Zuid-Amerika!

-> Let op: Informatie in dit artikel is verouderd!

Op 27 februari 2013 openden de Vrienden van Blijdorp met veel triomf jubileumgeschenk Amazonica: De grootste vlinderkas van Europa. Voor deze dome maakten de vrienden een recordbedrag van meer dan 1 miljoen euro vrij! Dit is niet hun enige bijdrage aan Zuid-Amerika. Dus wat heeft Zuid-Amerika ons allemaal te bieden? Welkom bij: Ontdek… Zuid-Amerika!

Foto: Aart Pijl (Vrienden van Blijdorp)


Pampa

In 2002 openden de Vrienden twee verblijven die de Oceanium-Zijde wat moesten aankleden: Die van de Noord-Amerikaanse bizons (Prairie) en van de Zuid-Amerikaanse manenwolven (Pampa). Het verblijf van de manenwolven is een langgerekt verblijf met aan de randen dichte begroeiing en in het midden een grasvlakte. Nog niet zo lang geleden, in 2009, was er groot succes met de geboorte van 3 manenwolfjes. Manenwolven zijn een vrij unieke verschijning: Hij ziet eruit als een vos op stelten. Die ‘stelten’ komen echter wel goed van pas op de pampa’s, het natuurlijke leefgebied van de manenwolf: Kenmerkend is het hoge, droge gras. Het zijn vrij schichtige dieren en veel bezoekers lopen er gewoon voorbij. Maar met een beetje geduld én geluk kun je een paar mooie plaatjes schieten… Er zijn twee kijkplekken: Langs het hoofdpad is één stuk te zien, maar vanuit een lemen huisje is vrijwel het gehele verblijf goed te overzien. Helaas is de kans recentelijk nog kleiner geworden dat je er één ziet: Eén van de twee dieren is helaas niet meer…

Andes

Vanuit Argentinië gaan we naar buurland Chili: Voornamelijk bekend om het Andes gebergte. Het eerste verblijf in Zuid-Amerika was een grote weide voor vicuña’s, familie van de lama. Dit verblijf was oorspronkelijk een tijdelijk verblijf om het pad tussen het Oceanium en het Keuzeplein wat aan te kleden; het was letterlijk een weilandje afgezet met een net en stok en een houten stal. Maar sinds de bouw van Amazonica is het verblijf vorm gaan aannemen (het verblijf heeft een flink stuk land afgestaan, al hebben de dieren nog steeds meer dan genoeg bewegingsvrijheid) en is nu een volwaardig verblijf voor vicuña’s en Darwin-nandoes, aangekleed en wel. Sinds een kleine opknapbeurt beschikt het verblijf over een permanente afrastering, boomstronken en een ‘zandbak’ voor de dieren om in te rollen en liggen. Deze dieren overnachten in hetzelfde gebouw als één van de volgende dieren. In 2007 brachten de Vrienden van Blijdorp nog meer van de Andes naar Blijdorp, met twee leuke diersoorten: Cavia’s en Chileense poedoes. De verblijven bevinden zich heel toepasselijk op een heuvel. Als je de heuvel op gaat kom je langs twee varianten cavia: De tamme en de wilde. Op het hoogste punt van het pad staat een uitkijkhut, waar ook de cavia’s binnen te zien zijn. Als je het pad weer naar beneden loopt zijn rechts de Chileense poedoes te zien (die dus in hetzelfde gebouw slapen als de vicunã’s). Deze dieren leven solitair of in kleine groepjes in terrein dat voldoende dekking biedt. Ze zijn vooral actief in de late middag, avond en vroege morgen. Om bij hogere vegetatie te komen staan ze meestal op hun achterpoten of klimmen op omgevallen boomstronken. Tijdens het eten stoppen ze regelmatig om te checken of de omgeving veilig is. Poedoes kunnen langere tijd zonder drinken en onttrekken vocht aan de planten die ze eten. De twee puntjes op zijn hoofd, niet groter dan 10 cm, vormen een echt gewei. In tegenstelling tot hoorns valt een gewei ieder jaar af en groeit weer aan. Als een poedoe zich bedreigd voelt dan heeft hij een ‘afschrikwekkend’ wapen: hij kan blaffen! Poedoes houden er van om zich te verstoppen in onder de struiken of tussen het hoge gras. Hun bruine kleur, zeker in de schaduw, maakt ze dan vrijwel onzichtbaar. Bovendien lopen ze met schokjes. Telkens staan ze even stokstijf stil en vallen dan weg tegen de donkere achtergrond. Goed zoeken dus!

Foto: Peter van Norde (Vrienden van Blijdorp)

Foto: Vrienden van Blijdorp. Hoewel er inmiddels het één en ander is veranderd, geeft deze foto wel een goede indruk van het verblijf van de poedoes.

Volière

Foto: Albert de Mos (BB-Facebook)

In hetzelfde jaar als het poedoeverblijf bouwde Blijdorp aan de andere kant van het pad een volière voor Zuid-Amerikaanse vogels. Het verblijf is in tweeën gedeeld. De eerste volière is een moerassig gebied, waar rode ibissen, kuifhoenderkoeten, roodschoudertalingen en bahamapijlstaarteenden wonen. Vaak zijn de ibissen in een grote groep in een boom te zien op een eilandje, waar soms ook nesten worden gesticht. Als je door het gebouw loopt kun je aan de linkerkant nog naar het binnenverblijf van de ibissen kijken. Als je weer naar buiten gaat zie je links de tweede, grotere volière voor verschillende ara’s: geelvleugelara’s, blauwgele ara’s en soldatenara’s. Daarnaast wonen er ook kuiforopendola’ en sierema’s. Dit is een erg natuurlijk ingericht verblijf, aangekleed met waterval en kleiwand. In de natuur bestaat het dieet van ara’s onder andere uit giftige bessen. Om vergiftiging te voorkomen likken ara’s na het eten van de bessen aan kleiwanden die speciale mineralen bevatten die een vergiftiging voorkomen. Deze volière is groot genoeg voor de ara’s om afstanden te vliegen.

Foto: Albert de Mos (BB-Facebook). De twee volières, gezien vanaf de spoorlijn met de aravolière op de voorgrond.

Foto: Sabine Buchholz (BB-Facebook)

Amazonica

Het is het pareltje van Zuid-Amerika: Vlinderklas Amazonica. Dit is de grootste ‘vlinderdome’ van Europa en kent – volgens Blijdorp.NL – zeventien vlindersoorten uit Midden- en Zuid-Amerika en daarnaast nog 12 andere diersoorten en nog veel meer tropische planten. Er zijn twee ingangen: Eén achter het verblijf van de Chileense poedoes en één in de buurt van de Vrije Vlucht Voorstelling. Deze kleine Amazone is het jubileumgeschenk van de Vrienden van Blijdorp, die er meer dan 1 miljoen euro instaken. Als je écht alles wilt zien kun je makkelijk uren doorbrengen in de kas – als je het tropische klimaat kan weerstaan. Naast natuurlijk veel planten en bloemen zijn er ook een aantal grote vijvers, een zandbank, een flink aantal huizen en een kunstboom waar verschillende bromelia’s op groeien. Ga je mee op reis?

Foto: Jim Louwerens (BB-Facebook). Ga je mee op reis?

We betreden het gebouw via de ingang bij de Vrije Vlucht Voorstelling, achter het verblijf van de prairiehondjes en bizons. De ingang is een ‘sluis’, die onnodig verlies van warmte en vlinders tegen moet gaan. Daarbij is de geleidelijke overgang van temperatuur ook geen overbodige luxe. Als je graag wilt weten welke soorten bloemen en vlinders je allemaal tegenkomt vind je hier een bak met vlinder- en plantenzoekkaarten, net zoals een brillenwarmer die het beslaan van je bril en cameralens moet tegengaan. Na een tweede schuifdeur stap je op het pad, aan beide kanten omgeven door vele bloeiende planten en groene bomen. Als je tussen de planten kijkt zie je naast een voorproefje van de grote vijver, misschien enkele vlinder-voederpalen, waar dagelijks enkele vruchten worden neergelegd waar de vlinders maar al te graag nectar uithalen. Hoewel het misschien verleidelijk is, moet je deze vlinders NOOIT oppakken! De vleugels van een vlinder zijn fragiel als glas en breken al bij de minste aanraking, wat een zekere dood betekent.

Foto: Jim Louwerens (BB-Facebook)

Het pad kronkelt verder en na een vlonder splitst het pad in vele grote en kleine paden. Als je links het meeste linker pad neemt kom je langs een rotsformatie die aan de rand van de doom grenst, waar achter een ruit twee verblijven te zien zijn, één voor dwerganaconda’s en één voor de bizarre matamata’s en sieraardschildpadden. Dit pad blijft doorgaan, maar wij gaan nog even terug. Wij gaan op de splitsing naar het meest rechter pad.

Foto: Jim Louwerens (BB-Facebook)

Na nog een keer naar rechts te gaan slingert het paadje in een lus naar beneden, langs de kijkruit van de grote vijver. Als je de hoek rechts omgaat en daarna weer rechts, kom je na een trap bij de kijkruit van de grote vijver. Diersoorten die je hier veel zult zien zijn roodstaartmeervallen, arrauschildpadden en zwarte pacu’s. Na een trap omhoog komen de paden weer samen. Het pad maakt als ware een boog en cirkelt zo weer omhoog. Je bent dan dichtbij het punt waar je naar beneden ging en als je hier naar rechts gaat kom je op een brug terecht, die rechts aan de grote vijver grenst en links aan een kleiner poeltje. De brug leidt naar een zandbank waar je de grote vijver goed kunt overzien. Een beetje verstopt achter de vegetatie staat een huisje met vlonder waar je met een beetje geluk een voederdemonstratie kunt bijwonen, waarbij vanaf het vlonder de arapaima’s en andere vissen worden gevoerd. De vier arapaima’s hebben beresterken kaken die met een grote knal sluiten. Nog dichterbij de bezoekers worden de zoetwaterroggen gevoerd vanaf de stok. Het is van groot belang dat de vissen op verschillende plekken worden gevoerd, want arapaima’s zitten nooit vol! Vissen zijn erg gevoelig voor overgewicht, wat goed te zien is bij de tijgerspatelmeerval. Nadat hij werd uitgezet in Amazonica verdween hij voor een aantal weken. Aangenomen werd dat hij was overleden, tot dat bij het schoonmaken van de kijkruit een aantal sprieten onder een waterplant uitkwamen. Daar zat hij al die tijd verstopt. Uit medelijden gaven de verzorgers hem bij het voeren telkens een extraatje wat helaas tot gevolg had dat hij tegenwoordig aan overgewicht leidt. Lesson learned! Voederdemonstraties vinden om 12:00 uur plaats en bieden uiteraard de gelegenheid om vragen te stellen aan de verzorgers.

 

In een aangrenzende sloot, ook te zien vanaf de zandbank, wonen roodbuikpiranha’s en gestreepte kopstaanders (en een zooitje guppen). Deze dieren worden wekelijks gevoerd met een sparerib-aan-een-hengel die in luttele minuten wordt verslonden. Handen thuis houden dus! Je kunt de zandbank verlaten via een vlonder dat laag boven een vijver hangt, waar soms de Victoria Amazonica te zien is. Deze reuzenwaterlelie is eenmaal volgroeit sterk genoeg om een baby te dragen! Omdat in de natuur het struikgewas niet bepaald veilig is gebruiken de Zuid-Amerikaanse indianen deze planten als kindercrèche wanneer de mannen op jacht gaan. Vóór de bouw van de vlinderkas waren deze planten in de Victoria Serre te zien in de Rivièrahal, waar ze nu na twee jaar testen in Amazonica niet meer te zien zijn. Hier konden jarenlang baby’s op de foto worden gezet op één van de leliebladen.

Foto: Jim Louwerens (BB-Facebook). Als de Victoria Amazonica eenmaal bezig is, gaat hij er ook echt voor!

Na het vlonder sta je recht tegenover de andere ingang van Amazonica. Maar we hebben nog lang niet alles gezien, dus gaan we naar links. Dit pad loopt langs de sloot van de Victoria Amazonica en aan beide kanten zijn veel zeldzame bloemen en vlinders te zien. Sommigen vallen erg op, zoals de ‘treintjes’ van de felblauwe Morpho peleides, anderen vergen wat meer inspanning om te spotten, zoals de overwegend bruine Myscelia cyaniris. We komen langs een ‘T-splisting’, wij blijven ons pad volgen en komen bij de kunstboom uit. Boven op deze boom zijn enkele bromelia’s te zien, felgekleurde planten die een belangrijke rol spelen in de voortplanting van enkele pijlgifkikkers. Bij deze boom bevindt zich een hutje waar een model van een verblijf voor pijlgifkikkers te zien: Als er ooit geld vrijkomt willen de Vrienden hier een echt terrarium plaatsen voor één van de soorten pijlgifkikker die nu achter de schermen in Amazonica verblijven. Niet veel later komt dit pad uit bij de grote splitsing in de buurt van de grote vijver. Als je nu naar de matamata’s loopt en het pad wel volgt, kom je bij een indianendorp. In verschillende hutten kun je leren over de Amazonica en rupsen zien in allerlei verschillende stadia. Kinderen kunnen hun energie kwijt op de ‘wiprups’, of op zoek gaan naar de Surinaamse roodvoetspin die in de rupsenhut woont…

Foto: Jim Louwerens (BB-Facebook)

 

Foto: John de Greef (BB-Facebook)

WAAR?