Kort Nieuws

Dit Kort Nieuws-bericht is enkele dagen na de presentatie van het Masterplan 2030 gepubliceerd. Ben je op zoek naar ons verslag? Klik dan HIER.

Corona: kan een dagje uit nog?

Foto: Florien de Graaf (BB-Facebook)

Ben jij al moe van de krantenkoppen? Of je de corona-pandemie nu opgeblazen vindt of niet, ook Diergaarde Blijdorp kan er niet omheen. De Rotterdamse dierentuin laat weten dat het park voorlopig gewoon open blijft voor bezoekers. Hoewel in de stadsregio Rijnmond inmiddels 28 gevallen van het virus vastgesteld zijn, is er geen reden om aan te nemen dat Blijdorp onveilig is. In het laagseizoen zijn er, al helemaal vergeleken de rest van Rotterdam, relatief weinig mensen aanwezig op een vrij groot oppervlakte. Wel worden er enkele maatregelen getroffen in de dierentuin: onder andere het doorloopverblijf van de ringstaartmaki’s, het glazen huis van het Natuurbehoudscentrum en het Publiekslab blijven voorlopig gesloten. Vanaf zaterdag wordt dit beleid uitgebreid naar iedere binnenruimte: denk aan Taman Indah, de Krokodillenrivier, Amazonica, het Aziëhuis en het Oceanium, maar ook de Zee van ZOOvenirs en de Vriendenbazaar. Activiteiten waarbij direct contact plaatsvindt met bezoekers (zoals verzorgerspraatjes, informatiepunten en schminken) worden voorlopig geannuleerd. Blijdorp verzoekt bezoekers om geruime afstand te houden van elkaar, het geven van handjes achterwegen te laten, goed op hun hygiëne te letten en bij twijfel over je gezondheid een bezoek uit te stellen. Voor extra informatie kan je terecht op blijdorp.nl of kan je bellen naar 0900-1857 (zonder extra kosten). Edit 19.00 uur: tot nader order hebben alleen abonnementhouders toegang tot de dierentuin. Deze keuze komt voort uit angst voor een bezoekersgolf na de sluiting van o.a. Burgers’ Zoo, WILDLANDS, GaiaZOO, Avifauna, DierenPark Amersfoort, AquaZoo Leeuwarden, ZooParc Overloon en Safaripark Beekse Bergen.

Fluiten naar je kikkers

Foto: Peter Milano (BB-Facebook). Een fluitkikker in het Oceanium.

Was het je al opgevallen? Er is een soortbordje verdwenen uit het Oceanium, die van de Montserrat-fluitkikkers. Kort geleden overleed het laatste hoogbejaarde dier in het verblijf bij het Caraïbisch Café, dat door de soort gedeeld wordt met een helmbasilisk. De fluitkikker is een kritiek bedreigde amfibie uit de Antillen. Nadat menselijke consumptie, oprukkende menselijke activiteit en een enorme vulkaanuitbarsting al voor flinke schade hadden gezorgd, trof de beruchte ziekte Chytridiomycosis tussen 2000 en 2010 zowel Dominca als Montserrat, de twee laatste bastions van deze soort in het wild. De uitbraak van deze schimmel resulteerde in het sterven van duizenden kikkers: er bestaat tegenwoordig geen levensvatbare populatie meer op Montserrat, slechts een handjevol resteert op Dominica. Kortom: voorlopig moet deze soort het hebben van fokprogramma’s in gevangenschap. De soort kent een uniek voortplantingsgedrag waarbij, na het maken van een schuimnest in een holletje, de moeder de uitgekomen larven met onbevruchte eitjes gedurende een aantal maanden voedt, totdat de larven zich tot complete kikkertjes hebben ontwikkeld. De ouders bewaken de nesten fanatiek en de monitoring vond dan ook altijd plaats via camera’s. Schuimnesten zijn er vaak genoeg geweest, maar het is nooit gelukt om ook daadwerkelijk kleine kikkertjes te krijgen. De liefhebber van koudbloedigen hoeft echter niet te treuren: Blijdorp hoopt in de nabije toekomst weer nieuwe dieren in ontvangst te nemen.

Onder constructie

Foto: Greet van Norde (BB-Facebook). ”Is de renovatie van de Rivièrahal begonnen?”

Een opmerkelijk tafereel op het voorplein van de Rivièrahal: daar lijkt het erop dat Blijdorp alvast een paar kleine klusjes aanpakt in afwachting van de restauratie van de rest van het complex. De twee standbeelden die sinds 1940 gepositioneerd zijn aan de voorzijde van het pand, bovenop het dak van het huidige restaurantje ‘Victoria’s Poffers’, zijn voorzichtig verwijderd. Ze staan nu rechts van de ingang van het gebouw, vermoedelijk worden ze binnenkort in ere hersteld. Zoals de vorm van de handen van de beelden nog altijd beaamt, hielden deze beelden oorspronkelijk klokken vast. Het is niet zeker of deze terug zullen keren.

Foutje, bedankt

Foto: ”Yendoandando” (Flickr). Thaise cobra, archieffoto (onbewerkt).

Afgelopen herfst overleed de Indiase brilcobra in het Aziëhuis. Na een korte periode van leegstand was er dit voorjaar weer een slang te bewonderen, maar in tegenstelling tot wat toen gedacht werd, verraden vernieuwde soortbordjes dat dit niet dezelfde cobrasoort is! Dus: nieuw in Diergaarde Blijdorp is de Thaise cobra (Naja kaouthia). Het hart van hun natuurlijke leefgebied is gesitueerd in Thailand en zuidelijk Indochina en wordt in het noordwesten begrensd door de Himalaya en de Ganges. Door vele generaties aan evolutie zijn ze heer en meester op de vochtige bosbodem, wat hen tegenwoordig helpt te overleven in rijstvelden. Vermoedelijk lopen ze terug in aantallen, maar vooralsnog is hun situatie niet ernstig genoeg voor een plekje op de Rode Lijst. In tegenstelling tot de Indiase brilcobra, die te herkennen is aan het brilvormige patroon op hun ‘hoed’, bestaat deze tekening bij de Thaise cobra uit een enkele cirkel. Niet voor niets worden ze in het Engels ‘monocled cobra‘ genoemd. Opmerkelijk genoeg heeft veldwerk bevonden dat er binnen de soort verschillen bestaan in hoe gevaarlijk ze zijn. Zo kunnen sommige populaties gif spugen en er bestaan significante verschillen van plek tot plek hoe dodelijk dat gif is. Hoe dan ook, binnen de grenzen van Thailand heeft de Thaise cobra de meeste doden van alle slangensoorten op zijn kerfstok. Een giftige beet kan een mens binnen een uur omleggen.

Buiten Blijdorp

Foto: Fota Wildlife Park (fotawildlife.ie)

Hoe gaat het met Indische neushoorn Zwatra? In 2012 kwam de kleine ter wereld in Rotterdam als dochter van Namaste en Fanindra en in 2015 vetrok ze naar Frankrijk, waar ze omgedoopt werd tot Maya. Sinds enkele weken woont ze in Fota Wildlife Park te Ierland, waar ze samen met het jonge mannetje Jamil het enige koppel van deze soort in dit land vormt. Ze voelt zich al helemaal thuis daar en nadat ze al op vriendelijke wijze interesse toonde in (de geur van) haar soortgenoot, heeft het tweetal inmiddels ook kennis gemaakt. Op de website van de dierentuin is een filmpje te bekijken van haar transport.

Match made in heaven?

Foto: Monique van Oort-Schenk (BB-Facebook). Geladaman Hagos.

Een bijzondere nieuwe soortencombinatie: het Roofdieren-Gebouw huisvest niet langer alleen gelada’s! Deze week maakte de mannengroep namelijk kennis met hun nieuwe onderhuurders: een groepje geelkeelfrankolijnen! Het gaat om een deel van het nageslacht van het volwassen koppel in de Okapi-Volière. Hoewel gelada’s strikte herbivoren zijn, bleef de kennismaking even spannend voor de verzorgers. Hoe zouden de macho’s reageren op deze tengere dieren? Tot grote opluchting vertoonden ze geen enkele agressie – sterker nog, vooralsnog vluchten de heren weg wanneer de frankolijnen naderen. Deze kleine fazantachtigen voelen zich inmiddels helemaal thuis hier en brengen het grootste deel van de dag scharrelend door. Hun aanwezigheid is niet alleen een vorm van verrijking voor de apen, maar het is ook een leuk gezicht voor de bezoekers. De mannengroep kende namelijk een ietwat roerige start: het oorspronkelijke drietal stond elkaar naar het leven in de binnenverblijven, maar toen ze voor het eerst het buitenverblijf mochten verkennen, bedaarde de situatie. Het bewonersregister van de mannenkant veranderde meermaals door het overlijden van een van de dieren en doordat Salto promoveerde naar de kant van de dames, nadat een ‘staatsgreep’ resulteerde in het overplaatsen van Hagos naar de terrassen. Zijn zoon Pim volgde hem later en ook een jong mannetje genaamd Jaba werd bij de groep gevoegd, waardoor de teller op vier kwam te staan. Toen werd echter de lastige keuze gemaakt om Hugo in te laten slapen: hij was in Duitsland met de hand opgevoed en hoewel hij iedere denkbare vorm van huisvesting heeft mogen uitproberen, zag hij zichzelf altijd als mens. Op latere leeftijd uitte dat zich in het opzoeken van contact met de bezoekers, agressieproblemen en seksuele frustratie. Nu heeft het ruime perk aan de zuidzijde van het pand dus niet langer uitsluitend het vrij schamele bestand van Hagos, Pim en Jaba, maar ook de immer actieve frankolijnen. Het mag overigens gezegd worden dat het nog altijd de bedoeling is dat de geladapopulatie op termijn uitgebreid zal worden en ook de combinatie met manenschapen staat nog altijd op de agenda.

Foto: Patrick Kruizinga (BB-Facebook)

Kort Nieuws

Terug van weggeweest

Foto: Josien de Vries (BB-Facebook). In 2017 werd Rotterdam verblijd door de geboorte van manoel-kitten Loesje.

Alweer enige tijd is verstreken sinds de Vrienden van Blijdorp de Mongoolse Steppe opzomerden. Het manoelverblijf, al twintig jaar in dienst, ziet er tegenwoordig weer spiksplinternieuw uit met niet alleen een mooie façade, maar ook met een natuurlijkere inrichting. Dusver ontbrak echter nog één ingrediënt uit het recept: de manoels zelf. Het oude echtpaar worstelde ieder jaar meer terugkerende (en steeds erger wordende) kwalen en moest uit hun lijden verlost worden. Een jonge vissende kat was dan ook de eerste katachtige op voet te zetten in het rotsige onderkomen – al waren de verzorgers verrast toen ze hetzelfde dier enkele dagen later op het dak van haar ouders in de Maleise Bosrand aantroffen. Lering werd getrokken uit haar escapade en sindsdien waren het de Himalayaglansfazanten die er vertoefden. Nu heeft het kersverse manoel-duo uit Wrocław eindelijk hun quarantaineperiode uitgezeten en zijn deze kleine, grijze katachtigen uit het Aziatische binnenland weer te zien in Rotterdam. Nou ja, te zien – ze moeten nog even wennen aan hun nieuwe omgeving en zijn pottenkijkers liever kwijt dan rijk. Hoewel trouwe fans al duimen voor nageslacht, zit dat er voorlopig nog niet in: ze zijn van hetzelfde geslacht. Een toekomstige uitwisseling met een andere dierentuin moet daar op termijn verandering in gaan brengen. Het is aan de Schotse stamboekhouder om dat te bewerkstelligen.

Housewarming

Foto: Diergaarde Blijdorp (blijdorp.nl)

Nieuw in Diergaarde Blijdorp: het tijgerzeepaardje (Hippocampus comes). Op de valreep van 2019 werden ze uitgezet in het meest rechter aquarium van het wandrek in het Publiekslab. Deze merkwaardige vissen danken hun naam aan hun gestreepte grijpstaart, al kunnen ze hun huid desgewenst van kleur laten veranderen. Van nature bewonen ze koraalriffen in de Zuid-Chinese Zee, maar hun situatie is niet bepaald rooskleurig. Niet alleen sterven koraalriffen en masse af door de stijgende zeespiegel, het opwarmen van de zee, vervuiling en het opspuiten van eilanden voor militaire doeleinden, maar jaarlijks verdwijnen er zo’n 20 miljoen zeepaardjes door toedoen van Chinese kwakzalvers. Het tijgerzeepaardje staat dan ook bekend als een kwetsbare diersoort. In hun heenkomen in het Oceanium zijn ze niet altijd even gemakkelijk te vinden, maar de verwachting is dat ze, eenmaal volgroeid, uiteindelijk goed zichtbaar zullen zijn met een lengte van ruimschoots 15 centimeter.

Dodelijk

Foto: Cor de Gier (BB-Facebook)

Er is weer een cobra in het Aziëhuis! Zijn voorganger blies in de herfst zijn laatste adem uit, waardoor dit terrarium in het hartje van de Maleise Bosrand enige tijd leeg stond. De Indiase brilcobra dankt zijn naam aan de tekening op hun ‘hoed’: de brede kap die cobra’s kunnen opzetten als ze zich bedreigt voelen. Overigens is de kans dat je dit machtsvertoon in gevangenschap ziet minimaal. Van nature houden slangen er een rustig bestaan op na en de meeste tijd brengen ze rustend door. Wie met deze dieren werkt, moet echter altijd op zijn hoede zijn: in Zuid-Azië wordt deze soort als onderdeel van de ‘Grote Vier’ gezien, het soortenkwartet dat het merendeel van alle slangenslachtoffers op zijn kerfstok heeft. Er bestaat een (prijzig) tegengif, maar naar schatting kan 20% van de mensen die in confrontatie met de brilcobra komen het niet navertellen. Overigens zou het goed kunnen dat dit percentage in de komende jaren flink gaat dalen, want onderzoekers in Leiden en Utrecht zijn erin geslaagd om gifklieren van enkele giftige reptielen in het lab te kweken. Zo zou medicatie in de toekomst veel gemakkelijker verkrijgbaar kunnen worden.

Geschuif

Foto: Rob van Eijk (BB-Facebook)

De Bengaalse oehoes zijn weer terug op hun vertrouwde honk: de volière rechts van de ingang van het Aziëhuis. In recentere tijden waren ze te vinden in de Amoervolière, nadat de inwonende Laplanduilen in 2017 overleden aan het Usutu-virus, beter bekend als de roemruchte merelziekte. Momenteel staat dit verblijf, gesitueerd tussen de Amoerpanters en de flamingo’s, nog leeg, maar deze verhuizing lijkt te impliceren dat nieuwe invulling niet lang meer op zich laat wachten. Een geheel ander transport vond plaats in Amazonica: de vergrijzende groep roodbuikpiranha’s is aangevuld met elf jonge dieren. Het is altijd even spannend wanneer vleesetende vissen aan elkaar worden voorgesteld, maar gelukkig verliep de introductie zonder bloedvergieten. Piranha’s zijn sowieso een stuk minder meedogenloos dan de meesten denken: verreweg het grootste deel van hun leven brengen ze solitair door, scharrelend naar kleine prooien. Ook een kleine verandering in het Natuurbehoudscentrum: de jongvolwassen spinschildpadden, die in een hoekje van het ploegschaarschildpadden-verblijf vertoefden, zijn weer achter de schermen geplaatst. Niet getreurd, deze soort is nog altijd te vinden in het wandrek van het ‘glazen huis’.

Liefdesnestje

Een bijzondere nieuwe inwoner in de Tropenvleugel van de Rivièrahal. Een jonge jaarvogel is overgekomen uit de Verenigde Staten om haar Rotterdamse soortgenoot te vergezellen. Er was al snel sprake van een klik: het mannetje bood besjes aan en het vrouwtje accepteerde. Regelmatig neemt ze een kijkje in de nestkast. Mocht zijn charmeoffensief slagen, is dat rede voor grote vreugde: al jarenlang hebben wil het maar niet lukken met de fok van deze grote Aziatische vogels. Hun voortplantingsstrategie vergt dan ook exceptioneel onderling vertrouwen: wanneer het vrouwtje overgaat tot broeden, wordt de opening van de uitgekozen boomholte dichtgemetseld. Een kleine spleet stelt het mannetje in staat regelmatig eten te brengen. Samenvallend met de broedperiode zorgt het gebrek aan daglicht zorgt ervoor dat het vrouwtje gaat ruien en haar vliegvermogen grotendeels verliest. Anders gezegd: mocht haar partner tijdens de broed ophouden met zijn bevoorradingsvluchten, is ze in ten dode opgeschreven. Dan wil je wel kieskeurig in je partnerkeuze zijn!

Foto: Greet van Norde (BB-Facebook). Het nieuwe jaarvogelvrouwtje (links).

Kort Nieuws

Potentie

Foto: Jean-Luc Slijpen (BB-Facebook)

Wederom is het Natuurbehoudscentrum een stukje gegroeid: een aantal kikkervisjes van de Titicacakikker (Telmatobius culeus) is sinds kort hier te zien. Hoewel ze een stuk groter zijn dan de jonge koudbloedigen die Nederlandse slootjes kennen, vallen ze in het niet vergeleken met hun volwassen evenbeelden. Eenmaal volgroeid bereikt de Titicacakikker namelijk een lengte van vijftien centimeter. Het is opmerkelijk dat deze kikkers ook als volwassenen niet het water verruilen voor het droge: van nature leven ze in het Zuid-Amerikaanse Titicacameer, waar het water zo rijk aan zuurstof is dat de dieren via hun huidflappen adem kunnen halen. Deze bestaanswijze ligt echter onder vuur door milieuvervuiling: zowel in 2015 als in 2016 zijn golven van massasterfte vastgelegd, waarbij telkens duizenden kikkers te overlijden kwamen. In de afgelopen vijftien jaar is de wilde populatie met ruimschoots 80% geslonken, wat betekent dat de Titicacakikker een kritiek bedreigde diersoort is. Pas in 2010 slaagde een Peruaanse dierentuin voor het eerst erin om te fokken van deze soort en in 2016 heeft een deel van dat groepje zijn weg gevonden naar de dierentuin van Chester. Eerder ontving DierenPark Amersfoort er acht vanuit het Verenigd Koninkrijk en deze zomer werden er tien naar Rotterdam verzonden. Samen met hun buren, de inheemse vuursalamanders, lijkt er zo weer een mooi amfibieënhoekje te ontstaan in het Oceanium, zoals dat eens ook het geval was in de Rivièrahal.

Kennismakingen

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook)

Bloeien er deze winter nieuwe romances op in de Diergaarde? Inmiddels heeft de recent gearriveerde hyenaman Kara gezelschap gekregen van een Française. Een officiële naam heeft ze niet, al noemen de verzorgers haar liefkozend ‘Bollie’ naar haar postuur. Na een korte quarantaineperiode doorgebracht te hebben in de seperatiekooien onder het bezoekersvlonder mag ze inmiddels de kleine buitenperken bezoeken, maar tot een formele introductie is het nog niet gekomen. Kara is een mannetje op leeftijd, maar zijn bloedlijn is zeer waardevol voor de toekomstige gezondheid van het fokprogramma, wat betekent dat er enige haast geboden is. Aan de andere kant van de Savanne zijn ook maatregelen getroffen om te voorkomen dat een van de inwoners van de dierentuin een eenzame kerst heeft. Het zit namelijk al enige tijd tegen bij de vosmangoesten: alweer meer dan een jaar geleden arriveerde er een mannelijke compagnon voor het duo vrouwtjes. De kennismaking stemde hoopvol, maar onverwachts stierf het jongere vrouwtje en de ander was te oud om zich voort te planten. Sindsdien is het mangoestenbestand afgezakt naar één, maar nu heeft de heer eindelijk weer gezelschap gekregen van een vrouwtje. De eerste paringen werden al snel waargenomen – duimen maar! Tot slot vernemen we via de decembereditie van het Vriendennieuws dat er in juli een mannelijke Balispreeuw gearriveerd is uit Berlijn.

Blijdorper Baby’s

Foto: Luciënne de Gier (BB-Facebook)

Liefhebbers van de categorie ‘klein en pluizig’ opgelet: de bankivahoenders hebben voor nageslacht gezorgd. Pas enkele weken bewonen ze de volière tegenover de bantengs en Indische antilopen, maar kennelijk valt hun nieuwe optrekje wel in de smaak. Het Vriendennieuws informeert ons verder over mogelijk geboortenieuws uit de aravolière: daar zou gepiep gehoord zijn bij de nestkast van de hyacinthara’s. Meer zekerheid bestaat er bij het Falklands-segment in het Oceanium, waar de eindstand dit jaar is uitgekomen op twee jonge koningspinguïns en drie ezelspinguïns. Ook werden de verzorgers in september verblijd met het aanzicht van een jonge McCordsslangenhalsschildpad die uit zijn ei kroop.

Afscheid

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook)

De kudde netgiraffes is weer ietsjes gekrompen. De laatste jaren wordt Blijdorp door de stamboekhouder geïnstrueerd om de fok te matigen, om de genetische diversiteit van de populatie in gevangenschap te waarborgen. Was de groep een paar jaar terug een van de grootste van het continent, nu staat de teller op ‘slechts’ zeven door het vertrek van twee leden. Giraffe Imke, in 2016 ter wereld gekomen als dochter van wijlen Marian, gaat nu als Malou door het leven in Zürich. Na twee dagen in een transporttrailer doorgebracht te hebben was ze, een beetje wankel en vermoeid, de eerste langnek in 60 jaar tijd die de Zwitserse stad betreedt. Inmiddels heeft ze gezelschap gekregen van soortgenoot Jahi uit Artis en nog een ander jong vrouwtje uit Polen. Giraffe Imara, in 2018 geboren als dochter van Cristel, is naar Serengeti-Park Hodenhagen te Denemarken verhuisd. De mutatierubriek van het Vriendennieuws stelt ons verder op de hoogte van het vertrek van twee mannelijke Egyptische landschildpadden, een paartje slurfhondjes, een vrouwelijke maraboe, twee mannelijke grondeekhoorns en een vrouwelijke mangabey. Verder is bekend geworden dat de vijf eieren van de kritiek bedreigde pantserkrokodillen niet levensvatbaar waren, maar er is goede hoop dat een toekomstig legsel wel uit zal komen. Tot de sterftegevallen van het derde kwartaal van 2019 behoren de Indiase brilslang, twee ezelspinguïns, een vrouwelijke koningspinguïn, twee vrouwelijke zeekoeten, een bejaarde ringstaartmaki, een flamingo, een Indische antilope en een poolvos.

Winters Blijdorp

De countdown tot Kerstmis is begonnen en dat betekent dat de Diergaarde weldra weer een metamorfose zal ondergaan. Vanaf 8 december zal het voorplein van de Rivièrahal een maand lang extra winters aangekleed worden met een zweefmolen, oud-Hollands ballen werpen, kampvuren en vanzelfsprekend gelegenheid tot het kopen van stroopwafels, apfelstrudel en glühwein. Verschillende stukjes van het park, zoals de Grote Vijver en de Chinese Tuin, worden extra mooi verlicht. Klik voor de gehele planning HIER!

Botanisch Blijdorp

Foto: Hortus Botanicus Leiden (hortusleiden.nl). De Statia morning glory (ipomoea sphenophylla).

Bij de lokale natuur valt momenteel weinig kleurenpracht waar te nemen, maar in de tropische panden van Blijdorp stralen de planten nog in volle glorie. In het wandrek van het Natuurbehoudscentrum staan tegenwoordig enkele Gratix’ Venusschoentjes (Paphiopedilum gratrixianum). Eens waren ze verspreid in grote lappen regenwoud in China en noordelijk Indochina, maar minder dan 250 individuele plantjes resteren daar tegenwoordig – slechts een tiende van wat er een decennium geleden nog was. De grootste boosdoener is ontbossing: wie op satellietfoto’s inzoomt op deze regio, ziet dat er hier nog maar weinig ongerepte stukken woud zijn. Gelukkig wordt deze kritiek bedreigde soort succesvol gekweekt door botanisten. Ook heeft Blijdorp via de Leidse Hortus Botanicus zaadjes ontvangen van een van de zeldzaamste bloemensoorten van het Koninkrijk der Nederlanden: de Statia morning glory (Ipomoea sphenophylla). Wanneer deze plantjes tussen december en april in bloei staan, worden de zachtroze bloemen nog voor zonsopkomst geopend en sluiten deze weer rond het middaguur. Ze werden als uitgestorven beschouwd, maar in de jaren ’90 werden een paar exemplaren gevonden bij een olieterminal op Sint Eustatius. Sinds de ontdekking van verdere populaties in noordelijke bossen is het de officiële bloem van het eiland geworden. Ook heeft Blijdorp twee vleesetende planten uit Madagaskar ontvangen: de Madagaskarbekerplant (Nepenthes madagascariensis) en de Masoanabekerplant (Nepenthes masoalensis). Ze zijn allebei erg zeldzaam en tevens bedreigd in hun voortbestaan. Ze zijn bestemd voor de Madagaskar-sectie van de toekomstige Eilandhoppen-uitbreiding van het Oceanium.

Foto: Diergaarde Blijdorp (blijdorp.nl). De Gratix’ Venusschoen (Paphiopedilum gratrixianum).