Zuid-Amerika!

Van de kille Noord-Amerikaanse vlaktes gaan we zuidwaarts, waar we ons al snel wanen in het zeer uiteenlopende Zuid-Amerika. Bekend wegens de uitgestrekte regenwouden, maar ook de wereld van eindeloze pampa’s, barre poolgebieden, verzengende woestijnen en ijskoude hooggebergtes. De Nieuwe Wereld biedt onderdak aan een scala aan exotische dieren- en plantensoorten, ieder met zijn eigen aanpassingen om hun omgeving te trotseren. Vamos!

Het Zuid-Amerikaanse themagebied van Blijdorp is in ontwikkeling sinds het begin van de eeuw, toen de Diergaarde uitbreidde en zo ruimte verwierf voor de onderwaterwereld Oceanium. Aanvankelijk in de vorm van simpele weides langs het nog altijd aanwezige hoofdpad, maar altijd werd er al gedroomd over grootse overdekte ecosystemen om een stukje Suriname naar Rotterdam te brengen…

Andes: hart van Incarijk en Dierenrijk

Wanneer we via de prairiehondjes afscheid nemen van de Prairie, komen we aan bij het Andesgebergte, opgestuwd tot de hoge hemels door de vulkanische krachten diep onder het aardoppervlak. We worden onthaald door de vicuña’s, een neefje van de lama. Toegegeven, hun verblijf laat het een en ander te wensen over wat thematisering betreft, maar eigenlijk toont het nog best wat overeenkomsten met hun wilde leefgebied. Van nature komen vicuña’s voor in de páramo’s, de zone op een hoogte 3.200 tot 4.800 meter, tussen de boomgrens en de sneeuwgrens, waar hoofdzakelijk grassen en kruiden groeien.

Om de nachtelijke kou te trotseren, genieten vicuña’s bescherming van hun dikke vacht die laagjes warme lucht vasthoudt. De wol van de vicuña, zacht maar warm, is van oudsher een gewild product, maar onder het Spaanse koloniale bestuur en de latere zelfstandige landen, nam de jacht een disproportionele omvang aan. Eind jaren ’60 van de vorige eeuw waren er slechts 3.000 vicuña’s over. Sindsdien zijn er maatregelen getroffen om het dier terug te brengen van de afgrond, en met succes: tegenwoordig zouden er weer zo’n 350.000 volwassen dieren leven in een gebied dat zich uitstrekt van Peru en westelijk Bolivia tot noordelijk Chili.

Foto: Cor de Gier (BB-Facebook)

De vicuña’s delen hun verblijf met de Darwins nandoe, door veel bezoekers abusievelijk aangezien voor een struisvogel. Hoewel de overeenkomsten tussen de twee loopvogels inderdaad de verschillen overtreffen, is het onderscheid gemakkelijk gemaakt wanneer je je bedenkt dat struisvogels aanzienlijk groter worden en de mannelijke nandoes, in tegenstelling tot de struisvogels, geen onderscheidend verenkleed hebben. De voortplanting van de nandoe is een leuk fenomeen. Alle vrouwtjes van een groep leggen hun eieren in één groot nest, waar de man des huizes vervolgens op mag gaan zitten voor ruim een maand. Sommige eieren worden doelbewust buiten het nest gehouden, waar deze rotten en zodoende vliegen aantrekken – een handige voedingsbron voor de man en later ook de kuikens. In Blijdorp is gebleken dat het mannetje het nog weleens moeilijk vindt om zelf de eieren uit te broeden, dus vooralsnog is het voortplantingssucces beperkt gebleven tot de broedmachine.

Foto: Jolanda (Rotterdam Through My Lens)

Foto: Danny Noorman (BB-Facebook)

Aangrenzend aan de vicuña-stek vinden we nog een paar verblijfjes, heel toepasselijk gesitueerd op een heuvel, die gedoneerd zijn door de Vrienden van Blijdorp. Allereerst zijn hier cavia’s te vinden. In tegenstelling tot wat velen denken is het natuurlijke leefgebied van de cavia niet de dierenwinkel, maar een grote portie van Zuid-Amerika waar een stuk of tien ondersoorten erkend worden. Al lang voor het begin van de christelijke jaartelling was de cavia gedomesticeerd door indianen, voornamelijk om gebruikt te worden als leverancier van voedsel en bont, maar in de Incasamenleving waren ze ook al een geliefd gezelschapsdier. Met de komst van de Europeanen omstreeks 1500 vond de cavia zijn weg naar Europa en zo geschiedde.

Foto: Dinie Smit (BB-Facebook)

In Blijdorp is enerzijds een groepje van deze huiscavia’s te vinden in een verblijfje dat is aangekleed met bloempotten, een gieter en andere huishoudelijke artikelen. Als buren hebben zij de moerascavia, Cavia magna. Technisch gezien is dit niet echt een Andesbewoner, daar zijn leefgebied hoofdzakelijk beperkt is tot Uruguay. Een leuke uitdaging is om de kleine zwemvliesjes tussen hun tenen te spotten, een evolutionaire aanpassing aan hun drassige leefgebied.

Een veel groter perk is weggelegd voor de Chileense poedoe, een echte bergbewoner met een voorkeur voor een leefgebied tot op zo’n 2.000 meter hoogte. Ze zijn het beste te observeren vanaf het hutje bovenop de helling, waar je overigens ook de cavia’s kan vinden die beschutting zoeken tegen de elementen. De poedoes behoren tot de kleinste hertensoorten ter wereld, wat betekent dat ze minder energie kwijt zijn aan warmteregulatie. De Chileense poedoe, een bedreigde diersoort, bereikt eenmaal volgroeid een schofthoogte van 45 centimeter. Zo klein zijn heeft echter ook zijn nadelen. Vrijwel elk groot roofdier, waaronder poema’s, vossen en zelfs grote uilen, heeft het op hen voorzien. Daarom beweegt het dier bij voorkeur langzaam en verstopt het zich grote delen van de dag in de bosjes. Ook wanneer ze op zoek zijn naar eten, bewegen ze met schokjes. Wanneer ze zo stokstijf stilstaan, gaan ze even compleet op in hun omgeving.

Foto: K. Verhulst (BB-Facebook)

Volières: una paloma blanca…

Foto: Josien de Vries (BB-Facebook). Rode ibis.

Tegenover het poedoeverblijf vinden enige gevleugelde Zuid-Amerikanen hun heenkomen. Het in 2007 gebouwde complex is in twee helften opgedeeld. Bij binnenkomst bevind je je in een moerasgebied, waar vele wadende vogelsoorten postvatten. De meest prominente aanwezigheid is de rode ibis. Het is een sociale vogelsoort die in het wild in grote groepen voorkomt langs de gehele noordelijke kust van Zuid-Amerika en op de Caraïben. Een bijzonderheid is een populatie in zuidelijk Brazilië, in het Santos-Cubatão mangrovegebied, dat geheel geïsoleerd is van hun soortgenoten. Vergelijkbaar met de flamingo verkrijgt de rode ibis zijn kleur via roodgekleurde garnalen, al bestaat een groot deel van zijn dieet uit insecten en kevers.

Foto: Leo Brentjes (BB-Facebook)

De rode ibissen hebben gezelschap van diverse vogelsoorten. De kuifhoenderkoeten springen al snel in het oog. Deze vogel, afkomstig uit het hart van het Zuid-Amerikaanse continent, wordt zo’n 90 centimeter groot en is daarmee een heuse verschijning die zich overigens vaak ophoudt in de buurt van de bezoekers. Hij doet gelukkig geen vlieg kwaad en voedt zich voornamelijk met granen, wortels en ander plantaardig materiaal. De kuiforopendola is een minder opvallende aanwezigheid, maar wel een mooie. In het wild weven ze grote, hangende nesten van meer dan een meter lang waar ze twee blauwgrijze eieren in leggen. Vaak komen meerdere van dit soort nesten voor in elkaars buurt, omdat ze bij voorkeur in grote groepen leven. In Blijdorp is het overigens nog nooit zover gekomen. Spot daarnaast ook de witwangfluiteenden. Bijzonder aan deze soort is dat ze zowel in Zuid-Amerika als in Afrika voorkomen. Hoe dit zo is gekomen, is een mysterie. Het zijn op zich goede vliegers, dus mogelijk heeft een groepje eens per ongeluk de Atlantische Oceaan overgestoken. Wellicht zijn ze in de tijd dat de twee continenten nog dichter bij elkaar lagen overgestoken of zijn ze lang geleden door mensen ergens geïntroduceerd. Ook roodschoudertalingen en bahamapijlstaarteenden leven in de volière. Bonuspunten als je de uiterst schuwe mangrovereiger en woudaap weet te vinden.

Foto: Josien de Vries (BB-Facebook). Araparkiet.

De tweede volière is bestemd voor de ara’s. De hyacinthara, met een lengte van een meter van kop tot het puntje van hun staart de grootste papegaaiensoort, staat hier in de spotlight. Hun egale verenkleed is diepblauw, maar langs de rand van hun snavel en rondom de ogen hebben ze felgele stukjes. Net als bij andere arasoorten, zoals die die te zien zijn bij de Vrije Vlucht Voorstellingen, blijven ze vaak hun hele leven trouw aan één partner. Hoewel ze in hun leefgebied talrijk zijn, krimpt hun verspreidingsgebied in een rap tempo door ontbossing. De ara’s delen hun volière met de araparkiet, die veel gelijkenissen toont aan de grote papegaaien, maar in feite nauwer verwant is aan parkieten. Hij komt uit Mexico, waar er slechts een paar duizend resteren. De ekstergaai komt ook uit Mexico, maar is gelukkig niet bedreigd. Bij kraaien denken wij vaak saaie, zwarte vogels, maar de ekstergaai bewijst dat er ook beeldschone kraaien bestaan! De eveneens inwonende kuifseriema is een opvallende verschijning: zijn lange poten stellen hem in het wild in staat om over het lange gras van de pampa’s heen te kijken. Ze jagen onder andere op slangen, die ze doden door ze tegen de grond te slaan. Onder vogelhouders hebben ze een reputatie als meesters in het imiteren van geluiden.

Foto: Luciënne de Gier (BB-Facebook)

Amazonica: Jungle in de Polder

Het is het pareltje van Zuid-Amerika en een van de pronkstukken van de hele Diergaarde: vlinderkoepel Amazonica, de grootste van zijn soort in heel Europa. In 2013 gaven de Vrienden van Blijdorp dit miljoenengeschenk aan de Diergaarde ter gelegenheid van hun 50-jarige jubileum. Het is het stukje Amazone onder de rook van de Maasstad: een grote rivier die wordt omgeven door allerlei imposante planten die een grote diversiteit aan vlinders en andere wonderlijke levensvormen herbergen.

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook)

Het gebouw heeft twee ingangen, de een achter de Chileense poedoes en de ander bij het Amazonicaplein, waar een speeltuin, horecapunt en toiletten zijn. Bij de ingangen, bestaande uit twee paar schuifdeuren, zijn zoekkaarten te vinden voor de diverse vlinder- en plantensoorten die je tegenkomt. Ook is er een brillenwarmer aanwezig om condensatie te voorkomen. Pas op met camera’s, er kunnen waterdruppeltjes je lens in sijpelen, dus laat die gewoon rustig wennen aan de temperatuur binnen.

Foto: Cor de Gier (BB-Facebook)

Bij binnenkomst zal je al snel de eerste vlinders zien. De kans is groot dat het azuurvlinders zijn, zij fladderen vaak in ‘treintjes’ rond met hun prachtige, blauwe vleugels. De kleine passiebloemvlinder kan ook vaak gespot worden bij de diverse voederstations, net als de witte morpho’s of de geelband-passiebloemvlinders. In totaal zijn er achttien vaste vlindersoorten die Amazonica hun thuis noemen, vaak vergezeld door enkele andere soorten die als pop naar Nederland komen.

Foto: Esther Binnendijk (BB-Facebook)

Al snel begint het pad te kronkelen en te splitsen. In een rotsformatie, aan de rand van de koepel, zijn twee reptielensoorten te vinden. In het linkerverblijf loert de gele anaconda op zoek naar een hapje. Niet veel mensen weten het, maar anaconda’s zijn gek op zwemmen en er is dan ook een waterpartij te vinden hier. De gele anaconda mag dan wel een van de kleinere anacondasoorten zijn, maar met een lengte van ruimschoots vier meter behoren ze alsnog tot de grootste slangensoorten. Moeiteloos wurgen ze grote prooien zoals herten en capibara’s. Als buren hebben de anaconda’s een groepje sieraardschildpadden. Het is een interessante soort, afkomstig uit Centraal-Amerika. Ze zijn erg actief en staan bekend om de mooie tekeningen op hun schild en gezicht.

Foto: Tino Strauss (Wikipedia). Zwarte pacu.

De rivieren van de twee verblijven sijpelen door de rotswand heen en vloeien heuvelafwaarts om uiteindelijk uit te komen in het grote meer van Amazonica. Het lijkt misschien een rustige vijver van bovenaf, maar onderwater is het een drukte van belang. De bodem wordt omgeploegd door pauwoogzoetwaterroggen en witgevlekte zoetwaterroggen. De eerstgenoemde wordt iets groter dan de ander, met een maximale doorsnede van ruim een meter. Hun grote lichaam onderhouden ze overigens door zeer kleine rivierbewoners te eten, waaronder garnalen en schaaldieren. Zwarte pacu’s, vissen die wel een meter lang van kop tot staart kunnen worden, zwemmen vredig rond boven de roggen, op zoek naar gevallen fruit en zaden om te eten. Vooral wanneer de Amazone buiten zijn oevers treedt, spelen ze op die manier een cruciale rol in het verspreiden van zaden.

Foto: AquaInfo. Roodstaartmeerval.

Eveneens rustig peddelen de arrauschildpadden rond, echte joekels met een schildlengte van bijna een meter. Net als bij de matamata is Blijdorp bijzonder in het opzicht dat ze sporadisch met deze soort gefokt hebben, iets wat vrijwel geen ander park lukt. Vanuit de schaduw van de oeverplanten loert een aantal roodstaartmeervallen, alsmede een tijgerspatelmeerval. Hoewel de roodstaartmeerval hoofdzakelijk vertrouwt op hinderlagen om zijn kostje bijeen te sprokkelen, heeft hij weinig te vrezen: al op jonge leeftijd bereiken ze een lengte van nabij de twee meter, 56 kilo zwaar.

Foto: Diergaarde Blijdorp (Jaarverslag 2014). Arapaima.

Het zijn echter de arapaima’s die de dienst uitmaken. Een lengte van drie meter (met uitschieters richting de vijf meter!) en een bijbehorend gewicht van 200 kilo levert hem de titel ‘grootste zoetwatervis’ op. Hun kieuwen zijn niet toereikend om hun hele lichaam van zuurstof te voorzien en daarom happen ze om de paar minuten aan de oppervlakte naar lucht, wat vaak resulteert in een harde klap. Het is een absoluut riviermonster dat niets heeft te vrezen van andere soorten. Zijn enige bedreiging is de mensheid, die met vervuiling en overbevissing ervoor heeft gezorgd dat er steeds minder van deze giganten te vinden zijn in hartje Brazilië.

Via een kleine stroomversnelling komen we terecht bij het bassin van de roodbuikpiranha’s en gestreepte kopstaanders. Piranha’s hebben een geduchte reputatie, met allerlei verhalen die hun bloeddorstigheid beamen. Niets kon echter minder waar zijn: piranha’s zullen zelden een prooi proberen te overmeesteren die groter is dan zij zelf. Er zijn zeldzame meldingen van grote groepen piranha’s, maar dan zoekt alsnog ieder zijn eigen maaltijd en het scholen vindt hoofdzakelijk plaats voor hun eigen veiligheid. Het komt exceptioneel voor dat, wanneer een groot (land)dier sterft of wordt aangevallen door een groot roofdier, piranha’s met een paar honderd dieren tegelijkertijd toesnellen en zo voor een rivier van bloed zorgen. Meestal blijft de schade bij mensen overigens beperkt tot een paar tandafdrukken in hun voeten.

Foto: Jim Louwerens (BB-Facebook)

Het laatste stukje rivierstelsel is een rustige vijver die wordt doorsneden door een vlonder. Het zal soms gebeuren dat er niks te zien is hier, maar dat betekent niet dat er niets gebeurt onderwater. Dit is namelijk één van de twee kweeklocaties voor de Victoria amazonica, ook wel bekend onder zijn Nederlandse naam reuzenwaterlelie. De naam spreekt boekdelen: de bladeren kunnen wel tweeëneenhalf meter in doorsnede worden. Elke zomer bloeit de plant een aantal keer. De bloei duurt slechts twee nachten: de eerste avond verschijnt de bloem als een mooie witte bloem met een ananasachtige geur, die allerlei insecten aantrekt. De tweede avond is de bloem roze, maar zonder geur. Dit wordt gedaan zodat de insecten met stuifmeel op hun lichaam naar andere planten trekken. In 1887 verscheen de plant voor het eerst in de Rotterdamsche Diergaarde, in 1940 verhuisden ze naar de Victoria Serre in de Rivièrahal en sinds 2013 zijn ze dus ook te zien in Amazonica.

Foto: Diergaarde Blijdorp (blijdorp.nl)

In het absolute middelpunt van Amazonica is een grote nepboom te vinden. In de eerste plaats verhult deze allerlei apparaten die verantwoordelijk zijn voor de luchtvochtigheid in de tropische koepel, maar kijk eens goed naar de takken: deze worden begroeid door allerlei planten. Diergaarde Blijdorp beheert, als onderdeel van haar botanische taak, een deel van de Nationale Plantencollectie. In het specifiek gaat het om de primula’s (te vinden in de Chinese Tuin) en bromelia’s. De meeste planten zitten achter de schermen, maar de komst van Amazonica betekende dat een gedeelte van de verzameling aan het publiek getoond kon gaan worden. Ook op de daken van de hutjes bij de piranhavijver zijn vele bromelia’s te spotten.

Foto: Jean-Luc Sleijpen (BB-Facebook). In 2017 ontving Blijdorp poppen van de Tithorea tarricina – mooie vlinders met nóg mooiere cocons…

Verscholen in de dichte tropische begroeiing ligt een dorpje: El Bosque Nuevo. Dit is de kraamkamer van Amazonica. Diergaarde Blijdorp ontvangt regelmatig pakketjes met vlinderpoppen afkomstig uit Centraal-Amerika. Deze poppen worden opgehangen in de vlinderkwekerij, waar ze vervolgens ongestoord hun metamorfose tot vlinder kunnen ondergaan. Achter de ruiten zijn poppen in alle stadia van hun ontwikkeling te vinden, van zij die nog een hele weg te gaan hebben, tot lege cocons. Wanneer een pop uitkomt, moeten de fragiele vleugels van vlinders nog even uitharden. Overigens is Blijdorp niet helemaal afhankelijk van deze zendingen, want een aantal vlindersoorten plant zich ook gewoon voort in de koepel. De rupsen worden zoveel mogelijk verzameld en ook zij zijn te vinden in de huisjes.

Foto: Anneke Hoek van Dijk (BB-Facebook)

Daarnaast herbergt El Bosque Nuevo ook een aantal terraria. Maak hier kennis met de Ecuadoraanse roodvoetspin: voor sommigen een eng, maar voor anderen bovenal een mysterieus dier. Aanvankelijk had Blijdorp namelijk één vrouwtje, maar na haar overlijden vonden de verzorgers allerlei kleine spinnetjes. Hoe ze het voor elkaar heeft gekregen is voor ieder een vraagteken, maar tegenwoordig is een aantal van die jongen te zien als haar troonopvolgers. Daarnaast is er ook een terrarium voor de Peruaanse wandelende takken. In het Engels worden ze ook wel black beauties genoemd en uit hun uiterlijk blijkt waarom: deze insecten, meestal zo’n tien centimeter lang, hebben een pikzwart lichaam. De volwassen dieren hebben wel een paar felrode vleugeltjes, overblijfselen uit een vervlogen tijd: tegenwoordig lijken ze geen nut meer te hebben.

Foto: Peter Milano (BB-Facebook)

De show wordt gestolen door het gifkikkerterrarium. Hier zijn twee soorten te vinden: de kleine, rode Jeberos gifkikkers en de iets grotere blauwgele Braziliaanse gifkikkers. Gifkikkers hebben een bijzondere vorm van voortplanting. In het wild legt deze soort haar eitjes op de vochtige bodem van de jungle. Dan, als de kikkervisjes uitkomen, neemt het vrouwtje de kleintjes op haar rug en brengt ze hen één voor één naar een ‘meertje’ dat ontstaan is in een kokervormige plant die op de takken van de bomen groeit, bijvoorbeeld een bromelia. Voor elk kikkervisje zoekt ze een aparte verblijfplaats. Deze plekken zijn veilig, maar arm aan voedsel. Daarom gaat moeders elke dag langs de poeltjes en legt ze een onbevrucht eitje voor de kleintjes om op te eten.

Foto: Willem Moesman (BB-Facebook)

Leuk weetje: er zijn ook gifkikkers die loslopen in Amazonica. Niemand weet exact hoe, maar op een gegeven moment zijn er driekleurige gifkikkers verschenen in de koepel. Ze vormen geen gevaar voor mens en dier en lijken zelfs te helpen tegen ongedierte: een welkome aanwinst dus. Vrij in Amazonica vliegen behalve vlinders (en dus kikkers) ook wat ‘engeltjes’ rond, zoals ze in hun gebied van herkomst liefkozend worden genoemd. Het gaat om een aantal volken angelloze bijen. Een zo’n volkje kan duizenden werksters tellen, allemaal gehoorzaam aan hun ene koningin. Ze zijn een stuk kleiner dan de bijen die we in Nederland gewend zijn en produceren medicinale honing.

Onze reis door Zuid-Amerika begon in de kille, nietsontziende hooggebergtes en afdalend kwamen we allerlei aparte werelden en hun bijzondere inwoners tegen. Van bergstroompje tot moerassige riviermonding: we hebben een klein inkijkje in al die ecosystemen gekregen. Ook benieuwd naar wat de rest van de planeet ons te bieden heeft? Reis met ons verder naar het ongetemde continent, het land van de Big Five en de Grote Trektochten. Ga mee op safari op de Afrikaanse Savanne!

Foto: Jim Louwerens (BB-Facebook)

WAAR?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *