Eurazië & Amoer!

Olifanten, giraffen, leeuwen, krokodillen: een groot deel van de klassieke publieksfavorieten komt uit de tropen of subtropen. Dat, terwijl er nog een heel andere wereld bestaat rond hogere breedtegraden! Net zoals de Sahel een levendige strook aan de rand van de Sahara is, kent de zuidrand van het dunbevolkte Siberië een relatief onontdekte schat aan biodiversiteit. De biotopen ‘Eurazië’ en ‘Amoer’ vormen voor de Diergaarde dan ook een buitenkansje om een fragment van een zelden belicht stukje Azië onder de aandacht te brengen. Noordoostelijk Azië is een wereld vol naald- en loofbossen: het kan hier in het najaar sterk vriezen. Overleven is dan ook geen makkelijke taak.

Foto: Leo Brentjes (BB-Facebook)

Deze twee themagebieden zijn vrij nederige biotopen voor Blijdorp-begrippen. Toch zit er een flinke geschiedenis achter: hoewel de flamingo’s er al langer zaten, betekende de heropening van het Flamingo-Strand in 1990 de aftrap van het Masterplan. Inmiddels zijn we drie decennia verder en ook nu staan deze dieren, die al jarenlang voor vele bezoekers het begin van hun dagje uit vormen, aan de wieg van het Masterplan 2030. In het begin van deze eeuw is de padenstructuur in dit stukje Diergaarde aangewezen als Rijksmonument en daar kwam nog eens bij kijken dat Blijdorp de flamingo’s niet langer blijvend mag (en wil) wieken. Zo ontstond de noodzaak tot de bouw van een volière, een plan dat vervolgens onderhevig was aan jarenlang gesteggel met de Welstandscommissie. Blijdorp hoopt het project in 2020 af te kunnen ronden: het resultaat zou zijn dat het perk niet langer ‘naar’ het entreeplein georiënteerd is, om zo meer overeenkomst te vertonen met het oorspronkelijke ontwerp van architect Van Ravensteyn in de jaren ’40. Eens was dit namelijk een speeltuin en de roze vogels overnachten nog altijd in het ‘Speelgebouw’.

Eurazië: op hoge poten

Vlamkleurig: de naam ‘flamingo’ beaamt dat dat de eerste gedachte was die een Spanjaard eeuwen geleden had toen hij deze langpotige vogel bewonderde. Wadend op één been worden ze ook nu nog dagelijks bewonderd door velen. Zo statisch ogen ze wellicht klungelig, maar onder hun zachtroze verenkleed gaat een perfect aangepaste diersoort schuil. Op zoek naar eten hoeven ze slechts tot hun enkels in het water staan en langere afstanden overbruggen ze moeiteloos. De grote flamingo is een waar succesverhaal: van nature komen ze voor op het Indische subcontinent, in het Midden-Oosten, kustregio’s in Afrika, rondom de Kaspische Zee en zelfs het Middellandse Zeegebied! Sterker nog, bij tijd en wijlen strijkt een verwilderde populatie uit Duitsland ook in Nederland neer. Het is een aangename afwisseling om te kunnen melden dat het aantal grote flamingo’s in het wild zelfs een beetje toeneemt. Het toekomstperspectief van deze sierlijke vogels is dan ook rooskleurig te noemen.

Foto: Inge de Vries (BB-Facebook)

Flamingo’s zijn echte groepsdieren. Dit heeft niet alleen te maken met het feit dat de keuze tussen geschikte nestlocaties niet bijster groot is, maar een flamingo zonder metgezellen is ook gewoon ontredderd. De ervaring leert dat er in gevangenschap amper voortplanting plaatsvindt bij kleine groepjes. In het wild volgt de constructie van hun typische modderhoopjes namelijk altijd op het uitvoeren van nagenoeg perfect gesynchroniseerde dansen: tientallen tot honderden dieren kunnen daaraan meedoen. Het stimuleert gelijktijdige voortplanting: als honderden kuikentjes gelijktijdig uitkomen, kan een roofdier nooit de gehele kolonie plunderen. Dat, en het werkt als een handig datingprogramma voor de vrijgezellen. Het is bekend dat er bij deze suikerspinnen op stelten niet alleen heterostellen gevormd worden, maar ook veel man-man en vrouw-vrouw koppels. Vaak fungeren zij als pleegouders voor weeskuikentjes, maar soms eigenen ze zich ook op een wat hardhandigere wijze eieren toe. Gebleken is dat kuikens met twee vaders een twee keer zo grote overlevingskans hebben. Over het fenomeen ‘liefde’ bij dieren bestaat veel discussie, maar vaststaat dat flamingo’s doorgaans jaren trouw blijven aan hun partner. Alhoewel, ‘trouw’ – vreemdgaan is ook bij onze roze vrienden niet ongehoord.

Foto: Wilma van der Giessen Gemphoto Art (BB-Facebook). Flamingo’s gebruiken hun snavels om kleine diertjes te ‘filteren’.

De unieke lichaamsbouw van de flamingo is al eeuwen reden tot grote onzekerheid onder taxonomen. Over hun verwantschap met futen lijkt geen twijfel mogelijk – leuk feitje, hun gezamenlijke Latijnse naam Mirandornithes betekent iets in de trant van ‘wondervogels’. Dit is echter waar het evolutionaire kruimelspoor verdwijnt en dat heeft te maken met het uitsterven van niemand minder dan de dinosaurussen! Na die meteorietinslag vond er namelijk een (ditmaal metaforische) explosie plaats wat vogelsoorten betreft. In rap tempo namen vogels de ecologische posities over die dinosaurussen hadden achtergelaten. Het duurde ‘slechts’ vijftien miljoen jaar – een evolutionaire oogwenk – voordat de vogelklasse zich ontplooid had tot zijn huidige diversiteit en de realiteit is dan ook dat flamingo’s en futen al zo’n vijftig miljoen jaar een onafhankelijke tak van de stamboom des levens vormen. Waarschijnlijk zijn hun nauwste verwanten daarna nog de duiven, steltrallen en zandhoenders. Net als bij de eenden en de ‘echte watervogels’ (Aequornithes) zijn de aanpassingen voor een aan het water gebonden levenswijze bij flamingo’s onafhankelijk geëvolueerd.

Foto: Sabine Buchholz (BB-Facebook). Door één been in te trekken, blijven flamingo’s lekker warm op koele dagen.

Op expeditie naar het kille Amoergebied…

Foto: Inge de Vries (BB-Facebook)

Via de (toekomstige) doorloopvolière van de flamingo’s arriveren we bij de oevers van de Amoer: een naam die niet veel bekendheid geniet in het Westen, maar een rivier die desalniettemin thuishoort in de top tien langste rivieren ter wereld. De Amoer demarqueert een significant deel van de Chinees-Russische grens en de omringende natuur vormt net zo goed de overgangszone tussen het kille Siberië en het warmere Chinese hartland. De natuur weerspiegelt dit: niet alleen is dit het leefgebied van rendieren en bruine beren, maar ook de Siberische tijger met zijn dikke vacht en de kritiek bedreigde Amoerpanter zijn hier te vinden.

Foto: Dinie Smit (BB-Facebook)

Van de negen ondersoorten van het luipaard is de Amoerpanter de meest noordelijke. Overigens ligt die indeling van het luipaard onder vuur: recent onderzoek duidt erop dat een van die ondersoorten, het Chinese luipaard, wellicht pas in de twintigste eeuw door menselijk toedoen gescheiden is geraakt van de Amoerpanter en dat het dus gepaster zou zijn om ze als één ondersoort te beschouwen. Op het eerste gezicht klinkt dat als een meevallertje, maar in feite wordt hun situatie er niet minder penibel van. De luipaardpopulatie in het Amoergebied heeft vooral te lijden gehad onder grootschalige (en helaas lucratieve) stroperij, maar hun secundaire plaaggeest, habitatvernietiging, is de reden dat ook de Chinese populatie in puin ligt. De Amoer-populatie bestaat heden ten dage uit minder dan 100 dieren, mogelijk zelfs minder dan 40; in China zijn er naar schatting ergens tussen de 100 en 300 luipaarden, verdeeld over een tiental flarden versnipperd bos. Het IUCN adviseert om de Amoer-populatie en Chinese populatie – ondanks hun verwantschap – voorlopig apart te beheren, óók in gevangenschap.

Momenteel zijn er ongeveer 220 luipaarden uit het Amoergebied in dierentuinen wereldwijd die afstammen van in totaal 14 wilde dieren, maar ook honderden kilometers van huis ontsnapt de Amoer-populatie niet van de Chinese populatie. Doordat er in Europese dierentuinen weleens kruisingen hebben plaatsgevonden met Chinese panters, schommelt de raszuiverheid binnen het European Endangered Species Programme rond de 90%. Daar komt ook nog eens bij dat er verschillende recessieve eigenschappen rondgaan bij luipaarden: als één van de ouders zo’n allel doorgeeft, is dat geen probleem, maar als beide ouders drager van het gen zijn, bestaat de kans dat de jongen blind of met een zwarte vacht ter wereld komen. De ervaring leert dat zulke welpen later minder snel geaccepteerd worden door soortgenoten. Het waarborgen van genetische diversiteit, raszuiverheid en gezondheid heeft dan ook nogal een slag om de arm.

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook)

In ’93 bekostigden de Vrienden van Blijdorp een prachtig verblijf, dat speciaal voor de Amoerpanters ontworpen was. Een bewezen fokstel, Komeet en Kumura, ‘promoveerde’ van het Roofdieren-Gebouw en ook hier brachten ze enkele jonkies voort. Beide ouders verloren uiteindelijk jammerlijk het leven door schermutselingen met hun nageslacht. Enkele jaren later werd het perk geërfd door vrouwtje Nouschka en mannetje Bogan: laatstgenoemde was een directe afstammeling van wilde luipaarden uit Noord-Korea en derhalve een van de weinige écht raszuivere Amoerpanters in Europa. Hun kennismakingen verliepen dusdanig tumultueus dat KI (kunstmatige inseminatie) al snel de enige hoop op welpjes bleek te zijn. Nadat de eerste poging resulteerde in het sterven van de jongen bij de bevalling, leidde een tweede poging tot medische complicaties die Nouschka in 2004 fataal werden.

Foto: Patty Kloosterman (BB-Facebook)

Nadat de aankomst van een broer en zus in 2006 resulteerde in een onverwachtse dodelijke vechtpartij tussen die twee, werd Bogan gekoppeld aan ene Cleopatra. Ook die poging tot KI eindigde in 2013 echter met dodelijke medische complicaties en het overlijden van Bogan datzelfde jaar betekende dat de Diergaarde weer terug bij af was. Aangename afwisseling: het matchen van nieuwkomers Cema en Vatne leidde zowaar tot een relatief commotieloze zwangerschap! Helaas kwamen de welpjes dood ter wereld. Dit nestje bewees eveneens dat beide dieren (zoals eerder uitgelegd) dragers waren van het gen voor de zwarte vachtkleur, wat betekende dat de EEP-coördinator in Londen opnieuw mocht gaan puzzelen… Momenteel is Vatne gekoppeld aan Kitan, een mannetje dat elders al eens jongen heeft verwekt. Hij is geen drager van het melanisme-gen: hopelijk wordt de vloek dus binnenkort doorbroken, want het zijn spannende dagen voor het fokprogramma…

Afbeelding: verspreidingsgebied luipaard. Blauw: Amoer-rivier. Beige: oorspronkelijk. Paars: Chinese populatie. Rood: Chasanski (Amoer-populatie). Oranje: Noord-Korea. Geel: Lazovski.

Momenteel is de panterpopulatie in het Amoergebied teruggedrongen tot het Chasanski-district, het meest zuidoostelijke puntje van Rusland. Van tijd tot tijd worden er ook Amoerpanters gespot aan de andere kant van de grens met China. Hoe het in Korea met de soort gaat, is onduidelijk: in Zuid-Korea zijn ze uitgeroeid, maar het chronisch paranoïde Noord-Korea leent zich niet voor wetenschappelijke expedities. Wel zijn er luipaarden gespot in het verlaten niemandsland tussen de twee aartsvijanden in en vermoedelijk dwalen er wel enkele Amoerpanters rond. In 2017 trapte het WNF een campagne af om een tweede populatie in Rusland te stichten: deze moet binnenkort gecreëerd worden in het Staatsnatuurreservaat Lazovski, een bergachtig gebied dat net als Chasanski gelegen is in het zuidwesten van Primorski Kraj en dat ook bij hun historische verspreidingsgebied hoort. Het overplaatsen van wilde luipaarden uit Chasanski is te risicovol en het project zal dus volledig afhankelijk zijn van de fokprogramma’s (en fondsen) van dierentuinen in Europa, de voormalige Soviet-Unie, Noord-Amerika en Japan.

Foto: Tiny Rog (BB-Facebook)

Vogels met schepnetjes

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook)

Na het luipaardenverblijf verbindt een vlonder de weerszijden van een trage rivier: het omringende landschap en de houten kijkhut maken het beeld van een mistige Russische rivier helemaal af. Het eiland dat in deze waterpartij gelegen is, vormt de thuishaven van wat mogelijkerwijs de grootste watervogel ter wereld is: de kroeskoppelikaan. Hun spanwijdte van tot wel 3,5 meter benadert die van een albatros en stelt hen in het wild in staat tot gracieuze trektochten. Toch excelleren pelikanen pas écht wanneer ze te water gaan. Gemoedelijk peddelen ze door het water, totdat ze in een vloeiende beweging met hun gestroomlijnde snavel het water doorklieven en een onfortuinlijke vis opscheppen. Bij voorkeur jagen ze in hun eentje, maar ook het eeuwenoude trucje van vissen collectief naar de kade jagen is hun niet onbekend. Nestbouw is eveneens een groepsaangelegenheid, zo getuigt het inmiddels flink opgehoogde eiland.

Foto: Ilona van Bakkum (BB-Facebook)

Pelikanen zijn wellicht de bekroning van het Aequornithes-gezelschap, de ‘echte’ watervogels. Ze delen een nauwe verwantschap met de clade van de hamerkoppen en schoenbekooievaars, maar ook de ibis-lepelaar-reiger-clade behoort tot hun naaste familie. Ook met de aalscholvers, een soort die eveneens in groten getale aanwezig is in dit verblijf, delen ze in het ‘recente’ verleden een gemeenschappelijke voorouder. Wat die aalscholvers betreft: hoewel de oorspronkelijke groep inderdaad niet meer kon vliegen en dus permanent hier verbleef, bestaat het gros van de deze populatie tegenwoordig uit wilde dieren die hier vrijwillig een visje meepikken.

Ondanks hun survival-vaardigheden was de afgelopen eeuw geen gemakkelijke tijd voor de kroeskoppelikaan. Bedreigingen alom: van het droogvallen van leefgebied en overbevissing tot botsingen met hoogspanningsleidingen en de extreme verstoring van nest- en jachtgebieden door toeristenbootjes in Griekenland. De soort is al verjaagd uit Kroatië en een soortgelijk lot lijkt hen beschoren in Mongolië, waar snavels zó in trek zijn voor traditionele gebruiken dat de nationale populatie tot een honderdtal is geslonken. Gelukkig lijken hun aantallen in Rusland – goed voor zo’n 70% van alle nesten – tamelijk stabiel en in Europa is er sprake van voorzichtig herstel.

De pelikanen van Mongolië ontvluchten de winterse kou door naar de zuidkust van China te trekken. Dit land heeft zichzelf in de afgelopen decennia neergezet als een mondiaal zwaargewicht en hun Zuidoost-Aziatische buren volgen dat voorbeeld in rap tempo. Tegenwoordig woont 60% van de wereldbevolking in Azië: hun enorme sprongen in welvaart gaan echter nog altijd gepaard met grootschalig gebruik van traditionele medicijnen, de handel in wilde dieren voor consumptie en de huisdierenmarkt, ineffectieve landbouwmethodes en milieuvervuiling. Europa springt tegenwoordig dan ook bij om zoveel mogelijk dier- en plantensoorten veilig te stellen, zowel ter plaatse als in overzeese fokprogramma’s. Maak kennis met dit verhaal over hoop en wanhoop: ga door naar de Maleise Bosrand & Chinese Tuin!

Foto: Miranda Dreesen (BB-Facebook)

WAAR?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *