Geschiedenis van Blijdorp: 1990-1995

20 december 2014

Rivièrahal

De Rivièrahal is na al die jaren nog steeds het grootste gebouw van de Diergaarde, al wordt hij tegenwoordig niet veel meer gebruikt. Tussen 1990 en 1995 was hij echter één van de belangrijkste onderdelen van de zoo. In de linkervleugel (de Dikhuidenvleugel) leefden krokodillen, mensapen en dikhuiden. In de rechtervleugel (de Tropenvleugel) leefden in het Amazone-bassin zoetwatervissen uit de tropen. Maar ook vele tropische vogels en tropische planten waren hier te vinden. De rechtervleugel was daar uiterst geschikt voor, aangezien het een glazen dak had (en nog steeds heeft).

De centrale-hal was toentertijd gereserveerd voor de reptielen, vissen en amfibieën. De meeste terraria en aquaria waren zo ingericht dat ze hun eigen verhaal vertelden. Zo was er een stukje Senora-woestijn, speciale kikker- en salamander hoeken, een serie slang-, hagedis- en schildpad-terraria met dieren die alleen op eilanden voorkwamen. Er was een mangrovegebied en een doorsnede van wat Australië zoal aan interessante en zeldzame reptielen te bieden had.

In de Diergaarde waren volop mogelijkheden om wat te eten en te drinken. Het grote zelfbedieningsrestaurant (de Terraszaal) in de Rivièrahal bood plaats aan zo’n 250 mensen! Er was ook een terras dat uitzicht bood (en dat doet het nog steeds) over de Grote Vijver. Bij de twee souvenirwinkeltjes (één is nu de ingang van de Terraszaal, de ander is nu de PandaPoffer) was er een ruim assortiment aan leuke Blijdorp-souvenirs. Er waren ook snoepjes, ijsjes en fotorolletjes te koop.

Mangrove

Het stukje mangrovebos bood onderdak aan slijkspringers, vieroogvissen en schuttervissen. Hiervoor was het verblijf helemaal aangepast. Aangezien slijkspringers in staat zijn om een tijdje boven water te blijven, was er een klein strandje zodat bezoekers dit fenomeen konden meemaken. Met succes. De slijkspringers waren gek op hun strandje. Ze zaten elkaar dan ook vaak aan om bij het beste stukje strand te komen. Slijkspringers houden er ook van om tussen de wortels van mangrovebomen te zwemmen, dus waren er ook enkele mangrovebomen aangeplant. Ook werd er voor gezorgd dat de schttervissen zich fijn voelden. Er werden regelmatig vliegende insecten losgelaten tussen de mangrove. Zat er een insect op een blad boven het water? Die zou er niet lang blijven zitten! Binnen no-time werden ze van het blad af gespoten. De mangrove is in de herfst van dit jaar gesloopt.

Eiland-reptielen

Diersoorten die op eilanden leven, zijn vaak heel kwetsbaar. Ooit wellicht aangespoeld op een stuk drijfhout, konden ze zich eeuwenlang rustig ontwikkelen en aanpassen. De komst van de mens vormde een een directe bedreiging voor de dieren. Vele diersoorten stierven kort na de kolonisatie uit of raakten ernstig bedreigt. Dit gelde ook voor veel reptielen. Daarom besteedde Blijdorp speciale aandacht aan het fokken van reptielen uit verschillende eilanden, zoals Haïti, Fiji, Ambon en Madagaskar. Veel succes werd geboekt met de zeilhagedissen van Ambon en de Filipijnen. De meest indrukwekkende reptielen kwamen ongetwijfeld uit Australië. Om precies te zijn: de varanen. De bonte varaan, die langer dan 1,50 meter kan worden, was te bekijken in een natuurlijk ingericht terrarium met allerlei termietenheuvels. Dit terrarium is al die tijd nooit aangepast, zelfs de bonte varaan van toen is nog in Blijdorp! Helaas is dit terrarium, samen met die van de Filipijnse watervaraan en de Kaaimanteju’s van de herfst dichtgetimmerd. Begin 1992 kreeg Blijdorp ook komodovaranen. Eerst kregen de jonge exemplaren een plekje tussen de eiland-bewonende reptielen. Maar ze werden ouder en groeiden uit hun verblijf. Ze zijn toen door verhuisd naar het verblijf waar later de Filipijnse watervaranen naartoe zouden verhuizen. Later zijn de komodovaranen verhuisd naar de oorspronkelijke Amazone-hal. Eind 2012 zijn de komodovaranen verhuisd naar het Aziëhuis. Er is vandaag de dag nog een komodovaraan in Blijdorp die bij het oorspronkelijke groepje zat: een opgezet exemplaar in het Aziëhuis

Schildpadden & Amfibieën

Schildpadden waren goed vertegenwoordigd in Blijdorp. Naast de landschildpadden waren er ook waterschildpadden. Bijvoorbeeld de slangehalsschildpad. Deze merkwaardige-schildpadden familie staat bekend om zijn – je raad het al – zijn lange nek.

Kikkers en salamanders zijn de bekendste twee groepen amfibieën. Onder de salamanders in Blijdorp was er de grootste soort, de Chinese reuzensalamander. Verder waren er sirene’s, vuursalamanders en nog een aantal soorten. onder de kikkers waren de pijlgifkikkers wel de mooiste. Sinds kort zijn ook de kikkers niet meer te zien, ze zitten nu achter de schermen in Amazonica.

Vissen

De aquaria en grote vissenbassins vormden een belangrijk deel van de bezienswaardigheden in de Rivièrahal. de rijkdom aan vormen, kleuren en soorten kwam volop aan bod en de meeste aquaria toonden de vissen en ongewervelde dieren in een zo natuurlijk mogelijke omgeving. Een reeks zeewateraquaria liet zien, hoe op verschillende diepten in de omgeving van het Groot Barrièrerif verschillende soorten vissen in ‘lagen’ voorkwamen. Blijdorp had 4 soorten haaien: de logge verpleegstershaai, de prachtig getekende luipaardhaai, de bescheiden grondhaai en de nimmer rustige zwartpuntrifhaai. Alle 4 de soorten zijn later verhuisd naar het Oceanium.

Naast de zoutwateraquaria waren er natuurlijk ook veel zoetwateraquaria. Een heel opvallend aquarium was het Amazonebassin dat geheel omgeven was met Zuid-Amerikaanse plantensoorten. Hier zwommen arapaima’s, arowana’s en andere soorten uit de Amazone. Onder de zoetwatervissen namen de kleurrijke cichilden een belangrijke plaats in. In Blijdorp waren er enkele tientallen soorten. En natuurlijk bezat Blijdorp ook piranha’s, die bekend staan als super gevaarlijke vissen. Ja, misschien voor een vogel of een aap in het water, maar ze zijn totaal ongevaarlijk voor mensen.

Broedruimte

Een leuke en interessante plek in de Rivièrahal was de vogel- en reptielen opfok. Hier waren regelmatig jonge vogels en reptielen te zien. Er waren 2 locatie’s: in de Dikhuidenvleugel, tegenover de olifanten-stal, en naast de Amazonehal (beter bekend als het komdovaranen-verblijf). Die laatste locatie is inmiddels gesloten. De opfok-stations waren de meest educatieve locaties in de Rivièrahal. Nier alleen verbleven er jonge dieren, maar er waren ook vaak volwassen schildpadden te zien. Sommige soorten verbleven er tijdelijk, als ze ziek zijn bijvoorbeeld, maar andere blijven er permanent als er geen verblijf beschikbaar was bijvoorbeeld.

Tropenvleugel / Rechtervleugel / Victoria-kas

In de wonderlijke wereld van de Tropenvleugel waren de prachtigste vogels in een natuurlijk decor van de rijke veelzijdigheid van de tropische planten te vinden. In het ronde bassin onder de grote koepel was een collectie tropische moeras- en waterplanten uit de tropen te vinden. En nog steeds! De Tropenvleugel is misschien wel het mooist bewaard gebleven stukje Blijdorp. De afgelopen tijd is er wel wat verandert in de Vleugel: De kooien zijn eruit gesloopt en sinds dien vliegen bijna alle vogels los rond. Er is nog maar één stukje van de hal waar er kooien staan. Hier zitten vooral de vogels die slecht zijn voor de beplanting of agressief zijn. dat geld ook voor de hyacinten-ara’s. Zij zitten in de ‘hobbel’ in de muur. Deze hobbel is het spiegelbeeld van de hobbel van het binnenverblijf van de dwergnijlpaarden vandaag de dag.

Dikhuidenvleugel / Linkervleugel

  • Olifanten

Blijdorp was met recht trots op de olifantengroep, die in de loop der jaren flink was uitgebreid. De groep bestond rond deze tijd uit 9 Indische olifanten van zeer uiteenlopende leeftijden. Met een nieuwe olifant was het altijd weer even spannend of het zou klikken met de rest van de groep. Gelukkig ging het nooit mis. De olifantenbul had een apart apart buitenperk, waar hij soms paarde met de vrouwtjes. Geboorte’s van olifanten waren toentertijd erg zeldzaam. Blijdorp had in 1984 een primeur met Bernhardine, de in 1990 een zusje kreeg genaamd Yasmin. Er was niemand bij de geboorte, maar door een camera was het toch te zien. Tussen 1992 en 1994 werd er hard gebouwd aan een nieuw verblijf voor de olifanten, Thaman Indah. Op 9 mei 1994 mocht de inmiddels volwassen Bernhardine een boomstam wegrollen, waardoor de tekst Thaman Indah verscheen. Over enkele maanden viert Thaman Indah dus haar verjaardag!

 

  • Neushoorn

In 1992 had Blijdorp één Indische neushoorns, een mannetje genaamd Nico (enkele jaren geleden verhuisd). In 1994, 10 jaar na het arriveren van Nico, kwam Namaste (nog steeds in Blijdorp) aan vlak voor de opening van Thaman Indah. Maar wat Blijdorp toen nog niet wust is dat met Namaste een nieuw tijdperk zou beginnen! Sinds Namaste in Blijdorp is heeft ze voor maar liefst 6 keer jongen gekregen. De laatste werd vorig jaar geboren, een meisje genaamd Zwatra.

 

  • Dwergnijlpaard

Tussen 1990 en 1995 had Blijdorp twee dwergnijlpaarden. Ze zorgden af en toe voor jongen. Helaas is nooit goed vastgelegd wat de namen van de dwergnijlpaarden waren, wat voor karakters ze hadden en alle andere informatie.

 

Naast Dikhuiden leefden er ook twee soorten mensapen in de Dikhuidenvleugel. Een groep gorilla’s, en een paar oerang oetans.

 


Henri Martinhuis

Het gebouw bestond uit twee afdelingen. De ene afdeling bestond uit een ruime, lichte, centrale hal waaromheen de apenverblijven gegroepeerd waren. De hier gehuisveste apen waren tropische dieren en men vond dat deze licht en groen gehuisvest moesten worden. In de verblijven kon men geen beplanting aanbrengen, want die zou door de apen vernield worden. Daarom werd boven op de binnenverblijven en midden in de hal beplanting aangebracht. De hele hal was zeer licht door een glasgevel boven in het gebouw. Aan de zuidkant van het gebouw waren drie grote binnenverblijven verbonden met drie even grote buitenverblijven. De westzijde had zeven kleinere binnenverblijven met een buitenverblijf. Op de zuidwesthoek was een middelgroot binnenverblijf met een groot buitenverblijf voor de gibbons.

De andere afdeling van het gebouw, het nachtdierenverblijf, was te bereiken via een dubbele doorgang vanuit het apenverblijf. De entree was zodanig gedecoreerd, dat men de indruk kreeg een donkere oerwoudtunnel te betreden. Het nachtdierenverblijf bevatte elf verblijven, van elkaar en het publiek gescheiden door glas. Boven het nachtdierenverblijf waren isolatieruimten, waarin dieren geobserveerd konden worden. In het nachtdierendeel heerste een omgekeerd dag-nacht ritme: ‘s morgens wordt het schemerig en ‘s avonds wordt het licht.

Onder de bewoners waren onder andere:

  • Gibbons
  • Mustlangoeren
  • Vari’s
  • Slanke lori’s

 


Net zoals nu bevatte de dierentuin vele diersoorten. Sommige dieren zijn nu nog steeds in hetzelfde verblijf te vinden, zoals de kleine panda’s. Andere zijn al meerder keren van plaats gewisseld, zoals de netgiraffen.

-Grote katten

Blijdorp had tussen 1990 en 1995 dezelfde grote katten als nu: leeuwen, Sumatraanse tijgers en amoerpanters. De leeuwen leefden, zoals al gezegd, op hetzelfde perk van het Roofdierengebouw als nu. Alleen had Blijdorp toen de Afrikaanse ondersoort, en niet de Aziatische. De tijgers leefden ook in het Roofdierengebouw, maar dan in de ooster-vleugel. Zelfs de amoerpanters werden gehuisvest in het Roofdierengebouw: in het kleine ronde verblijf aan de leeuwen-kant. In 1993 zijn de amoerpanters verhuisd naar de Amoer.

-Kleine katten

De Blijdorpse kleine katten werden tussen 1990 en 1995 grotendeels gehuisvest in de Kattenrotonde. Helaas is erg geen compleet lijstje meer van de soorten die Blijdorp toen huisvestte. We weten wel dat ze toen caracals, vissende katten, jaguarundi’s en zwartvoetkatten hadden. Verder leefden er servals en Europese wilde katten in verblijven elders in de Diergaarde.

-Antilopen

Antilopen zijn eigenlijk vrij standaard diersoorten in dierentuinen. Blijdorp had zwarte paardantilopen, gemsbokken, damagazellen, addaxen, grote koedoes, Indische antilopen en mhorr-gazellen. De damagazellen en addaxen deelden het perk waar nu wordt gewerkt aan een verblijf voor bosbuffels. De grote koedoes en mhorr-gazellen leefden allebei op de perken waar ze nu nog steeds wonen. De andere antilopen waren verspreid door de Diergaarde.

-Hoefdieren

De familie der antilopen valt onder de orde hoefdieren, net zoals de familie runderen, de familie der giraffen en vele anderen dat doen. En behalve antilopen bezat de Diergaarde ook ander hoefdieren zoals:

  • Babirusa
  • Wapiti
  • Amerikaanse bizon
  • Nubische geiten
  • Dwerggeiten
  • Hangbuikzwijn
  • Chapman- of steppezebra
  • Anoa
  • Banteng
  • Netgiraf
  • Okapi
  • Kameel
  • Prezwalskipaard
  • Kuifhert
  • Witliphert
  • Chinese takin
  • Rode goral

-Vogels

Een dierentuin zou geen dierentuin zijn zonder vogels, en uiteraard had  Diergaarde Blijdorp ook een geruime collectie. Blijdorp had in die tijd o.a.:

  • Zwartvoetpinguïn
  • Hyacint ara
  • Langsnavelkaketoe
  • Grijze roodstaart
  • Amazone papegaai
  • Geelvleugel ara
  • Blauwgele ara
  • Maraboe
  • Kroonkraanvogel
  • Struisvogel
  • Mantsjoerijse kraanvogel
  • Kroeskop pelikaan
  • Europese oehoe
  • Briluil
  • Laplanduil
  • Sperweruil
  • Rode flamingo
  • Europese flamingo

-Overige zoogdieren

En als laatste hebben we hier een overzichtje van de overige zoogdieren:

  • Kleine panda
  • Spaanse wolf
  • Stokstaartje
  • Rode reuzenkangoeroe
  • Grijze reuzenkangoeroe
  • Moeraswallaby
  • Zandwallaby
  • Manenwolf
  • IJsbeer
  • Californische zeeleeuw
  • Zeebeer
  • Kleinklauwotter
  • Java-aap
  • Nijlroezet

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *