
”Op de Algemene Ledenvergadering is besloten wat het Vriendenproject van 2016 zal worden: het flamingoverblijf wordt een doorloopvolière.” Het is een zin die bijna vijf jaar geleden op deze website verscheen. Toentertijd werd er weinig aandacht aan besteed – het zou immers een simpele klus worden. Vogels permanent wieken werd verboden en daarom moest er een netconstructie over het Flamingo-Strand gespannen worden. Het leek zo’n eenvoudige taak: een paar palen met een net eroverheen, een klus die met een potje van €100.000,- geklaard kon worden. Achteraf gezien bleek deze uitspraak echter een oorlogsverklaring geweest te zijn: al bijna vijf jaar liggen Diergaarde Blijdorp en de Commissie voor Welstand en Monumenten elkaar dwars. Deze maand besloot deze tak van de Gemeente Rotterdam nog eens zout in de wond te strooien door de dierentuin wéér terug naar de tekentafel te sturen, zo bleek uit twee recente publieke verslagen. Zo komt deze hoognodige ingreep wederom in het gedrang.

De problematiek stamt uit de jaren ’40: toen de Rotterdamse dierentuin van het stadscentrum naar de nieuwe Blijdorp-polder verhuisde, ontwierp Sybold van Ravesteyn eigenhandig de gehele nieuwe tuin. Sinds het overlijden van deze eigenzinnige architect is het aantal gebouwen van zijn hand zienderogen afgenomen: zo ging ‘zijn’ Rotterdam Centraal in 2008 tegen de vlakte. Van Ravesteyns stijl wordt echter als nationaal erfgoed gezien en zodoende is de gehele Rivièrahal-zijde van Diergaarde Blijdorp uitgeroepen tot rijksmonument, een status met vele asterisken. Terwijl de dierentuin nagenoeg vrij baan heeft om te bouwen en te slopen in het noordoostelijke segment, zijn er veel minder keuzemogelijkheden voor het terrein nabij de Oude Ingang, het Roofdieren-Gebouw en de Rivièrahal – een triade waar het flamingoverblijf direct aan grenst. Het is de plaaggeest van Van Ravesteyn: wie aan zijn ontwerpen komt, komt in een bureaucratische rompslomp terecht. In Rotterdam draagt dat gebed zonder einde de titel van Welstandscommissie: een raad van architecten die aangesteld is door de gemeenteraad.

Blijdorp heeft voor de geambieerde volière in dit beschermde stukje dan ook een architect in arm genomen die zich specialiseert in dit soort dossiers. Het ontwerp stemde hoopvol: de kooiconstructie, waarvan de pilaren dezelfde hoogte krijgen als de Victoria Serre, gaat zoveel mogelijk op in de omgeving. Gezien de vijver van de flamingo’s geen authentiek onderdeel van deze locatie is (oorspronkelijk was het een speeltuin), krijgt ook de waterpartij sierlijke curves om beter bij de stijl van Van Ravesteyn te passen. Ook de volière zelf zou niet hoekig, maar cirkelvormig worden, een vorm die verder gecomplimenteerd wordt door het eveneens gebogen bezoekerspad. Om Van Ravesteyns visie verder recht aan te doen, werd ook de rest van het voorplein meegenomen in de plannen. Deze wordt na jaren van verzakking weer recht getrokken (en gaat tevens een ondergrondse waterberging faciliteren) en de bankjes die toenmalig koningin Beatrix in 2007 cadeau deed, krijgen een mooi plekje rondom de stokoude boom die tussen het plein en het verblijf in staat. Tot aan de kleur van de schroeven werd er rekening gehouden met het totaalontwerp – maar de Gemeente moest er niets van weten.

Net voorafgaand aan de Nieuwjaarslezing werd het ontwerp, zoals dat toen getoond was, afgekeurd: ”de Commissie reageert op dit moment niet positief op het voorstel. Het ontwerp is pragmatisch van aard. De Commissie vindt vooralsnog dat hiermee niet voldoende recht wordt gedaan aan de uitstraling van het bestaande flamingoverblijf (zowel het dag- als nachtverblijf) en het entreegebied van de dierentuin. Dat getracht wordt de overnetting zo min mogelijk zichtbaar te laten zijn is een goed uitgangspunt, maar het voorgestelde ontwerp overtuigt de Commissie hierin nog onvoldoende. De Commissie geeft de suggestie mee het als een object te benaderen waaraan een ontwerpkwaliteit wordt toegevoegd dat in goede verhouding staat tot het voorterrein, de monumentale gebouwen, en de oorspronkelijke hoofdentree van de dierentuin en tevens een ondergeschikt karakter heeft.”

Het gesprek tussen Blijdorps architect en de Commissie op 22 januari verliep niet veel beter: ”In relatie tot de kenmerkende vloeiende belijning in het oorspronkelijk ruimtelijk ontwerp van Van Ravesteyn vraagt de Commissie zich af of het ontwerp van de afsluitende netconstructie hiermee in goede verhouding staat. De commissie vraagt zich af of een serie van repeterende staanders het passende antwoord is op het ontwerpuitgangspunt om de afsluitende netconstructie zo min mogelijk zichtbaar te laten zijn. Door de opeenvolging van verschillende ingrepen [aan het terrein] komt het geheel fragmentarisch over. De leesbaarheid van een heldere, vloeiende hoofdvorm gaat hierdoor teniet. De Commissie pleit voor een duidelijk kader rondom het gebied die het groene grondvlak markeert, zodat het gebied waar de volière komt als één geheel ervaren kan worden. Vanuit de kenmerkende openheid van het voorplein vraagt de commissie om de afstand tussen de monumentale boom op het voorplein en de te maken afsluitbare netconstructie te heroverwegen.”
Al met al lijkt het erop dat dierenwelzijn op gespannen voet staat met ‘monumentenwelzijn’. Toch blijft de relatie van de dierentuin met de Gemeente positief: zo is toegezegd dat de Diergaarde op steun kan rekenen met een aantal toekomstige projecten. Als Blijdorp de wens om deze klus dit jaar af te ronden wil verwezenlijken, is haast geboden: in het hoogseizoen hebben de flamingo’s het buitenverblijf nodig om hun natuurlijke gedrag te vertonen. De Welstandscommissie vergadert om de week, dus de dierentuin kan op zijn vroegst op 5 februari met een nieuw voorstel komen. Al sinds 2004 is de fok van flamingo’s in de Diergaarde totaal stilgevallen: iets dat gewijd wordt aan een transport dat toen plaatsvond, maar dat lokale roofdieren bij de nesten kunnen komen helpt ook zeker niet. De hoop is dan ook dat er uiteindelijk weer wat donzige langpootjes te zien zullen zijn wanneer de flamingo’s gewend raken aan hun nieuwe stulpje – maar mogelijk duurt dat dus nog wat langer dan gehoopt.

Foto: Cor de Gier (BB-Facebook)

Het is de dag waar iedere trouwe fan van de Diergaarde jaarlijks naartoe leeft: de Nieuwjaarslezing van de Vrienden van Blijdorp. Met bijna 1,6 miljoen bezoekers was 2019 een boven verwachting goed jaar, maar alle tekenen wijzen erop dat de opening van het nieuwe decennium nóg spectaculairder wordt. Zodra voorzitter Marcel Kreuger met een grote lach op het podium verscheen, verstomde het geroezemoes uit de twee lezingzalen van het Oceanium, die ondanks het ongure weer propvol Vrienden zaten, direct. Vervolgens was directeur Erik Zevenbergen aan het woord: ”We richten ons vizier op de toekomst en staan aan de vooravond van het Masterplan 2030”.

Hoewel het niet exact duidelijk is op welke onderdelen van het ontwerp bezuinigd wordt, blijft de opzet grotendeels ongewijzigd. Waar het ringstaartverblijf een weergave is van het uitgestrekte droge ecosysteem op Madagaskar, komen bezoekers na hun rondje door de buitenlucht terecht in een vochtige, tropische hal. Hier worden de regenwouden van de oostkust nagebootst. Hier krioelt het van de levensvormen en dat blijkt ook uit de oorspronkelijke plannen: kameleons, Madagaskarwevers, boegsprietschildpadden, smalstreepmangoesten en muismaki’s zijn stuk voor stuk genoemd. Ook de ploegschaarschildpadden, spinschildpadden en Madagaskarleguanen, tegenwoordig in het Natuurbehoudscentrum ondergebracht, behoren tot de opties. De fauna wordt ondergebracht in aparte verblijfjes die binnen in de kas gecreëerd worden. Ook de botanisten kunnen er hun hart ophalen. Madagaskar staat immers bekend om unieke flora zoals de waterbanaan en de reizigerspalm. Het groen wordt zeker niet uit het oog verloren bij het invullen van de kas.
Madagaskar beslaat grofweg een derde deel van de beoogde uitbouw, aan het oostelijke uiteinde. Wat resteert, vormt één ruimte zonder tussenmuur, maar beslaat desalniettemin twee totaal verschillende werelden: Komodo, gelegen in de Kleine Soenda-eilanden, en de Galapagos, een archipel in de Stille Oceaan. Allereerst bezoeken we Komodo: een stukje UNESCO Werelderfgoed. In tegenstelling tot grotere Indonesische eilanden zoals Borneo en Sumatra, bestaat Komodo vooral uit tropische savannes – vanzelfsprekend zal het verblijf niet al teveel weelderige planten tellen. In het recente verleden hebben de Komodovaranen in Blijdorp twee onderkomens gehad: één in de Rivièrahal en één in het Aziëhuis. Uit beide verblijven heeft de dierentuin lering getrokken en het verblijf wordt dan ook uiterst diervriendelijk. Met een gronddiepte van tussen de 50 en 75 centimeter diep kan er naar hartenlust worden gegraven en er kan gezwommen worden in een waterpartij. Doorgaans zullen de dieren individueel verblijven in hun eigen ruime verblijven en alleen wanneer het vrouwtje vruchtbaar is, worden de perken gekoppeld. Als bezoeker kijk je van bovenaf het verblijf in: niet geheel ongelijk aan de Krokodillenrivier, alleen bedraagt het hoogteverschil hier slechts één à twee meter.
Visueel wordt deze helft gescheiden van het volgende segment door beplanting en een hutje, bestemd voor uitleg over wat er komen gaat: de Galapagos! Haar extreme isolatie maakte deze eilandenreeks (eveneens Werelderfgoed) tot een informatieschat voor de alom bekende bioloog Charles Darwin, met als bekendste voorbeeld natuurlijk de Galapagosreuzenschildpadden. Het bezoekerspad slingert vanaf het hutje dwars door het lager gelegen schildpaddenverblijf heen, al kunnen de schildpadden onder een brug door om beide helften bereiken. Het verblijf wordt gethematiseerd door de twee ouders van de Galapagos: water en vuur. Door het verblijf worden afgekoelde lavaformaties verspreid, er komt een stuk van het verblijf met zout water en zelfs het pad kleurt zwart. Niet alleen zijn al deze ontwerpkeuzes leuk voor het publiek, maar ze zijn ook nuttig. Galapagosreuzenschildpadden zijn niet per se solitair, maar ze hebben van tijd tot tijd ook best behoefte aan wat rust. Een visuele barrière in de vorm van het verhoogde pad zou daarbij van pas komen. Ook zouden de zogenaamde lava flows enig reliëf geven, wat een goede spieroefening is voor deze zwaargewichten die bij een egale grond soms pootproblemen ontwikkelen. Oudere concepten uit 2018 tonen ook een mogelijk buitenverblijf, al wordt dit in recentere ontwerpen niet getoond.
Eerdere ontwerpen laten ook wat andere interessante ontwerpkeuzes zien. Zo loopt de verzorgersruimte onder het bezoekerspad en is er onder de Galapagos-hut ruimte om de dieren te separeren. Ook werd er nagedacht over een doorsteek, bedoeld voor drukke dagen, waardoor bezoekers desgewenst direct van het begin van het Komodosegment naar de ingang van het Natuurbehoudscentrum kunnen lopen. Opmerkelijk is dat op de plattegronden een verblijfje voor de Filipijnse zeilhagedis is ingetekend bij deze bypass, want deze oude bekende uit het Aziëhuis krijgt al een onderkomen in het Natuurbehoudscentrum.








