Taman Indah & Himalaya!

De bossen van Zuidoost-Azië herbergen een aantal van de meest opmerkelijke levensvormen op aarde. Beschermd en afgesneden van de rest van de wereld door het plafond van de planeet, de Himalaya, ontstond een unieke wereld waar kolossale spierbundels en ongelofelijk gespecialiseerde soorten gezamenlijk een hecht ecosysteem vormen. Het is begrijpelijk dat de natuur met al zijn mystiek in hoog aanzien is komen te staan in de ontelbare lokale religies. Nog altijd spreken hun namen wereldwijd tot de verbeelding: olifanten, neushoorns. Dompel jezelf onder in de schoonheid van deze ongekende natuur.

De noordflank van de Diergaarde werd altijd al sinds de openingsdag tachtig jaar geleden gekenmerkt door grote rotsformaties. Nog altijd steekt een aantal kunstmatige bergen hier ver boven het landschap uit, eenzaam tussen de boomtoppen. Het grote verschil met toen is de wereld om deze bergen heen: keken ze eens nog uit op kale wijden, tegenwoordig is een reeks aan natuurgetrouwe verblijven kenmerkend voor dit stukje Blijdorp. Dit stukje Diergaarde is, wellicht onbedoeld, een toonbeeld van Blijdorps betrokkenheid bij natuurbehoud geworden. Van maar liefst drie soorten die hier te vinden zijn, wordt het internationale fokprogramma beheert in Rotterdam. Onder de inwoners bevindt zich een van de meest charismatische diersoorten van de planeet: de olifant.

Himalaya: zetel van Tibet

Toen in het kader van het Masterplan in de jaren ’90 een Aziatisch themagebied werd opgezet, stond er voor de noordoostelijke hoek van het park een stukje Himalaya gepland. Van een volledig gethematiseerde biotoop, zoals te zien bij de Maleise Bosrand, is het nooit echt gekomen. De iconische Bergdierenrots, opgeleverd tezamen met de rest van de Diergaarde in 1940, was de belichaming van het Nepalese hooggebergte. In ’96 werd de rots het onderkomen van Sichuantakins, die Blijdorp als eerste Europese dierentuin ooit in de collectie had opgenomen. De tand des tijds ontzag de Bergdierenrots echter niet en wegens bouwvalligheid namen de laatste inwoners in 2013 afscheid ervan, waarna de rots werd afgeschermd van het publiek. Zo was de Himalaya-biotoop even op sterven na dood: alleen het gethematiseerde patatrestaurant, de Toko Tjitjak, herinnerde eraan… Maar dankzij de Vrienden van Blijdorp is er sinds 2015 weer leven in de brouwerij!

Foto: Elly van Lelieveld-Smid (BB-Facebook)

Via een Tibetaanse poort naast het terras van de Toko Tjitjak treden we een boomrijke bergvallei binnen. Een vlonder over een stroompje deelt het verblijf in tweeën, al staan de twee helften in verbinding met elkaar via de boomtoppen boven het pad. Hier is een opmerkelijk dier heer en meester: de rode (of kleine) panda. Het is, ondanks zijn uiterlijke overeenkomsten, geen wasbeer en het is al helemaal geen directe familie van de zwart-witte reuzenpanda. Het is de laatste soort uit de familie der katberen. Van nature bewegen ze zich vooral voort in het duister en overdag zijn ze dan ook vaak duttend in de boomtoppen te zien. Hun pluizige staart wikkelen ze op koude dagen om zich heen als een soort dekentje en hun harige voetzolen isoleren hen van bevroren oppervlakten. Hoewel ze niet zo kieskeurig zijn als de reuzenpanda, bestaat alsnog twee-derde van hun dieet uit het voedingsarme bamboe. Verder zijn ze niet vies van insecten, eieren, bessen en andere vruchten.

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook)

Door stroperij, de huisdierenhandel en vernietiging van leefgebied is hun wilde populatie in de afgelopen twintig jaar met 50% afgenomen. Diergaarde Blijdorp heeft zich in de afgelopen jaren neergezet als een van de belangrijkste partijen die betrokken is bij de bescherming van de rode panda. Zo wordt het European Endangered Species Programme (EEP) van deze soort beheerd vanuit Rotterdam en ze geven ook raad aan de Noord-Amerikaanse, Australische, Japanse, Indiase en Chinese fokprogramma’s. Blijdorp is de wereldwijde recordhouder van het aantal geboortes bij deze soort en heeft met deze expertise ook de EAZA-huisvestingsrichtlijnen opgesteld. Recentelijk heeft Blijdorp het Red Panda Network geholpen met geld en kennis en zodoende zijn er in Oost-Nepal grootschalige beschermingsmaatregelen getroffen: camera’s met bewegingssensoren worden gebruikt om de panda-populatie in kaart te brengen en ontmoedigen stropers, de lokale bevolking wordt opgeleid om zich in te zetten voor het beschermen en de apparatuur van de parkwachters wordt gemoderniseerd. In de Diergaarde zelf experimenteerde Blijdorp met GPS-halsbanden: de proef is geslaagd en de komende tijd zullen ook wilde panda’s ermee worden uitgerust.

Er leeft overigens nog een soort, iets minder opvallend in dit verblijf: de kuifhertjes. Ze komen voornamelijk voor op hooggelegen bergen in zuidelijk China. Onder de haarpluk op hun hoofd, waar ze hun naam aan danken, zit een klein gewei verstopt. Opvallender zijn de slagtandjes bij de mannetjes van enkele centimeters lang die uit hun bovenkaak naar beneden groeien. De geschiedenis van het kuifhert in Blijdorp begint in 1992, het jaar van de grote dierenruil met de dierentuin van zusterstad Shanghai. In ruil voor onder andere een aantal gorilla’s uit Rotterdam kreeg Blijdorp meerdere unieke Chinese diersoorten in handen, waaronder de kuifhertjes. Het merendeel van die soorten zou later door sterftegevallen of verhuizingen weer uit het bestand verdwijnen, maar deze kuifherten lagen ten grondslag aan hun Europese fokprogramma. In 1995 sloegen de kuifhertjes er voor het eerst in een jong groot te brengen: hoewel er al eens een kuifhertje geboren was in Berlijn, was dit de eerste die ook verwekt was buiten China. Sinds 2015 heeft Blijdorp dan ook dankbaar de taak van stamboekhouder voor deze soort op zich genomen.

Foto: Josien de Vries (BB-Facebook)

Ridder van de Ganges

Foto: Monique van Oort-Schenk (BB-Facebook)

Het vlonder slingert verder en al snel komen we aan bij een ‘overgangsverblijf’: dat van de Indische neushoorn. Neushoorndame Namaste behoort tot de oorspronkelijke inwoners van Taman Indah, maar gezien hun natuurlijke leefgebied gesitueerd is in noordelijk India en zuidelijk Nepal, sluiten ze ook goed aan op de Himalaya-biotoop. De Indische neushoorn is een van de vijf bestaande soorten uit de neushoornfamilie die de wereld rijk is. De zwarte en witte neushoorns uit Afrika zijn welbekend, terwijl de twee andere, Aziatische soorten weinig naamsbekendheid hebben: de opmerkelijk harige, kritiek bedreigde Sumatraanse neushoorn en de nóg zeldzamere Javaanse neushoorn. De Indische neushoorn is dan ook met afstand de meest talrijke Aziatische soort en wordt ‘slechts’ als kwetsbaar aangemerkt door het IUCN, al is het met de zuidelijke witte neushoorn nog iets beter gesteld.

Foto: Maxime Stok (BB-Facebook)

De Indische neushoorn wordt ook wel de pantserneushoorn genoemd, naar hun onmiskenbare huidplooien die op een harnas lijken. Wetenschappers vermoeden dat hun echte functie te maken heeft met het op peil houden van hun lichaamstemperatuur. In de vele groeven zitten fijne bloedvaten, die gemakkelijk afkoelen als de dieren een bad nemen. Indische neushoorns zijn namelijk echte waterratten en besteden in het wild veel tijd in sompige graslanden en meren. Voor veel dieren is het bezoeken van dat soort drinkplekken een gevaarlijke onderneming, maar de Indische neushoorn heeft weinig te vrezen. Mannetjes zijn met een gewicht van twee ton heuse zwaargewichten. Wanneer ze hun sprint van meer dan vijftig kilometer per uur inzetten, veranderen ze in dodelijke stormrammen. Roofdieren zijn dan ook meestal wijs genoeg om ruime afstand te houden.

Foto: Jim Louwerens (BB-Facebook)

Na de Indische neushoorns hebben we al zicht op Taman Indah, maar als je alles wil zien dat Azië voor je in petto heeft, moet je nog even geduld hebben: vanaf hier brengt de Azië Jungletrek je terug naar de Mongoolse Steppe, het Aziatische Moeras en de Tijgerkreek. Wanneer je bezoek aan de keizer van de jungle voltooid is, kan je weer teruggaan naar de bamboevallei tussen de Vleermuizengrot en Taman Indah. Een nagebootste ruïne van het overwoekerde Cambodjaanse tempelcomplex Angkor Wat, geflankeerd door een waterval, kijkt op je neer. Via de draaideur treed je binnen tot Taman Indah: de prachtige tuin. We dwalen dieper het dikhuidenwoud in…

Paradijs in de havenstad

Foto: Vrienden van Blijdorp (Vriendennieuws)

Binnen in Taman Indah wandel je over een opgedroogde rivierbedding. Om je heen verkeert weelderig tropisch groen in een race om wie het snelste kan groeien, om op die manier het meeste zonlicht op te kunnen vangen. Het pad versnippert en slingert door het gehele gebouw, dwars door beekjes en grotten heen. In eerste plaats nemen de drie binnenverblijven van dikhuiden veel ruimte op. De bouw van het kolossale gebouw was een hele onderneming en de grootste hijskraan van Nederland moest er zelfs aan te pas komen om het dak te installeren. De Thar-Rots, vergelijkbaar met de Bergdierenrots achter de Toko Tjitjak, moest er zelfs voor wijken, al werd zijn fundering hergebruikt. Taman Indah was een trendsetter vanaf het moment dat olifant Bernhardine in ’94 voor de ogen van vele gegadigden een boomstam met daarop ‘Taman Indah open’ omrolde. Blijdorp werd het allereerste instituut waar olifanten ook binnen in groepen gehouden konden worden, in plaats van dat ze ’s nachts in een rijtje aan een ketting stonden. Daaruit volgde ’s werelds eerste olifantenbevalling in gevangenschap mét andere groepsleden erbij, met Irma’s bevalling van Indira in ’95. In 1998 werd nog een staaltje toonaangevend vernuft toegevoegd aan Taman Indah, met de plaatsing van een ‘olifantenkantelaar’ achter de schermen: met het cilindervormige, hydraulische apparaat kan de dierenarts olifanten vastklemmen en indien nodig op hun zij leggen, zonder de gevaarlijke, zware narcose die in het verleden eraan te pas kwam.

Foto: Danny Noorman (BB-Facebook)

Interessanter dan de technische diepgang van de binnenverblijven zijn de permanente bewoners van Taman Indah. Naarmate het pand ouder werd, wisten niet alle oorspronkelijke verblijven de tand des tijds te doorstaan, maar vandaag de dag is er alsnog zat te bewonderen. Zo is er de tijgerpython, een wurgslang die met ruim drie meter in lengte een geducht roofdier is. Ze zijn wijdverspreid in India en net als veel andere koudbloedige dieren, kunnen ze dankzij hun lage metabolisme weken teren op een grote prooi. Pythons zijn vrij primitieve slangen en ze hebben zelfs nog kleine restanten van achterpoten, die bij meer geavanceerde soorten volledig verdwenen zijn.

Foto: Leo Brentjes (BB-Facebook). Reuzengourami’s beginnen hun leven als erg elegante vissen, maar ontwikkelen in de loop der jaren een steeds unieker uiterlijk.

Elders in Taman Indah zijn nog meer koudbloedigen te vinden, in de vorm van vissen. Een groot aquarium biedt onderdak aan meerdere Aziatische vissensoorten waaronder de reuzengoerami, die meer dan een halve meter lang kan worden. Langs de bodem zijn vaak clownmodderkruipers te zien, die met hun baarddraden tasten naar wormen en insecten, terwijl de eveneens inwonende schuttervissen nabij het wateroppervlak zwemmen om hun kostje op unieke wijze te vangen: ze spuiten een krachtige waterstraal uit het water en schieten zo ongelukkige insecten van bladeren af. Verder zijn er nog clownmesvissen, Siambarbelen en haaivinbarbelen te spotten.

Foto: Jop Kempkes (BB-Beheer/Facebook)

Ook vogels zijn rijkelijk vertegenwoordigd in Taman Indah. Rondom een kunstboom is een cilindervormige volière gemaakt, waar in de loop der jaren veel verschillende soorten gezeten hebben. Momenteel zijn het pruimkopparkieten die er heer en meester zijn. Met hun prachtige paarse koppen en felgroene romp zijn ze betoverend mooi. Op de bodem scharrelt een paartje roelroels, een Zuidoost-Aziatische patrijssoort. De mannetjes hebben een glinsterend zwart verenpark, met een felrode verenpluk op hun hoofd. De vrouwtjes zijn daarentegen groen van kleur, met bruine vleugels. Vanuit de naastgelegen grot en ook vanaf bovenop de rotsformatie zijn, in het voormalige verblijf van de stokoude gibbons Nico en Saar, jaarvogels en roodsnavelkitta’s te zien. De gewone jaarvogel is een grote vogelsoort uit Zuidoost-Azië, die symbool staat voor wijsheid. Mannetjes zijn te herkennen aan een gele keelzak en een lichter gekleurde kop, terwijl de keelzak van de vrouwtjes blauw is. Het is een fabel dat de jaarvogel ieder jaar een extra ribbel in zijn hoorn krijgt. Omdat de unieke voortplantingswijze van jaarvogels en andere neushoornvogels een sterke band tussen de twee dieren vergt, zijn ze vaak kieskeurig in partnerkeuze. Voor meer daarover, klik HIER voor onze special over deze unieke soort.

Foto: Theo de Kaper (BB-Facebook)

Het dikhuidenbos

Wanneer we afscheid nemen van het overdekte stukje tropen, is rechts in de buitenlucht een uniek dier te zien: de Maleise tapir. Vele wetenschappers hebben tevergeefs geprobeerd om ze een evolutionair plekje te geven, oude Thaise volkeren beschouwden ze zelfs als een ‘ratjetoe’ van overgebleven onderdelen nadat alle andere dieren geschapen waren. Het was pas met de komst van genetisch onderzoek dat bleek dat deze vreemde eend zo’n 50 miljoen jaar geleden ontstond als zusterfamilie van neushoorns. Tegenwoordig bestaan er vier tapirsoorten in Zuid-Amerika. De Maleise tapir, in Rotterdam aanwezig, is de laatste uit Azië. Ze zijn te herkennen aan het witte vlak dat loopt van hun schouders tot hun achterste. Dit lijkt misschien niet erg onopvallend, maar gecombineerd de schaduwen van het bladerdak lijken ze op een rots wanneer ze slapen. Ze besteden ook best wat tijd inactief, daar ze hoofdzakelijk rond de schemering wakker zijn. Ze houden er een solitair bestaan op na (en zijn best kieskeurig met hun partnerkeuze), dus de dieren in Blijdorp brengen veel tijd alleen door. Hun neus is samen met hun bovenlip vergroeid en is uiteindelijk steeds meer op een soort kort slurfje gaan lijken, dat nuttig is voor het plukken van bladeren en vruchten. Tegenover deze markante verschijning treffen we overigens de échte krachtpatsers van het dierenrijk: de olifant.

Foto: Karin Seltenrijch (BB-Facebook)

Olifanten worden al sinds mensenheugenis bewonderd om hun intelligentie, met zelfs de Griekse filosoof Aristoteles die ze omschreef als ‘ongeëvenaard slim’. Pas met de komst van moderne wetenschap is duidelijk geworden hoe diepgaand hun begrip van de wereld wel niet is: leervermogen, imitatie, rouw, altruïsme, medelijden, het gebruik van gereedschap, zelfbewustzijn, herinnering en geavanceerde communicatie zijn allemaal vastgesteld. Een manier van leervermogen meten is hersengrootte bij geboorte vergelijken met die op latere leeftijd. Veel zoogdieren hebben bij de geboorte al 90% van hun hersenmassa, maar mensen, chimpansees, tuimelaars en olifanten zitten allemaal onder de 50%: hieruit blijkt dat de hersenen bij deze soorten zich voornamelijk op latere leeftijd ontwikkelen.

Foto: Leo Brentjes (BB-Facebook)

Net als mensen brengen olifanten een relatief groot deel van hun leven, zo’n tien jaar, lerend door onder toeziend oog van hun moeder. Ook daarna blijven vrouwtjes bij de kudde, waar ze vaak hun gehele leven lid van blijven; mannetjes leiden vanaf dat moment een solitair bestaan, al komen ze wel regelmatig in contact met soortgenoten. Al deze eigenschappen van deze hoogontwikkelde diersoorten betekenen dat het niet makkelijk is om de dieren een fijn bestaan te geven in gevangenschap. Stereotype gedrag bij olifanten uit zich onder andere in het wiebelen van de slurf en het heen en weer slingeren van het hoofd. Om dit tegen te gaan, besteden de verzorgers veel tijd aan het bezighouden van de dieren met verrijkingsmateriaal. Momenteel zamelen de Vrienden van Blijdorp geld in om een extra ‘entertainment-boom’ te bekostigen en er liggen zelfs plannen om het bestaande olifantenverblijf significant te vergroten.

Foto: Monique van Oort-Schenk (BB-Facebook)

Tegenwoordig wordt er vaak gesproken over twee olifantensoorten, gemakkelijk uit elkaar te houden aan de hand van uiterlijke kenmerken: Aziatische olifanten hebben kleinere oren, Afrikaanse olifanten zijn groter en zwaarder, bij de Aziatische olifant hebben alleen mannen slagtanden en de slurf van de Aziatische olifant heeft slechts één ‘vinger’ aan het uiteinde, Afrikanen twee. De tweedeling tussen Afrikaanse en Aziatische olifanten gaat maar liefst zes miljoen jaar terug. Wellicht interessant om te weten is dat de inmiddels uitgestorven mammoet een half miljoen jaar later voortkwam uit de Aziatische olifant. Toch erkennen wetenschappers tegenwoordig twee aparte Afrikaanse soorten: de savanneolifant en de bosolifant, van elkaar gescheiden door een paar miljoen jaar aan evolutie. In recentere tijden wordt ook de Aziatische olifant tegen het licht gehouden: tegenwoordig zijn er drie algemeen geaccepteerde ondersoorten en nader onderzoek zal moeten uitwijzen of er nog meer bestaan. Overigens moet het gezegd worden dat in gevangenschap vrijwel geen ‘zuivere’ exemplaren van de ondersoorten bekend zijn.

Foto: Maxime Stok (BB-Facebook)

De geschiedenis van olifanten in Rotterdam gaat terug tot de oude Rotterdamsche Diergaarde. Dankzij hun kennis en ervaring is Blijdorp zelfs de EEP-coördinator van de Aziatische olifant! Aan het hoofd van de moderne Blijdorp-kudde staat Irma: een vrouwelijke olifant die in 1970 in het buitenland werd geboren. De Vrienden haalden haar op haar vijfde naar Nederland en uiteindelijk zou ze zorgen voor de eerste geboorte van een olifant in Nederland en tevens het begin van ’s werelds eerste tweede-olifantengeneratie in gevangenschap, met de geboorte van Bernhardine. In ’88 werd de groep uitgebreid met Douanita, geconfisqueerd in de haven van Rotterdam. Een aantal jaar na de verhuizing van de Dikhuidenvleugel naar Taman Indah, zou Douanita in 2003 Trong Nhi voortbrengen, niet lang na de geboorte van Irma’s dochter Bangka in 2000. Bangka zou op haar beurt in 2010 het leven schenken aan dochter Faya. Douanita moest in 2012 noodgedwongen verhuizen toen ze Irma van de troon probeerde te stoten. In 2013 werd Rotterdam verblijd met de geboorte van Trong Nhi’s dochter Nhi Linh en wederom in 2015, met de geboorte van Bangka’s zoontje Sunai. De huidige bewoner van het mannenperk is Timber, de vader van de drie jonge leden van de groep en zelf geboren en getogen in Rotterdam.

Inmiddels hebben vrijwel het gehele Aziatische continent verkend. Van de barre Amoer met zijn mystieke natuur, tot de ongelofelijk diverse wouden van Indochina, dwars door moerassen en woestijnen en tot aan de pieken van de planeet. Deze reis komt nu bijna tot zijn einde, met slechts één halte resterend. Het is tijd om een bezoek te brengen aan de machtige koning der dieren: de leeuw.

Foto: Saskia Bokkers (BB-Facebook)

WAAR?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *