Maleise Bosrand & Chinese Tuin!

Warm en vochtig: voor de wetenschappers die de wouden van Zuidoost-Azië hebben doorkruist, was het klimaat geen pretje. Veel planten zijn echter helemaal in hun element in deze tropische sferen, zo de basis vormend voor een extreem veelzijdig en uniek ecosysteem: niet voor niets staan Indo-Birma, Malakka en de Indische Archipel in hun totaliteit op de lijst van biodiversiteitshotspots. Een eer, want samen met de overige hotspots herbergen deze gebieden het merendeel van alle plant- en dierensoorten op de Aarde. Tegelijkertijd is het een oproep, want een ander vereiste voor deze kwalificatie is dat minder dan 30% van de natuur ongerept is.

De relatie tussen Nederland en ‘de Oost’ gaat eeuwen terug en kent vele duistere passages en zwarte bladzijden. Maar, was de Europese inmenging toentertijd hoofdzakelijk gericht op exploitatie, tegenwoordig is het een race tegen de klok voor natuurconservatie. Dit hedendaagse stukje Rotterdam is een toonbeeld van de warme relaties die dierentuinen en organisaties internationaal onderhouden. Toen Blijdorp voor het eerst openlijk sprak over het Masterplan, stond de Maleise Bosrand al tussen de geplande biotopen – sterker nog, de Chinese Tuin was de allereerste biotoop die gerealiseerd werd. Met zijn oplevering in 1990 wist de Diergaarde het vertrouwen van de gemeente te winnen en dankzij een subsidie kon in 1996 begonnen worden met deze stapsgewijze bekroning van de Aziatische helft van het park.

Eilandwereld

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook)

Glurend vanuit de ijzige Amoer kan je de allereerste inwoner van de Maleise Bosrand al spotten: het Visaya-wrattenzwijn. Hoewel varkens nooit elegant genoemd zullen worden, zijn deze dieren allesbehalve lomp. De mannetjes doen in het voorjaar nota bene extra hun best om de dames te charmeren met een flink assortiment merkwaardige haarkapsels! Hanenkam, pompadoer of een soort slordig bloempotkapsel, de heren doen alles om aantrekkelijk gevonden te worden: het Visaya-wrattenzwijn is de enige varkenssoort met zo’n maan. Ook met een andere zaak zijn ze one of a kind: het is de meest bedreigde varkenssoort ter wereld. Hun naam ontlenen ze aan de Visaya-archipel in de Filipijnen. Eens kwamen ze voor op zes eilanden hier, maar door grootschalige ontbossing zijn ze teruggedrongen tot wat restantjes bos op de eilanden Panay en Negros. Ze zijn zo mystiek geworden dat de eerste foto van een Visaya-wrattenzwijn in het wild pas in 2012 werd gemaakt via een cameraval, hun populatiegrootte kan slechts gegokt worden. Toch lijkt er hoop te zijn: langzaam maar zeker groeien de natuurreservaten en dierentuinen hopen op korte termijn Visaya-wrattenzwijnen uit te kunnen zetten.

Foto: Leo Brentjes (BB-Facebook)

Naast de wrattenzwijnen treffen we een volière. Nadat er meerdere keren van inwoners werd gewisseld, zijn hier tegenwoordig Scheepmakers kroonduiven, blauwe eksters en roodsnavelkitta’s te vinden. De duiven danken hun opmerkelijke naam aan ene heer C. Scheepmaker. Hun immer krimpende leefgebied in het zuiden van Nieuw-Guinea heeft hen een plekje op de Rode Lijst bezorgd. Met een lengte van 75 centimeter en een gewicht van twee kilo zijn ze significant groter dan duiven die je in Nederland zal aantreffen. Hun formaat dwingt hen om vooral op de bosbodem te vertoeven. De Aziatische blauwe eksters zijn daarentegen behendige luchtacrobaten, die qua gestalte en levenswijze wel wat weg hebben van onze huis-tuin-en-keukeneksters. Hun aantal wordt in de miljoenen geschat en groeit waarschijnlijk zelfs een beetje. Dit verblijf is een van de twee volières die de entree van het Aziëhuis flankeren. De ander biedt onderdak aan een paartje Himalayaglansfazanten. Zoals hun naam verklapt, leven deze fazanten in een brede strook van Kashmir, het meest oostelijke puntje van India langs de zuidflank van ’s werelds hoogste bergketen. Met een zeer kleurrijk verenkleed met accenten van blauw, groen, rood en geel die afsteken tegen een zwarte onderzijde, zijn de mannetjes wandelende kunstwerkjes – een effect dat nog eens versterkt wordt door glinstering in het licht en het veelal witte landschap waar ze van nature voorkomen.

Menigeen zal direct naar binnen gaan bij het Aziëhuis, maar je kan er ook voor kiezen om eerst een bezoekje te brengen aan het Longhouse. Via een vlonder kom je steeds dichter bij de boomkruinen, totdat je aankomt bij een huis dat in Borneo op authentieke wijze gebouwd is, alvorens het naar Rotterdam werd verscheept. Het concept van het Longhouse wordt al sinds mensenheugenis toegepast door volkeren wereldwijd. Om met overstromingen bij rivieroevers, in getijdengebieden of door moessonregens om te gaan, worden huizen op palen gebouwd. Eigenlijk is het raar dat we dat in Nederland nooit hebben gedaan! Het Longhouse is tegenwoordig in gebruik als educatiecentrum. Zo is er momenteel een expositie over de EAZA Silent Forest Campagne: een actie van Europese dierentuinen om de zangvogels van Zuidoost-Azië te beschermen. Dat is hard nodig ook, want door ontbossing en illegale vangst voor zangwedstrijden en de huisdierenhandel lopen hun aantallen rap terug. Naast het Longhouse is nog een volière gesitueerd, waar enkele bankivahoenderen rondscharrelen: dit is de vogel waarvan de gedomesticeerde kip afstamt! Overigens is het nog niet duidelijk of de kip of het kippenei eerder kwam.

Foto: Egon Zitter (BB-Facebook)

Koud Bloed in een Warm Land: Rumah Asia

Foto: Rob van Eijk (BB-Facebook)

Het Aziëhuis, soms vertaald naar Rumah Asia, begon zijn leven in ’97 als stal voor de dieren van de Maleise Bosrand – maar ja, meestal stonden die gewoon buiten en dan stond het gebouw leeg. Daar is dankzij de vereniging Vrienden van Blijdorp verandering in gebracht! Met een donatie van een ton kreeg een aantal koudbloedigen, tot dan toe een beetje buiten beschouwing gelaten bij het Masterplan, een plekje in het hart van de biotoop. Bij binnenkomst is het eerste verblijf dat je ziet aan je rechterhand overigens van een zoogdier: de Belangers toepaja. Ze lijken nog het meest op een eekhoorn, waarvoor tupai het Maleise woord is. Deze bijzondere beestjes zijn interessant voor de wetenschap, want vermoedelijk zijn ze de ontbrekende schakel tussen knaagdieren en de eerste primaten. Het is een behendige omnivoor, die voornamelijk insecten en vruchten eet. Ze leven van nature in kleine familiegroepjes.

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook)

Tegenover de toepaja’s leeft een gevreesd dier: de Indiase brilcobra, wiens naam niet verwijst naar slechtziendheid (al nemen slangen hun omgeving hoofdzakelijk waar met geur), maar naar de tekening op hun ‘hoed’. Kenmerkend voor een cobra, kunnen deze dieren namelijk hun nekwervels gebruiken om de huid rond hun hals uit te zetten. Een teken van nervositeit bij de dieren, het is een manier om groter en meer intimiderend te lijken. Als mensen hebben we ook best wat om voor op te passen, want het gif belemmert de werking van het zenuwstelsel en kan dodelijk zijn voor een mens. Gezien de brilcobra een vrij algemene soort is in India, worden de dieren vaak gebruikt door slangenbezweerders, tegenwoordig een heuse toeristische attractie. De melodieën van de bezweerder werken geenszins hypnotiserend, maar de cobra volgt simpelweg de bewegingen van het dreigende instrument. Als veiligheidsmaatregel worden de tanden van het dier vaak verwijderd of wordt zelfs de mond dichtgenaaid. Omdat slangen, zoals veel reptielen, lange tijd zonder eten kunnen, sterven de dieren zo een langzame, nare dood.

Foto: Rob van Eijk (BB-Facebook)

De overburen van de cobra’s zijn eveneens een geducht roofdier: de Komodovaraan. In de loop der jaren zijn vele mythes en legendes over ’s werelds grootste reptiel ontstaan, maar geen zo hardnekkig als die over zijn speeksel: dat zou zo vol zitten met bacteriën van ontbindende karkassen, dat de beet van het dier tot een langzame maar zekere dood zou leiden. Waarschijnlijk is deze reputatie het gevolg van observaties uit de jaren ’80, toen werd geobserveerd hoe Komodovaranen waterbuffels aanvielen, die na enkele dagen aan sepsis zouden sterven. Niets is echter minder waar: uit recent onderzoek is gebleken dat Komodovaranen over gifklieren beschikken en dat er geen gevaarlijke bacteriën in hun mond zitten. Herten en zwijnen bloeden meestal binnen een halfuur dood door het stollingsremmende gif van de varanen of sterven later aan een ander effect van het gif. De waterbuffels zijn echter grotere prooidieren en overleven meestal de beet zelf, maar vluchten instinctief naar het water als ze gewond zijn. Op Komodo – een eiland waar ze niet van nature voorkomen – zijn dit soort poeltjes echter schaars en doen niet onder voor een openluchtriool qua hygiëne…

Foto: Rob van Eijk (BB-Facebook)

De volgende ruit langs de ‘buitenbocht’ geeft ons een inkijkje in het nachtverblijf van de baardapen – over die dieren later meer. Op de hoek van de binnenbocht vinden we een van de weinige vivaria van de Diergaarde die volledig aan planten gewijd is: dit is het altaar van de bekerplanten. Vleesetende planten zijn Moeder Natuurs antwoord op het probleem waar vele planten mee kampen, namelijk een gebrek aan voedingsstoffen. Er bestaan verschillende soorten vleesetende plant, waaronder de bekende Venusvliegenvanger en de oer-Hollandse zonnedauw. Allemaal hebben ze een eigen aanpassing gevonden op de zeer relevante kwestie: hoe vang je als plant een dier? Vliegenvangers berusten op het aanraken van enkele haartjes en de zonnedauw maakt een soort lijmstof aan, waar de dieren aan vastplakken. Boven de kelk van de bekerplant groeit een blad dat functioneert als een soort paraplu, maar aan de onderzijde wordt aanlokkelijk nectar uitgescheiden. De gekrulde rand van de kelk is door zijn structuur altijd bedekt door een glad laagje water. Mocht een insect per ongeluk hier overheen lopen, glijden ze de beker in. Door de gladde wand van de kelk en de vloeistof onderin kunnen ze niet meer ontsnappen. Vervolgens zorgen de verteringsenzymen voor het oplossen van het ongelukkige slachtoffer.

Het laatste verblijf aan de buitenbocht is tijdens bezoekersuren gehuld in duister: het omgekeerde dagritme optimaliseert je kans om de inwoners te spotten. ’s Nachts komt namelijk een hele andere kant van het bos tot leven! In het struikgewas ritselt iets: het is de Balabac kantjil. Met een schofthoogte van nog geen 20 centimeter en een kop-staartlengte van een halve meter behoren ze tot de kleinste hertachtigen en eveneens de meest primitieve. Er wordt gedacht dat kantjils de afgelopen tientallen miljoenen jaren maar weinig zijn veranderd. Hoewel enig gewei ontbreekt, hebben ze wel slagtanden die door de mannetjes worden gebruikt om te vechten om vrouwtjes en om indringers te weren uit hun territorium. In hun kin zitten kleine geurklieren verstopt, waarmee ze hun soortgenoten kunnen markeren als vriend of vijand. Hun dunne poten zien er misschien apart uit, maar komen goed van pas om stilletjes door de bosjes te sluipen.

Ook in de hogere begroeiing kan activiteit waargenomen worden. Dit stukje Aziëhuis is namelijk ook het heenkomen van de slanke lori: een dier aan wiens uiterlijk in één oogopslag valt af te leiden dat ze nachtactief zijn. Hun gigantische ogen zorgen ervoor dat ze bij zwak maanlicht alsnog gemakkelijk kunnen navigeren door het regenwoud. Ze hebben een uitgebreid dieet, maar eten hoofdzakelijk insecten, die dankzij de tropische omstandigheden altijd voorhanden zijn. De lori is een goed voorbeeld van een diersoort die aangepast is aan een wereld zonder mensen. Ze zijn niet snel, hebben behoefte aan rust en zijn schattig: dat laatste is eerder een vloek dan een zegen. Dankzij de ogenschijnlijk aandoenlijke internetvideo’s van lori’s die gekieteld worden of objecten vasthouden, zijn ze in recente jaren mateloos populair geworden. De realiteit is allesbehalve schattig. Het krampachtig omhoog doen van armen is een poging van de lori om zijn belager te verjagen. Het licht van een normale huiskamer is dusdanig fel dat het de gevoelige dieren pijn doet. Adequate zorg door een particulier is vrijwel onmogelijk, laat staand voortplanten, wat erop neerkomt dat de dieren op de huisdierenmarkt allemaal in het wild gevangen zijn. Standaardprocedure is om vervolgens hun tanden af te knippen en ze in een kratje naar het buitenland te smokkelen, met een hoog sterftecijfer als gevolg. Toen een Brits onderzoeksteam een stel lori’s uitrustte met zenderhalsbanden, werd de helft van de groep uiteindelijk gestroopt. Zo blijkt hoe problematisch de situatie is.

Foto: Rob van Eijk (BB-Facebook)

Foto: Rob van Eijk (BB-Facebook)

De laatste twee verblijven in de binnenbocht zijn gereserveerd voor koudbloedigen: neushoornboomslangen en wandelende bladeren. De neushoornboomslang dankt zijn titel aan de opmerkelijke ‘hoorn’ voorop zijn kop. Hoewel ze betrekkelijk lang kunnen worden, blijven het hele dunne dieren. Ze zijn niet giftig en eten voornamelijk kleine zoogdieren zoals muizen. De wandelende bladeren, met hun tien centimeter zo groot kunnen worden dat het zowel intrigerend als enigszins beangstigend is, zijn afkomstig uit de regenwouden van Maleisië. In gevangenschap komen alleen vrouwtjes van de diersoort voor. Dat is geen probleem, want de vrouwtjes kunnen voor nageslacht zorgen zonder dat er een mannetje aan te pas komt. Ondanks hun opmerkelijke grootte, die hen het grootste wandelende blad ter wereld maakt, zijn ze zo goed gecamoufleerd dat onoplettende planteneters een groter gevaar voor ze vormen dan insecteneters.

Op het randje

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook)

Wanneer we het Aziëhuis verlaten, komen we niet alleen nogmaals de Visaya-wrattenzwijnen tegen, maar maken we al snel kennis met een van zijn lotgenoten: het Prins-Alfredhert. Net als de zwijnen waren ze eens volop aanwezig op de Visaya-Eilanden, maar heden ten dage resteert maar zo’n 2% van hun habitat. Dit ernstig gefragmenteerde leefgebied, geheel gesitueerd op Panay en Negros, komt grofweg overeen met het verspreidingsgebied van de wrattenzwijnen. Deze bossen hebben grotendeels aan houtkap weten te ontsnappen doordat de bergflanken te steil zijn om gemakkelijk te werk te gaan. Met naar schatting enkele honderden dieren in het wild en nog eens een krappe honderd in gevangenschap, zijn het de zeldzaamste herten en wellicht zelfs een van de zeldzaamste zoogdieren. Toen Blijdorp in 1999 de eerste Prins-Alfredherten ontving, werd er dan ook een heus verdrag met de overheid van de Filipijnen ondertekend. Ook heeft de Diergaarde door de jaren heen flinke donaties gedaan aan lokale fokcentra.

Het stroompje dat het verblijf van de herten in tweeën deelt, stroomt onder een brug door en creëert een habitat voor een kleine katachtige: de vissende kat. Qua formaat en zelfs qua vachtpatroon doen ze je wellicht denken aan de geliefde huiskatten, maar in tegenstelling tot hen zijn vissende katten helemaal niet vies van een zwempartij. Vanaf de kade pakken ze vissen uit het water en indien nodig duiken ze erachter aan. Ze zijn in staat om flinke afstanden zwemmend af te leggen. Vissende katten zijn in hun element in drassige gebieden met langzaam stromend water, zoals moerassen en hoefijzermeren. Jammer genoeg zijn dit vaak ook gebieden die het zwaar te verduren hebben onder menselijke activiteit, wat ervoor heeft gezorgd dat het leefgebied van de vissende katten enorm gefragmenteerd is. Geïsoleerde populaties zijn bekend van Pakistan tot Cambodia en Zuid-Thailand, met het laaggelegen kustgebied Bengalen als voornaamste bolwerk. De vissende kat is dan ook een bedreigde diersoort.

Foto: Anneke Hoek-van Dijk (BB-Facebook)

Feng Shui in de Chinese Tuin

De Chinese Sfeertuin is een biotoop van het eerste uur. Ter gelegenheid van het 650-jarige bestaan van Rotterdam schonk haar zusterstad, Shanghai, twee oosterse huisjes, die tegenwoordig samen met enkele traditionele poortjes, bruggetjes en lantarens ervoor zorgen dat men zich hier daadwerkelijk in een Aziatische droomwereld waant. Met name in het voorjaar komt de Chinese Tuin tot leven, een waar feest aan geuren en kleuren, maar ook in het najaar zorgen vele gele en rode tinten voor een prachttafreel. De grote wilgenboom op het eilandje in de door karpers bewoonde waterpartij maakt het plaatje helemaal af. De Chinese Tuin is de enige biotoop in het park waar dieren een ondergeschikte rol spelen ten opzichte van de planten, omdat ze slechts sporadisch aanwezig zijn.

Foto: Elizabeth de Groot (BB-Facebook)

Foto: Rob van Eijk (BB-Facebook)

De meest talrijke inwoner van de Chinese Tuin geniet een nogal rustige locatie: logisch, want ze zijn niet te bereiken vanaf de hoofdroute! Als je een bezoek wil brengen aan de François’ langoeren, in minder dan tien Europese dierentuinen te bewonderen, moet je bij het begin van je reis door Azië niet direct naar rechts gaan om polshoogte te nemen bij de Amoerpanters, maar moet je links aanhouden. François’ langoeren staan bekend als kieskeurige eters, die hoofdzakelijk van een tiental plantensoorten leven, die meestal ook nog eens erg zeldzaam zijn. Mede daarom had slechts één dierentuin tevergeefs gedurfd zijn vingers aan de soort te branden (Duisburg, 1966-’67) voordat Blijdorp een poging waagde. De oorsprong van de Blijdorp-groep ligt in een dierenruil met de dierentuin van Shanghai in 1992, toen onder andere een groepje gorilla’s naar China verhuisde in ruil voor een aantal zeldzame, exotische soorten, een partnerschap waar tegenwoordig slechts twee dieren in de dierentuin aan herinneren, waaronder deze apen. De Hollandse kost viel in de smaak en in ’97 kwam het eerste jonkie ter wereld, het begin van een succesverhaal dat tot op heden doorzet. Gelukkig maar, want hun wilde populatie wordt op minder dan 2.000 dieren geschat. De knaloranje vacht van de kleintjes steekt scherp af tegen de zwarte vacht van de volwassen dieren, iets waarbij meerdere theorieën zijn bedacht. Zo zouden de kleintjes gemakkelijker in de gaten gehouden kunnen worden, zou het groepsleden prikkelen om een verzorgende rol op zich te nemen of zouden lokale roofdieren de kleur oranje niet van groen kunnen onderscheiden.

Foto: Annemieke Lammers (BB-Facebook)

Grenzend aan het Huisje van de Dichters vinden we een paar geliefde inwoners van de Diergaarde: de Euraziatische otters. Altijd zijn ze druk in de weer, zowel in het water als op het droge. Dit is dezelfde ottersoort die sinds kort weer in Nederland voorkomt, nadat in 2002 met herintroducties een einde werd gemaakt aan meer dan twintig jaar afwezigheid in ons kikkerlandje. Aanvankelijk waren ze geconcentreerd in Nationaal Park De Weerribben in Overijssel, grenzend aan de Noordoostpolder, maar sindsdien hebben ze hun weg weten te vinden naar de rest van noordelijk Nederland, de Flevopolder en zelfs wateren nabij Gouda. Zo nu en dan steken Duitse otters te grens over, wat zo verder bijdraagt aan het herstel van de soort. Er is genoeg ruimte voor de otterpopulatie om te blijven groeien, want de waterrijke Biesbosch blijft dusver nog onbezet. De otter stierf in Nederland uit door versnippering van zijn leefgebied, verkeer, visfuiken en milieuverontreiniging: problemen die tegenwoordig deels aangepakt zijn, wat zich uit in ecoducten, veilige oversteekpunten, ottervriendelijke visserij en schonere rivieren. Toch vormen de meer dan acht miljoen auto’s in Nederland een geduchte vijand bij zijn gestage opmars.

Aan de rand van de Chinese Tuin komen we langs het Auricula Theater, waar jaarrond primula’s in volle bloei staan. Diergaarde Blijdorp beheert de Nationale Plantencollectie van deze kleurrijke bloemetjes! De noordoostelijke hoek van de Chinese Tuin wordt gemarkeerd door Liesje, een van de weinige beelden uit het oorspronkelijke ontwerp van de Diergaarde die resteert. Ze flankeert een grasrijk verblijf waar het tweede Chinese huisje op uitkijkt: dat van de kuifhertjes, de andere soort wiens aanwezigheid in Rotterdam voortkwam uit de dierenruil met Shanghai. Onder de haarpluk op hun hoofd, waar ze hun naam aan danken, zit een klein gewei verstopt. Opvallender zijn de slagtandjes van enkele centimeters lang bij de mannetjes, die uit hun bovenkaak naar beneden groeien. In ’95 werd Blijdorp de geboortegrond van het eerste kuifhertje dat in Europa verwekt was en twintig jaar later nam de Diergaarde de taak van stamboekhouder van deze mooie dieren op zich.

Een lach en een traan

Om de hoofdroute te volgen, dien je vanaf de Chinese Tuin door te reizen naar het Aziatische Moeras voordat je je bezoek brengt aan de laatste paar inwoners van de Maleise Bosrand. Na het klaphekje heb je zicht op een flink eiland: hier zijn de baardapen de baas. Met zijn typerende bakkebaarden is het een charmante diersoort, die gebaat is bij het oprichten van natuurreservaten. Ze hebben namelijk een sterke voorkeur voor bossen waar geen menselijke activiteit is, waar ze in alle rust veel tijd foeragerend kunnen doorbrengen in de boomtoppen. Overigens is dat niet de reden dat ze een bedreigde diersoort zijn, aangezien ze ook in staat zijn om zich snel aan te passen aan veranderende leefomstandigheden door minder kieskeurig te eten. De baardaap werd het gezicht van een verhit debat in de jaren ’70 in India, toen de overheid bekend maakte dat een van zijn voornaamste leefgebieden, de Silent Valley, onder water gezet zou worden om een stuwmeer te creëren. Zowel lokale organisaties als internationale stichtingen wisten uiteindelijk het plan tegen te houden, wat resulteerde in het oprichten van een Nationaal Park in 1985. Als onderdeel van de West-Ghats bergketen, een van de plekken met de hoogste biodiversiteit ter wereld, is het in 2012 door UNESCO uitgeroepen tot Werelderfgoed.

Foto: Jop Kempkes (BB-Facebook/Beheer)

Langs het pad vinden we een kooiconstructie, die het thuis is van twee kleurrijke soorten: de pruimkopparkiet en de driekleureekhoorn. De parkieten zijn echte luchtacrobaten met een smaak voor fruit en bloesem. Zijn hoofd vertoont, zo getuigt zijn naam, enige visuele overeenkomst met zijn dieet: het is knalpaars, bij de mannetjes nog wat feller dan bij vrouwtjes. Net als de baardapen van zo-even zijn ze afkomstig uit India. Ze zijn vrij nauw verwant aan de halsbandparkiet, die tegenwoordig in groten getale voorkomt in de Randstad. Eens bestonden deze groepen uitsluitend uit ontsnapte huisdieren, maar tegenwoordig is er ook mondjesmaat voortplantingssucces. Milde winters kunnen ze met relatief gemak doorkomen, maar ze zijn wel afhankelijk van menselijk bijvoederen – vandaar dat ze dusver niet buiten de grote steden voorkomen. Of de invasieve parkieten een bedreiging vormen voor inheemse vogels staat nog ter discussie. De huisgenoten van de pruimparkieten, de driekleureekhoorns, zijn van nature te vinden op Sumatra, Borneo, Noord-Sulawesi en in Malakka. Hun naam danken ze aan hun zwart-wit-kastanjebruine vachttekening.

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook)

Bij het laatste verblijf van de Maleise Bosrand vangen we weer een blik op van een bouwwerk dat we eerder hebben aangedaan: het Longhouse. Op het weidse grasland nabij het huis op palen vinden we een zeldzame wilde rundersoort: de banteng. Eens hadden ze vrij spel van het zuidelijkste puntje van China tot aan de eilanden Bali en Borneo, die ze wisten te bereiken toen de zeespiegel lager was tijdens de laatste ijstijd. Tegenwoordig zijn de voornaamste kuddes teruggedrongen tot Cambodia en Java, met splintergroepjes in de rest van Zuidoost-Azië. Geen enkele populatie telt meer dan vijfhonderd dieren en de meeste groepen halen überhaupt de vijftig niet. De boosdoeners zijn habitatvernietiging en kruisingen met gedomesticeerd vee. De bantengs delen hun onderkomen met de Indische antilope. Net als bij de bantengs zijn de mannetjes gemakkelijk te onderscheiden van de vrouwtjes, doordat hun vacht zwart kleurt en die van de vrouwtjes een stuk lichter is. Als je geluk hebt, ben je bij een dagje Blijdorp getuige van hun bewonderenswaardige sprongen die ze veelal tijdens het rennen maken.

Tegen de tijd dat Westerse ontdekkingsreizigers al vele excursies naar de dichtbegroeide laaglanden hadden gemaakt, resteerde er nog één obstakel. Wie zou de eerste mens zijn om de hoogste bergpieken van de wereld te bereiken? Het Nepalees Berggebied is het resultaat van de krachtige botsing van de Indische en Euraziatische aardplaten en is tegenwoordig het centrum van Azië, met de onherbergzame steppes aan de noordzijde en de lappendeken aan savannes en bossen in het zuiden. Ga op reis naar het plafond van de planeet en de giganten die het herbergt: Taman Indah en de Himalaya!

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook)

WAAR?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *