Aziatisch Moeras!

Water, het element des levens, is een van de drijfveren achter de Aziatische wereld. Om water op rijstvelden vast te houden, zijn heuvels uitgehouwen tot trapsgewijze terrassen; onvoorspelbare veranderingen in het waterpeil hebben dorpen op palen voortgebracht; de machtige rivieren zoals de Yangtze, Ganges en Mekong spelen een hoofdrol in zowel eeuwenoude tradities als het dagelijks leven van miljoenen Aziaten. Het is geen wonder dat ook een heleboel opmerkelijke levensvormen tegenwoordig speciaal aangepast zijn op dit bestaan. Ga op expeditie naar het Aziatisch Moeras…

Het Aziatisch Moeras is een pionier. In 1992 werd het geopend als de allereerste échte biotoop van de Diergaarde en zette daarmee de toon voor het decennium dat volgde, waarin stukje bij beetje Azië naar de Maasstad werd gebracht. In de 25 jaar dat hij dienstdoet, heeft hij vele inwoners zien komen en gaan. Wat hetzelfde is gebleven, is dat het al die tijd bezoekers, lopend over het slingerende vlonder, laag boven het water, onderdompelt in een tropische belevingswereld.

Op expeditie op het water…

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook)

Een mistig bamboebos, reikend naar de hemel, onthult een oever, begroeid met veel riet. Goed verborgen staat een majestueus dier in het ondiepe water: de witnekkraanvogel. Kraanvogels spreken al millennia tot de verbeelding: hun dunne poten zijn op het eerste gezicht slungelig, maar de dieren zijn in staat tot zeer gracieuze manieren van voortbeweging. Al op jonge leeftijd vormen ze paartjes die, met een beetje geluk, bij elkaar blijven tot de dood hen scheidt. Tijdens de balts voeren de koppeltjes lange, ingewikkelde en luidruchtige dansen, bestaande uit vele buigingen, sprongen en vleugelbewegingen, uit om de onderlinge band te versterken. Tijdens het broedseizoen zullen ze hun territorium ook fel verdedigen tegen indringers. Hun natuurlijke schoonheid maakt hun status als ‘kwetsbaar’ extra wrang: door de vernietiging van leefgebied, vervuiling en jacht zijn er naar schatting nog maar zo’n 5000 witnekkraanvogels in het wild over.

Foto: Saskia Bokkers (BB-Facebook)

De vijver van de kraanvogels strekt zich uit door het gehele Moeras en wordt geleidelijk dieper. In het hart van het Moeras treffen we een groot eiland, bewoond door een zuidelijkere verschijning: de zwarte kuifmakaak. Kuifmakaken komen van nature voor in het noorden van het Indonesische eiland Sulawesi. Qua uiterlijk is de haarpluk op hun hoofd misschien wel het opmerkelijkst: deze kunnen ze overeind zetten als ze opgewonden zijn en dit wordt geassocieerd met dominantie. Het grote publiek maakte pas kennis met deze soort toen een wild mannetje in 2011 de camera van een fotograaf afpakte en een selfie ermee wist maken, die vervolgens de hele wereld over ging – het mag duidelijk zijn dat het nieuwsgierige dieren zijn en dat maakt ze een genoegen om te bekijken in de Diergaarde. Hopelijk kan deze bekendheid het verschil maken in de bescherming van deze opmerkelijke dieren: recente cijfers ontbreken, maar naar schatting is in de afgelopen 40 jaar hun populatie op Sulawesi met 80% afgenomen, waarmee ze een kritiek bedreigde diersoort zijn. Overigens is er nog een tweede populatie: een groep van meer dan 100.000 dieren op een naburig eiland, die ontstaan is door menselijk toedoen. Weliswaar fijn dat het voortbestaan van de soort gegarandeerd lijkt, maar in praktijk is deze invasieve populatie een plaag die inheemse soorten bedreigt… Kortom, hun situatie in het wild is een rommeltje.

Diergaarde Blijdorp levert hoe dan ook een bijdrage aan de bescherming van de dieren. Jarenlang stond het mannetje Puzzle aan het hoofd van het Rotterdamse groepje. Puzzle was een bijzondere: jarenlang werd gedacht dat hij onvruchtbaar was, want de fok met hem wilde maar niet lukken. In 2014 vielen er dan ook heel wat monden open toen bleek dat hij toch wel in staat was om zich voort te planten. Kennelijk had hij de smaak te pakken, want er werden in de jaren daarna nog heel wat kuifmakaakjes geboren. Na zijn overlijden in 2017 is de fok in Blijdorp echter stilgevallen en de hoop is dat zijn opvolger, Kersen, het stokje zal overnemen. Daarnaast is Diergaarde Blijdorp een sponsor van de organisatie Selamatkan Yaki, die zich actief inzet om de kuifmakaak uit de brand te helpen.

Foto: Saskia Bokkers (BB-Facebook)

Foto: Josien de Vries (BB-Facebook)

Langs de buitenbocht van het Aziatische Moeras is een doorloopvolière gesitueerd. In de loop der jaren hebben vele vogelsoorten hier een heenkomen gevonden, maar momenteel is het bestand jammer genoeg niet heel speciaal. Tegenwoordig is het het onderkomen van de grote groep kwakken. De kwak is bijzonder in het opzicht dat het een zeer veel voorkomende vogelsoort is – een aangename afwisseling tussen de vele verhalen over bedreiging. De kwak, waarvan vier ondersoorten erkend worden, heeft vijf continenten veroverd en doet zelfs sporadisch Nederland aan, waar hij overigens van oudsher ook voorkwam. In het Engels worden ze ook wel night herrons genoemd: dit zegt veel over hun leefpatroon. Verhuld door het duister loeren ze als een reiger naar het water en verorberen ze ongelukkige passanten.

Foto: ”Loontjespics77” (BB-Insta)

Overigens is er nog een diersoort die te bewonderen is in het Moeras. Het gaat om de mandarijneend. Het verenpak van het mannetje bevat kleuren uit alle uiteinden van het kleurenspectrum: paars, groen, roze, oranje, wit, geel… Van oorsprong zijn ze te vinden langs het gehele Chinese kustgebied, aanliggende regio’s van Rusland en Korea en op de Japanse eilanden. Mede wegens zijn kleurenpracht, maar ook vanwege het (onjuiste) geloof dat de dieren levenslange koppeltjes vormen, zijn ze een symbool van het huwelijk geworden. Van oudsher werden de dieren in Korea als huwelijksgeschenk aangeboden en koppels die bestaan uit twee zeer verschillende mensen, worden in China ook wel mandarijneendjes genoemd. Het ligt voor de hand dat mandarijneenden zeer populaire hobbydieren zijn en in de loop der jaren hebben zich grote exotische populaties gevormd in West-Europa door ontsnapte individuen. Gelukkig heeft een recente studie bevonden dat de watervogels geen bedreiging vormen voor inheemse diersoorten.

Foto: Cor de Gier (BB-Facebook)

Vrij als een vogel

In het verleden kon men vanuit deze sectie van het Aziatische Moeras gelijk doorlopen naar wat misschien wel het pareltje van deze biotoop is: de 25 meter hoge Grote Vliegkooi. Met oog op de doorstroom en de totstandkoming van een zie-allesroute is deze verbinding echter gesloten. Om nu in de gigantische doorloopvolière te komen, moet je eerst nog langs de Mongoolse Steppe, een uithoek van de Maleise Bosrand, de Himalaya en een voorproefje van Taman Indah… Als je eenmaal je ontdekkingstocht door de natte laaglanden doorzet, bevind je je in een schaduwrijk bos, ingeklemd tussen twee torenhoge rotsformaties. Een hiervan is de oude, inmiddels verlaten Vleermuizengrot: hoewel zijn gloriedagen lang voorbij zijn, is er nog een reden om een bezoek te brengen aan deze gekoesterde herinnering van menigeen. In de Vleermuizengrot vind je namelijk een trap omhoog. Als je eenmaal naar buiten stapt, waan je je midden in een stukje Azië: een nauwe, wiebelende hangbrug, geflankeerd door een kletterende waterval en grote bomen, vormt een verbinding met een verderop gelegen rotspunt. Vanaf daar slingert het pad verder over de grond.

Foto: Josien de Vries (BB-Facebook). Wolnekooievaar.

Twee van de soorten van de Grote Vliegkooi zijn familie van de oer-Hollandse ooievaar. Zo is er de wolnekooievaar, die ook wel bisschopsooievaar wordt genoemd naar de kleuren en tekening van zijn verenkleed. Het zijn echte moerasgangers en worden vaak gespot op ondergelopen rivieroevers, natgeregende graslanden en bevloeide akkers. Ze zijn op tot wel bijna vier kilometer hoogte waargenomen. Ondanks hun vrij grote verspreidingsgebied, dat loopt van het Indiase subcontinent tot de Filipijnse archipel, komen ze met name in Zuidoost-Azië steeds minder voor waarmee ze een kwetsbare diersoort zijn. Met de Indische nimmerzat is het iets beter gesteld, zij staan aangemerkt als gevoelig. De verspreidingsgebieden van de twee ooievaarsoorten hebben een grote overlap, al is de nimmerzat hoofdzakelijk op het vaste land te vinden. Hun verenkleed is minder opvallend, al zijn de lichtroze veren in hun staart niet te missen. Zoals hun naam weggeeft, staan ze bekend om hun eetlust. Jagen doen ze door door ondiep water te waden en met een geopende snavel heen en weer te voelen, op zoek naar vissen of kikkers. Beide soorten houden zich vaak op bovenop de rotsrichel van de Vleermuizengrot.

Foto: Johanna Kok (BB-Facebook). Indische nimmerzat.

Foto: Josien de Vries (BB-Facebook). Zwartkopibis.

De meest talrijke soorten in de Grote Vliegkooi zijn de kwakken, zwartkopibissen en kleine zilverreigers. Al deze soorten broeden bij voorkeur in het gezelschap van andere vogels. Deze verzameling van soorten leent zich overigens voor een klein lesje taxonomie. Reigers en ooievaars worden vaak als één pot nat gezien – op zich begrijpelijk op basis van uiterlijk, maar evolutionair gezien staan ze vrij ver weg van elkaar. De reigerfamilie, Ardeidae, vormt samen met de familie Threskiornithidae (waartoe ibissen behoren) en nog drie families de orde Pelecaniformes. Deze orde behoort samen met o.a. de orde der ooievaars tot de clade Aequornithes. Er zijn een aantal zichtbare verschillen tussen reigers en ooievaars, zo zijn ooievaars over het algemeen groter, vliegen reigers met hun nek in een s-vorm en hebben ooievaars geen donsveren. Ook qua gedrag verschillen ze: ooievaars vinden hun voedsel door te waden door ondiep water of op het droge, reigers loeren stokstil vanaf de kant. Verwarrend genoeg vinden ibissen hun kostje op een manier die doet denken aan een ooievaar, al zijn ze dus nauwer verwant aan de reiger.

Foto: Angelique Blijleven (BB-Facebook). Kleine zilverreigers.

Foto: Rob van Eijk (BB-Facebook)

In de Grote Vliegkooi stapt nog een bijzondere vogel rond, die genetisch gezien ver weg staat van de eerdergenoemde watervogels (al hebben wetenschappers geen consensus over de hogere verwantschappen van vogels, dus wellicht blijkt dit ooit fout te zijn), maar die desalniettemin een mooie verschijning is: de jufferkraanvogel. Vroeger hadden deze, net als de grotere witnekkraanvogels, een plekje langs de vlonder, maar door ze in de volière te huisvesten kunnen ze lekker de vleugels strekken – en dit bevordert de voortplanting! Wat hij mist qua kleur, compenseert hij met de rest van zijn uiterlijk: een pluk witte veren steekt uit vanaf naast zijn ogen naar achter zijn hoofd en het zwarte vlak op zijn hals loopt door naar beneden, waar het als een soort pluim onder zijn romp eindigt. Ook heeft hij lange staartveren. Het is de kleinste kraanvogelsoort en zijn Indiase naam, koonj, is de oorsprong van de term kraanvogel.

Foto: Josien de Vries (BB-Facebook). Goudfazant.

Te midden van al deze relatief grote, prominente vogels leeft ook nog een aantal kleinere soorten. Zo is er de gele boomeend, een zogenaamde kosmopolitische diersoort: ze zijn te vinden op alle grote landmassa’s en de kans dat hij uitsterft is dan ook (gelukkig) gering. Ze zijn gemakkelijk te onderscheiden van de eveneens inwonende mandarijneenden door hun kleur. Waar vrouwelijke mandarijneenden een kenmerkende grijze kleur hebben en de mannetjes ongelofelijk kleurrijk zijn, zijn zowel mannelijke als vrouwelijke gele boomeenden lichtbruin van kleur. De bonte muskaatduiven zorgen vaak voor vertederende aanzichten, wanneer de trouwe paartjes elkaar verzorgen in de boomtoppen. Ook is er een fazantensoort te vinden in de volière: de goudfazant, gemakkelijk te herkennen aan zijn goud-rode kleurenpracht.

Dat we nu afscheid nemen van het Aziatisch Moeras, betekent niet dat we afscheid nemen van de dichte Aziatische bebossing. Treed toe tot het domein van een carnivoor die groter, sterker en mythischer dan de leeuw: in China noemen ze het de ‘Koning’ en de Grieken de ‘Razendsnelle’. Zet je reis voort naar de Tijgerkreek!

WAAR?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *