Blijdorp maakt het verschil

Jop Kempkes – 28 januari 2018

Nog een gelukkig nieuw jaar! Heb je goede voornemens voor 2018? Diergaarde Blijdorp in ieder geval wel: diersoorten redden. Het is tegenwoordig schering en inslag, dierenactivisten die het handelen van dierentuinen bekritiseren. Zij zien instituten zoals Blijdorp niet als een goed iets, maar als een soort pretparken die dieren ter vermaak in kooitjes stoppen. Bij dit soort uithalen laten dergelijke organisaties één belangrijk aspect echter onderbelicht: het feit dat dierentuinen over de gehele wereld gezamenlijk voorkomen dat biodiversiteit iets wordt dat tot het verleden behoort. Dit jaar gaan wij met de nieuwjaarsspecial in op het steentje dat Blijdorp bijdraagt aan de herintroductie van bedreigde diersoorten in het wild.

Behalve de ‘passieve’ rol die dierentuinen aannemen door reservepopulaties voor bedreigde diersoorten te creëren, wordt er ook concrete actie ondernomen om diersoorten in het hier en nu te redden. Zonder de inzet van de dierentuin in Phoenix zou de Arabische oryx hoogstwaarschijnlijk nu verdwenen zijn van onze aardbol, dankzij de Spaanse parken is de Mhorr-gazelle niet uitgestorven in de vorige eeuw en het voortbestaan van de Californische condor is aan San Diego te danken. En wie kent het verhaal van het przewalskipaard niet? Ook Diergaarde Blijdorp wordt erkend voor haar continue inspanningen om allerlei diersoorten, drie in het specifiek, te redden. Een indrukwekkende prestatie.

Zuid-Limburg: herstellende heuvels

Screenshot: Diergaarde Blijdorp (YouTube). Nestje jonge korenwolven achter de schermen.

Het is dat ene gebied in Nederland waarvan we allemaal wel eens stilletjes hebben gewenst dat we er woonden: Zuid-Limburg. Behalve een overwegend warmer klimaat en de sporadische heuvels lijkt de streek veel op de rest van het land: elk stukje land wordt hier ten volste benut. Bij wijze van spreken wordt op elk vierkant centimetertje grond een gewas geplant en geen aartje graan blijft een dag langer staan dan nodig is. Goed voor de opbrengst van het land, minder goed voor dieren die er afhankelijk van zijn.

Wie had het gedacht, er wonen wilde hamsters in ons eigen land. De Limburgse naam van dit knaagdiertje getuigt van een niet al te positieve verhouding met de lokale boeren, daar het de ‘korenwolf’ is gedoopt (‘woof’ betekent in de Limburgse tongval iets als inhalig). Hij kan wel tot een halve kilo zwaar worden en is maximaal 25 tot 30 centimeter groot, inclusief een staart van 4 à 5 centimeter. Hij is herkenbaar door zijn bruine vacht met oranje en witte vlekken bij zijn hals en kop. Zijn poten zijn wit en zijn buik is zwart, meestal met een witte vlek op de borst. Als een echte knager gaan ze ’s nachts op pad om met wangzakken vol eten naar hun nest terug te keren, waar ze ook een winterslaap houden.

Hoewel er wilde hamsters voorkomen van Frankrijk tot Rusland, is de Nederlandse korenwolf een unieke variant van de Europese veldhamster. Dit heeft genetisch onderzoek uitgewezen. Ze hebben zich aangepast om uitsluitend in landbouwgebieden te overleven; in graslanden of bosgebieden redden ze zich niet. Deze variant kwam van oorsprong ook voor in een deel van België en Duitsland, in löss-achtige streken van Leuven bij Brussel tot aan de Rijn bij Keulen. Limburg ligt daar precies middenin. Daarom is de Limburgse populatie cruciaal voor de instandhouding van deze variant. In 2002 werd het laatste nestje gevonden en er werd dan ook gevreesd voor het ergste.

Zoals gezegd, is de modernisering van de Nederlandse landbouw een nachtmerrie voor het ecosysteem dat zich daaromheen had gevormd. Vroeger groeiden er tussen het graan en andere gewassen vele akkerkruiden en bij de oogst bleef er een massa graankorrels achter. Tegenwoordig vernietigen bestrijdingsmiddelen alles wat een maximale voedselopbrengst in de weg staat. Moderne ploegen en zware landbouwwerktuigen vernietigen ondergrondse burchten. Doordat tegenwoordig de landbouwkavels veel groter zijn en er minder verschillende gewassen worden verbouwd, is het onmogelijk om als kleine knager voldoende eten te sprokkelen. Geen eten en geen bescherming staat gelijk aan geen korenwolven.

Foto: Animals Today. Korenwolf wordt uitgezet in Limburg.

Om te voorkomen dat ze voorgoed zouden verdwijnen, werd op verzoek van de overheid vanuit Diergaarde Blijdorp een grootschalig fokprogramma opgezet met de laatste 16 exemplaren die uit het wild waren gevangen en wat ‘vers bloed’ uit verwante populaties over de grens. Inmiddels zijn er door de Rotterdamse dierentuin, met hulp van stichting Alterra en GaiaZOO, al bijna 900 korenwolven uitgezet, wat heeft geresulteerd in een populatie die rond een nette 500 dieren gestabiliseerd is. De overlevingskans voor een uitgezette korenwolf is 5%, een pijnlijk laag getal. Die van een wildgeboren hamster stijgt al tot 20% (bij mannetjes iets lager dan bij vrouwtjes). Daarom is het belangrijk dat er op lange termijn een veilig leefgebied wordt gecreëerd waar de hamsters zonder obstakels elkaar kunnen vinden en veilig hun jongen kunnen grootbrengen.

Dit gebied bestaat gelukkig deels al, in de vorm van vele hectaren waar ´hamsterbeheer´ wordt uitgeoefend. Hier wordt later geoogst, de grond minder intensief bebouwd, er worden voedzame gewassen gekweekt, geen chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt en een deel van het graan blijft tot februari staan om bescherming en voedsel te bieden aan de korenwolven. Wanneer het nodig wordt geacht, worden vossen ook voor een bepaalde tijd geweerd. Dit beleid heeft ook geleid tot een spectaculaire toename in de hoeveelheid vogelsoorten, amfibieën en insecten. Deze speciale akkers zijn verspreid over vier ‘hoofdgebieden’. Het succes van de herintroductie verschilt per zone. De meest noordelijke populatie is het meest stabiel, terwijl de hamsters in Mergelland-Oost bijvoorbeeld nog zeer afhankelijk zijn van menselijke hulp. In 2015 is het project Hamster op Eigen Benen van start gegaan. Uitgangspunt van dit onderzoeksproject is om een hamstervriendelijk gewasbeheer uit te testen dat voor boeren aantrekkelijk en op grotere schaal toepasbaar is.

De korenwolf is een symbool geworden voor succesvol natuurbeheer. De wettelijke status als bedreigde diersoort heeft gefungeerd als een dikke middelvinger naar zij die Limburg het liefst in een industrieterrein zouden zien veranderen. Het reddingsplan kost ons dan wel een miljoen euro per jaar om boeren te compenseren voor hun verminderde opbrengst (om even te relativeren, dat is een miezerige zes cent per Nederlander), maar kijk eens wat het heeft opgebracht: niet alleen een geredde diersoort, maar een heel ecosysteem is weer tot bloei gekomen. Minder gretige en destructieve landbouw gaf vogels zoals de veldleeuwerik en de geelgors kans om weer voet aan grond te krijgen. En de Limburgers zelf zijn ook blij met hun diverse en unieke landschap. Harm Kossen, van de Limburgse Land- en Tuinbouw Bond: ‘’die korenwolf kost een miljoen per jaar, maar het levert veel meer op dan de hamster alleen.’’

Vietnam: het tij keren

Foto: Stichting ReHerp. Annam-waterschildpad.

Wanneer mensen tegenwoordig het woord ‘crisis’ horen, denkt men al snel terug aan 2008-2009. Hoewel economen ons verzekeren dat we de boel weer op orde hebben, is er aan de andere kant van de wereld al sinds voor de eeuwwisseling een stille crisis gaande: de Asian Turtle Crisis, een massale afname van de hoeveelheid schildpadden in Zuidoost-Azië. Een waslijst aan dieren die zelfs de dinosaurussen hebben overleeft, dreigen te verdwijnen op voedselmarkten, waar een steeds welvarendere bevolking steeds meer over heeft voor wat zij als ‘luxueus’ eten of als huisdier beschouwen. De regio is rijk aan 90 van de 335 schildpadsoorten wereldwijd, waarvan 78% door het IUCN als bedreigd worden geclassificeerd. Meerdere daarvan worden als evolutionair uniek beschouwd: met hun einde zou een ongekende schat aan informatie over evolutiewetenschap verloren gaan.

Screenshot: TIVIproducties (YouTube). Annam-waterschildpadden worden voorbereid op transport naar Vietnam.

Maak kennis met de Annam-waterschildpad, een diersoort die tegen alle verwachtingen in nog bestaat. Sinds 1941 was de soort niet meer in het wild waargenomen, ook al doken ze zo nu en dan nog op op voedselmarkten. In 2006 werden een paar exemplaren van de soort eindelijk door wetenschappers gevonden in het wild: er was hoop! Het plan van Europese dierentuinen en de Vietnamese overheid was simpel: fok zoveel mogelijk met de Annam-waterschildpadden die nog aanwezig waren in gevangenschap. De dierentuinen van Munster en Rotterdam alsook een gedreven particulier namen het voortouw en in 2013 ging een lading van 71 kleine schildpadjes naar Hanoi. Ze zijn daar overgeplaatst naar het Turtle Conservation Centre waar nu een nieuwe fokgroep is samengesteld. Het TCC is een brug tussen de succesvolle fokprogramma’s in het Westen en de natuur in het Oosten.

Het verhaal dat de diersoort al min of meer was verdwenen, maar alsnog gevonden werd op een markt, lijkt apart maar is niet uniek. Sterker nog, de Annam-waterschildpad is een van de vele soorten die op deze manier ‘herontdekt’ is. Neem de Yunnan-doosschildpad, waarvan het eerste exemplaar ontdekt werd in 2004, maar het zou nog tot 2009 duren voordat de soort ook in het wild werd aangetroffen. Hoewel deze soort niet in Diergaarde Blijdorp gehouden wordt en elders gefokt wordt, speelt Blijdorp een belangrijke rol in het delen van expertise en materiaal. Omdat deze schildpadden in het Oosten grof geld opleveren op de zwarte markt, wordt het meeste werk ‘in de schaduw’ verricht en worden exacte locaties niet vrijgegeven.

Een andere schildpad, de McCords doosschildpad was zelfs zo bedreigd dat de soort wetenschappelijk gedocumenteerd is op basis van exemplaren die in de handel circuleerden! In 2007 is ook deze soort daadwerkelijk gevonden in het wild, in Zuid-China. De ca. 350 exemplaren die nog in gevangenschap leefden, dragen nu bij aan een verwoede poging om de soort in stand te houden. Diergaarde Blijdorp heeft met deze soort in het verleden al gefokt en heeft plannen om de soort op korte termijn ook (gedeeltelijk) voor de schermen te huisvesten, om aandacht te vragen voor dit bijzondere verhaal. Een zorgwekkend teken is dat ze steeds minder vaak aangetroffen worden op voedselmarkten: dat zou kunnen betekenen dat ze al zijn uitgestorven. Vrijwel alles wat we van ze weten komt van observatie in gevangenschap. Ze houden zich veel op in het water en graven zich overdag in. Per 2017 zijn er in totaal zeven geboren in Rotterdam.

Foto: Studio Evenaar. McCords slangenhalsschildpad in Diergaarde Blijdorp.

De naamverwant van de bovengenoemde doosschildpad, de McCords slangenhalsschildpad, wordt wel voor de schermen gehouden in Blijdorp (ook al verblijven ze momenteel even achter de schermen, wachtend op hun nieuwe verblijf). Over hun leven in het wild is niets bekend, omdat ze daar nog nooit zijn waargenomen. Beschrijvingen zijn er pas sinds 1994, aan de hand van gevangen dieren op de Chinese markt. En toch zijn er, per 2017, al 135 schildpadjes uit het ei gekropen in Blijdorp. Aanvankelijk stierf een flink deel van deze jongen, maar er is dan ook absoluut niks bekend over de omstandigheden waarin ze zich normaal zouden voortplanten; de verzorgers tastten in het duister.

Zo kunnen we nog wel een tijdje doorgaan. De Madagaskar-spinschildpadden, ploegschaarschildpadden, boegsprietschildpadden en stralenschildpadden waarmee in de Diergaarde ook meermaals succesvol gefokt is, laten we buiten beschouwing, mede wegens een gebrek aan bertrouwbare informatie, aangezien deze schildpadden al tijden niet meer voor de schermen te zien zijn. Zelfs als we die soorten wel behandelden, zijn er alsnog hele boeken te schrijven over de honderden andere schildpaddensoorten. De orde der schildpadden is een van de meest bedreigde groepen van dieren van de moderne tijd, de bovenstaande soorten zijn eerder regel dan uitzondering. We kunnen dit deel van dit artikel echter niet afsluiten zonder Henk Zwartepoorte te noemen. Dankzij de passie van deze oud-Blijdorpmedewerker zijn allerlei fokprogramma’s voor zeldzame reptielen en amfibieën tot stand gekomen. Hij was voorzitter van de Turtle Survival Alliance, EEP-coördinator van de Egyptische landschildpad, voorzitter van de European Studbook Foundation, oprichter van Stichting ReHerp, ga zo maar door. Bedankt Henk, zonder jou was het niet gelukt.

De Rijn: van baggerstroom naar gezonde rivier

Foto: Carla v.d. Drift (Mijn Foto van Diergaarde Blijdorp). Steur in Diergaarde Blijdorp.

Voor Rotterdammers is het ondenkbaar dat er geen water door het centrum van hun stad stroomt, maar lange tijd was het niet meer dan een veredelde levenloze chemische vuilnisbelt. Sterker nog, je kon er niet eens veilig in zwemmen. Wat kan je ook anders verwachten van een rivier die dwars door de meest geïndustrialiseerde regio’s van het continent stroomt? Dit is niet iets van de laatste jaren, in de negentiende eeuw sloegen vissers al alarm toen ze doorkregen dat bepaalde vissoorten aan het verdwijnen waren. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog was zelfs de zalm uitgeroeid. De komst van de dammen en sluizen van Deltawerken heeft hier zeker niet aan bijgedragen, de overgebleven waterdieren zaten nu vast in afgebakende watergangen.

Tijd voor verandering. In 1950 werd in industriestad Bazel de Commissie voor de Bescherming van de Rijn opgericht. Na een ecologische ramp in 1986 werd het ‘Rijnactieprogramma’ opgesteld, gevolgd door ‘Rijn 2020’ in 2001. Dankzij deze verdragen is de waterkwaliteit flink verbeterd (minder gifstoffen en meer zuurstof) en werd de rivier weer enigszins levensvatbaar. Dat bracht nieuwe vraagstukken teweeg: hoe voorkomen we overstromingen? Hoe maken we het drinkwater weer veilig? Maar bovendien: kunnen we de biodiversiteit terugbrengen?

Het bijzondere gebied dat wij ‘thuis’ noemen, was vroeger het thuis van een echte oervis: de Europese steur. Hoewel de vis zelf al enige bekendheid heeft, zijn de eitjes van de steur (helaas) nog bekender als de ‘delicatesse’ onder de naam kaviaar. In 1952 verdween de laatste steur uit Nederlandse wateren. Nu de waterkwaliteit enigszins geregeld is, kan de steur terugkomen? Gesponsord door de Europese Unie en de Nationale Postcode Loterij, was het in 2012 dan eindelijk zover: 47 in gevangenschap gekweekte steuren werden door Diergaarde Blijdorp vrijgelaten bij Nijmegen. Steuren zijn trekvissen, die een groot deel van hun leven doorbrengen in de zee, maar eens in de zoveel jaar teruggaan naar hun geboortegrond om te paaien. In 2015 werd nog eens een groep steuren uitgezet in het kader van het project Natuurherstel Haringvliet.

Foto: ARK Natuurontwikkeling. Jonge Europese steur wordt door het WNF en Diergaarde Blijdorp uitgezet in de Rijn.

Diergaarde Blijdorp heeft hier haar eigen steentje aan bijgedragen: samen met het WNF, ARK Natuurontwikkeling en Sportvisserij Nederland heeft de dierentuin de terugkeer mogelijk gemaakt door onder meer bij te dragen aan onderzoek. Even belangrijk is de educatieve rol die de Diergaarde speelt: als de meest bezochte dierentuin van Nederland, stoppen jaarlijks meer dan een miljoen mensen bij het aquarium in het Oceanium waar enkele jonge Europese steuren (Acipenser sturio) rondzwemmen, welke in de toekomst weer zullen bijdragen aan het fokprogramma.

Als mensen zelf de bijzonderheid van de natuur meemaken, zijn ze sneller geneigd bewuste keuzes te maken en de waarde van soortgelijke initiatieven in te zien. In 2017 werd daartoe een ‘steurenexpo’ geopend waar meer wordt uitgelegd over het Droomfonds Haringvliet, dat ervoor heeft gezorgd dat een Haringvlietsluizen in 2018 weer op een kiertje gaan. De uitgezette steuren doen het goed: ongetwijfeld zullen enkele vissen door uiteenlopende oorzaken gestorven zijn, maar er zijn zelfs al steuren gevonden in de Waddenzee. Het openzetten van de Haringvlietsluizen moet de trek tussen zout- en zoetwater significant makkelijker maken.

Dierentuinen: de laatste verdedigingslinie

De gedachte dat dieren in de toekomst in hun eigen biotoop veilig zijn is mooi, maar blijft voor vele gebieden toekomstmuziek en dat zal de komende jaren helaas niet zomaar veranderen. Tot die tijd is de harde waarheid dat het voortbestaan van allerlei diersoorten in het wild niet gegarandeerd kan worden. In sommige landen heerst al jaren chaos en elders zijn overheden te zwak of te arm om op effectieve wijze iets aan de problemen te doen. Uiteraard, het is onze taak om als welvarende landen ons in te zetten om diersoorten te redden in hun eigen leefgebied, maar we kunnen nou eenmaal niks garanderen. Daarom werken dierentuinen internationaal samen om een ‘buffer’ op te bouwen in een veilige omgeving.

Ter illustratie kunnen we even langs een paar apen van de Diergaarde lopen. Houd ter referentie in gedachten dat er zo’n 50.000 mensen in De Kuip passen – zeker niet weinig, maar als dat dat alle mensen op deze planeet zouden zijn, wordt het opeens een vrij klein groepje. In het wild zijn er nog zo’n 4.000 baardapen en 2.000 François’ langoeren. De witkruinmangabey staat eveneens geclassificeerd als bedreigd en in de afgelopen 40 jaar is de populatie van de zwarte kuifmakaak met 80% afgenomen. Het grootste gevaar voor al deze soorten is ontbossing. Het leefgebied van de kuifmakaken in het specifiek is drastisch geslonken, ondanks pogingen van de Indonesische overheid dit een halt toe te roepen.

Foto: Monique van Oort-Schenk (BB-Facebook). Mhorr-gazelle in Diergaarde Blijdorp.

Of we kijken even naar de vertegenwoordiging van de Filipijnen in Rotterdam: er zijn nog 750 wilde Prins-Alfredherten en, evenals de Visaya-wrattenzwijnen, zijn ze teruggedrongen tot twee eilanden. Nog meer voorbeelden: van de krokodillenstaarthagedis zijn er nog 1.000 dieren verdeeld over ernstig versnipperde populaties in Zuid-China. En terwijl er nog geen 50 jaar geleden met gemak tienduizenden Pinchéaapjes konden worden gebruikt voor biomedisch onderzoek, zijn er tegenwoordig nog maar zo’n 6.000 exemplaren over van deze dwergapen.  Er zijn 5.000 wilde zwarte neushoorns, 5.000 Stellers zeearenden, 3.500 wilde Indische neushoorns, 2.000 wilde dwergnijlpaarden, 650 wilde Aziatische leeuwen (in dit geval ook nog eens in geconcentreerd op één locatie), 100 wilde Mhorr-gazelles en 40 wilde Amoerpanters. Binnen 15 jaar is de status van de ringstaartmaki veranderd van kwetsbaar naar bedreigd. De okapi heeft één decennium een daling van 50% meegemaakt en de Montserratfluitkikker is zelfs met 90% afgenomen. Kortom: het is slecht gesteld met de aarde.

En Blijdorp houdt niet alleen diersoorten die al bedreigd zijn, zoals deze diersoorten. In 2010 werd een volière gemaakt voor een partij gieren die in beslag genomen waren in Italië. Toentertijd was het niet per se fantastisch gesteld met deze vogels, maar de laatste jaren zijn hun aantallen werkelijk omlaag gestort. Volgens het IUCN is de afname in de afgelopen drie gier-generaties minstens 80%, sommige schattingen gaan zelfs uit van 97%. Stropers doen namelijk hun uiterste best om ze uit te roeien, omdat gieren boven karkassen van gestroopte dieren cirkelen en daarmee de aandacht trekken van parkwachters. De onthoornde lichamen van neushoorns en olifanten worden tegenwoordig grootschalig vergiftigd. Door dit soort totaal onverwachtse afnames in populaties is het niet verstandig om alleen de meest bedreigde diersoorten te houden en alleen daarmee te fokken; dan verdwijnt de buffer die, wanneer je het het minst verwacht, voor andere diersoorten juist zo hard nodig is.

Elk jaar verliezen we 0,1% van de biodiversiteit op deze planeet. In tegenstelling tot de vijf vorige massa-extincties is ditmaal één diersoort – de mens – volledig verantwoordelijk hiervoor. Diersoorten sterven 1.000 tot 10.000 keer zo snel uit als het eigenlijk hoort. Een verschrikkelijke realiteit waar wij ons met ons allen voor moeten inzetten om het recht te zetten. Dierentuinen dragen daar hun eigen stukje daar aan bij door deze unieke levensvormen concreet te redden.

Tot slot…

Ik zou graag de tientallen uren aan onderzoek doen, schrijven en herschrijven die in dit artikel zijn gaan zitten, beëindigen met een pleidooi tegen dierentuin-sceptische organisaties zoals de Partij voor de Dieren. Zie toch in dat dierentuinen niet jullie ‘vijand’ zijn, maar dat ze strijden voor dezelfde idealen als jullie. Alleen besteden de vele lieftallige dierentuinmedewerkers hun dagen niet met dreigende taal uitkramen en protesteren, maar slaan zij juist de handen ineen met experts van over de hele wereld om een verschil te maken. In plaats van de Gemeente Rotterdam op te roepen om subsidie te schrappen, zet jullie juist in om de subsidie te verhogen zodat met het extra budget omvangrijkere fokprogramma’s op touw gezet kunnen worden. Nieuwe directeur Erik Zevenbergen liet in een radio-interview weten dat er weinig tot geen geld is voor de herintroductie van dieren in het wild. Zorg er dus voor dat de al indrukwekkende lijst van geredde diersoorten nog langer wordt.

Eveneens urgent, zorg dat het budget er komt voor meer en betere educatie. Op die manier worden mensen niet alleen bewust van hun keuzes (kiezen voor producten met legaal geproduceerde palmolie en biologisch eten kopen), maar wordt de jeugd ook geïnspireerd zich later eveneens in te zetten voor de bescherming van dieren. Een dierentuin heeft al zo’n bijzondere werking op mensen – documentairemakers kunnen slechts dromen dat hun werk ooit hetzelfde magische effect zal hebben als een olifant in het echt op luttele meters afstand te zien. Of zoals Sir David Attenborough, de man wiens stem door de beeldbuis mensen van over de hele wereld heeft meegenomen op betoverende reizen naar de verste uithoeken van onze planeet, het verwoordde toen hij gevraagd werd naar zijn visie op dierentuinen: ‘’It would be terrible if people only saw elephants on television or pictures and nowhere else’’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *