Ontmoet: Neushoornvogels

23 december 2016

Een gelukkig nieuw jaar toegewenst! Er ligt in ieder geval een mooi jaar achter ons. In de Diergaarde werd dan wel op wat kleinere schaal verbouwd dan dat we tegenwoordig gewend zijn van ze, maar ze stond zeker niet stil. Zo werd voor het eerst sinds 2013 weer eens gewerkt aan de restauratie van de Rivièrahal, waar een deel van de Tropenvleugel een fris uiterlijk kreeg en volledig werd overgelaten aan de jaarvogels.

Die jaarvogels zijn zeker geen huis-tuin-en-keuken vogeltjes: Ze bereiken al snel een hele meter in lengte, hebben een flinke snavel die aan die van de toekan doet denken en de soorten verschillen drastisch in kleur. In Diergaarde Blijdorp zijn drie verschillende soorten uit de orde der neushoornvogels te vinden…

‘Gewone’ Jaarvogel

Foto: Josien de Vries (BB-Facebook)

Laten we beginnen bij de neushoornvogel wiens naam hem geen recht aandoet: de Rhyticeros undulatus, of zoals zijn Nederlandse naam luidt: gewone jaarvogel. Het is één van de vaker voorkomende soorten in de dierentuinwereld waar Blijdorp momenteel twee koppeltjes van huisvestigt. Een koppeltje woont in een volière bij het Aziëhuis en de andere twee leven in het eerder genoemde, pas gerestaureerde deel van de Rivièrahal.

De gewone jaarvogel lijkt op het eerste gezicht op een uit de kluiten gewassen raaf, met een kleurrijke keelzak. Net zoals bij de meeste neushoornvogels zijn er uiterlijke verschillen tussen man en vrouw. De vrouwtjes zijn helemaal zwart, op de blauwe keelzak na. Bij de man is ook het gehele lichaam zwart, maar op de hals groeien witte veren, op de nek roodbruine veren en de keelzak is geel. Het is overigens een fabel dat jaarvogels elk jaar een nieuwe ribbel in hun snavel krijgen: aan deze fabel ontlenen de gewone jaarvogels (samen met alle andere neushoornvogels met  ‘-jaarvogel’ in hun naam) wel hun naam. En nee, ze zijn niet verwant aan de toekan.

Foto: Josien de Vries (BB-Facebook)

Fokken met neushoornvogels is een lang proces, dat aan de kant van de fokker veel geduld en expertise vereist. Het is altijd de vraag of de door de fokker uitgekozen partner wel in de smaak valt bij de ander. In het ergste geval vechten ze elkaar de tent uit, waarbij ze elkaar zwaar kunnen verminken. Soms valt de partner wel in de smaak, maar is het vrouwtje niet tevreden met de aangeboden broedgelegenheden. Het is daarom elke keer weer feest bij de verzorgers als een vrouwtje zich terugtrekt om te gaan broeden…

Dubbele Neushoornvogel

Foto: Jop Kempkes (BB-Facebook/Beheer)

De Buceros bicornis is met 1,50 meter in lengte en spanwijdte eenmaal volgroeid een echte reus – zijn staart alleen kan al 90 centimeter worden. Ze ontlenen hun naam aan de dubbele gele ‘horens’ bovenop hun snavel. Het grootste deel van hun torso is zwart, op kleine gebieden van wit en geel op de vleugels na. De staart is wit met één grote zwarte streep. De hals loopt van onder naar boven geleidelijk over van wit naar geel tot het achterhoofd. Het gezicht is zwart. Bij de ogen zie je onderscheid wat betreft geslacht: mannen hebben een rode iris, vrouwen een witte iris en een rode band om de ogen.

Foto: Jop Kempkes (BB-Facebook/Beheer)

In Blijdorp leeft één dubbele neushoornvogel: een vrouwtje uit 1990. Zij kwam in 2013 naar Rotterdam om daar een nieuw koppeltje te vormen met de man die reeds aanwezig was en net zijn partner had verloren. Helaas klikte het helemaal niet, dus werd in overleg met fokcoördinator Avifauna besloten om haar een mooi plekje in de Vrije Vlucht Voorstellingen te geven. Een primeur: nog nooit eerder deed een dubbele neushoornvogel mee met een vogelshow. Ze treed tot op de dag van vandaag regelmatig op en werkt daardoor als ‘ambassadeur’ voor haar zeer bedreigde soort. En geen zorgen: als ze niet zelf buiten rondjes vliegt, zit ze in een ruime volière achter de schermen.

De meeste neushoornvogels, waaronder de gewone jaarvogels en dubbele neushoornvogels, broeden op zeer speciale wijze. Als er een koppeltje is gevormd, gaan ze op zoek naar een ruime holte in een boom. Die moet groot genoeg zijn voor het vrouwtje om erin te passen en het liefst een beetje buiten de slagen liggen. Daarna sluit het mannetje van buitenaf het vrouwtje op in de holte door de ingang af te sluiten met klei. Het gat dat overblijft is slechts een dunne spleet, net groot genoeg voor ‘snavelcontact’ tussen de partners. In de afgesloten ruimte legt het vrouwtje haar eieren en broedt ze ze uit, terwijl het mannetje van buitenaf door de spleet het vrouwtje voert.

Foto: Artis (artis.nl). Gewone jaarvogel-man voert vrouwtje in nest

Op deze manier zijn de jongen veilig voor roofdieren en andere neushoornvogels. Tegelijkertijd is het riskant: mocht het mannetje omkomen tijdens de broedperiode, staat het vrouwtje er alleen voor. Hoewel ze prima in staat is om uit het nest te breken (dat doet ze uiteindelijk toch, als de jongen te groot worden om samen met haar in het nest te passen) en eten te zoeken, is er een ander probleem. Tijdens het broeden ondergaat ze namelijk een tweede rui waarbij ze tijdelijk al haar veren kwijtraakt. Er is nog weinig bekend over dit fenomeen en waarom het gebeurt. De meest gebruikte verklaring is dat het gebrek aan licht dit veroorzaakt. Daarom zijn de vrouwtjes zo kieskeurig qua partners: haar lot ligt in zijn handen tijdens de broedperiode. Het vrouwtje moet het mannetje volledig vertrouwen voordat ze overgaat tot broeden.

Zuidelijke Hoornraaf

Hoornraven zijn een geval apart binnen de wetenschappelijke orde van Bucerotiformes. Lang werd verondersteld dat neushoornvogels en hoornraven sterk verwant zouden zijn, meer dan dat ze daadwerkelijk bleken te zijn. Daarom wordt binnen de suborde Buceroti tegenwoordig onderscheid gemaakt tussen de familie van de neushoornvogels (Bucerotidae) en de familie van de hoornraven (Bucorvidae).

Er zijn een aantal uiterlijke overeenkomsten tussen de twee families. De lengte van de soorten schommelt rond de 1 meter, de snavels hebben een bijna identieke kromming met een klein tot grote verdikking bovenop en het dieet bestaat uit zowel fruit als kleine dieren. Het grootste verschil tussen hoornraven en neushoornvogels dat met het oog is waar te nemen, zit ‘m misschien wel in de levenswijze. Hoornraven foerageren voornamelijk op de grond, terwijl neushoornvogels maar zelden uit de boomtoppen komen.

Foto: Josien de Vries (BB-Facebook)

In Diergaarde Blijdorp zijn zuidelijke hoornraven te vinden. Na een kort verblijf in de Gierenrots-Volière zijn nu ook zij exclusief te vinden bij de Vrije Vlucht Voorstellingen. Het gaat om een koppeltje waarvan op moment van schrijven alleen het mannetje ook daadwerkelijk optreedt. Buiten de optredens om leven ze meestal in de volière van de Stellers zeearenden, voor zolang de zeearenden elders verblijven.

Zuidelijke hoornraven kunnen zo’n 1,20 meter worden. Ze zijn vrijwel helemaal zwart op stukjes felrode huid in het gezicht en hals na. Ze komen, in tegenstelling tot de eerder genoemde Aziatische soorten, van nature voor op de uitgestrekte savanne’s van Afrika.

De manier van broeden verschilt van die van neushoornvogels. Hoewel de eieren meestal wel in boomholtes worden gelegd, wordt de ingang niet afgesloten. Na 40 dagen in het ei en 80 dagen in het nest blijft het jong nog zo’n twee jaar lang afhankelijk van hulp. Die hulp wordt niet alleen geboden door de ouderdieren, maar ook door enkele helpers, vaak jongen uit een eerder nest. Het duurt dus drie jaar voordat een stuk of vier dieren één jong hebben groot gebracht – niet de meest efficiënte manier. Uit pogingen tot fokken in gevangenschap in het verleden is echter gebleken dat hoornraven die niet eerst minimaal één keer ‘helper’ zijn geweest, zeer veel moeite hebben om zelf jongen groot te brengen. Het grootbrengen van een hoornraaf is dus een lang proces waarvoor de ouderdieren al bepaalde ervaring nodig hebben.

Bedreigd

Er is dus geen twijfel dat neushoornvogels zeer bijzondere dieren zijn, of het nou hun uiterlijk of hun broedmethode is. Helaas kunnen ook zij niet ontsnappen aan de allesvernietigende mens, die steeds verder oprukt.

Foto: savame.nl

Voor de ‘echte’ neushoornvogels, zoals de gewone jaarvogel en dubbele neushoornvogel, vormt vooral ontbossing de grootste bedreiging. Indonesië kent momenteel het hoogste ontbossingstempo ter wereld en heeft moeite dat in te perken, omdat boeren vaak branden starten om ruimte te maken voor nieuwe akkers. Junglegrond bevat immers maar weinig mineralen en raakt door landbouw snel uitgeput. Op die lappen grond worden vervolgens grote palmolieplantages aangelegd. In Diergaarde Blijdorp kun je in het Longhouse hier alles over lezen.

De meeste Aziatische neushoornvogels kunnen alleen broeden in oerbossen, omdat dat de enige plekken zijn waar bomen groeien met holtes die groot genoeg zijn. Het duurt vaak honderden jaren tot een boom geschikt is hiervoor, waardoor herbebossing geen concrete oplossing is. Er ontstaat steeds meer concurrentie tussen de neushoornvogels om geschikte broedplaatsen. Mannetjes worden zeer territoriaal wanneer hun partners broeden en verjagen of verwonden andere mannetjes die gedwongen hun voedsel zoeken nabij andere nesten. Naast andere neushoornvogels moeten ze ook concurreren met bijvoorbeeld eekhoorns en vleermuizen. Vaak kunnen die nog wel worden weggejaagd, maar dat is met mensen niet het geval! Veel stammen uit het regenwoud zien eieren van neushoornvogels als een delicatesse.
Momenteel is de status van de gewone jaarvogel ‘niet bedreigd’ en staat de dubbele neushoornvogel aangemerkt als ‘gevoelig’, maar biologen verwachten in de nabije toekomst een sterke daling in de populaties waar te nemen.

Foto: ncsu.edu

Ook voor de hoornraven uit Afrika speelt het verdwijnen van leefgebied een rol. Ook hier verdwijnen steeds meer geschikte nestlocaties om ruimte te maken voor landbouw. Hoewel ze vroeger werden gezien als heilig door lokale stammen, krijgen ze tegenwoordig de schuld van droogte. Daarnaast verwonden de vogels zich regelmatig aan ruiten en hoogspanningsmasten. Gecombineerd met de extreem trage voorplantingscyclus neemt de soort in aantal af. In de Sahel is de status van de zuidelijke hoornraaf ‘kwetsbaar’, maar in zuidelijk Afrika wordt hij steeds vaker als ‘bedreigd’ aangemerkt. Recentelijk wordt er zelfs over ‘kritiek bedreigd’ gesproken.

Is er hoop?

Gelukkig zijn er altijd organisaties die zich inzetten voor de natuur. Diergaarde Blijdorp steunt dit soort organisaties al lange tijd, door middel van geld en kennis.

Foto: HNAP (ncf-india.org). Het Pakke beschermd natuurgebied in India

In het Indiaase Arunachal Pradesh steunt Blijdorp het Hornbill Nest Adoption Program. Dit project houdt rekening met het feit dat diersoorten niet kunnen worden gered zonder steun van de lokale bevolking. De vrijwilligers zetten de dorpelingen aan tot het monitoren en beschermen van de nesten van de neushoornvogels in onder andere het Pakke Wildlife Tiger Reserve. Voor hun inzet krijgen ze een klein salaris en wat basismiddelen om dit te blijven doen. Blijdorp doneerde in 2014 maar liefst €4.250,- ten behoeve van dit project. Dit geld bestaat volledig uit kleine donaties die in 2014 werden gedaan aan het einde van de Vrije Vlucht Voorstellingen. Ook als je dit jaar een donatie doet (meestal niet eens meer dan €2,-) , gaat het geld naar dit programma.

Foto: MGHP (jhbzoo.org.za). Jonge hoornraaf gered in Zuid-Afrika

In Zuid-Afrika behoedt het Mabula Ground Hornbill Project de zuidelijke hoornraven voor uitsterven. Hoewel hoornraven slechts één jong per nest grootbrengen, worden er ‘voor de zekerheid’ twee eieren gelegd. De vrijwilligers van het Mabula Ground Hornbill Project verzamelen deze extra eieren in het Kruger Park, om de jongen vervolgens zelf groot te brengen. Als ze volwassen zijn, worden ze uitgezet in gebieden waar de hoornraaf recentelijk is uitgestorven. Ook deze organisatie ontving €4.250,- in 2014, een bedrag dat volledig werd opgehaald via kleine donaties door bezoekers aan het einde van de Vrije Vlucht Voorstellingen.

Dit zijn niet de enige natuurbeschermingsprojecten die Diergaarde Blijdorp steunt. Aan zo’n 15 bedreigde diersoorten levert Blijdorp extra steun, met als doel de wilde populaties in stand te houden door zowel stroperij tegen te gaan als hun habitat leefbaar te houden. Daarnaast draagt Blijdorp bij aan een groot aantal internationale fokprogramma’s en is zelf coördinator van de Europese fokprogramma’s (EEP) voor kuifherten, rode panda’s en Aziatische olifanten. Ook leverde Diergaarde Blijdorp een cruciale bijdrage aan de terugkeer van de korenwolf en de steur naar Nederland, door zowel voor als achter de schermen grootschalig te fokken met beide soorten. Misschien is er toch nog hoop voor de prachtige natuur op onze unieke planeet…