Europa & Australië!

Foto: Greet van den Bergh (BB-Facebook). In 2015 werd in de toenmalige Trek- en Weidevogelvolière een habitat voor okapi’s gerealiseerd.

Verhalen over ontdekkingsreizigers, ondoordringbare bossen, recordbrekende leefomstandigheden of eindeloze diepten: dat is wat we gewend zijn van mening dierentuinhabitat. Het themagebied ‘Europa’, maar al te vertrouwd voor ons, heeft dan ook een enigszins ongemakkelijke positie in Blijdorp: niet alleen is het een uitermate kleinschalige biotoop zonder echte pronkstukken, maar de toekomst van de biotoop is ook nog eens zichtbaar onzeker. Al jaren slankt het bestand van dit continent af en het is te verwachten dat dit gedeelte in de komende jaren nog meer terrein zal moeten afstaan. Eenzelfde lot is een totaal tegengesteld werelddeel beschoren: ook het ongetemde Australië is een één-soort-biotoop in Rotterdam. Toch betekent dat niet dat deze yin-yang aan de zuidrand van de Rivièrahal-Zijde zomaar als restafval kan worden afgedaan. In tegendeel zelfs.

Foto: Jim Louwerens (BB-Facebook)

Na het overlijden van de laatste wolven in 2017 zijn de bosrendieren de enige inwoners van de Europa-biotoop. Toch hoeft de liefhebber van onze ‘eigen’ natuur niet te treuren: veel soorten die hier eens een plekje hadden, wonen tegenwoordig elders in de tuin. De otters in de Chinese Tuin zijn van dezelfde soort als de otters die sinds kort weer rondzwemmen in Nationaal Park de Weerribben-Wieden, de Europese oehoes zijn te vinden bij de Vrije Vlucht Voorstellingen en ook de flamingo’s bij de stadsentree strijken bij tijd en wijlen in Nederland neer. Vergeet ook niet vertrouwde Oceanium-bewoners als de makreel, steur en platvis, de watervogels uit de Grote Vijver en de oprukkende kleine zilverreigers uit de Grote Vliegkooi! Tot op zekere hoogte geldt dat ook voor het Australische bestand: hoewel we in recente jaren afscheid hebben genomen van onder meer de zandwallaby’s en tweeklauwschildpadden, zijn soorten als de roze kaketoe, de Scheepmakers kroonduif en de Papoea-maina mooie voorbeelden van de soortenrijkheid van Oceanië. Al helemaal noemenswaardig is natuurlijk de komst van enkele Raggi’s paradijsvogels, die over een aantal jaar ook voor de schermen geplaatst zullen worden.

Europa: van Costa tot Fjord

Foto: Diergaarde Blijdorp (blijdorp.nl). Ook een deel van de Nationale Plantencollectie van de primula’s is te zien in de Rotstuin.

Buiten het zicht van menig Mediterrane vakantieganger vindt een aanvaring plaats – een héél langzame. Jaarlijks schuift Afrika twee centimeter noordwaarts en duikt het een stukje onder de Euraziatische plaat, een proces waardoor met onvoorstelbare krachten een plooiingsgebergte is ontstaan in Zuid-Europa. Zoals je (met een ietwat poëtische instelling) dus zou kunnen stellen dat de Alpen een soort reïncarnatie zijn van Afrikaans land, is de Alpine Rotstuin in 2011 herrezen uit de ‘as’ van de Kattenrotonde. Die verzameling van kleine kooien was al jaren een doorn in het oog van de Diergaarde en de sloop was dan ook een feestelijke aangelegenheid toentertijd. Toch heeft (het puin van) dat postzegelalbum Blijdorp nog een laatste dienst bewezen door tegenwoordig de Rotstuin zijn hoogteverschil te geven. Het moet gezegd worden dat de Rotstuin niet tot in de lengte der dagen in zijn huidige staat zal blijven staan, maar tot die tijd dient dit architectonische spiegelbeeld van de Winkel van Sinkel als etalage voor een stukje botanisch Blijdorp. Bergplanten moeten van nature omgaan met droogte, windvlagen en extreme temperatuurschommelingen en zijn daarnaar geëvolueerd. Ze proberen doorgaans in de luwte te blijven door over de rotsen te ‘kruipen’ en beperken vochtverlies via hun kleine blaadjes. In het voorjaar steken ze veel energie in de vorming van bloemen en als alles goed gaat, kunnen de zaadjes uiteindelijk gewoon ontkiemen in een rotsspleet. Speur bij je bezoek vooral eens naar de dwergwilg, de witte nieswortel, de arve of de absolute celebrity van het stel: de edelweiss. Blossom of snow, may you bloom and grow…

Foto: Old Rotterdam (Facebook)

Wie vanaf de Rotstuin het meest zuidelijke pad van de Rotterdamse Diergaarde inslaat, komt terecht in een rustig stukje bos. De hekwerken van de oude Wolvenvallei zijn inmiddels grotendeels verwijderd, deze berm dient tegenwoordig vooral als toevluchtsoord voor wilde vogels en bijen. Ook op het gebied van architectuur valt er wat te bewonderen: de monumentale muur langs de buitenbocht wordt in het midden ‘onderbroken’ door een inham. Wat tegenwoordig niet meer te zien is, is dat hier het vroegere Berentheater begraven ligt.

Foto: Rob van Eijk (BB-Facebook). Dit gedeelte van de Diergaarde komt ook in de herfst tot leven…

De bosachtige begroeiing hier is een vrij goed voorbeeld van de natuur die we gewend zijn in Nederland en omstreken. Toch is dat maar het halve verhaal: van origine telde Nederland ook grote moerassen, delta’s, estuaria en stuifzanden. Veel van deze biotopen zijn regelrecht in de pan gehakt door de oprukkende landbouw in de vorige eeuw, iets dat vele diersoorten uit het land heeft verjaagd, maar ook de aanleg van de Deltawerken speelde hierbij een rol. Gelukkig zijn in recente jaren veel initiatieven op gang gekomen om deze verdrongen ecosystemen weer terug te brengen, maar ondanks al die inspanningen holt het aantal wilde dieren nog altijd achteruit in ons kikkerlandje. De landbouw draagt hier een flink deel van de verantwoordelijkheid voor: vroeger telden weilanden tenminste nog een scala aan verschillende plantensoorten, nu zie je vooral levenloze monoculturen waar pesticiden de hele voedselpiramide binnendringen. Het gevolg is dat weidevogels het merendeel van hun leefgebied kwijtgeraakt zijn en bij roofvogels en uilen neemt het aantal sterftegevallen door vergiftiging toe. Dat, en de disproportioneel grote uitstoot van stikstofoxiden en ammoniak in Nederland zorgt in de resterende natuurgebieden ervoor dat plantensoorten als heide en zonnedauw overwoekerd worden door brandnetels en gras.

Foto: Rob van Eijk (BB-Facebook)

Als je nog wat verder doorloopt, kom je uit bij het eveneens monumentale directiegebouw, de eerdergenoemde Winkel van Sinkel en de Oude Ingang, maar inmiddels springt er een verblijf in het oog. Niet alleen overnachten de inwoners ook in een Van Ravensteyn-stal (je raadt het al, een monument), maar hun verblijf is mogelijk het meest exemplarisch van een pre-Masterplan perk. Wat het mist qua decor, compenseert het gelukkig met zijn bewegingsruimte voor zijn inwoners: de rendieren. Wie heeft niet van ze gehoord? Van nature komen ze voor in de taiga’s en toendra’s op het gehele Noordelijk Halfrond, maar het zit niet overal mee voor de soort. Met name de twee ondersoorten uit Fenno-Scandinavië hebben het door de jacht, klimaatverandering en concurrentie met tamme rendieren zwaar te verduren.

Eén van die twee ondersoorten is het bosrendier, een van de grootste rendiervarianten en te herkennen aan zijn donkere vacht. Zo’n 250 jaar geleden werd het bosrendier uitgeroeid in Zweden en een paar decennia later was deze soort ook in Finland verdwenen. Een populatie in het Russische Karelië wist echter te overleven en stak uiteindelijk zelfstandig weer de grens over. In de jaren ’80 is men begonnen met herintroductieprojecten in andere delen van Finland, waardoor hun populatie in dat land inmiddels weer rond de 2.000 schommelt. Zweden, waarvandaan ook het Europese fokprogramma wordt gecoördineerd, overweegt nu ook om deze herten daar te herintroduceren. Het is inmiddels al een paar keer gebeurd dat dieren uit gevangenschap zijn teruggekeerd naar het wild en ook Blijdorp heeft meermaals voortplantingssucces gehad met deze ondersoort.

Foto: Rob van Eijk (BB-Facebook). Rendieren zijn de enige dieren die korstmossen kunnen verteren, al zijn ze niet bepaald kieskeurig in hun barre leefomgeving.

Australië: de Wallaby-Walkabout

Australië is een van de meest geïsoleerde delen van de wereld. De eerste mensen, door Europeanen ‘Aboriginals’ genoemd, wisten het gebied te bereiken tijdens een ijstijd, toen een lagere zeespiegel niet alleen de afstand tussen de eilanden van de Indische Archipel verminderde, maar ook een continent met de naam ‘Sahul’ vormgaf. Een jaartje of 18.000 geleden zou glaciaal smeltwater de wereldkaart echter wederom drastisch veranderen en noordelijk en zuidelijke Sahul raakten gesplitst door een zee. Na verloop van tijd begon het zuidelijke deel steeds meer van haar zusje te verschillen: de lokale bevolking gebruikte fire-stick farming om het land voor eigen gewin te bewerken, waarbij telkens kleine stukjes vegetatie werden platgebrand om de groei van eetbare planten te stimuleren. Imposant wild ging daardoor verloren: denk aan de 3.000 kilo zware wombats, reusachtige loopvogels, de geduchte buidelleeuw en reuzenwallaby’s. Het verdwijnen van bossen had invloed op neerslagpatronen en uiteindelijk was verwoestijning van grote delen van het binnenland het resultaat.

Foto: Ria van der Graaf (BB-Facebook)

Nederlanders waren de eerste Europeanen die abusievelijk aanspoelden aan de westkust van het zuidelijke land. Veel interesse in de inmiddels kale en verdorde regio hadden de specerijenhandelaren niet: hoewel de VOC de kust op papier Nieuw-Holland noemde, was er van kolonisatie nooit sprake. De eerste Westerlingen die wél interesse hadden in Terra Australis Ignota (‘het onbekende zuidelijke land’) waren de Britten, toen zij via de Grote Oceaan aankwamen bij de oostkust. Het gebied dat ze vonden was groen en deed denken aan thuis: een soort Nieuw-Zuid-Wales, wellicht? Zo werd Australië gesticht op wat eens zuidelijk Sahul was; het noordelijkere eiland heeft nog altijd meer weg van de oorspronkelijke weelderige natuur van Sahul en heet heden ten dage Nieuw-Guinea.

Foto: Josien de Vries (BB-Facebook). Pas meerdere maanden na hun geboorte kijken jonge wallaby’s voor het eerst naar buiten.

Australië is natuurlijk vooral het land van de buideldieren: nergens anders ter wereld heeft deze familie zo’n prominente aanwezigheid. Evolutionair gezien nemen ze een interessante positie in als tussenstap tussen de meest basale zoogdieren, de eierleggende zoogdieren (tegenwoordig alleen nog vertegenwoordigd door het vogelbekdier en de mierenegel), en de placentadieren (alles van olifanten tot apen en van tijgers tot giraffen). Overigens is die term ‘placentadier’ een beetje misleidend: koala’s, kangoeroes, opossums en hun verwanten ontwikkelen wel degelijk een placenta tijdens de zwangerschap, maar deze werkt een stuk minder geraffineerd. Daardoor bevallen buideldieren doorgaans vrij kort na de bevruchting van een amper ontwikkeld jong, soms maar een centimeter groot. Vervolgens groeien die in een beschermende buidel verder en bij geen enkel dier is de buidel natuurlijk zo prominent aanwezig als bij de kangoeroe.

Foto: Saskia Bokkers (BB-Facebook)

Kangoeroes zijn wellicht dé kampioenen onder de buideldieren. Voor ieder wat wils: het droge binnenland is het domein van de vechtgrage reuzenkangoeroes, de Eastern Highlands zijn het territorium van de rotskangoeroes en in de bossen zijn boomkangoeroes te vinden, een geslacht dat zelfs op Nieuw-Guinea nog standhoudt. Dat is eveneens de habitat waar het verhaal van de kangoeroe begint: zo’n 30 miljoen jaar geleden migreerde een klimbuideldier naar de bosbodem. Zijn lange poten maakten rennen nagenoeg onmogelijk, maar springen was wel een optie – en zo geschiedde. Deze unieke manier van voortbewegen stelt de grotere graslandsoorten in staat om een snelheid van ruimschoots 50 km/u te bereiken en per sprong negen meter aan potentieel obstakelrijk terrein te overbruggen.

Hoewel Blijdorp in het verleden verschillende kangoeroes heeft gehuisvest, is dat er tegenwoordig nog maar één: de moeraswallaby. De titel ‘wallaby’ is overigens een opmerkelijk iets, niemand zal immers ontkennen dat kangoeroes en wallaby’s ongelofelijk veel op elkaar lijken. Als je naar soortgelijke gevallen kijkt, bijvoorbeeld krokodillen en alligators of kikkers en padden, is zulke naamgeving tenminste gebaseerd op evolutionaire verwantschappen, maar de enige kwalificatie voor de noemer ‘wallaby’ is dat de betreffende kangoeroe aan de kleine kant moet zijn. Om precies te zijn bedraagt de lengte van de romp van de moeraswallaby zo’n zeventig centimeter, wezenlijke verschillen tussen de dames en heren bestaan niet.

Foto: Saskia Bokkers (BB-Facebook). Op deze foto is goed te zien waar deze wallaby’s de wetenschappelijke soortnaam ‘bicolor’ aan te danken hebben…

Van nature doen moeraswallaby’s het overdag rustig aan en verstoppen ze zich in hun eentje in het struikgewas: hun foerageergedrag en sociale aangelegenheden gebeuren voor het merendeel in het duister. De moeraswallaby is uniek in het opzicht dat ze ‘permanent’ zwanger zijn. Als ze (na een draagtijd van ongeveer een maand) hoogzwanger zijn, vindt er al een nieuwe ovulatie plaats. Dat is mogelijk, want buideldieren hebben twee baarmoeders! Zolang er gezogen wordt bij het moederdier, iets dat ongeveer tot een jaar na de geboorte doorgaat, blijft deze bevruchte eicel inactief aanwezig in de baarmoeder. Tegen de tijd dat mama-wallaby haar eerste jong de wijde wereld in heeft gestuurd, is het tweede jong alweer klaar om zijn of haar plekje in de buidel over te nemen en is de derde ronde al bevrucht.

Foto: Patty Kloosterman (BB-Facebook). Nog voordat dit kleintje geboren werd, was zijn broertje of zusje waarschijnlijk al op komst…

Dat slechts een handjevol bizarre en unieke diersoorten uit Australië te vinden is in Europa, komt deels door de strikte Australische wetgeving omtrent het uitvoeren van wilde diersoorten. Daardoor konden populaties in gevangenschap nooit echt van de grond komen. Hierdoor staan dierentuinen enigszins langs de zijlijn wat betreft de bescherming van Australische natuur, al helemaal nu het ter plekke vrij goed gesteld is qua conservatieprojecten. Toch maken veel biologen zich zorgen om de Australische biodiversiteit, in het bijzonder vanwege invasieve diersoorten: onder meer tweehonderd miljoen reuzenpadden, tweehonderd miljoen konijnen, twintig miljoen zwerfkatten en zeven miljoen vossen bedreigen tegenwoordig de inheemse natuur van Australië. De dingo neemt een apart plekje op de lijst in: deze wilde honden zijn vermoedelijk de afstammelingen van tamme viervoeters die 5.000 jaar Australië bereikten. Klimaatverandering zal in de komende decennia ook ernstig bijdragen aan de teloorgang van bossen en het afsterven van het Great Barrier Reef. Om maar met een positieve noot te eindigen: de moeraswallaby zelf is vooralsnog geen bedreigde diersoort.

Topografisch gezien zijn Europa en Oceanië opmerkelijk in het opzicht dat er geen duidelijke afbakening is van deze continenten. Beide werelddelen staan namelijk in contact met Azië: het grootste continent ter wereld. Ook qua bevolkingsaantal is het een recordhouder, maar dat heeft een keerzijde. Of het nou over de illegale voedselmarkten gaat, de huisdierenhandel, houtkap, oprukkende landbouw of stroperij: Azië is hét strijdtoneel tussen mens en dier. Maak kennis met deze bedreigde cluster van soortenrijkheid en begin aan de Azië Jungle Trek!

Foto: Nel Hoekstra (BB-Facebook)

WAAR?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *