. Toen was Irma’s rol als matriarch, zij het slechts van haar dochter Yasmin en Douanita, eindelijk veiliggesteld.

Foto: indebuurt.nl. Het eerste gezonde kleinkind van Irma, Anak.

Ramons troonopvolger, Alexander, wist Irma drie keer te bezwangeren. Bangka werd in 2000 geboren en zoontje Sibu in 2004. De derde zwangerschap ging echter ernstig mis in 2007: het jong was afgestorven in de baarmoeder en Irma’s leven werd ternauwernood gered na een lange en uitputtende operatie. Irma’s dagen als moeder lagen achter zich. Nadat Irma technisch gezien in ’99 al eens oma was geworden toen Bernhardine over de grens beviel van een zoon, die geen lang leven beschoren was, beviel ‘Dina’ na terugkomst in Rotterdam weer in 2002. Net als Willi overleed Senang echter al snel aan het herpesvirus. Yasmins bevalling van Anak in 2003 eindigde gelukkig niet in verdriet, al vonden er wel weer enkele breuken plaats in de groep: Bernhardine vertrok in 2006, samen met Yasmin, definitief naar Dublin, waar die twee nog altijd te zien zijn. In 2012 kreeg Irma’s pleegdochter Douanita leiderschapsambities en om die reden moest zij vertrekken en dit jaar werd Douanita’s achtergebleven dochter Trong Nhi ook gescheiden van de Irma-groep onder vergelijkbare omstandigheden.

Inmiddels is Irma’s stamboom flink gegroeid. In totaal heeft Irma vandaag de dag twaalf kleinkinderen en ook nog eens drie achterkleinkinderen. Toen zij voor het eerst overgrootmoeder werd, in 2014, was dat waarschijnlijk een mondiaal primeur in gevangenschap. Slechts een van Irma’s vier broers en zussen leeft nog: zus Schottzie, tegenwoordig woonachtig in de Cincinnati Zoo, in de Verenigde Staten. Verder zijn twee andere nakomelingen van Irma’s vader Chieng Mai (†2017) nog in leven: Gandhi en Plaisak. Irma’s moeder Buag Hah is niet zo oud geworden: zij is in 1996 overleden. Hoewel Irma tegenwoordig wat extra aandacht krijgt van de verzorgers, is er geen reden om aan te nemen dat we niet nog heel wat jaren mogen genieten van haar. Ze wordt omringd door haar dochter Bangka en diens dochter Faya, die inmiddels toch ook wel van de leeftijd is dat een fling met fokman Fahim niet ondenkbaar is. Diergaarde Blijdorp heeft grootse ambities met Taman Indah: het is de bedoeling dat het verblijf nog vóór 2030 flink gaat groeien door het bongoperk – en in een later stadium ook het Aziatisch Moeras en de Mongoolse Steppe – te ‘absorberen’. En wie weet, misschien duimen we tegen tijd alweer voor achterachterkleinkinderen voor Irma… Vandaag zal Irma zich overigens niet bekommerd hebben om dit alles: ze kreeg namelijk een lekkere portie fruit cadeau.

Foto: Saskia Bokkers (BB-Facebook). Irma, midden-achteraan.

Primeur: kritiek bedreigde leguaan geboren in Blijdorp

Foto: Jop Kempkes (BB-Beheer)

De spraakmakende evacuatie van vier Antilliaanse leguanen van Sint Eustatius naar gevangenschap in 2018 heeft zijn vruchten afgeworpen: de dierentuin van Rotterdam meldt de heugelijke geboorte van een klein reptiel. Toen de verzorgers een nest vonden, werden de eieren in de broedmachine geplaatst. Na 98 dagen wachten verschenen er uiteindelijk barstjes in één van de schalen… Compleet met staart was de kleine leguaan bij geboorte 24,5 centimeter lang en het lijfje 7,7 centimeter. Hij is nu nog lichtgroen van kleur en zal in de loop der jaren steeds donkerder worden. Voorlopig blijft het jonkie, waarvan het geslacht nog niet bekend is, veilig achter de schermen. De ouderdieren zijn te bewonderen in het Natuurbehoudscentrum in het Oceanium.

Foto: Eelko Tuurenhout (BB-Facebook)

Zoals zijn naam verraadt, komt de Antilliaanse leguaan voor in het Caraïbisch gebied. Vroeger omvatte zijn verspreidingsgebied een groot deel van de zogenaamde Leeward Islands die de noordoostelijke rand van de Caraïbische Zee markeren, alsmede Dominica en Martinique net ten zuiden daarvan. De tijden zijn echter veranderd: 80% van hun leefgebied is verdwenen, alsmede 75% van hun populatie. Tot de boosdoeners behoren allerlei factoren: steden op de Antillen groeien, net als de geitenkuddes die vegetatie en eieren vertrappen, honden en katten willen nog wel eens achter hen aan gaan en sommige mensen ook wagen zich ook aan Iguana delicatissima voor op de barbecue. Dit alles valt echter in het niets vergeleken de bedreiging die gevormd wordt door een nieuwkomer op de Antillen: de ‘gewone’ groene leguaan van het Zuid-Amerikaanse vasteland.

Foto: Cor de Gier (BB-Facebook)

Groene leguanen reizen vaak per abuis mee naar de eilanden als ze bijvoorbeeld opgesloten raken in het ruim van containerschepen. Bij aankomst op de tropische Antillen voelen ze zich helemaal thuis: de natuur op de eilanden verschilt immers niet zoveel van de vochtige stroomgebieden van de Orinoco en Amazone. If anything zijn er hier minder inheemse roofdieren! Die millenialange kalmte heeft de planteneters echter ook enigszins mak gemaakt. Maak kennis met de Antilliaanse leguaan: ze planten zich langzamer voort, groeien niet zo snel en worden minder groot dan de groene leguanen. Ze kunnen zich ook nog eens kruisen met de immigranten: hierdoor dreigt de unieke natuur van de Caraïben verloren te gaan. Het is een rap proces: op zeven grote Antilliaanse eilanden, waaronder ‘ons’ Sint Maarten, is de leguaan al geheel uitgeroeid. De teller van eilanden waar hybridisering met groene leguanen plaatsvindt, stond voorafgaand aan 2018 op vier, maar dat jaar werd het fenomeen ook Sint Eustatius, een bijzondere gemeente van Nederland, voor het eerst vastgesteld. Dat betekent dat Dominica nu het enige grote eiland is waarop de Antilliaanse leguaan nog onbekommerd voortleeft, tezamen met een handjevol minuscule eilandjes (enkele vierkante kilometers in totaal) voor de kust van grotere landmassa’s elders. Klik HIER voor een kaart die Stichting RAVON en STENAPA samengesteld hebben.

Er zijn maar weinig Antilliaanse leguanen in dierentuinen aanwezig. De dierentuin van Jersey op de Kanaaleilanden, die de rol van de stamboekhouder op zich heeft genomen, is goed voor verreweg de meeste dieren en hun fokpaartje heeft al meerdere keren voor eieren gezorgd. Een van die jongen, een in 2000 geboren mannetje, is al een aantal jaar te zien bij het Caraïbisch Café in Blijdorp. Ook in Wenen is een onverwant koppel aanwezig dat voor nageslacht heeft gezorgd. Al met al is dat te weinig genetische diversiteit en zo ontstond, na uitvoerig overleg met het IUCN en CITES, het plan om enkele dieren te vangen en naar Europa te transporteren. Omdat KLM terughoudend was met het vervoeren van wilde dieren, is de verhuizing uiteindelijk mogelijk gemaakt door het regeringstoestel. Dat het nu gelukt is om met twee van de nieuwelingen te fokken, betekent dat er nu drie bewezen, onverwante fokpaartjes in Europa zijn. Zo kan de soort hopelijk in betere tijden teruggebracht worden naar het wild en tot die tijd dienen ze als waarschuwing voor de gevolgen van invasieve diersoorten.

Bye bye Sunay!

Foto: Saskia Engelaar (BB-Facebook)

Vandaag is de laatste dag die olifant Sunay in Rotterdam zal doorbrengen. Verzorgers bevestigen dat de afgezette bezoekerspaden en de vrachtwagen op het voorplein van de Rivièrahal bedoeld zijn voor het transport van de vijfjarige bul. De bestemming is Frankrijk: hier zal hij onderdeel gaan uitmaken van een geheel nieuwe bullengroep. La Tanière heeft bevestigd klaar te staan voor het ontvangst van Sunay. Het is de bedoeling dat deze dierentuin, gesitueerd nabij Chartres, net wat zuidelijker dan Parijs, dit jaar voor het eerst zijn poorten zal openen voor bezoekers. Het park is hoofdzakelijk een opvangcentrum voor ex-circusdieren en fauna die illegaal gehouden werd in het verleden. In overleg met de EAZA is er ook een groot verblijf voor Aziatische olifanten gecreëerd. 

Foto: Danique Dellevoet (BB-Facebook). Sunay in 2015.

Het houden van olifanten in gevangenschap is niet zonder uitdagingen. Vrouwtjes en hun nageslacht vormen van nature gemoedelijke familiegroepen voor het leven, maar mannetjes staan doorgaans bekend als eenlingen. Soms vormen ze kleine mannengroepjes of volgen ze een vrouwenkudde op enige afstand. Nieuwe dierentuinen, zoals WILDLANDS in Emmen, proberen dat na te bootsen door dynamische groepen te creëren. Sunay’s vader Timber, die dit jaar is verhuisd naar Drenthe, staat bijvoorbeeld soms bij de dames, soms bij een paar jonge bachelors en soms alleen. Ook Diergaarde Blijdorp kondigde eerder dit jaar aan dat het een van hun doelstellingen voor dit decennium was om extra mannetjes te huisvesten in de Maasstad. De huidige stand van zaken in veel dierentuinen is echter anders: vaak is er slechts ruimte voor één of twee mannetjes, terwijl er wel een voltallige damesgroep aanwezig is. Dat betekent, gezien er evenveel individuen van elk geslacht geboren worden, dat er een zogenaamd ‘mannenoverschot’ ontstaan is. Doordat parken zoals La Tanière uitsluitend heren huisvesten, wordt daarvoor gecompenseerd.

Sunay werd in 2015 geboren als zoon van Bangka en Timber. Het was de zestiende olifantengeboorte in Diergaarde Blijdorp en tot op heden ook de meest recente. Met Faya en Nhi Linh speelde hij altijd graag spelletjes, al zijn Nhi Linh en haar moeder Trong Nhi eerder dit jaar gescheiden van de rest van de kudde vanwege een machtsstrijd met Sunays oma Irma. La Tanière publiceerde op hun Facebook-pagina recentelijk een uitgebreide video over het werk dat in Sunays nieuwe heenkomen is gaan zitten, klik daarvoor HIER. De Rotterdamse emigrant zal in Frankrijk drie andere olifanten ontmoeten: de halfbroertjes Ananda Yingthway en Yoe Ma, in Emmen verwekt door de welbekende bul Radza en de laatste jaren woonachtig in Maubeuge, en ene Rajendra uit Keulen. Sunay: het ga je goed!

Afbeelding: La Tanière – Zoo Refuge (Facebook). Sunays nieuwe verblijf.