Maleise Bosrand & Chinese Tuin!

Van de kille Noordoost-Aziatische wouden van de Oeral en de Amoer trekken we zuidwaarts, naar de weelderige jungles van Zuidoost-Azië. In Blijdorps Maleise Bosrand en Chinese Tuin vinden we een verscheidenheid aan unieke levensvormen, van vleesetende planten tot aan giftige reptielen. We duiken in een van de mooiste stukjes Diergaarde…

Maleise Bosrand

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook)

Vanaf de Amoer vervolgen we onze reis langs de Azië-Jungletrek. Op steenworpafstand van de kroeskoppelikanen vinden we het verblijf van de Visaya-wrattenzwijnen, een varkenssoort die op nog maar twee eilanden in de Visaya-archipel in de Filipijnen voorkomt. Door de toenemende menselijke activiteit in het gebied classificeert het IUCN de diersoort als kritiek bedreigd. Momenteel is de soort afhankelijk van fokprogramma’s in gevangenschap, waar Blijdorp een belangrijke bijdrage aan levert. Voor jaren achtereen zagen vele tientallen biggetjes hier het levenslicht. Sociaal als varkens zijn, spelen de biggetjes uren achtereen met elkaar en met hun ouders. Ze hebben er alle ruimte voor: het verblijf loopt door tot buiten zicht en is zo’n 30 meter lang. In het paarseizoen vallen de mannetjes erg op: ze krijgen allerlei aparte ‘kapsels’, van hanenkammen tot krulletjes. Het haar bovenop het hoofd neemt allerlei opmerkelijke vormen aan om vrouwtjes te versieren. Verder zijn de geslachten – het hele jaar rond – te onderscheiden van elkaar doordat mannetjes aanzienlijk groter zijn en als enige ‘wratten’ in hun gezicht hebben.

Foto: Leo Brentjes (BB-Facebook)

Iets verderop vinden we een lange volière. In de eerste instantie bewoond door jaarvogels, al zijn het sinds kort de Scheepmakers kroonduiven, manenduiven en Aziatische blauwe eksters die hier de baas zijn. De eerstgenoemde soort dankt zijn op zijn zachtst gezegd opmerkelijke naam aan ene heer C. Scheepmaker. Ze zijn de meest bedreigde van het stel. In het wild zijn ze alleen te vinden in zuidelijke delen van Nieuw-Guinea. Door een afnemend leefgebied is het tegenwoordig een kwetsbare vogelsoort. Ze behoort met een lengte van zo’n 75 centimeter tot de grootste duivensoorten en is met 2,25 kilo ook relatief zwaar. De kroonduiven zijn blauw tot kastanjekleurig en hebben met de waaier (oftewel de kroon) wel wat weg van de waaierduif. Hoewel ze dusdanig veel in gemeen hebben dat er zelfs kruisingen kunnen voorkomen tussen de soorten, hebben waaierduiven een wit randje op de kuif dat bij de kroonduiven ontbreekt. De manenduiven zijn ook een aparte verschijning: de vogel heeft dan wel de karakteristieke kop van een duif, maar de kleurrijke veren bij de nek zijn erg lang en dun en bedekken tot wel het halve lichaam. Een opmerkelijke wetenswaardigheid is dat manenduiven de enige levende verwanten van de dodo zijn. Ze bouwen hun nesten in bomen, maar zoeken voedsel hoofdzakelijk op de grond. De Aziatische blauwe eksters zijn daarentegen behendige luchtacrobaten, die qua gestalte wel wat weg hebben van onze huis-tuin-en-keukeneksters. Hun aantal wordt in de miljoenen geschat en groeit waarschijnlijk zelfs een beetje.

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook)

De bovengenoemde volière is een van de twee volières die de ingang van het Aziëhuis flankeren. De andere is het onderkomen van een koppeltje Bengaalse oehoes. Vergeleken de Europese oehoe is het een tamelijk kleine soort, ook al zijn ze groter dan de meeste normale uilen. Van nature komen ze voor over het hele Indiase subcontinent, waar het een subject van bijgeloof is. Wanneer ze vanaf het dak van een huis roepen, zou het de dood aankondigen van de inwoners. Onder Indiase wetgeving is de Bengaalse oehoe gelukkig beschermd en is niet bedreigd. In de werkelijkheid zullen ze nooit een mens kwaad doen, tenzij iemand te dicht bij een nest komt. In Blijdorp hebben ze al meermaals voor nageslacht gezorgd.

De twee volières grenzen dan wel direct aan het Aziëhuis, maar je kunt ook nog een ander pad volgen. Via een lang vlonder word je geleidelijk omhoog geleid, totdat we aankomen bij een typisch Indonesische constructie: het Longhouse. Het concept van een longhouse wordt al sinds mensenheugenis toegepast door volkeren over de hele wereld die in gebieden met regelmatige overstromingen leven. Eigenlijk is het niet meer dan een huis op palen bouwen. Het Longhouse in Blijdorp is in Borneo gemaakt en vervolgens verscheept naar Rotterdam. Tegenwoordig is een educatiecentrum, dat bekend staat als de ‘palmolie-expo’. Palmolie wordt toegepast in allerlei producten, van etenswaren tot stoelen. Helaas is deze industrie dusdanig buiten zijn voegen gebarsten dat hele regenwouden geruimd worden om palmoliepalmen te planten. Dit is weliswaar illegaal in Indonesië, maar boeren veroorzaken opzettelijk bosbranden die bijna niet te stoppen zijn door de overheid. Vooral het ongelofelijk biodiverse eiland Borneo heeft het slecht getroffen: ex-astronaut en WNF-ambassadeur André Kuipers voorspelt dat hij het sneuvelen van de laatste oerwoudboom nog mee zal maken.

Bij het Longhouse kan je teruglopen door een trappetje af te gaan en via een bospaadje (dat een uniek kijkpunt bij de oehoes biedt) teruglopen naar de ingang van het Aziëhuis. Hier vind je overigens nog een volière voor bankivahoenderen. Dit zijn de voorouders van de gedomesticeerde kip en lijken er dan ook veel op, zowel qua uiterlijk als gedrag. Naar schatting wist men 7000 jaar geleden de bankivahoenderen te temmen tot legkippen.

Foto: Rob van Eijk (BB-Facebook)

Het Aziëhuis is het kloppende hart van de Maleise Bosrand. Eind vorige eeuw werd het ontworpen als stallencomplex voor de vele grote inwoners van deze biotoop. De zoogdieren stonden echter het grootste deel van de tijd buiten, waardoor het Aziëhuis niet meer dan een verlaten gebouw was. Gelukkig besloten de Vrienden van Blijdorp het Aziëhuis een mooi plekje te geven binnen het Masterplan. Want volgens het Masterplan – dat Blijdorp in brede lijnen naleeft – worden dieren ingedeeld naar continent en biotoop, óók reptielen en vissen. Eigenlijk was dat nog niet van toepassing op die dieren. De meeste koudbloedigen zaten nog steeds in de Rivièrahal. Zou het Aziëhuis dan geen plek bij uitstek zijn? Sinds 2012 is dit dan ook een modern onderdak voor vele diersoorten. Direct rechts van de ingang vinden we de eerste inwoners: de belangers toepaja. Dit aparte zoogdiertje van het Zuidoost-Aziatische vasteland kan op eerste gezicht nog net door voor een rare eekhoorn (tupai is dan ook het Maleisische woord voor eekhoorn). Toepaja’s zijn letterlijk een klasse apart, een biologische orde die het neefje van de knaagdieren en konijnen en een achterneef van de primaten en lemuren is. Het is een behendige omnivoor, die voornamelijk insecten en vruchten eet. Ze leven van nature in kleine familiegroepjes. Het zijn nieuwkomers in Blijdorp: ze deden pas in 2017 hun intrede, nadat enkele reptielen verhuisden.

Aan de andere kant van de hal is het eerste verblijf een terrarium voor Indiase brilcobra’s. Zoals de naam al verklapt, komt deze gifslang van het Indiase subcontinent. Deze bruinige cobra kan tot wel twee meter lang worden. Op de kop zit een donkere band waarop een witte vlek zit die op een bril lijkt, vandaar de naam. Net zoals andere cobra’s kunnen ze hun halsribben uitzetten als ze zich bedreigd voelen, waarmee ze hopen de vijand te intimideren. Wij als mensen hebben alle reden om ontzag te hebben voor de Indiase brilcobra: het gif kan dodelijk zijn voor ons.

Foto: Leo Brentjes (BB-Facebook)

Aan de rechterkant van de hal vinden we een gigantische ruit: dit is waar de koning van het Aziëhuis, de Komodovaraan, zetelt. De afgelopen jaren heeft de grootste varaan ter wereld een reputatie gevestigd als een ‘draak’ die zijn prooien dood met giftige bacteriën in hun speeksel; pas in 2009 werd bewezen dat ze gifklieren bezitten. De Komodovaraan komt voor op een handjevol Kleine Soenda-eilanden, waaronder Komodo. Het verblijf in de Diergaarde lijkt sprekend op het landschap dat je daar zou aantreffen. Een voor dierentuinen uniek onderdeel van het verblijf is de waterpoel, waar ze in kunnen zwemmen: wetenschappers bevestigen dat Komodovaranen goede zwemmers zijn, die soms zelfs van het ene eiland naar het andere gaan. In Blijdorp is er een ruime zoetwaterpartij, waar ze ook kunnen drinken, en een zoutwaterstuk. Hier zwemmen enkele zilverblad- en argusvissen. De varanen delen tevens hun luchtruim met een groepje zebravinken. Het perk is ontworpen om in tweeën gedeeld te worden in het geval dat het mannetje en het vrouwtje in de clinch liggen. Helaas is gebleken dat dit veelal het geval is en daarom zit een van de Diergaardes varanen momenteel ‘ondergedoken’ in een verblijf in de Rivièrahal, zodat hij alsnog een volwaardig onderkomen heeft.

Foto: Leo Brentjes (BB-Facebook)

Langs de binnenbocht komen we nu bij een terrarium voor bekerplanten. Zij hebben een bijzondere manier om aan hun energie te komen: ze consumeren insecten. De ‘bekers’, de vallen waaraan ze hun naam danken, hebben vaak tanden aan de rand, met daartussen nectarklieren. Zo verleiden ze hongerige insecten om over de rand te leunen. Als een insect in de val valt, hebben ze weinig kans om weer via de gladde wanden omhoog te klimmen. Onderin de val zit vloeistof, en in de wanden zitten verteringsklieren. De klieren scheiden verteringssappen af en nemen opgeloste voedingsstoffen van de prooi op. Bizar!

De laatste twee verblijven aan de buitenbocht zijn gereserveerd voor twee primatensoorten. De eerste ruimte, die direct na de Komodovaranen komt, dient als binnenverblijf voor de baardapen. Het tweede verblijf is het huis van de noordelijke slanke lori: een halfaap uit Sri Lanka. Ze komen alleen tevoorschijn in het donker, wanneer hun disproportioneel grote ogen goed van pas komen. Ze jagen dan op insecten. In theorie is dit geen bedreigde diersoort, maar in recente jaren worden steeds meer lori’s verhandeld als huisdier en dan met name naar Amerika. Niet alleen is deze soort uitsluitend in leven te houden door een expert, maar door ze in het licht te plaatsen of te ‘kietelen’ (zoals helaas vaak wordt gedaan voor internetvideo’s) lijden ze erge pijn. Het verblijf in Blijdorp wordt overdag dan ook verduisterd en kan alleen via enkele gluurgaten bekeken worden. Ook deze soort is pas sinds 2017 aanwezig hier. Hun ‘huisgenoten’, de Balabac kantjils, zitten hier echter al sinds de heropening van het Aziëhuis. Deze zeldzame dwerghertjes. die niet veel groter worden dan een schoothond en die gekenmerkt worden door hun kleine slagtandjes, komen van nature voor op een handjevol eilanden ten zuiden van het Filipijnse Palawan.

Foto: Tiny Rog (BB-Facebook)

De laatste twee diersoorten in de binnenbocht zijn allebei reptielen. In twee terraria worden neushoornboomslangen en Chinese krokodilstaarthagedissen gehouden. De neushoornboomslang dankt zijn titel aan de opmerkelijke ‘hoorn’ voorop zijn kop. Hoewel ze betrekkelijk lang kunnen worden, blijven het hele dunne dieren. Ze zijn niet giftig en eten voornamelijk kleine zoogdieren zoals muizen. De krokodilstaartjes hebben een roodbruine kleur, waarmee ze goed wegvallen tegen de achtergrond. Ze weten dan ook aan veel bezoekers te ‘ontsnappen’. Eenmaal volgroeit kunnen ze langer dan 40 centimeter worden. Ze brengen veel tijd door in de buurt van water, want in geval van nood is dat hun eerste heenkomen. Hun prooien, denk aan salamanders en andere kleine (semi)-aquatische dieren, leven er ook nog eens.

Foto: Leo Brentjes (BB-Facebook)

Als we het Aziëhuis verlaten komen we nogmaals langs de Visaya-wrattenzwijnen en het pad loopt ook langs een insectenhotel. Nu komen we bij de Prins-Alfredherten, een middelgrote soort waarvan wetenschappers vermoeden dat ze op nog maar twee Filipijnse eilanden voorkomen. Zijn oorspronkelijke leefgebied is met 95% geslonken en de wilde populatie wordt op enkele honderden geschat, met zo’n 80 dieren in gevangenschap. Dit zou het Prins-Alfredhert een van de zeldzaamste zoogdieren op aarde maken… Vervolgens komen we langs de enige katachtige van de Maleise Bosrand: de vissende kat. Katten haten water? Deze niet! Zoals je misschien wel kunt raden, houden vissende katten erg van een zelf gevangen visje. In Blijdorp kunnen ze naar hartenlust plonzen in hun waterrijke verblijf. Het zijn erg actieve dieren, maar soms is het wel even zoeken naar ze. Zo nu en dan staat er een ware horde fotografen bij de ruit van het binnenverblijf, wat meestal duidt op de geboorte van enkele viskittens.

Foto: Anneke Hoek van Dijk (BB-Facebook)

Chinese Tuin

Foto: Elly van Lelieveld-Smid (BB-Facebook)

De Chinese Tuin is een biotoop van het eerste uur. Deze sfeertuin is een van de eerste ‘stukjes’ Masterplan die uit de grond gestampt werden. In 1990 schonk Shanghai aan Blijdorp twee paviljoenhuisjes ter gelegenheid van het 650-jarige bestaan van de stad Rotterdam. Samen met enkele traditioneel Chinese poortjes en lantarens waant men zich hier daadwerkelijk in een Aziatische droomwereld. Vooral de botanisten onder ons kunnen zich hier uitleven: langs de paden groeien allerlei oosterse planten en met name in het voorjaar is het een plaatje. De grote kersenbloesemboom op het eilandje in de waterpartij maakt het helemaal af. Qua dierenleven is het iets minder gesteld, met in totaal drie Chinese diersoorten. De eerste hiervan is helaas niet eens meer te bereiken via de hoofdroute, maar kan uitsluitend bezichtigd worden als je voor de Amoer linksaf gaat. In een gethematiseerd verblijf slingeren François-langoeren van tak naar tak. Deze zeldzame apen hebben een zwarte vacht, maar de knaloranje jongen staan daar in fel contrast mee. Doordat ze zo’n opvallend kleurtje hebben, kunnen de ouders hun kroost gemakkelijk vinden, mochten ze ervandoor gaan. Een kleine 30 jaar geleden gaf de dierentuin van Shanghai de eerste François-langoeren aan Rotterdam. Begin 1997 vond de eerste geboorte plaats bij deze moeilijk te houden dieren: een Europese primeur! Sindsdien zijn er nog heel wat aapjes ter wereld gekomen, zo ook in 2016 (Nha Ki). In 2002 verhuisden de langoeren van het Henri Martinhuis naar hun huidige stek. In het wild zijn er nog zo’n 2000 exemplaren verspreid door Vietnam en China. Per 2016 waren er nog geen 30 François-langoeren in Europa, verspreid over een hoeveelheid dierentuinen die je op twee handen kunt tellen. Om de genenpoel divers te houden, vinden er soms uitwisselingen plaats met Amerikaanse dierentuinen.

Foto: Annemieke Lammers (BB-Facebook)

In een langgerekt verblijf langs de hoofdroute door de Chinese Tuin vinden we een paar immens populaire diertjes: de Euraziatische otters. Het verblijf is origineel ontworpen voor Chinese alligators en er is dus meer dan genoeg ruimte voor de otters om te zwemmen. De oorspronkelijke, koudbloedige inwoners kunnen in theorie prima tegen ons klimaat, maar toch deed de Hollandse winter ze de das om. Hoe tragisch dat ook mag zijn, veel mensen wensen er nog altijd voor geluk, daar getuigen de vele muntjes op de bodem het bassin van.

Foto: Josien de Vries (BB-Facebook)

Het pad kronkelt verder door een van de twee tempeltjes, over het eiland en via een poort weer naar buiten. Bloemenliefhebbers opgelet: links van het pad vinden we het Auricula Theater, waar jaarrond bloeiende primula’s staan. Vervolgens komen we bij een rotonde, waar het recent gerestaureerde beeld ‘Liesje’ staat. Zij stamt nog uit de jaren ’40 van de vorige eeuw. Zij kijkt op het verblijf van de kuifherten. Deze kleine herten zijn weer eens iets anders dan je alledaagse ‘Bambi’: de mannetjes groeien kleine slagtanden uit hun bovenkaak. Daartegenover staat wel dat het gewei, dat al bijna niet-bestaand is, volledig wordt bedekt door de flinke pluk haar bovenop de kop. Als we Blijdorp meetellen, komt dit grijsgekleurde hoefdiertje slechts in negen Europese dierentuinen voor. De kuifherten passen overigens prima in het lijstje met diersoorten waarvoor je heel wat geluk nodig hebt om ze daadwerkelijk te zien tijdens je bezoek.

Foto: Elizabeth de Groot (BB-Facebook). ”Zomer in de Chinese Tuin.”

Maleise Bosrand

Foto: Astrid Visser (BB-Facebook)

Als we de Azië-Jungletrek volgen, is het nu tijd om door het Aziatisch Moeras te gaan. Klik HIER om naar de bijpassende ‘Ontdek…’-pagina te gaan. Wanneer we via de klapdeuren het eerste deel van deze biotoop weer verlaten, komen we bij de laatste paar inwoners van de Maleise Bosrand. Volg de gele markering op het asfalt, dan vinden we aan onze rechterhand het baardapen-eiland. Ze worden ook wel wanderoe genoemd. Eén blik op dit dier verraadt waar de naam vandaan komt: hij heeft een zwartige vacht met grote, grijze bakkebaarden die in een krans van grijze manen rond het gezicht lopen. Op oudejaarsdag 2016 werd er nog een baardaapje geboren hier. Oorspronkelijk waren het niet deze bladeters, maar de withandgibbons die hier woonden. Nico en Saar zijn na de aanvankelijke opening van het Aziëhuis hiernaartoe verhuisd – een hele verbetering ten opzichte van hun onderkomen in het Henri Martinhuis. De ochtendkreten van het duo vielen echter niet zo in de smaak bij de omwonenden en ze moesten al snel weer terug naar binnen, ditmaal in Taman Indah.

Foto: Josien de Vries (BB-Facebook)

Aan de andere kant van het paadje staat een volière die je niet over het hoofd kan zien. Hier leven pruimkopparkieten samen met driekleureekhoorns. De parkieten kunnen gemakkelijk onderscheiden worden van andere kromsnavels door hun paarse kop. Bij de mannetjes zijn de kleuren nog wat feller dan bij de vrouwtjes. Hun dieet bestaat overigens voornamelijk uit zaden, al zijn ze niet vies van een stukje fruit van tijd tot tijd. De driekleureekhoorns – of Prevosts klapperratten – worden zo genoemd wegens het feit dat hun vacht uit drie kleuren bestaat: zwart, wit en kastanje.

Foto: Leo Brentjes (BB-Facebook)

Het laatste verblijf van de Maleise Bosrand is het grootste perk van de gehele biotoop: de vlakte voor bantengs en Indische antilopen. Het is een combinatie die wel eens voor wat wrijving zorgt, dus lang niet altijd mogen beide soorten tegelijk het grote verblijf in – daarvoor bieden verschillende aangrenzende perken uitkomst. Bantengs zijn grote, indrukwekkende Aziatische runderen. Inmiddels kwalificeert het als een bedreigde diersoort, doordat ze kruisen met tamme runderen en hun leefgebied steeds verder versnipperd raakt. De stier is aanzienlijk donkerder dan de vrouwtjes. Ook bij de Indische antilopen hebben de mannetjes een overwegend zwarte vacht terwijl de vrouwtjes lichtbruin zijn. De heren vallen daarnaast op door hun lange, gedraaide horens die bij de vrouwen ontbreken. Ze leven van nature in grote kuddes, waar één mannetje de baas is over een grote hoeveelheid vrouwtjes. In Blijdorp worden er elk jaar een flinke hoeveelheid kleine antiloopjes geboren, waardoor de kudde in het voorjaar werkelijk spectaculaire groottes aanneemt.

We zetten onze reis voort naar de Mongoolse Steppe

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook). De Indische antilope heeft een topsnelheid van 74 km/h!

Foto: Jean-Luc Sleijpen (BB-Facebook)

Waar?