… En dat is vier!

Foto: Coby van Hespen (BB-Facebook). De jonge okapi Kisala is technisch gezien tante geworden.

Ondanks het kille weer buiten verkeert het tropische binnenverblijf van de okapi’s in euforie. Nadat Diergaarde Blijdorp in september verblijd werd met de geboorte van okapi Kisala, kan er deze week wederom beschuit met muisjes getrakteerd worden: M’buti is bevallen van een dochtertje. De verzorgers hadden het niet geheel geanticipeerd: op basis van dekkingen was berekend dat we minstens tot medio december zouden moeten wachten. Hebben M’buti en haar partner Ngwani wellicht eerdere nachtelijke escapades gehad? Hoe dan ook, het dametje verkeert in goede gezondheid en krijgt binnenkort een eigen naam. Zoals gebruikelijk is bij okapi-baby’s, zal ze de komende tijd vertoeven in de stallen achterin de kas. Nieuwsgierige bezoekers kunnen alvast gluren via de monitor langs het pad.

Voor M’buti is dit nog maar het tweede jong: haar eerste kroost, Mboshi, is recentelijk uitgevlogen naar een Franse dierentuin. Voor Ngwani is het vaderschap niets nieuws, ook al speelt hij verder geen rol bij de opvoeding. Hij is namelijk ook de ouder van Mboshi en hij verwekte eveneens Kamina’s zesde en zevende kalfjes, Gerrit en Kisala. Beide zijn nog in Blijdorp aanwezig: Gerrit, inmiddels een echte vent, zal binnenkort alweer Blijdorp verlaten, terwijl Kisala steeds vaker door het binnenverblijf durft te stappen. Zelf was M’buti het vijfde jong van Kamina, wat overigens wel wat ‘interessante’ stambomen oplevert. Gelukkig lijkt dat de dieren zelf weinig uit te maken…

Foto: Kim Hartog (Diergaarde Blijdorp)

Hart van Afrika: voor de derde keer een kraamkamer!

Screenshot: Diergaarde Blijdorp (blijdorp.nl). Direct na de geboorte van de kleine ontfermde Kamina zich over haar.

Al 21 jaartjes draait ze mee, maar okapi Kamina wil niks weten van de geraniums: ze is vandaag voor de zevende keer moeder geworden! De bevalling vond rond 12 uur ’s middags plaats in een van de boxen achterin de tropische Afrikaanse kas. Na een zwangerschap van 15 maanden weegt een pasgeboren baby zo’n 22 kilo. Ze heeft haar eerste, nog wankele stapjes al gezet en ze heeft ook al gedronken. Tot nu toe is Kamina, zelf in Rotterdam geboren en getogen, altijd om en om bevallen van mannetjes en vrouwtjes, een traditie die ze wederom doorzet: nadat in 2017 Gerrit ter wereld kwam, zag vandaag een dochtertje het levenslicht. Haar naam laat nog even op zich wachten.

Okapi’s zijn nestblijvers, die na de geboorte voor een lange tijd op dezelfde plek blijven. Deze fase, die meerdere maanden duurt, is volkomen normaal en voor jongen zelfs noodzakelijk voor de regulering van hun lichaamstemperatuur. In de komende weken zal de kleine flink groeien. De moeder houdt het kalf goed in de gaten, maar van nature houdt ze enige afstand zodat roofdieren het jong niet opmerken. Dat is eveneens de reden dat jonge okapi’s pas na een maand voor het eerst poepen! Communicatie tussen moeder en kind vindt meestal plaats door geluidjes die zó laag zijn dat ze voor mensen niet te horen zijn. Op zich best handig, want zulke tonen kunnen soortgenoten van grote afstanden horen in de altijd lawaaierige jungle. Kamina’s nageslacht is inmiddels uitgevlogen naar heinde en verre, op haar twee vorige jongen na: M’buti is een permanente inwoonster van de Okapi-Volière en is zelf zwanger, Gerrit zal binnenkort naar het zonnige Lissabon verhuizen.

Voorlopig kunnen bezoekers de kleine alleen via de webcams van Diergaarde Blijdorp bekijken. Klik daarvoor HIER!

Foto: Diergaarde Blijdorp (blijdorp.nl). Kamina en de pasgeboren spruit.

Otters: terug in Nederland, terug in Rotterdam

Foto: Cor de Gier (BB-Facebook)

Het duurde even, maar dan heb je ook wat: de otters zijn eindelijk terug in Diergaarde Blijdorp. Het duo kwam eerder deze maand aan en verbleef sindsdien in quarantaine, maar ze zijn inmiddels ingetrokken in hun waterrijke perk in de Chinese Tuin. Voorheen verbleven hier ook twee otters, die uiteindelijk kort na elkaar stierven op hoge leeftijd. Sindsdien werd het verblijf, oorspronkelijk bestemd voor Chinese alligators, gebruikt om enkele brilduikers te huizen. In het verleden zijn in Rotterdam meermaals kleine ottertjes geboren, dus met een beetje geluk laat dat ook ditmaal niet lang op zich wachten.

Het betreft een tweetal Euraziatische otters, een soort met een verspreidingsgebied dat loopt van West-Europa tot het Verre Oosten. Sinds 2002 zijn ze, na twintig jaar afwezigheid, ook weer te vinden in Nederland nadat enkele dieren in Nationaal Park De Weerribben werden uitgezet. Sindsdien hebben ze hun weg weten te vinden naar de rest van noordelijk Nederland, de Flevopolder en zelfs wateren nabij Gouda. Zo nu en dan steken Duitse otters de grens over, wat zo verder bijdraagt aan het herstel van de soort. Er is genoeg ruimte voor de otterpopulatie om te blijven groeien, want de moerassige Biesbosch blijft dusver nog onbezet. De otter stierf in Nederland uit door versnippering van zijn leefgebied, aanrijdingen, de visserij en milieuverontreiniging: problemen die tegenwoordig deels aangepakt zijn, wat zich uit in ecoducten, veilige oversteekpunten, ottervriendelijke fuiken en schonere rivieren. Toch vormen de meer dan acht miljoen auto’s in Nederland een geduchte vijand bij zijn gestage opmars.

Foto: Hart van Nederland (archieffoto)

Antilliaanse Leguaan: een sprankje hoop?

Foto: Jop Kempkes (BB-Facebook/Beheer)

Hun onthaal vorig jaar was groots: vier Antilliaanse leguanen (Iguana delicatissima) arriveerden met het regeringsvliegtuig in Nederland. Eens maakten ze onderdeel uit van de populatie in de wouden van Sint Eustatius, een van de laatste bastions van deze diersoort, al ligt ook deze onder vuur. Nu ze op acht Caraïbische eilanden compleet zijn uitgevaagd, resteert slechts zo’n 20% van hun leefgebied met een totale populatieafname van ruimschoots 75%. Na een ruime periode waarin ze mochten wennen aan hun nieuwe leefomstandigheden, zijn de Antilliaanse leguanen overgeplaatst naar hun nieuwe verblijf in het Natuurbehoudscentrum. Is er misschien toch hoop voor dit bijzondere dier?

Foto: Sebastiaan de Bruyn (BB-Facebook)

De Antilliaanse leguaan heeft geen makkelijk bestaan in het wild. Nog voor de aankomst van de Europeanen werd er intensief op hem gejaagd, wat hem de bijnaam ‘smakelijke leguaan’ heeft opgeleverd (let ook op zijn wetenschappelijke naam). Veel van hun leefgebied heeft sindsdien plaats moeten maken voor menselijke nederzettingen en de huisdieren die daarmee gepaard gaan, zien de leguaan als een lekkere snack. Dan zijn er ook nog eens grote kuddes loslopende geiten die de lekkerste scheuten opeten en nesten vertrappen. Zoals mooi aansluit bij de ‘eilandspirit’ die we allemaal met de Caraïben associëren, is de Antilliaanse leguaan een soort waarbij alles op z’n gemakje gaat. In een goed jaar planten ze zich eenmalig voort en een mannetje wordt hooguit net iets meer dan een meter lang. Verreweg de grootste bedreiging voor de Antilliaanse leguaan is dan ook zijn grote broer: de groene leguaan, inheems op het vasteland en een recente immigrant op veel Caraïbische eilanden. Ze passen zich gemakkelijk aan, planten zich sneller voort, verdringen de Antilliaanse soort op agressieve wijze en zorgen ook nog eens voor hybride-nageslacht: baby’s die deels groene leguaan en deels Antilliaanse leguaan zijn. Zo dreigt de Antilliaanse leguaan kopje onder te gaan.

Bron: SOSiguana.org

Dat het IUCN de Antilliaanse leguaan in 2018 aanwees als kritiek bedreigde diersoort, spreekt boekdelen. De kaart hiernaast beeldt de situatie af per 2017. Op de eilanden die rood zijn afgebeeld, waaronder ‘ons’ Sint Maarten, komen tegenwoordig geen Antilliaanse leguanen meer voor en alleen de groene eilanden zijn nog vrij van invasieve leguanensoorten, met Dominica als voornaamste safe haven. Op Sint Eustatius zijn nog een paar honderd Antilliaanse leguanen, die acuut gevaar lopen door de recente komst van enkele groene leguanen. Onderzoek door Nederlandse wetenschappers heeft uitgewezen dat er inmiddels al sprake is van hybridisatie tussen de Antilliaanse leguanen en de invasieve groene soort. De ervaring leert dat het proces van lokale uitroeiing dan erg snel kan gaan. Om het voortbestaan van de Antilliaanse leguaan te waarborgen, is dan ook een fokprogramma in gevangenschap nodig.

Foto: Rob van Eijk (BB-Facebook)

Er zijn maar weinig Antilliaanse leguanen in dierentuinen aanwezig. De dierentuin van Jersey, die de rol van de stamboekhouder op zich heeft genomen, is goed voor verreweg de meeste dieren en hun fokpaartje heeft al meerdere keren voor eieren gezorgd. Een van die jongen, een in 2000 geboren mannetje, is al een aantal jaar te zien bij het Caraïbisch Café in Blijdorp. Ook in Wenen is een onverwant koppel aanwezig dat voor nageslacht heeft gezorgd. Al met al is dat te weinig genetische diversiteit en zo ontstond het plan om dieren te ‘evacueren’ uit Sint Eustatius, zoals verder wordt verteld in een eerdere publicatie van het Vriendennieuws.

Foto: Stichting STENAPA

De expeditie, waar heel wat papierwerk met CITES aan voorafging, stond gepland voor eind 2017, maar orkaan Irma gooide roet in het eten. Begin 2018 waagden Sandra Bijhold (dierenverzorgster van Blijdorp) en Tim van Wagensveld (Stichting RAVON) het er weer op en vier leguanen werden gevangen, maar vervolgens weigerde KLM om het transport te faciliteren en ook overleg met de overheid liep stuk. De dieren werden weer vrijgelaten en het gezelschap droop af naar Rotterdam. In mei kwam het bericht dat premier Rutte een bezoek zou brengen aan Caraïbisch Nederland en dat de leguanen wel met het regeringstoestel terug zouden mogen – gelukkig werd een kabinetscrisis omtrent de dividendbelasting ternauwernood afgewend. Prompt reisden Sandra en een ranger van Stichting STENAPA weer af naar Sint Eustatius en wisten daar vier dieren te vangen, twee mannetjes en twee vrouwtjes. Eén probleempje: het regeringstoestel stond op Sint Maarten en de leguanen op Sint Eustatius. Kennelijk zijn meer piloten terughoudend om leguanen aan boord te nemen, wat resulteerde in het charteren van een achtpersoonstoestel voor één persoon met vier leguanen… Na een voorspoedige vlucht met de minister-president naar Rotterdam The Hague Airport deed zich het volgende probleem voor: reptielen mogen alleen Nederland in via Schiphol of de Rotterdamse haven. Nu was daar van tevoren met de NVWA een oplossing voor gevonden, maar maak dat een douanebeambte maar eens wijs! Heel wat telefoontjes later werd toch groen licht gegeven. Eind goed, al goed.

Blijdorper Bendelid Jean-Luc Sleijpen ging alvast op bezoek bij de Antilliaanse leguanen en maakte daarbij dit filmpje.

Ploegschaarschildpad: Op het randje van extinctie

Foto: Sebastiaan de Bruyn (BB-Facebook)

Schildpadden, een groep prehistorische dieren, kennen een ongelofelijke diversiteit aan soorten: van de eeuwig migrerende zeeschildpadden en kleine, kleurrijke doosschildpadden tot imposante alligatorschildpadden en de alom bekende reuzenschildpadden. Het is een clade met allerlei uitersten en één zo’n tragische recordhouder is de ploegschaarschildpad: mogelijk de meest bedreigde landschildpad ter wereld. Sinds kort is Blijdorp een van de weinige plekken op de wereld waar ze voor alledaagse bezoekers te zien zijn, nu ze van hun verblijf achter de schermen overgeplaatst zijn naar het Natuurbehoudscentrum. Het verhaal van dit viertal is een perfect voorbeeld van de wrede wereld waarin de ploegschaarschildpad stand probeert te houden.

Foto: Oklahoma City Zoo (okczoo.org). Volwassen ploegschaarschildpad.

De ploegschaarschildpad (Astrochelys yniphora) is een prachtig dier: hun schild heeft een nagenoeg perfecte bolvorm met een eenvoudige, maar desalniettemin mooie tekening. Hun Nederlandse naam danken ze aan de twee uitstekende schildplaten bij hun hals, die in het wild een belangrijke rol spelen bij de voortplanting. De mannetjes gebruiken ze om met elkaar te worstelen over vrouwtjes en proberen elkaar ermee om te rollen. Hun schoonheid is helaas eerder een vloek dan een zegen: al jaren behoren ze tot de meest gestroopte schildpaddensoorten en dat heeft ze tot de rand van de afgrond geduwd. Al decennia lang worden ze opgenomen in de top 25 meest bedreigde schildpadsoorten. Werd de wilde populatie een aantal jaar geleden nog op zo’n 500 dieren geschat, nu zouden dat er nog geen honderd zijn. Al deze dieren bevinden zich in het Bala Bay National Park, gelegen in Noordwest-Madagaskar. Tel daar zo’n 200 dieren uit het Ampijoroa-fokcentrum en minder dan 50 individuen in Noord-Amerikaanse en Europese dierentuinen bij op, en dat is het.

Foto: Diergaarde Blijdorp (rijnmond.nl). Ploegschaarschildpad toen deze in 2012 aankwam in Rotterdam.

Regelmatig bereikt ons slecht nieuws. Zo werd het Ampijoroa-fokcentrum in ’96 door bewapende stropers overvallen en werden er bijna honderd dieren buitgemaakt. Toen de overheid van de eilandstaat in 2009 in een grote politieke crisis verzeild raakte, zagen stropers hun kans schoon en raakte de wilde populatie in een duikvlucht, met vele dieren die naar de Aziatische markten gesmokkeld werden. In 2013 onderschepte de Thaise douane 50 gesmokkelde dieren, mogelijk goed voor een tiende van alle ploegschaarschildpadden wereldwijd op dat moment. Het jaar 2016 zag wederom een gigantische afname van de wilde populatie, alsmede een nieuwe gewapende aanval op Ampijoroa, die ternauwernood werd afgeweerd. Elk jaar worden er wel een aantal dieren geconfisqueerd, om nog maar te zwijgen over de schildpadden die helaas niet teruggevonden worden…

De dieren van Diergaarde Blijdorp kwamen, samen met nog negen soortgenoten, in 2012 naar Europa nadat ze in 2009 en 2010 onderschept waren door de douane van Hong Kong. Toen ze hier aankwamen, waren ze naar schatting zo’n vijf jaar oud en inmiddels naderen ze de leeftijd waarop ze geslachtsrijp zijn. Het zou dan ook fantastisch zijn als met deze dieren gefokt kan worden, wat dusver nog maar mondjesmaat gelukt is in gevangenschap. Deze vier ploegschaarschildpadden zijn onmisbare schakels in de kleine bufferpopulatie en het is dan ook te hopen dat ze bezoekers van de Diergaarde kunnen inspireren om de beschermingsmaatregelen te steunen.

Foto: Turtle Conservancy (turtleconservancy.org). Bewakers van het Ampijoroa-fokcentrum.